Interview met Inge Jansen

Begin pagina

Aat Sliedrecht sprak met Inge Jansen over haar werk n.a.v. haar deelname aan de open atelierroute Waard-art.

 

‘IK WIL MIJN SCHILDERIJEN LATEN ZIEN’

 

Het maken van een schilderij is een proces, dat heel klein begint en dan doorgroeit. ‘Soms weet ik ook niet wanneer het schilderij ‘af’ is. Aan het woord is Inge Jansen. In dit vraaggesprek vertelt ze over haar motivatie, over het toenemend belang in haar leven van schilderkunst. ‘Ik heb de behoefte om mijn schilderijen te laten zien. Ik vind het op de een of andere manier fijn als mensen geraakt worden. ‘ Het leven in de groene Betuwe heeft zo z’n sporen nagelaten. Vormen uit de natuur vormen belangrijke onderwerpen voor haar schilderijen. ‘Ik word getroffen door de vorm, heb behoefte aan kleur…..het brengt iets bij mij teweeg.’

 

Een natte zomer. Na thee in de tuin praten we binnen over haar werk. Inge Jansen is al een levenlang bezig met tekenen, schilderen. ‘Mijn vroegste herinnering zijn de kleurpotloden van Sinterklaas en een grote affiniteit met groen en blauw. Na de middelbare school wilde ik naar de academie. Maar ja, zo’n opleiding was niet zo gemeengoed en het is er niet van gekomen. Ik ben getrouwd en heb kinderen gekregen. Ook in die tijd heb ik altijd getekend. Ik heb nog portretten getekend in een café. Ik woonde toen op kamers in Haarlem en had les van kunstschilder Boot.

 

Oude wens

Maar die hang naar dieper erin duiken, naar meer kennis en vaardigheid bleef in al die jaren op de achtergrond aanwezig. ‘Ergens vond ik die behoefte terug, die wens om eigenlijk kunstschilder te zijn. Zo rond de jaren ’90  heb ik de draad opgepakt en heb ik mezelf de opdracht gegeven iedere dag  iets te maken en les te nemen.’ Inge vertelt hoe ze wonend in de Betuwe inmiddels op de Plantage in Tiel terecht kwam. Ze vertelt hoe ze daar een lerares trof die haar vroeg met welke wens ze gekomen was. En daar ging het over die oude wens om kunstschilder te worden. Zij begreep die wens maar al te goed en bood haar persoonlijke begeleiding aan. Drie jaar lang volgde ze daar het eerste deel van haar traject. Een individuele route die haar lerares van die dagen voor haar had uitgezet. Het was een zeer intensieve leergang. Op sommige momenten volgde ze wel drie cursussen naast elkaar en bleef er naast het thuiswerken, haar baan en gezin weinig tijd over.

De jaren van groei en opleiding komen terug nu ze er over vertelt. In de tuin is de zon weer gaan schijnen en legt een mooi zacht licht in de kamer. Ze vertelt over het vervolg van die jaren. ‘In Den Bosch werd door leraren van de kunstacademie Tilburg lesgegeven op een manier die me ontzettend aansprak. Je kon niet zomaar naar Akademos, zoals dat heette, toe en lang niet iedereen werd er toegelaten. Voordat je mocht deelnemen, werd je door de mangel gehaald. Je moest je werk laten zien, over je motivatie vertellen…Maar als dat goed zat, dan werd je toegelaten en ging je samen met hen de uitdaging aan om in twee jaren van avond- en vrijetijdsstudie te leren wat je normaal in 4 jaar academie leert.’

 

Bron

‘En in al die opdrachten, in al die begeleiding, in al dat aftasten ging het erom dat je uiteindelijk je eigen bron ontdekt.’ Daar praten we over want het zijn van die begrippen die zomaar wegglippen zonder dat je de betekenis kunt vastpakken. Inge vertelt hoe ze 24 tekeningen moest maken van één enkel steentje. 24 maal het steentje tekenen met een andere invalshoek: een steen waar je over heenloopt of een steen waar je in zit….Zo merk je hoeveel invalshoeken er zijn, hoeveel verschillende gevoelens en betekenissen je aan voorwerpen kunt geven. Een boek vol ervaringen waarmee je naar de werkelijkheid kijkt. Achter dat grote boek vol herinneringen, betekenissen en gevoelens zit een diepe kern in ieder mens. ‘Het is belangrijk dat je daarmee verbinding maakt,’ aldus Inge Jansen.

 

Als je met die diepe bron in jezelf contact gemaakt heb, kun je ook niet zomaar weer los. ‘Ik blijf schilderen zolang ik dat kan. Dat weet ik zeker. Meer dan een bezigheid is het voor mij een noodzaak en een fysieke behoefte. Ik word er gelukkig van. Lange tijd is het er sluimerend op de achtergrond geweest en nù weet ik dat het er altijd was en ik ben blij dat het naar voren gekomen is.’

 

 

Kunst en kunde

‘Je leert veel van anderen. Je ziet de oplossingen die anderen vinden, hoe ze schilderkundige problemen oplossen. Mooie plaatjes maken kunnen we bijna allemaal, dat kun je leren. Maar gaandeweg leer je ook door het commentaar van je leraren dat het niet in eerste instantie om ‘mooi’ gaat. Dan krijg je te horen, dat je weer teveel met je hoofd bezig ben geweest. Met je oordelen over van alles en nog wat, met al die etiketten die je voor je het weet weer ergens hebt opgeplakt. Dat heb ik af moeten leren, omdat je daarmee jezelf ontzettend in de weg zit.’

 

Het proces

Het kan niet uitblijven. Dan gaat het in ons gesprek over het werk dat in huis – bij gebrek aan ruimte in het eigen atelier- op meer plaatsen opvallend aanwezig is. Het ontstaan van een schilderij is een proces. ‘Soms weet ik ook niet wanneer het schilderij ‘af’ is. Ik denk dan wel dat het af is en toch verander ik er na een half jaar weer iets aan. Het stopt als je tot de conclusie komt dat dit het op dit moment is. Meer heb ik op dit moment niet te bieden, denk ik dan. Niet in dit schilderij. Soms weet ik dat er iets is wat niet goed is, maar dan kan het soms heel lang duren voordat ik weet wat ik er mee wil doen.’

Inge Jansen licht toe hoe ze soms beelden uitwist en over de oude verflaag heen aan iets nieuws begint. Ik vind dat rijk soms om over die geschiedenis, die oude lagen heen te werken. Dat werkt anders dan het schilderen op een maagdelijke ondergrond.’

 

Onderwerpen

‘Vroeger heb ik me wel door mensen, mensfiguren  laten inspireren. De laatste tijd schilder ik vooral bloemen die uitgebloeid zijn. Ik word getroffen door de vorm en de vergane kleuren…..het brengt iets bij mij teweeg.’

Inge neemt me mee naar de woonkamer. Daar hangen twee grote schilderijen met levensgrote bloemkelken in indrukwekkende kleuren. Veel meer dan een beeld van een bloem is zo’n schilderij  een gevoel dat je treft, een sfeer die van dat platte vlak op je afkomt. Dan lopen we de trap op naar haar atelier waar ze vele uren doorbrengt.  Daar op de schildersezel staat deel drie dat past bij de twee schilderijen in de woonkamer. Maar voordat we nu het begrip drieluik introduceren vertelt ze dat het eigenlijk meer om een vierluik gaat. Deel vier ligt gedroogd op de plank. Die bloem moet nog, vertelt ze, en dan pas zal ze van deze serie afscheid nemen.

 

Tenslotte

Eigenlijk is er naast zoveel andere nieuwsgierige vragen die nu niet gesteld worden nog één vraag die klemt. Waarom een website, waarom een tentoonstelling, waarom publiek. Je zou dit als een prachtige tijdvulling kunnen zien die je in stilte beoefent. ‘Ik heb de behoefte om mijn schilderijen te laten zien. Ik vind het op de een of andere manier fijn als mensen geraakt worden en als ze vrolijker en prettiger naar huis gaan. Het is mooi als er iets is dat raakt. Zelf vind ik dat schoonheid troost. Ik houd van werken waar ikzelf stil van word. Ik wil graag met anderen delen.’