Reeën in Buggenhoutbos

Reeën welkom in Buggenhoutbos 

Het moest er eens van komen. Al enkele jaren was er sporadisch een ree(bok) die het Buggenhoutse bos kwam verkennen op zoek naar soortgenoten en vooral op zoek naar reegeiten in de bronstperiode. Het bleef bij die enkeling die toch maar doortrok naar andere oorden.

Sinds enkele maanden bestaat het reeënbestand in Buggenhoutbos uit minstens 4 stuks. Maar het kunnen er méér zijn. Met dit aantal, bestaande uit zowel wijfjes (reegeiten) als mannetjes (reebokken) is de kans groot dat ze zich definitief in het bos hebben gevestigd. De populatie reeën in Buggenhoutbos kan dan wel snel oplopen tot méér dan 10 dieren. Toch nog even afwachten. We houden je op de hoogte.

Reeën zijn sinds enkele decennia terug aanwezig in de Vlaamse natuur, waar ze ook thuishoren en tot de inheemse fauna behoren.

Het ree is de kleinste en meest algemeen voorkomende vertegenwoordiger van de Europese hertachtigen. Dit ranke en elegante dier weet zich aan de meest uiteenlopende terreinomstandigheden en klimaat aan te passen.

In onze regio waren ze al een tijd opnieuw aanwezig: Kravaalbos(Baardegem, Meldert), Vlassenbroekse Polder (Dendermonde/Vlassenbroek), Lippelobos. En nu dus ook in het Buggenhoutbos. Vermoedelijk komen de Buggenhoutse reeën uit één van voormelde gebieden.


Ree in Buggenhoutbos, mei 2013, © foto Wim Vanmaele (klik op foto voor grotere versie)

Kunnen we reeën waarnemen in Buggenhoutbos?

Reeën zijn schuw en laten zich moeilijk zien. Vooral tijdens de schemering zijn ze actief en wisselen enkele uren voedsel zoeken af met enkele uren herkauwen. In de hoogzomer, tijdens de bronstperiode, zijn reeën overdag wat actiever. Mannetjes proberen vrouwtjes te imponeren met hun gewei. Je zult dus wel wat geluk moeten hebben om tijdens je wandeling aan de bosrand een ree zien te grazen.

 

Bok, geit en kalf

Apri1-mei zonderen bokken en geiten zich af. De geiten gaan dan in alle rust één of twee kalveren werpen. In de zomer leeft het ree solitair (moeder-kindrelatie). Met uitzondering in de bronsperiode, juli-augustus, waarbij de geit enige tijd met een bok vertoeft.

In de loop van de herfst ontstaan groepen van 3 tot 12 en soms nog meer stuks reewild, mannelijk en vrouwelijk door elkaar. Deze ‘sprongen’ zijn noodgemeenschappen (meer ogen zien vlugger gevaar) waarin een oude en dominante geit de toon aangeeft. Wanneer de bok zich in het voorjaar van de groep heeft afgezonderd, bakent hij met eigen geurstoffen een eigen territorium af. Die geurstoffen smeert hij met gewei op zijn vaste veegstammen (meestal jonge boompjes) en krabplaatsen. In dit territorium duldt hij geen andere bokken. Het territorium is vaak niet meer dan 15 tot 20 hectare groot.

Reeën kunnen twee meter hoog en zes meter ver springen. Als ze rustig lopen of bij een lichte draf, zijn alleen de afdrukken van de twee grote hoeven van iedere loper zichtbaar. In galop komen daar de afdrukken van de kleinere achterklauwen bij.

 

Ree schadelijk?

Net zoals sommige andere dieren kunnen ook reeën schade veroorzaken, voornamelijk aan jonge bosaanplant en landbouwgewassen. Zolang de reeënpopulatie binnen een aanvaardbaar peil blijft hoeven er geen maatregelen genomen te worden. Reeën hebben in onze regio geen natuurlijke vijand, wat kan leiden tot overbevolking! Wanneer de populatie te groot wordt kan door ANB een afschotplan worden opgesteld. Hierbij worden de zwakste dieren verwijderd zodat de reeënpopulatie in optimale conditie blijft.

Het Ree (Capreolus capreolus)

Diersoort:        Zoogdier,  Hoefdier
Mannetje:
        Reebok of bok, enkel reebok heeft gewei dat jaarlijks wordt afgeworpen
Vrouwtje:        Geit
Jong:               Kalf
Hoogte:            Volwassen ree varieert van 95 tot 125 cm 
Gewicht:         Tussen 17 en 27 kg
Bronsttijd:       Half juli tot half augustus
Geboorte:        In het voorjaar, soms één, maar meestal twee kalfjes
Sprongen:        Alleen in de wintermaanden verblijven de dieren in kleinere of grotere groepen, sprongen                                                                                     

                           genoemd

Voedsel:          Grassen, heide, brem, braamblad, kruiden, knoppen, twijgen, bast en vruchten van loofhout, paddenstoelen, eikels, kortom alles wat groen, sappig en niet giftig is. Reeën foerageren bij voorkeur op open terrein in de ochtend- en avondschemering

Slaapplaats:    Klein kuiltje / woelplaats 
Vijanden:        Natuurlijke vijanden van deze dieren komen bij ons niet voor.    

                      

 

Gustaaf Van Gucht

Info of vragen: 0479 679 554

Comments