Monitoringlijst‎ > ‎

Beekschaatsenrijder

Schaatsenrijders zijn oppervlaktewantsen. Zoals alle wantsen hebben ze een lange steeksnuit (dus geen monddelen zoals kevers) waarmee ze prooien kunnen leefzuigen. Schaatsenrijders "roeien" over het water. Er zijn nog enkele andere oppervlaktewantsen, maar die zijn meestal kleiner en ze "lopen" eerder op het water (Vijverlopers,- Hydrometra, Beeklopers- Velia). De bekende schrijvertjes die over het water "krinkelen" zijn geen wantsen, maar kevers.



Er zijn een dozijn soorten schaatsenrijders, waarvan er drie opvallend groter zijn dan de andere (min. 12 mm). Bij die drie soorten is bovendien het laatste segment van het achterlijf doornvormig verlengd. Eén langvleugelige soort met opvallend lange antennes (Limnoporus rufoscutellatus) is zeer zeldzaam en de kans dan je die op een beek vindt, is uiterst klein. Een tweede soort, de Grote Schaatsenrijder (Aquarius paludum), is wel algemeen, maar vooral op (grote en kleine) vijvers. Grote Schaatsenrijders zijn lang- of kortvleugelig en als belangrijkste kenmerk reiken de doornen van het laatste achterlijfsegment tot aan of zelfs voorbij het achterlijf. Bij de Beekschaatsenrijder zijn die doornen korter. Bovendien is de Beekschaatsenrijder zo goed als altijd ongevleugend en komt ze zo goed als nooit op stilstaand water.


Soort

Lengte mm

Vlieg-vermogen

Generaties per jaar

Paargedrag

Jachtmethode

Habitat

Voor-komen in Vlaanderen








Aquarius najas

16.52 (vr)

12.88 (m)

ongevleugeld (apteer)

1

(2 onvolledig)

"monogaam" (duurzame vereniging in tandems)

Wijfjes verdedigen voedselterri-torium

Beken en kanaaltjes met stromend water

Zeldzaam, bedreigd en achteruitgaand


Aquarius paludum

15.17 (vr)

12.63 (m)

gevleugeld (macropteer) of kort-gevleugeld (brachypteer)

1 of 2 (partieel)

"polygaam" (kortstondige vereniging in tandems)

Open jacht zonder duidelijke territoria

Diverse, meestal grotere stilstaande waters

Algemeen, uitbreidend




Tabel: Verschillen tussen de Beekschaatsenrijder (Aquarius najas) en de Grote schaatsenrijder (A. paludum)


Beekschaatsenrijders spotten doe je best in het voorjaar (maart-juni). Dan zijn ze ook het eenvoudigst te tellen, omdat dan relatief weinig dieren aanwezig zijn en bovendien alleen adulte (volwassen) exemplaren die bovendien meestal gepaard zijn. Ook is de oevervegetatie dan nog weinig ontwikkeld zodat het wateroppervlak goed te overzien is. Maar als het gaat om zeer kleine populaties, kunnen deze aan de aandacht ontsnappen. Vanaf augustus zijn de populaties aangevuld met juvenielen (nymphen) van verschillende leeftijd en is het aantal adulte en subadulte dieren minstens 5 tot 10 maal groter dan in april. De determinaties en tellingen kunnen van op afstand gebeuren, gebruik makend van een verrekijker. Bij twijfel worden enkele dieren gevallen ter controle. Vooral bij solitaire dieren is voorzichtigheid geboden omdat het dan vaak gaat om individuen van de Grote schaatsenrijden (Aquarius paludum).




Goed en betaalbaar determinatiewerk voor oppervlakte- en waterwantsen: David Tempelman & Ton van Haaren. Water- en Oppervlaktewantsentabel van Nederland.

Comments