(Her)indicatie

Overzicht formulieren aanvragen van een SH-indicatie
Het indicatiedossier wordt samengesteld uit een aantal onderdelen. De onderdelen die van toepassing zijn voor het verkrijgen van een beschikking zijn:


Van de ouders/verzorgers
Het volledig ingevulde, gedateerde en ondertekende aanmeldingsformulier en bij voorkeur het toestemmingsformulier. 


Van de school (bij leerlingen ouder dan 4 jaar)
Het volledig ingevulde, gedateerde en door de directeur ondertekende onderwijskundig rapport. Hieruit moeten de mate van communicatieve redzaamheid en de leervorderingen blijken. Het onderwijskundig rapport mag (bij inlevering bij de indicatie commissie) niet ouder zijn dan half jaar en moeten medeondertekend zijn door ouders. Daarnaast een SMART handelingsplan over de laatste zes maanden met evaluatie van de geboden zorg of een inschatting dat de op school beschikbare zorg onvoldoende zal blijken te zijn. 
Het onderwijskundig rapport, een schrijfwijzer en een voorbeeld handelingsplan zijn te downloaden van www.burgerschool.nl, alsmede toelichtingen.

NB. Per 1 augustus 2008 is het criterium voor wat betreft de ontoereikende zorg aangepast. Bij aanmeldingen behoort naast een onderwijskundig rapport informatie te worden toegevoegd hoe de bovenschoolse zorg van het samenwerkingsverband betrokken is geweest bij de advisering/begeleiding van dit kind.


Van de voorschool/peuterspeelzaal (bij leerlingen jonger dan 4 jaar)
Het volledig ingevulde, gedateerde en door de directeur/teamleider ondertekende voorschoolse rapportage.
Voor leerlingen die op de peutercommunicatiegroep van de NSDSK of Kentalis zitten is een beschrijving van de problematiek in een kindverslag of eindverslag voldoende mits er een duidelijke beschrijving is van het hulpaanbod en de evaluatie hiervan. Het rapport mag (bij inlevering bij de indicatie commissie) niet ouder zijn dan een half jaar en moeten medeondertekend zijn door ouders.
Een format voor de voorschoolse rapportage en de schrijfwijzer is te downloaden van www.burgerschool.nl of www.rec2holland-flevoland.nl.


Van de audioloog
Op basis van audiologisch onderzoek dient door een audioloog of KNO-arts vastgesteld zijn dat een leerling een gehoorstoornis heeft. Het criteria om in aanmerking te komen voor een slechthorende indicatie is een gehoorverlies tussen 35 en 80 dB aan het beste oor zonder hoortoestel. Het verslag en audiogram mogen niet ouder zijn dan een jaar en moeten ondertekend zijn door de audioloog of KNO-arts.
Bij een leerling met een cochleair implantaat, dat tenminste 2 jaar eerder is aangebracht, dient het audiologisch onderzoek aangevuld te worden met een logopedisch onderzoek of met een door een gedragsdeskundige (met een diagnostiek aantekening) gemaakte beschrijving. Dit geeft aan hoe de leerling het cochleair implantaat gebruikt en in welke mate hij/zij, wat betreft de communicatie, is aangewezen op het gesproken Nederlands aangevuld met gebaren.
Naast de groep leerlingen, geïndiceerd volgens de gehoor criteria, houden wij de mogelijkheid open om ook aan andere leerlingen onderwijs aan te bieden. Het gaat daarbij om slechthorend functionerende leerlingen, die buiten de criteria vallen, maar door middel van een 'beredeneerde afwijking' toch geïndiceerd kunnen worden. Voor deze leerlingen moet de verwachting bestaan dat ze op basis van hun ontwikkeling/situatie goed op hun plek zijn binnen onze school.

Onderscheid tussen doof- en slechthorend functionerend:
De indicatiestelling van een leerling met een cochleair implantaat of met een gehoorverlies die groter is dan 80 dB aan het beste oor gemeten zonder hoortoestel dient gebaseerd te worden op het onderscheid tussen doof functioneren en slechthorend functioneren.
Doof functioneren: in zeer beperkte mate betekenis kunnen geven aan geluid en niet of nauwelijks in staat zijn om middels spraak te reageren. Afhankelijk zijn van Nederlands Gebarentaal (NGT).
Slechthorend functioneren: betekenis kunnen geven aan geluid, zolang dit ondersteund wordt met Nederlands aangevuld met gebaren (NmG), en kunnen reageren middels spraak.


Van de logopedist of linguïst
Een ondertekend logopedisch of linguïstisch rapport. Bij voorkeur inclusief gestandaardiseerde testgegevens op de taalgebieden (gegevens mogen voor leerlingen jonger dan 4 jaar niet ouder zijn dan een half jaar, bij leerlingen ouder dan 4 jaar niet ouder dan een jaar). 
De rapportage moet een duidelijke beschrijving geven van de communicatieve beperking (zeer gering communicatieve redzaamheid). 
Daarnaast kan bij een leerling ouder dan 4 jaar een recent behandelverslag en effectmeting van een half jaar logopedisch behandeling een aanvulling geven op de beschrijving van de communicatieve beperking en het effect van de zorg- of hulpverleningsaanbod.
Een handreiking logopedie is te downloaden van www.burgerschool.nl of www.rec2holland-flevoland.nl.


Van een psycholoog of orthopedagoog met diagnostiek aantekening (is niet verplicht voor de SH-indicatie aanvraag)
Een psychologisch verslaglegging geeft blijk van dat de leerling zeer gering communicatief redzaam is en/of slechthorend functionerend bij een leerling met een cochleair implantaat of een kind met een gehoorverlies dat groter is dan 80 dB gemeten aan het beste oor zonder hoortoestellen.
Het verslag mag niet ouder zijn dan een jaar en moet voorzien van zijn van een handtekening van de diagnosticus.


Eventueel van een zorg- of hulpverleningsinstelling
Rapportage over de zorg- of hulpverlening en de eventuele effecten hiervan. Dit kan alleen als er sprake is geweest van zorg- of hulpverlening vanuit een instelling.