Actueel‎ > ‎

Nieuwsbrief 2 - Over een (toe)reikende geestelijke gezondheidszorg.

In deze tweede nieuwsbrief van Mentalis leer je kennis maken met Talisman, brengen we een impressie van de Stuurgroepbijeenkomst van Mentalis en belichten we enkele goede praktijken van vruchtbare intersectorale samenwerking op vlak van preventieve en ambulante geestelijke gezondheidszorg.

Hoe 10/10 soms tien op tien is en soms ook niet

Ik moet, denk ik, beginnen met mij te excuseren tegenover mensen die geen kinderen hebben of nog geen kinderen hebben. Ik ga een voorbeeld uit mijn eigen leven nemen, een voorbeeld dat met één van mijn drie kinderen te maken heeft namelijk met ons dochtertje van 8. Door dit voorbeeld te nemen, wil ik zeker niets zeggen over mensen die geen kinderen hebben. En ook niets over mensen die wel kinderen hebben. Ik wil eigenlijk gewoon iets over mezelf zeggen.  En ons dochtertje, is het dochtertje van mijn vrouw (Lies) en mezelf. Mezelf noem ik meestal Talisman omdat ik vind dat ik voor het geluk geboren ben. En het is niet mijn bedoeling om, door de naam van mijn vrouw tussen haakjes te plaatsen, haar minder belangrijk te maken. In tegendeel, wat bij mij tussen haakjes staat, is soms nog het belangrijkste. Waarmee ik ook niet wil zeggen dat wat ik niet tussen haakjes plaats, niet belangrijk zou zijn. En ik weet dat wij een ‘klassiek’ gezin vormen. Maar ook daarmee wil ik niemand schofferen. Mensen in andere samenlevingsvormen, da’s allemaal oké voor mij.

Ons dochtertje van 8 dus, Marie, kwam op de vrijdag bij het begin van de herfstvakantie thuis van school met haar rapport. Maar eerst nog de namen van onze twee andere kinderen meegeven; anders krijg ik het met hen aan de stok. Onze oudste, ook een dochter, heet Hanne en is 10 jaar. Onze jongste, een jongen, heet Jules en is 4 jaar. Terug naar dat rapport van ons Marie. Daarop blonken een paar tienen. Mijn vrouw en ik waren heel fier. Ikke dus met complimentjes strooien naar Marie. Enkele uren later, toen ze alle drie gaan slapen waren, bedacht ik me dat de twee anderen wel héél stil waren toen ik kwistig was met complimentjes naar Marie. Mijn hoofd begon te tollen: door Marie zo complimenten te geven, maak ik prestatie wel heel erg belangrijk … da’s ni goe, da’s ni goe … heb ik onlangs niet in de krant gelezen dat kinderen depressief worden van zo’n prestatiedruk? Ik moest en zou het internet op om dat krantenartikel te zoeken. En inderdaad si, daar heb je dat artikel. Op de achtergrond hoorde ik mijn vrouw zeggen: “Maar zó straf stond dat toch niet in dat artikel?” En eigenlijk had ze wel een beetje gelijk.

Intussen werd mijn aandacht getrokken door een link die mij duidelijk maakte dat het onlangs, op 10 oktober, blijkbaar Internationale Dag voor de Geestelijke Gezondheid was. Ik zag ook links staan naar heel wat andere artikelen: een artikel waarin ze schreven dat het niet goed gaat met de geestelijke gezondheid van onze kinderen en jongeren, veel artikelen over zelfmoord ook, een aantal over geïnterneerden, een artikel dat zei dat ze depressie nu met een objectieve speekseltest kunnen vaststellen, een paar artikelen die hoge cijfers gaven over depressie of andere geestelijke gezondheidsproblemen, enkele interviews met mensen die zeggen dat het aan onze maatschappij ligt, ...

Er is wel een Internationale Dag voor de Geestelijke Gezondheid maar in Vlaanderen hebben we precies niet veel te melden over geestelijke gezondheid. Veel meer over geestelijke ongezondheid. Mag ik dat een beetje raar vinden? Er worden toch ook veel mensen geholpen door – hoe noemen al die beroepen – psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkers, … in organisaties waar je op gesprek kan gaan, via zorg thuis, in ziekenhuizen waar je in opname kan gaan, enzovoort. Zelfs in scholen, jaja. Mijn vrouw werkt in een school en daar hebben ze nu al heel wat jaren ‘zorg’ en NOG-begeleiding en zo. Mijn vrouw verbetert mij: “GON-begeleiding”. En ze zegt dat ook veel andere organisaties oog proberen te hebben voor psychische problemen en voor samenwerkingen daarrond. Dan bedenk ik me dat er in de állereerste plaats al die mensen zijn die man of vrouw, mama of papa, kind zijn, … van iemand met psychische problemen en dus dagelijks zorg dragen voor. En er zijn ook vrijwilligers die mee zorg dragen voor. Waarom lezen we niet meer over die – ja, zal ik maar zeggen – positieve kanten? Over mensen die herstellen en wie en wat daar allemaal bij helpt: omgeving, professionelen, vrijwilligers, … Over het riet dat niet per se geknakt moet zijn maar terug rechter kan komen te staan. Ik bedoel zeker niet dat het alleen maar een schoon verhaal zou zijn. Natuurlijk is er evengoed de pijn en zo, zowel bij de mensen met die problemen als bij hun familie. Ik denk trouwens dat die familie een pak meer ondersteuning kan gebruiken. Enfin, misschien ligt het aan mij maar ik heb de indruk dat we, in vergelijking met de nogal vele onheilstijdingen, te weinig over die andere kanten te lezen krijgen.

Mijn oog viel ook op een commentaarstuk in De Standaard van 25 februari dit jaar van ene Guy Tegenbos: De ene schande verbergt een andere. Daarin schrijft hij dat in ons landje veel te weinig geld gaat naar die geestelijke gezondheidszorg, zeker in vergelijking met wat er naar de rest van de gezondheidszorg gaat. Mag ik het ook een beetje raar vinden dat we dáár niet meer over lezen. Want dat is toch de kern van de zaak, nee? Net zoals hoe één en ander blijkbaar georganiseerd is. Guy Tegenbos zegt daarover dat veel meer geld moet gaan naar – wat hij met een mooi woord noemt – ambulante behandelingen. Of zoals in een lezersbrief in De Morgen van ongeveer een maand eerder (23 januari) zeer kort is verwoord: “[…] het aanbod staat in geen enkele verhouding tot de vraag.” Ik zou zeggen: ministers aller landen, verenigt u, en schuif de hete patat niet naar elkaar door! Of om het met de woorden van Kennedy te zeggen: “Don’t ask what your country can do for you, ask what you can do for your country.

Talisman

31 oktober 2014


Een impressie van de Stuurgroepbijeenkomst van Mentalis

De Stuurgroep Mentalis van 30 september bracht interessante inzichten met betrekking tot de werkzaamheid van intersectorale samenwerking met het oog op een geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg. Zo kregen we uitvoerig verslag over het intersectoraal project 'Werk Werkt!' waarbij arbeid de rode draad vormt tot herstel. Ook werd de Herstelacademie voorgesteld als een regionaal, intersectoraal concept vanuit het herstelparadigma waarbij het herstel van een positieve identiteit en het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen leven, centraal staan.

Met de aanwezigen gingen we op zoek naar een aantal richtinggevende, sturende principes voor een ‘Mentalis-programma’. Hierbij werden volgende centrale principes geformuleerd:

  • de centrale positie van de zorgbehoefte van de patiënt, de regie in handen van de patiënt;
  • de maatschappelijke verantwoordelijkheid tot realiseren van waarachtige inclusie en de intersectorale betrokkenheid bij de geestelijke gezondheidszorg vertrekkend vanuit verschillende domeinen (zorg, welzijn, wonen, arbeid, onderwijs, ...);
  • de preventieve invalshoek omdat ‘voorkomen beter is dan genezen';
  • generiek steeds de vraag stellen naar de verhouding tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde zorg en beleidsbeïnvloeding die resulteert in de juiste regelgeving en de nodige financiering.

Samen met vertegenwoordigers van familie, patiënten, preventiewerk en de verschillende maatschappelijke domeinen van zorg, welzijn, wonen, arbeid, onderwijs, … willen we op de volgende Stuurgroep tot een meer concreet ‘Mentalis-programma’ komen.


Vroeginterventie voor jongeren met riskant alcohol- of ander druggebruik

Jongeren zijn extra kwetsbaar voor middelenproblemen door alcohol- en druggebruik. Hun hersenen zijn nog volop in ontwikkeling, ze zijn minder gevoelig voor de negatieve gevolgen ervan en de adolescentie is een woelige periode met grote uitdagingen. Een vroege beginleeftijd van alcohol- of ander druggebruik vormt een risicofactor voor middelenproblemen op volwassen leeftijd. Vroegtijdig ingrijpen is dan ook de boodschap. In het project ‘Vroeginterventie via groepswerking’ werd een interventie ontwikkeld om jongeren die riskant middelen gebruiken inzicht te geven in hun gebruik en hen te motiveren om hun gedrag te veranderen. De interventie is kortdurend (3 à 5 sessies) en afgebakend qua inhoud en daardoor meer aanvaardbaar voor de jongere dan een klassieke behandeling. Voor heel wat jongeren is dit aanbod voldoende. Voor anderen blijkt er toch meer nodig. Zij worden doorverwezen naar verdere hulpverlening (al dan niet alcohol- en drugspecifiek). Jongeren in groep samenbrengen is sterk om hen te laten stilstaan bij hun gebruik. Als groepsdeelname niet mogelijk is, krijgt de jongere een individuele interventie op maat. Beginnende gebruikers zijn meestal (nog) geen vragende partij voor enige vorm van hulp, omdat ze het gebruik zelf (nog) niet als een probleem ervaren. Om deze jongeren vroegtijdig te identificeren is een nauwe samenwerking met partners uit de omgeving van de jongere essentieel. Zo worden via vroeginterventie zaken in gang gezet vanuit de bezorgdheid van de omgeving (ouders, school, voorziening, huisarts, ...). Ook aanmeldingen vanuit politie en parket zijn mogelijk. Dit project is een samenwerking van CGG Ahasverus, PK Broeders Alexianen, CAD Limburg, CGG Eclips, CGG VAGGA, Kliniek Sint-Jozef, CGG Largo en VAD (Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen). Het concept werd uitgewerkt in het kader van een project van het Fonds ter bestrijding van verslavingen (2007-2012). Momenteel wordt het verder gezet met Vlaamse projectsubsidies (tot maart 2015). Lees meer  over het draaiboek van de interventie. Contacteer Joke Claessens (VAD)  voor meer informatie.

 

PET een drieletterwoord dat staat voor psychiatrisch expertiseteam

PET is een realisatie binnen de 107-GGZ-hervormingsbeweging in de regio Noord West-Vlaanderen. Dit psychiatrisch expertiseteam, actief in subregio’s Oostende en Brugge,  werd gerealiseerd binnen de algemene contouren van functie 1B, waarbij vroegdetectie, vroeginterventie, toeleiding naar gespecialiseerde hulpverlening, coaching, adviesverlening, ... als kernelementen werden geformuleerd. Het CGG Noord West-Vlaanderen nam het voorzitterschap waar van de Werkgroep functie 1B. In een samenspel van GGZ-actoren en een breed scala aan vertegenwoordigers uit de eerstelijns zorg werd vrij snel en op een duidelijke manier een concept ontwikkeld. Er werd geopteerd voor een algemeen ondersteunende rol ten aanzien van de zorgaanbieders uit de eerste lijn wanneer zij geconfronteerd werden met (vermoedens van) ernstige psychische en psychiatrische problematiek. Alle zorgaanbieders uit eerste lijn kunnen telefonisch contact opnemen met een centraal aanmeldpunt, bemand door een PET-medewerker. Vanuit dit centraal aanmeldpunt kan onmiddellijk advies worden geformuleerd of een afspraak worden gemaakt voor verdere exploratie, bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de betrokken patiënt en zijn omgeving. Het resultaat van de exploratie wordt voorgelegd aan een multidisciplinair overleg dat behandelgericht/patiëntgericht denkt en adviezen formuleert (de ‘patiënttafel’) of netwerkgericht denkt en adviezen formuleert (de ‘netwerktafel’). Hier ligt de focus op het creëren van een netwerk van noodzakelijke hulp op patiëntniveau. Beide overlegtafels worden geleid door een arts van het CGG die ook de te volgen trajecten finaliseert. Vooral op niveau van de ‘netwerktafel’ ontmoeten verschillende sectoren en competenties elkaar: huisarts, welzijn, thuiszorg, wonen en reguliere GGZ. Om deze complexe taak met voldoende competentie te onderbouwen werd voorzien in een feitelijke samenwerking tussen de vroegere intakefunctie van het CGG en de voorhanden zijnde equipes PZT, deze laatsten hadden al heel wat ervaring met netwerkgericht werken en met intersectoraal werken. Daarnaast staat PZT in voor algemene deskundigheidsbevordering binnen de verschillende sectoren die kunnen worden geconfronteerd met psychische/psychiatrische problematiek. Deze deskundigheidsbevordering is vooral gericht op vroegdetectie en vroeginterventie: inschatten van eerste signalen, motiverende gespreksvoering, … Op deze manier slagen we er in om een multidisciplinair onderbouwd en intersectoraal uitgevoerd aanbod te formuleren, en dit zowel bij beginnende, pas gedetecteerde problematiek als bij reeds langdurige multiproblem fenomenen. Voor meer informatie over PET regio Noord West-Vlaanderen klik hier

 

Tevreden buddy’s en deelnemers bij Buddywerking Vlaanderen

Buddy’s staan telkens opnieuw klaar voor hun deelnemer, iemand met een langdurige psychische kwetsbaarheid, en vormen zo het hart van Buddywerking Vlaanderen. Op zaterdag 11 oktober 2014 wou Buddywerking Vlaanderen met deze eerste Buddydag al haar vrijwilligers bedanken voor hun bijzondere en waardevolle inzet. In aanwezigheid van Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen, meter Danni Heylen en peter Wannes Cappelle, werden op deze ontmoetingsdag de vrijwilligers, actief binnen Buddywerking Vlaanderen, extra in de bloemetjes gezet voor hun bewonderingswaardige engagement met tevreden buddy’s als resultaat. Maar niet alleen de betrokken vrijwilligers blijken tevreden over Buddywerking Vlaanderen. Buddywerking Vlaanderen voerde dit jaar een tevredenheidsbevraging uit in opdracht van minister Jo Vandeurzen. Het onderzoek peilde naar de tevredenheid van (wachtende) deelnemers en vrijwilligers en wil hiermee in de toekomst richting geven aan het opstellen van aanbevelingen of verbeteracties. De bevraging wees uit dat zowel deelnemers als vrijwilligers in hoge mate tevreden zijn over de werking van Buddywerking Vlaanderen en in lijn van ander (internationaal) vergelijkbaar onderzoek werd aangetoond dat een buddywerking een positieve invloed kan uitoefenen op het leven en welbevinden van deelnemers. Uit het onderzoek nemen we ook enkele aandachtspunten mee zoals het inzetten op (alternatieven tijdens) de wachttijd, het inzetten op naambekendheid en het meer voorzien van opvolging.

Buddywerking Vlaanderen werd eind 2011 door de Vlaamse overheid structureel ingebed in Vlaanderen en Brussel en overkoepelt 13 regionale werkingen verspreid volgens de CGG-werkingsgebieden. Deze regionale buddywerkingen zitten ingebed in een netwerk van organisaties binnen de GGZ en het vrijwilligerswerkveld die samen werk maken van de implementatie en uitvoering van de regionale buddywerking. Concreet gaat dit over organisaties zoals Initiatieven Beschut Wonen, DAC, CAW, PAAZ, mutualiteiten, ... Daarnaast is er – indien van toepassing – aansluiting door de regionale buddywerkingen bij het overleg met betrekking tot functie 3 binnen Artikel 107. Meer informatie over Buddywerking Vlaanderen, de Buddydag en de tevredenheidsbevraging vindt u hier.


KOPP OP!

Het Limburgs initiatief, KOPP OP! (Kinderen van Ouders met een Psychiatrische Problematiek - Ondersteuning en Preventie), richt zich exclusief naar kopp-kinderen en koap-kinderen (kinderen van ouders met een alcohol problematiek) en hun leefomgeving. Het heeft als doelstelling het voorkomen van negatieve gevolgen op korte en lange termijn en het versterken van beschermende factoren bij deze kwetsbare kinderen. KOPP OP! heeft vanuit deze doelstelling een belangrijke preventieve opdracht.  Uit onderzoek is gebleken dat psychiatrische problemen bij één van de ouders een ernstige belasting vormen voor de geestelijke gezondheid van hun kinderen. Deze kinderen hebben een groter risico op het ontwikkelen van emotionele en gedragsproblemen op korte termijn en een psychiatrische problematiek op lange termijn (Adriaenssens, 1997). KOPP OP! werd opgericht in 2005 door CGG DAGG, Similes en Psychiatrisch Ziekenhuis Asster. Het project kreeg in het verleden steun van de provincie Limburg, de Koning Boudewijnstichting en heeft momenteel een samenwerking met Familieplatform Geestelijke Gezondheid. Het project bestaat uit drie modules. In de eerste module worden - door het organiseren van een meldpunt (telefonisch, email, sms en post) - infoverstrekking, kortdurende begeleidingen en groepsbijeenkomsten geboden aan kopp/koap-kinderen tot 18 jaar en hun ouders. Het tijdig informeren, ondersteunen en begeleiden van deze kinderen biedt immers bescherming tegen het ontwikkelen van latere problemen. De tweede module is gericht op het sensibiliseren en vormen van hulpverleners uit het brede werkveld omtrent deze thematiek. De derde module behelst wetenschappelijk onderzoek. Het project werd in samenwerking met de Universiteit van Hasselt wetenschappelijk geëvalueerd, met als peilers: de impact van de ondersteuning van de kinderen en jongeren die rechtstreeks in contact komen met het project, de impact van de vorming voor hulpverleners en onderzoek naar de mogelijke maatschappelijke implicaties van het project. Het wetenschappelijk onderzoek is inmiddels afgerond en hieruit blijkt dat de methodiek van KOPP OP! werkt (rapport is verkrijgbaar bij KOPP OP!).

Verdere informatie: KOPP OP! of op het nummer 0472 28 99 39. Namens het KOPP OP!-team, Marc Geebels.