Geschiedenis van de school

Geschiedenis van de school
(Met dank aan Bert, Sijsbert, Rob, Arnold en Dixy)

De Van Koetsveldschool is opgericht op 2 september 1949

Hij was toen gehuisvest aan het Van Oldenbarneveltplein.

In de zeventiger jaren bestonden er drie scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk) in Amsterdam. De Van Koetsveldschool stond aan de Hertspieghelweg in West, de Kingmaschool aan de Eerste Leeghwaterstraat in Oost. De derde school was de Van Wayenburgschool voor zmlk aan het Mosplein / Papaverhoek in Amsterdam-Noord. Deze school zat midden tussen het autoverkeer tussen het IJ- en de Coentunnel. De auto’s reden bijna over het schoolplein. Wanneer ouders een keuze moesten maken, weken ze uit naar de Alphons Laudyschool of de O.G.Heldringschool in Amsterdam West of naar de Martin Luther Kingschool in Purmerend. Deze, toen vrij nieuwe scholen, lagen in een rustige en groene omgeving. Door terugloop van het leerlingenaantal werd de Van Wayenburgschool uiteindelijk opgeheven en werd het een dependance van de Van Koetsveldschool. Wim Rauwerdink was op de Van Koetsveldschool het hoofd der school, en Bert Walthaus bestierde de dependance. De Van Koetsveldschool en de Kingmaschool werden zo de twee openbare zmlk-scholen in Amsterdam. 

Begin 70er jaren werd al gedacht over nieuwbouw voor deze twee scholen. Veel later werd het idee geopperd om de scholen samen in één
 nieuw gebouw onder te brengen. Dan alleen zou nieuwbouw haalbaar zijn. Toen werd ook de scheiding bedacht tussen de basis en het voortgezet=VSO. Er waren per slot twee directeuren.Eind zeventiger jaren werden plannen ontwikkeld voor nieuwbouw voor beide scholen aan de Ringdijk. Het idee was om beide scholen in één pand te vestigen en tevens is toen, de basis gelegd voor het scheiden van de kernafdeling (van 6 tot 12 jaar) en de bovenbouw (van 12 tot 18 jaar).

Op 29-05-1985 is door ouders en leerlingen van de Kingma en de Van Koetsveldschool de eerste steen gelegd voor het gebouw op de Ringdijk, rond 1986 werd het nieuwe gebouw aan de Ringdijk, omdat de Kingmaschool de eerst zelfstandige ZMLK-VSO school van Nederland was, geopend door prinses Juliana. De scheiding tussen de kernafdeling en de bovenbouw was visueel gemaakt door een lichte verhoging in de aula, beneden was de kernafdeling (Van Koetsveld), drie treden op ging je naar de bovenbouw (Kingma). Na Wim Rauwerdink werd Henk Jaspers de interim directeur. Dit was in de beginjaren van de Amsterdamse deelraden, dus ook een zelfstandig Watergraafsmeer.

Het leerlingenaantal nam steeds verder toe. Na verloop van tijd barstte de school uit zijn voegenen en verhuisde de Kingma naar Amsterdam-Noord. De Van Koetsveldschool kreeg toen de beschikking over het hele gebouw. Jos Settels, die al directeur van de Kingmaschool was (als opvolger van Piet Karman), werd de directeur van beide scholen. In die periode zijn er twee dagverblijf-groepen, de 'Combinatiegroepen' van de Schuit bij de school ingetrokken waardoor de doorstroom naar de school makkelijker werd.

In 1997 werd Arnold Dermout Cramer de nieuwe directeur. In 2003 werd begonnen met de bestuurlijke ontvlechting. Op 1 januari 2005 werd de school door het stadsdeel Watergraafsmeer overgedragen aan de nieuwe openbare stichting Orion, het bestuur van alle openbare scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in Amsterdam.Toen het gebouw allerlei gebreken begon te vertonen (slechte materialen en slecht gebouwd en een ambitieus plan om het gebied opnieuw in te richten) , werd besloten om opnieuw nieuwbouw voor de school te creëren.
De nieuwe locatie werd Archimedesplantsoen 98. Het nieuwe gebouw werd geopend in oktober 2008 door de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher.

Wie was Van Koetsveld?
(naar de tekst van www.canonsociaalwerk.eu)

Cornelis Elisa van Koetsveld werd geboren in Rotterdam in 1807 en is overleden in Den Haag in 1893.

In 1855 opende de idiotenschool, zoals de school toen genoemd werd, van Van Koetsveld haar deuren op de Haagse Zuidwal. De doelstelling van deze school was: „De lichamelijke, verstandelijk en zedelijke vorming van kinderen die door gebrekkig of verkeerd ontwikkelde geestesvermogens voor het gewone, zelfs lager onderwijs ongeschikt zijn. Deze vorming zal in eenen Evangelisch-Christelijken geest plaats hebben.” Van Koetsveld zag als dominee vaak schrijnende toestanden thuis bij gezinnen met een dergelijk kind en wilde met deze school de nood helpen verlichten.

Het begon als dagschool met 11 leerlingen, een jaar later waren dat er al ruim 30: twee derde jongens, een derde meisjes. Na een paar jaar werden een drietal kinderen opgenomen die er permanent verbleven. Daarmee is ook een gesticht geboren. In 1858 komen school en gesticht onder één dak aan het Hoog Westeinde 2 in Den Haag. In het algemeen reglement staat de definitie die de school hanteerde: 'alle kinderen die door gebrekkig of verkeerd ontwikkelde geestvermogens voor eene gewone opvoeding en het gewone onderwijs onvatbaar zijn." 

In de praktijk bezocht een grote diversiteit aan kinderen de school. Ook verwaarloosde en psychisch zieke kinderen liet Van Koetsveld toe. Een paar maal werd een kind gebracht dat slechthorend bleek te zijn. De school had vooruitstrevende principes. Uitgangspunt was dat ieder kind wel iets kan leren. Bezoeken van en aan familieleden werden bevorderd. Het onderwijs wordt sterk individueel gegeven, maar wel in een klassikaal systeem georganiseerd. Kinderen van een hoger niveau krijgen les in rekenen, schrijven en lezen. Hun worden vaardigheden „noodig in het dagelijksch, huiselijke en maatschappelijk leven” bijgebracht, zoals geld tellen en klok kijken. Bij de kinderen van laag niveau ligt de nadruk op spel, mimiek, spraaktraining en gymnastiek. Het personeel van de school bestond uit een onderwijzer, hulponderwijzers en assistenten, waarvan er in 1872 elf in dienst waren.

Van Koetsveld liet zich inspireren door pedagogen uit het buitenland, zoals Itard, Séguin, Guggenbühl en Sengelmann. Zelf was hij een bekende theoloog, literator en hofpredikant. De school stond ook in de warme belangstelling van koningin Sophie, de vrouw van Willem III. Zij vereerde de kinderen regelmatig met onverwachte bezoekjes.

Met de overheid ontstond een conflict over het onderbrengen van het gesticht bij het staatstoezicht op krankzinnigen, waartegen het bestuur zich verzette. Om uit de impasse te komen, mochten alleen kinderen worden verpleegd die 'leerbaar' waren en niet ouder dan 16 jaar. Hierdoor moest in 1886 bijna de helft van de kinderen het gesticht verlaten op aanwijzing van de inspecteurs. Het bestuur veranderde in 1914 de naam in 'Geneeskundig opvoedingsgesticht voor zwakzinnige en achterlijke kinderen'. Die naamswijziging bleek een laatste stuiptrekking: in 1920 sloten de deuren definitief.

Met de school van Van Koetsveld begint de Nederlandse verstandelijk gehandicaptenzorg. Pas tientallen jaren later kreeg zijn voorbeeld navolging met de stichting van ’s Heerenloo en Sint Anna. Van Koetsveld wilde het leed van de gehandicapten verzachten, maar hij was ook wetenschappelijk geïnteresseerd. Hij ontwikkelde een nieuw veld van geneeskundige opvoeding en christelijke philantropie’ (1856). Hij zag zwakzinnigheid als een hersenziekte en meende dat de kern ervan willoosheid was. Er kon echter sprake zijn van genezing door middel van opvoeding. Het doel van de opvoeding was ontwikkeling, gericht op het verminderen van het isolement door betrekkingen met de buitenwereld aan te gaan. De onderwijzer stond dan ook centraal in de school en niet de arts. Kenmerkend was verder de nadruk op het gemeenschapsleven, teneinde het kind geschikt te maken voor het huiselijk gezinsleven.