Hieronder worden alle berichten boven elkaar weergegeven: de laatste bovenaan.
Scroll naar beneden om ze te zien. Om een bericht te openen: klik op de titel.

Meer dan 20 miljoen studenten en leerlingen gebruiken Google Apps for Education

Geplaatst 16 jun. 2013 14:03 door Jan Kraaijenbrink


Software as a service has been one of the key disruptors of technology in higher education. The ability to move applications and services into the cloud frees up IT staff to focus on infrastructure and classroom technology. In the case of Google Apps for Education, it also relieves some of the pressure on colleges’ budgets.

Available at no cost to students and faculty, Google Apps includes cloud email, storage, hosting, word processing and collaboration tools. Previously, colleges were forced to invest millions in these services and struggled to modernize outdated technology, not to mention maintain email servers and data centers. Microsoft has followed suit with their Office 365 solution, and the cloud revolution is in full swing on campuses.


Notre Dame is a great example of a university that has benefited greatly from cloud email. They moved 18,000 users to Google Apps and realized the benefits in a big way:

The team noticed immediate results in user satisfaction. People increased their use of email, had 20% fewer questions for the Help Desk, and indicated a 36% increase in IT satisfaction since the migration to Google Apps (data provided by IT annual survey). What’s more, the IT team determined that by switching students over to Google Apps, they were able to realize $1.5 million in savings.


EDUCAUSE examined the benefits of Google Apps in a 2008 white paper, but the advantages are the same today as they were then:

Particularly for higher education, the notion of providing software to constituents as services rather than as products offers several key benefits. Such an approach transfers responsibility for software updates and maintenance away from the institutional IT department, freeing IT staff from a considerable amount of software support. The resources saved can be directed at making the IT department more innovative and agile, attributes that are increasingly important in responding to rising student expectations of technology on campus. Sharing content is as simple as granting someone access, which facilitates collaboration without having to transfer files or worry about software compatibility.

- See more at: http://www.edtechmagazine.com/higher/article/2013/05/google-apps-education-leading-way-cloud-based-campus#sthash.9Z2rJkjq.dpuf


Sugata Mitra : Help me design a School in the Cloud!

Geplaatst 13 mei 2013 14:51 door Jan Kraaijenbrink

  

Sugata Mitra makes his bold TED Prize wish: Help me design the School in the Cloud, a learning lab in India, where children can explore and learn from each other --
 using resources and mentoring from the cloud. Hear his inspiring vision for Self Organized Learning Environments (SOLE), and learn more at tedprize.org.

En de uitslag: 
Cloud

“My wish is to help design the future of learning by supporting children all over the world to tap into their innate sense of wonder and work together. Help me build the School in the Cloud, a learning lab in India, where children can embark on intellectual adventures by engaging and connecting with information and mentoring online. I also invite you, wherever you are, to create your own miniature child-driven learning environments and share your discoveries.”


THE PLAN

Recruit technology, architecture, creative, and educational partners to help design and build the School in the Cloud, a physical building in India, designed to try out a range of cloud-based, scalable approaches to self-directed learning.

Contribute to the global network of educators and retired teachers who can support and engage the children through the web.

Engage communities, parents, schools and afterschool programs worldwide, to transform the way kids learn, by sharing the Self Organized Learning Environment’s (SOLE) toolkit, how-to videos, and educational resources.

Work with the TED community to implement various controlled experiments in the School in the Cloud laboratory in India.

Gather feedback from the School in the Cloud laboratory and the global community of SOLE educators to help shape the future of learning. The feedback will be used to create a blueprint, free for others to copy and scale, and a web-based public commons of educational resources.

The Sundance Institute | TED Prize Filmmaker Award
The award will grant a filmmaker $125,000 for a short documentary film project about Sugata and his wish. Proposals will be accepted March 1st through Apr 15, 2013. The winning proposal will be announced at TEDGlobal in Edinburgh. More about Sundance Institute and TED »



















3 digitale scholen met elkaar vergeleken

Geplaatst 25 apr. 2013 12:20 door Jan Kraaijenbrink

Tussen de tien en vijftien Steve Jobsscholen starten in augustus. Deze iPadscholen gaan onderwijs bieden met behulp van apps van Apple. Er zijn meer scholen die intensief gebruik maken van ict: de Sterrenschool werkt met Microsoft en de Cloudschool met Google. Hoe onderscheiden deze digischolen zich van elkaar en wat is hun meerwaarde? ..lees verder

    of lees het volledige blad:  






Ruim helft docenten maakt zelf wel eens digitaal leermateriaal

Geplaatst 6 apr. 2013 08:34 door Jan Kraaijenbrink

Helft gebruikt digitaal leermateriaal door docenten is open

Docenten gebruiken ongeveer evenveel open als gesloten digitaal leermateriaal, zo blijkt uit de resultaten van het Wikiwijs-onderzoek 2012 onder 1.568 docenten uit het po, vo, mbo, ho en wo. Het aandeel open leermateriaal is het hoogst binnen het hoger en wetenschappelijk onderwijs (65%) en het laagst in het primair onderwijs (47%). Het onderzoek bevraagt docenten uit alle onderwijssectoren jaarlijks over het gebruik van (open) digitaal leermateriaal in het onderwijs. Eind 2009, vóór de lancering van Wikiwijs, werd een start gemaakt met het bevragen van docenten. Begin 2011 vond de tweede meting plaats. Inmiddels zijn de resultaten van de derde meting openbaar.

Professionalisering van docenten

Het Wikiwijs-onderzoek probeert meer zicht te krijgen op de processen die bepalend zijn voor het inzetten van ict, en meer specifiek (open) digitaal leermateriaal, door docenten. Ook professionaliseringsaspecten zoals ict-vaardigheden, spelen daarbij een rol. Op basis van het jaarlijkse onderzoek is het mogelijk verschuivingen te ontdekken in het ict-gebruik onder docenten. Tegelijkertijd kunnen uit de conclusies ook activiteiten worden afgeleid en geformuleerd voor het bevorderen ervan. Deze activiteiten krijgen hun neerslag in het inhoudelijke programma van Wikiwijs.

Open en gesloten digitaal leermateriaal

Naast het zoeken, maken en delen van leermateriaal was er dit jaar speciale aandacht voor de inzet van open en gesloten digitaal leermateriaal. Met open leermateriaal wordt digitaal materiaal bedoeld dat online vrij beschikbaar is voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van deze materialen is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Er zijn geen restricties aan de vorm van deze leermaterialen. De resultaten laten zien dat het gebruik van open en gesloten leermateriaal door docenten in evenwicht is (52% versus 48%).

Ruim helft van de docenten maakt zelf digitaal leermateriaal

Ook blijkt dat docenten steeds vaker zelf aan de slag gaan met het maken van digitaal leermateriaal. Meer dan de helft van de docenten ( 54% in 2012) maakt wel eens leermateriaal. In het hoger onderwijs en in het voortgezet onderwijs liggen de percentages het hoogst (hbo/wo: 77% en havo/vwo: 67%). In het primair onderwijs geeft 42% van de docenten aan zelf digitale leermiddelen te maken. Het minst vaak passen docenten bestaand digitaal leermateriaal aan voor hergebruik.

Delen van leermateriaal: meestal op school, minst via internet

Het delen van digitaal leermateriaal gebeurt meestal op school en het minst via internet. Uit de eerdere meting bleek dat 78% van de docenten, die leermateriaal maken en/of bewerken, bereid waren leermateriaal te delen met anderen op school of via internet (intentie). Dit jaar was er aandacht voor het feit of men ook daadwerkelijk deelt (waargenomen gedrag); 60% van de docenten geeft aan soms digitale leermaterialen te delen op school of via het internet.

Docenten achten zichzelf competent om digitaal leermateriaal in te zetten

Een meerderheid van de docenten heeft vertrouwen in eigen kunnen als het gaat om het gebruik van digitale leermaterialen. Acht op de tien docenten is er zeker van in staat te zijn digitale leermaterialen in te zetten in lessen. Ervaringen in de praktijk en aanvullende onderzoeken als het Wikiwijs-usability onderzoek maken duidelijk dat bij docenten soms wel degelijk vragen bestaan over het gebruik van tools als Wikiwijs en het maken en arrangeren van digitaal leermateriaal.

Deze en alle overige resultaten uit het onderzoek zijn te lezen in de Onderzoeksrapportage Wikiwijs 2012. Daar wordt ook aangegeven wat de impact van de bevindingen is voor het programma Wikiwijs.

Over Wikiwijs

Wikiwijs is het platform voor het zoeken, gebruiken, maken en delen van open, digitaal leermateriaal voor docenten van po tot en met wo. Wikiwijs is in 2009 in opdracht van het ministerie van OCW door de Open Universiteit en Kennisnet ontwikkeld. Op 1 maart 2011 is het tweede programma 'Open leermateriaal in duurzaam perspectief' gestart, waarin het platform de komende jaren wordt doorontwikkeld in nauwe samenwerking met docenten en organisaties in het onderwijsveld.

Bron: Open Universiteit Nieuwsbericht 29 augustus 2012  http://www.ou.nl/eCache/DEF/2/47/932.aD0x.html

De eerste ECO-groep

Geplaatst 6 apr. 2013 03:27 door Jan Kraaijenbrink

Educatieve content ontwikkeling is niet alleen een zaak van uitgevers. De ware specialisten voor het maken van educatief materiaal staan voor de klas. Het is hun professie om dag in , dag uit geschikt leermateriaal te vinden dat past bij wat hun leerlingen nodig hebben. Het is zo dat het leerkrachten niet is gegeven om voor elk kind 'maatwerk' te leveren. Dat zou heel veel tijd vergen van de leerkracht om 1:1 precies dát pakketje aan lesstof voor te leggen aan ieder kind. 'Klassenmanagement' , oftewel het systeem om zo efficiënt als mogelijk lesmateriaal op maat klaar te zetten, is een mooi streven maar het zou wel makkelijk zijn als dat lesmateriaal op een tijdsbesparende manier beschikbaar kan zijn. Het gaat om 'arrangeren' van lesstof. Hoe fijn zou het zijn om daar een 'arrangeertool' voor te hebben? 

In regulier onderwijs kunnen leerkrachten haast niet anders dan het meeste van de lesstof uit methodes te halen. Door tijdgebrek lukt het leerkrachten veelal niet om daar verrijkende of remediërende lesstof bij te vinden. Het voordeel van digitale lesstof komt hierbij tot zijn recht: je kunt het 'erbij' doen, náást de lesstof uit de boeken. Het medium van internet maakt het ook mogelijk om niet alleen geschreven taal, maar daar ook geluid , beeld en zelfs interactiviteit ( bv serious games ) aan toe te voegen. 

Er is echter een probleem: om leerstof , via methodes én digitaal, zó aan te bieden dat we binnen de schaarse leertijd van '1000 of 1040 onderwijsuren' ( het formele leren ) het maximale uit ieder kind halen is bijna niet te doen. Niet alleen dat, maar ook het gebrek aan structuur van de extra en digitale lesstof is een belemmering voor 'effectief leren.  Methodes van uitgeverijen hebben wel een structuur: zij hebben de lesstof systematisch gerangschikt volgens leerlijnen om zodoende de kerndoelen te behalen of aan de exameneisen te kunnen voldoen. 

Met het concept van Cloudschool in de hand is dit de volgende uitdaging: hoe kunnen we webcontent ( oftewel: digitale lesstof of open leermateriaal ) zodanig te structureren dat het aansluit op het gesloten leermateriaal? De structuur van leerlijnen zal voor verbinding moeten zorgen. 
Het is veel werk. Om uit de veelheid aan webcontent geschikte en passende lesstof te halen vergt specialisme. Cloudschool propageert daarom co-creatie in het onderwijs: organiseer groepen van leerkrachten die met elkaar op systematische wijze de webcontent gaan structureren. 

Met enige trots kunnen we zeggen dat binnen de leergemeenschappen van Cloudschool ( zie http://cloudschool.nu ) zich nu de contouren aftekenen om met groepen leerkrachten aan de slag te gaan. De kerntaak van zo'n ECO-groep moge duidelijk zijn: breng de structuur van leerlijnen aan in webcontent / open leermateriaal.  Tijdens de presentatie van Cloudschool op 10 april ( IPON 2013 - Gewoon Speciaal ) : 'Werken met leerlijnen in een adaptieve leeromgeving' lichten we een tipje van de sluier op.   Maar zeker is:  de eerste ECO-groep is een feit. 

Co-creatie in het onderwijs

Geplaatst 3 mrt. 2013 14:43 door Jan Kraaijenbrink

Google Apps for education is een typisch voorbeeld van wat social media kan betekenen voor het onderwijs. Cloudwise als learning management systeem is op dit platform gebaseerd; leerlingen hebben hiermee een gepersonaliseerde leeromgeving en bovendien biedt het allerlei mogelijkheden om te communiceren met de leerkracht. Doch: cloudwise is 'slechts' een 'container' voor digitale leermaterialen. De leermaterialen moeten er nog wel in gestopt worden. En dan komen we bij het spannendste deel van wat Cloudschool voor ogen heeft: hoe krijgen we op een betaalbare manier kwalitatief hoogwaardige leermaterialen in de leeromgeving? 

Co-creatie [ een vorm van samenwerking op basis van enthousiasme, daadkracht en focus op het resultaat ] biedt veel kansen om met name digitale leermaterialen in gezamenlijkheid te ontwikkelen. En tegelijk is het ook een zeer ingewikkeld proces met vele valkuilen. 
Het TNO heeft co-creatie in het onderwijs onderzocht. Arnout de Vries , een van de onderzoekers, heeft er een artikel aan gewijd hetgeen de moeite waard is om te lezen:  Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit ( 25 mei 2012 ). Er is ook een whitepaper beschikbaar: klik hier voor Een roadmap voor cocreatie in het onderwijs  

Het concept van Cloudschool streeft het gezamenlijk ontwikkelen van een duurzame ( betaalbaar en kwalitatief hoogwaardig ) digitale leeromgeving na voor PO , SO-VSO, VO en MBO na. Het onderzoek van TNO onderschrijft het belang van co-creatie voor het onderwijs. 
Maar ook dat het lastig is in te passen in het onderwijs. Er worden 3 barriëres genoemd die co-creatie in het onderwijs moeilijk maken:
  • Veel onderwijsinstellingen ontberen voldoende visie over ondersteunende processen en de rol die ICT hierin spelen. 
  • De initiatieven die we nu zien worden met name vanuit een grassroots aanpak gestart.
  • Een didactisch verantwoorde inzet van digitale leermiddelen is vaak onderbelicht gebleven in de lerarenopleiding. 
Vanuit de ervaringen van Cloudschool noemen we nog meer 'hobbels op de weg':
  • Met name in het reguliere onderwijs zijn leerkrachten gewend geraakt aan het gebruik van door uitgeverijen samengestelde methodes. Dat is makkelijk voor leerkrachten maar worden daardoor minder bewust van de onderliggende leerlijnen. Ook het benoemen van de leerdoelen en het planmatig en geïndividualiseerd leerplannen samenstellen raakt meer op de achtergrond. Overigens zijn we het er over eens dat de meeste leerkrachten daar te weinig tijd voor hebben. 
  • Uitgeverijen hebben er alle belang bij om de klandizie van scholen voor hun methodes te behouden. Men zou kunnen zeggen dat er zelfs sprake is van een 'lock-in' systeem waarbij scholen nauwelijks in staat zijn om 'het beste van meerdere methodes' te kunnen kiezen. De financiële middelen van scholen  zijn doorgaans daartoe niet toereikend.
  • Het digitaal maken van complete methodes ( d.w.z. volledige leerlijnen ) is nog lang niet gerealiseerd. Voorlopig blijft dat beperkt tot 'ondersteunende software' van de (papieren) studieboeken. 
  • Het verdienmodel van de  uitgeverijen is afhankelijk van het systeem van betalen. Digitaal leren op basis van cloudcomputing behelst een 'pay per use-syteem' en dat is nog lang niet zodanig ontwikkeld dat dit binnenkort zal worden ingevoerd. ELO's moeten zich behelpen met licenties voor alle leerlingen per school.
  • De wereld van ketenpartners die in staat zouden zijn om digitale leermaterialen te ontwikkelen en beschikbaar te stellen is nog dermate complex dat er nog heel veel hobbels zijn te nemen. Het ECK-traject , gedragen door Kennisnet , is wel op de goede weg. ( ECK = Educatieve Content Keten ) bewandelt deze weg om met alle ketenpartners één standaard af te spreken waar alle content aan moet voldoen. 

Hoe zit het nu met digitaal leermateriaal?

Geplaatst 17 feb. 2013 10:52 door Jan Kraaijenbrink


Tja...alle berichten over ELO's ten spijt: er is nog nergens een ELO waarbij voor alle vakken volledige curricula digitaal beschikbaar zijn. Wil je een volledige leerlijn ( bijv. rekenen en wiskunde voor groep 1 t/m 8 ) dan kun je nu nog alleen uit de voeten met boeken ( methodes, uitgebracht door uitgeverijen ) . Natuurlijk, de meeste uitgeverijen zijn hard bezig die methodes te digitaliseren, maar vooralsnog zijn het digitale 'aanvullingen' op de methodes in boekvorm. 
Ongetwijfeld zal het deels te maken hebben met het 'verdienmodel' van uitgeverijen om niet de volledige methodes te digitaliseren, maar daarnaast zijn er ook nog heel wat lastige hobbels te nemen. 
In dat opzicht wordt er wel heel hard aan gewerkt om digitaal leermateriaal vanuit uitgeverijen door te ontwikkelen en beschikbaar te maken via een digitaal portaal.

MinOCW heeft aan Kennisnet opdracht gegeven de zogenaamde 'Educatieve Content Keten ' te onderzoeken. Dit gebeurt o.a. door met regelmaat alle 'ketenpartners' die te maken hebben met educatieve content ( uitgeverijen , IT-bedrijven ,logistieke bedrijven, scholenveld / sectoren ) om de tafel te vragen. Met elkaar zijn een aantal standaarden afgesproken waarmee de (complexe) samenwerking tussen alle partners beter mogelijk moet zijn. Voor meer informatie kun je goed terecht bij de website die er voor in het leven is geroepen: http://www.educatievecontentketen.nl
Op deze website kun je zien dat het hebben van een ID ( van de leerling ) essentieel is om te weten: dan kan daar een logbestand aan gekoppeld worden ( o.a. om de vorderingen bij te houden), zodat ook een leerlingprofiel ( NAW-gegevens , gegevens over leerstijl etc. ) kan worden aangemaakt.  Dat roept meteen de vraag op hoe met privacy-gevoelige informatie moet worden omgesprongen ( in Nederland hebben we vooral te maken met de Wet Bescherming Persoonsgegevens ) .  En: ELO's die gebruik maken van een 'pay per use' systeem zullen afspraken moeten maken met de leveranciers hoe er betaald wordt voor het 'online' gebruiken van digitale content. 

En zo zullen nog vele knelpunten moeten worden opgelost vooraleer we kunnen spreken van 'volwaardige ELO's' die de hele bandbreedte aan digitale content zullen kunnen ontsluiten. Tot het zover is , kunnen scholen wel gebruik maken van lms-systemen waar naar believen digitale content in kan worden gestopt. 

Op dit moment is 'gesloten leermateriaal'( methodes die volledige leerlijnen afdekken ) dus nog niet voorhanden, maar kunnen scholen wel gebruik maken van vele educatieve webapplicaties ( al dan niet commercieel ) en van 'open leermateriaal' ( zoals 'digischool' en 'open source'-materiaal door communities ontwikkeld  ) .

Kennisnet heeft hierin ook een mooie taak gerealiseerd door digitale leermaterialen te inventariseren en te rubriceren per vakgebied en per onderwijssector ( PO, VO en MBO ) 
Het is zeker de moeite waard om deze inventarisatie eens langs te lopen:

Voor de gebruikers van Cloudwise : in principe is alle genoemde educatieve webcontent te 'linken' vanuit Cloudwise. Ook commerciële software. 'Pay per use' is nu (nog) niet mogelijk maar het is bijvoorbeeld al wel mogelijk om betaalde software te virtualiseren en in de cloud te hangen waar je vanuit Cloudwise naar 'linkt'. Veel scholen hebben nog 'cdrom-servers'. Dat heeft veel nadelen ( technisch veel rompslomp en duur ) en kan in deze tijd van cloudcomputing makkelijker en goedkoper *.

* wie daar meer van wilt weten: stuur een mailtje naar info@cloudwise.nl 




Chromebox of Chromebook?

Geplaatst 3 feb. 2013 10:53 door Jan Kraaijenbrink

Chromebooks ( de laptop die werkt in de cloud ) lijken vooral in Amerika nu voorgoed door te breken. Zo goed zelfs dat er nog steeds problemen zijn met levering in Europa. Maar als het gaat om toepassing in het onderwijs is het misschien niet zo'n gek idee om ook eens naar het 'broertje' van Chromebook te kijken: de Chromebox.  Lees hier meer over Chromebox
In feite is het een 'thin cliënt' ( een uitgeklede pc , zonder harde schijf,  die direct toegang gaf tot een lokale server, alle software draait vanaf de server) maar in dit geval is de 'server' vervangen door de 'cloud'. 
Deze 'cloud' biedt indrukwekkend veel:   10.000-en apps in de appstore waarvan de meeste gratis en bovendien wordt je chromedevice automatisch altijd up-to-date gehouden. 
Chromebox biedt scholen groet voordelen. We noemen er enkele:
  • Duurzaam. Het heeft weinig mechanische onderdelen die snel kapot kunnen gaan. Ook de software blijft voortdurend bij de tijd. Er is alleen maar rekenkracht nodig voor het opbouwen van het beeld ; het 'zware werk' voor de applicaties gebeurt immers allemaal op het internet in de grote datacenters over de hele wereld. Het zou zo maar kunnen dat een Chromebox ook na 10 jaar nog steeds optimaal functioneert voor het gebruik in school. 
  • Goedkoop. De meeste scholen zullen werken met een investeringsplan waarbij een computer in X aantal jaren worden afgeschreven. Waar PC's doorgaans per jaar 150,- per jaar aan afschrijflasten wordt geboekt, zou 50,- per jaar kunnen volstaan voor een chromebook. Bij een gelijkblijvend budget zou een school dus 3x méér computers in huis kunnen halen* 
  • Makkelijk. Systeembeheerders zullen nauwelijks nog last hebben van pc's die uitvallen vanwege mankementen aan software of hardware.  Het centraal 'beheren' van chromebooks en chromebox kan met behulp van speciaal daartoe ontwikkelde software ( via netwerkbeheer ) . Lees hier meer over beheer.  

Misschien is het grootste voordeel voor scholen wel dat zij hun krappe budgetten minder hoeven te besteden aan ICT-infrastructuur en meer ruimte hebben voor het onderwijs zélf. 
De eerste scholen(groepen) hebben zich al aangediend om het werken in de cloud te vergemakkelijken door chromedevices aan te schaffen. 
Scholen die dit overwegen raden wij aan contact te leggen met Huig Ouwehand van G-company:  huig@cloudwise.nl.  Voor een onafhankelijk advies kun je natuurlijk ook terecht bij Cloudschool: info@cloudschool.nu 
 








Chromebooks: bij uitstek geschikt voor het onderwijs

Geplaatst 26 dec. 2012 09:28 door Jan Kraaijenbrink

Chromebooks bestaan al een tijdje, maar tot dusver waren ze eigenlijk te duur voor scholen om massaal over te stappen van laptops naar chromebooks. Daar lijkt nu verandering in te komen. Maar voor we verder gaan: wat zijn Chromebooks? En: wat betekenen ze voor het onderwijs? 

Een informatief filmpje ( Youtube; Engelstalig ) : http://www.youtube.com/watch?v=mSbZQNJwPuI

Zowel Samsung als Acer komen nu met nieuwe modellen die veel meer bieden voor minder geld. Officieel zouden ze nu ook in Nederland in de winkels moeten liggen, maar het succes in VS en UK is zo groot dat de productie de vraag niet kan bijbenen. Cloudschool heeft sinds kort wel enkele exemplaren in huis om uit te proberen in de digitale leeromgeving van Cloudwise. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Het werkt snel en makkelijk en rekent af met vele problemen die we nog wel tegenkomen met andere devices zoals laptops en tablets. Als we het echt goed willen testen hebben we eerst meer chromebooks nodig om het bij een grotere groep van leerlingen uit te proberen. Cloudschool heeft echter geen 'eigen geld' en daarom zoeken we nog sponsors.  

Wie Chromebooks wil aanschaffen voor het onderwijs, raden we aan om contact met ons op te nemen. Het is makkelijker en goedkoper om gezamenlijk in te kopen via import uit Amerika of Engeland. Afhankelijk van het model moet je dan denken aan een bedrag tussen 300 en 400€. 
Sponsors of afnemers van chromebooks kunnen een bericht sturen aan chromebook@cloudschool.nu


ECO-groepen

Geplaatst 26 dec. 2012 08:53 door Jan Kraaijenbrink

Educatieve Content Ontwikkeling.

Eco staat voor educatieve contentontwikkeling.
Cloudschool propageert het vormen van ECO-groepen: zelf digitaal lesmateriaal maken en inbouwen in de ELO van Cloudwise. Cloudschool ontwikkelt dit model voor scholen die met elkaar willen samenwerken rondom het thema: het zelf ontwikkelen van educatieve content voor hun eigen cloudschool.' 

Hiermee maakt dit model wel een verschil met lerende netwerkgroepen zoals deze tot dusver zijn ontstaan onder de vleugels van Kennisnet. Aan Samen Deskundiger en Ambassadeurstrajecten werd als eis gesteld dat alle opbrengst (gratis) moesten worden gedeeld met iedereen die het wilde gebruiken. Dit was inherent aan het gebruiken van subsidie van overheidsgelden, maar door bezuinigingen is er geen sprake meer van subsidie. Scholen die 'waarde creëren' door content te bieden, kunnen dat nu wel zelf gebruiken om die waarde 'terug te verdienen'. Dit is een 'special interest' , ook wel 'bijzonder belang', die voor scholen moet kunnen werken. 

Cloudschool werkt er aan dat opbrengsten van ECO-groepen worden beheerd in de eigen 'cloud' waar de ECO-groep mee verbonden is. 
Het gratis met iedereen delen van die content wordt vervangen door een marktplaats waar scholen de gekwalificeerde ( metadatering en validatie ) content kunnen kopen van de eigenaar. Een ECO-groep met een hoge opbrengst kan daarmee ook investeringen terugverdienen. Investeringen zijn niet uit te sluiten: soms is het nodig om expertise in te huren.  De experts kunnen zich overigens ook aanmelden voor de marktplaats. Zo ontstaat een 'crowd' van contentbouwers rondom de 'cloud' van scholen die content gebruiken. Maar dat is voor later; eerst richt Cloudschool zich op het vormen van ECO-groepen. Er zijn al diverse scholengroepen die zich hebben aangemeld en naar verwachting zullen zij komend schooljaar van start gaan. Heeft u vragen over het starten van een ECO-groep in uw scholengroep? Stelt u zich dan in verbinding met het team van Cloudschool. 

1-10 of 11