Aanmeldingsprocedure

Passend onderwijs

 

Met de invoering van “Passend Onderwijs” per augustus 2014 is het streven zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs te laten volgen realiteit geworden.

Scholen hebben zorgplicht en moeten alle leerlingen passend onderwijs bieden. Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, die de draagkracht van de school te boven gaat, moet de school een geschikte onderwijslocatie zoeken. En daar komt dan het speciaal onderwijs in beeld.

 

Om alle kinderen een passende onderwijsplek te bieden, gaan scholen samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. Inmiddels zijn in totaal 152 samenwerkings-verbanden opgericht; 77 in het basis onderwijs en 75 in het voortgezet onderwijs. In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en speciaal onderwijs (cluster 3, leer- en fysieke problematiek en cluster 4 opvoedingsproblematiek) samen en houden de Reguliere Expertise Centra (CvI’s) op te bestaan.

 Het samenwerkingsverband Amsterdam VO-VSO wil zoveel mogelijk jongeren onderwijs laten volgen op een reguliere school. Elke school biedt tenminste basisondersteuning. Voor de kwaliteit van de basisondersteuning hebben de scholen, mede op basis van gedeelde ambities, een Amsterdamse Standaard vastgesteld.

De school waar een kind wordt aangemeld, is verplicht eerst te kijken of het kind extra ondersteuning in de klas kan krijgen. Het schoolondersteuningsprofiel vormt hiervoor het uitgangspunt. Hierin is vastgelegd welke ondersteuning de school leerlingen kan bieden en welke ambities de school heeft voor de toekomst. Samenwerkingsverbanden kunnen scholen extra ondersteuning toekennen voor leerlingen met een extra ondersteunings-behoefte. Er is dus meer ruimte voor maatwerk. Wanneer een school, waar de leerling is aangemeld niet zelf kan voorzien in de benodigde onderwijsondersteuning, is het de verantwoordelijkheid van de school om (binnen het samenwerkingsverband) een school te vinden die wel een passend aanbod kan bieden. Dit kan op een andere reguliere school binnen het samenwerkingsverband die wel de juiste ondersteuning kan bieden, of een plek in een special class, een tussenvoorziening of in het (voortgezet) speciaal onderwijs.

Het samenwerkingsverband heeft binnen passend onderwijs de taak om te beslissen of een leerling wordt toegelaten tot het (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben stelt de school een ondersteuningsprofielplan (OPP) op.

Bij de ondersteuning aan leerlingen zullen scholen niet langer de stoornis of de beperking van de leerling centraal stellen, maar het vinden van die vorm van ondersteuning die de leerling, de ouders en de leerkracht nodig hebben om succesvolle deelname aan het onderwijs (toch) mogelijk te maken. Zo veel mogelijk binnen de eigen school. Het is belangrijk dat scholen met de ouders in gesprek gaan over de ondersteuningsbehoefte van de leerling, de doelen van de te bieden ondersteuning en de best passende onderwijsplaats.

Docenten zullen vaardiger en deskundiger dienen te worden in het omgaan met verschillende soorten leerlingen in de klas. Hierdoor kunnen meer leerlingen extra ondersteuning in de klas krijgen, in plaats van daarbuiten. Scholen kunnen rekenen op ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband bij het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuning.

Een goede kwaliteit van het onderwijs en een hechte samenwerking met jeugdzorg is cruciaal voor passend onderwijs. Het samenwerkingsverband overlegt met de gemeente over de aansluiting tussen onderwijs en de (jeugd)zorg en over een integrale systematiek voor de toewijzing van onderwijsondersteuning en (jeugd)zorg voor leerling en gezin. Binnen de scholen zullen ouder-kind-adviseurs (OKA’s) worden ingezet om de samenwerking tussen onderwijs en zorg te stroomlijnen.

 

De toelating en toewijzing aan het speciaal onderwijs

Bij de overgang van VO naar VSO wenst het samenwerkingsverband de procedure tot toelating, anders in te richten dan bij de overgang van SO naar VSO en VSO naar VSO. Bij de beschrijving van de toelaatbaarheidsprocedure VO-VSO wordt uitgegaan uit van de aanname dat de VO-school een gesloten vraag heeft, in de trant van: “Wij menen stellig dat verwijzing naar VSO nodig is, wij vragen bij het SWV een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) aan” (taak SWV, artikel 17a, lid 6c).     

De school van aanmelding verzoekt om advies over ondersteuning/ toelaatbaarheidsverklaring (TLV) bij het Onderwijsschakelloket (OSL). Het schriftelijk verzoek om advies wordt gericht aan het OSL, daartoe dient de school een formulier in te vullen en het dossier aan te leveren. Dit dossier is in grote lijnen hetzelfde als aan de Commissie van Indicatie (CvI) gestuurd diende te worden. Bij het OSL beslist vervolgens de toelaatbaarheidscommissie (TAC) over de toelaatbaarheid.

 

1.      De OSL consulent beoordeelt de inhoud en volledigheid en geeft eventueel aan welke onderdelen aanvulling behoeven:

2.      De school completeert het dossier indien nodig en zendt terug naar de OSL consulent. Die besluit of de aanvraag in behandeling wordt genomen.

3.   Het OSL geeft het dossier aan de SWV-adviseur (gedragsdeskundige, “Critical friend”[1]). Een tweede deskundige wordt vastgesteld a.d.h.v. de problematiek. De SWV-adviseur en tweede deskundige voeren een gesprek met leerling, ouders en andere betrokkenen.

Om vast te stellen welke (extra) ondersteuning toegewezen kan worden, aan een leerling, zijn 11 criteria opgesteld met betrekking tot de leerling, ouders en school:

 

Leerling criteria

 

  • Onderwijsbehoeften
  • Erkenning en verantwoording nemen voor eigen handelen
  • Er last van hebben
  • Bereid zijn hulp te accepteren

Ouder criteria

 

  • Erkenning van en verantwoording nemen voor de problemen op school
  • Verantwoording nemen voor  eigen handelen
  • Bereidheid tot ondersteunend ouder gedrag

 

School criteria

 

  • HGW cyclus doorlopen (waarnemen, analyseren en begrijpen, plannen en realiseren
  • Extra ondersteuning intern actief ingezet, gedragswetenschapper, (school)maatschappelijk werk, coach, mentor
  • Externe ondersteuning intern ingezet  (schil om school)
  • Ondersteuningsbehoeften

 

Daarnaast is een ernsttabel ontworpen waarmee de ernst van bovenstaande criteria vastgesteld kan worden:

 

Ernsttabel:

  • Mate van onderwijsachterstand
  • Diagnose leer/psychische problemen
  • Individuele problemen op meer dan 1 gebied
  • Individuele problemen in meer dan 1 milieu
  • Eerdere hulp heeft niet gebaat

 

 

4.      Door de SWV-adviseur en een tweede deskundige wordt een advies geformuleerd. Hierbij zijn drie uitkomsten mogelijk:


4A. De leerling wordt toelaatbaar geacht tot het VSO

4B. Er is nog geen advies mogelijk. De leerling is momenteel niet toelaatbaar

Er is nog veel te veel onduidelijk, waardoor nog geen besluit kan worden genomen. De SWV-adviseur geeft aan welke informatie nodig is om wel een advies mogelijk te maken. Hiervoor kan worden geadviseerd om het VO-team in te zetten voor onderzoek, overleg, advies.

4C. De leerling is niet toelaatbaar tot het VSO

 

In geval van 4A:

5.      De verwijzende school en/of ouders melden de leerling aan bij de VSO-school

6.      De commissie van begeleiding (CvB) van de VSO-school besluit over de plaatsing van de leerling en meldt de plaatsing bij het SWV. Wanneer wordt aangegeven dat de desbetreffende VSO-school de gewenste ondersteuning niet kan bieden, wordt in overleg met het SWV opnieuw gekeken naar een passende school.

7.      De VSO-school stelt op basis van het aanmeldingsdossier het voorlopig ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) op, mits deze nog niet aanwezig is.

8.      De leerling volgt 6 weken onderwijs op de betreffende VSO-school en wordt in deze periode nauwkeurig gevolgd.

9.      De VSO-school stelt vervolgens op basis van deze 6 weken een definitief OPP op.

10.   De VSO-school legt het definitieve OPP ter ondertekening voor aan de ouders.

 

Leerlingen kunnen door het Orioncollege alleen worden geplaatst als ze in bezit zijn van een TLV. Wel kunnen wij ouders adviseren over de te volgen procedure. De intaker Cees Blij (o6-28639257) kan u daarbij ten dienste zijn.

 

 

 



[1] De Critical Friend is een gedragsdeskundige van een andere school uit hetzelfde samenwerkingsverband. Hij stelt vragen over wat er tot nu toe is gedaan, weet welke inzet mogelijk is binnen het SWV en geeft eventueel suggesties voor handelen. 

Comments