Beginpagina‎ > ‎Nieuws en agenda‎ > ‎Nieuws‎ > ‎

Lezing 21 mei 2019 over Best en Oirschot: Een historische band

Geplaatst 23 apr. 2019 11:20 door Ton van Erp   [ 23 apr. 2019 11:20 bijgewerkt ]
Best bestaat ongeveer duizend jaar. Achthonderd jaar daarvan was Best een onderdeel van de vrije heerlijkheid Oirschot. De inwoners van Best genoten dezelfde voorrechten en hadden dezelfde lasten als de inwoners van de andere herdgangen van de heerlijkheid. De geschiedenis van Oirschot is dus grotendeels ook de geschiedenis van Best. 

Oirschot was van oudsher een van de hoofdplaatsen van Kempenland en het belangrijkste dorp van de streek. In 1526 was Oirschot met in totaal 778 haardsteden (woonhuizen) veruit de grootste plaats van het kwartier, ruim drie keer zoveel als de tweede grootste plaats (Lommel) en meer dan 550 huizen meer dan de enige plaats met stadsrechten in Kempenland, Eindhoven. 
Vanaf de Karolingische tijd was Oirschot een centrum van Christendom, de (veronderstelde) geboorteplaats van Sint-Odulphus en in het bezit van een kapittel en twee belangrijke kerken: de Mariakerk, een van de oudste Romaanse kerken van Nederland, en de Sint Petruskerk, een schoolvoorbeeld van Brabantse gotiek die in 2013 door de Paus tot basiliek werd verheven. Oirschot was een vrije heerlijkheid met hoge jurisdictie, wat onder andere tot uitdrukking komt in een voornaam raadhuis dat dateert uit 1513. Tot Oirschot behoorden acht herdgangen, waarvan drie gelegen waren in de huidige gemeente Best. Het centrum van Oirschot, de Kerkhof geheten, had een stedelijk aanzien. 

De neergang van Oirschot begon in de achttiende eeuw: de nieuwe steenweg van Den Bosch naar Luik (de huidige A2) passeerde het centrum van Oirschot op vele kilometers. In de negentiende eeuw ging ook de spoorlijn van Tilburg naar Eindhoven aan Oirschot voorbij. De neergang van Oirschot tekende de opkomst van Best, die door een gunstige ligging aan weg en spoor in de twintigste eeuw uitgroeide tot een economisch centrum. Tegelijkertijd betekende de teloorgang echter uiteindelijk een zegen voor het historische aanzien van Oirschot, dat nu geldt als een van de mooist bewaarde plaatsen van de Meierij.  
De lezing gaat in op de rijke geschiedenis van de heerlijkheid Oirschot, en schetst de verhouding tussen de inwoners van Best en het dorpsbestuur van de heerlijkheid tot aan de “Bexit”. 

Anton Neggers (van Christiaan van Toon van Sjef van Toon de Smid, Boxtel, 1959) is jurist en werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.  
Als genealoog en regionaal historicus is hij met name gespecialiseerd in de geschiedenis van de Meierij van ’s-Hertogenbosch en in het bijzonder van Oirschot en Best. Anton publiceert over genealogie en regionale geschiedenis, over onderwerpen als het plaatselijk bestuur in de achttiende eeuw, de politieke reformatie en strafprocesrecht. Zijn artikelen verschenen onder andere in Campinia, de Brabantse Leeuw, InBrabant en Gens Nostra. In 2007 verscheen zijn boek Schelmen en Hontsvotten Werck, over de moord op de drossaard van Oirschot in 1735. Anton is voorzitter van de heemkunde kring de Heerlijkheid Oirschot.