Elk voedingsbedrijf heeft water nodig om grondstoffen te wassen, om processen als
blancheren en steriliseren te voeden en om installaties en productieruimten te
reinigen. Dit water moet van zeer
hoogwaardige kwaliteit zijn, en daarom zijn preventieve maatregelen om het waterverbruik te beperken noodzakelijk. Nadien moet de afvalwaterstroom
gezuiverd worden. Vele voedingsbedrijven worden daarom door de
VLAREM-wet verplicht een eigen
waterzuiveringsinstallatie met kennis van zaken te beheren.
Voedingsbedrijven produceren ook afval. Gelukkig kunnen vele afvalstoffen
uit de voedingsindustrie gebruikt worden als secundaire
grondstof. Bijvoorbeeld draf, het bijproduct van de
bierproductie, kan in de veevoeding worden aangewend. Tarwekorrels die van te
slechte kwaliteit zijn voor de bloemproductie
kunnen naar de veevoederindustrie of de productie van biobrandstoffen gaan, enz. Processen als blancheren en steriliseren vereisen heet water en stoom. Koelers en vriezers worden aangedreven door compressoren. Dit vereist veel energie. Voedingsbedrijven worden dan ook beschouwd als energie-intensief. Het Kyoto-protocol verplicht hen energie-audits te doen, met één doel voor ogen: geen energie verspillen. Voedingsbedrijven verspreiden ook wel eens wat geur. Wat voor de ene persoon aangenaam ruikt, is voor de andere onuitstaanbaar. Preventieve en curatieve maatregelen helpen de vorming en verspreiding van geur te verminderen: beperken van stockage-hoeveelheden, het omkasten van bepaalde delicate processtappen en luchtbehandeling in een biobed of een bioscrubber. Voedingsbedrijven produceren ook geluid. Daarom moet de nodige aandacht worden geschonken aan het inzetten van geluidsarme toestellen en geluidsisolatie. Als student kom je met al deze aspecten in contact tijdens je opleiding. In opleidingsonderdelen als de techniekvakken (koeltechniek, watertechniek, ...), procestechniek, milieuleer, integraal waterbeheer, enz. krijg je de nodige kennis aangereikt. In projecten en stages komt de praktijk hiervan aan bod. |