(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Zen



Verlichting voor dummy'sDe bekende weg > Zen

Deze pagina: Dwaalteksten over zen, eerste reeks.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





De Grote Weg*


Geen voorkeuren
Leerling: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeuren heeft.
Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

Het kleinste onderscheid
Leerling: Maak je ook maar het kleinste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen.
Meester: Zelfs het onderscheid tussen wel en niet onderscheiden is funest.

Nergens voor of tegen
Leerling: Wil je de waarheid zien, wees dan nergens voor of tegen.
Meester: Wil je de waarheid voorbij, blijf dan niet hangen in neutraliteit.

De ziekte van de geest
Leerling: Het vergelijken van wat je bevalt met wat je niet bevalt, is de ziekte van de geest.
Meester: Ziekte is een woord voor wat je niet bevalt.

Onmetelijke ruimte
Leerling: De weg is volmaakt als onmetelijke ruimte waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.
Meester: In het onmetelijke ontbreekt zelfs de overbodigheid niet en is ook het ontbreken niet overbodig.

De ware aard van de dingen
Leerling: Werkelijk, omdat wij steeds weer het een aanvaarden en het ander afwijzen, zien wij de ware aard van de dingen niet.
Meester: Werkelijk, zolang wij denken in termen van waar en vals, zullen wij het een aanvaarden en het ander afwijzen.

Uiterlijke zaken
Leerling: Leef noch verstrikt in uiterlijke zaken, noch met een innerlijk gevoel van leegte.
Meester: Raak niet verstrikt in het mijden van uiterlijke zaken of een innerlijk gevoel van leegte.

Onjuiste denkbeelden
Leerling: Wees gelijkmoedig binnen de eenheid van alle dingen en zulke onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.
Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen juiste en onjuiste denkbeelden.

Niet overhellen
Leerling: Zolang je of tot het een of tot het ander overhelt, zul je nooit eenheid kennen.
Meester: Zolang je tot eenheid overhelt zul je blijven tellen.

De waarheid
Leerling: Hoe meer je erover praat en denkt, des te verder dwaal je van de waarheid af.
Meester: Hoe minder je erover praat en denkt, des te langer je erin blijft hangen.

Houd op
Leerling: Houd op met praten en denken en er is niets dat je niet zult begrijpen.
Meester: Houd op met begrijpen en er is niets dat je niet mag zeggen of denken.

Woorden
Leerling: Woorden! De weg kan niet door taal worden uitgedrukt, want zij kent geen gisteren, geen morgen, geen vandaag.
Meester: Woorden! De weg kan niet zonder taal worden uitgedrukt want zij kent ook gisteren, morgen, vandaag.

IJdele schijn
Leerling: Terugkeren naar de kern betekent de diepere zin ontdekken, maar ijdele schijn najagen betekent de bron over het hoofd zien.
Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen onderscheid maakt tussen schijn en werkelijkheid.

Vaststaande meningen
Leerling: Zoek niet naar de waarheid; houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.
Meester: Koester zelfs over vaststaande meningen geen meningen.

Vermijden
Leerling: Laat de staat van dualisme achter je; vermijd zorgvuldig alles wat daartoe leidt.
Meester: Laat de staat van non-dualisme achter je; vermijd zelfs het vermijden.

Het meest nabij
Leerling: Als er zelfs maar een spoor is van zus en zo, van goed en slecht, raakt je diepste wezen verstrikt in verwarring.
Meester: Verwarring is het meest nabij.

Onthechting
Leerling: Wees, hoewel alle dualiteiten komen van het Ene, zelfs niet aan dit Ene gehecht.
Meester: Wees zelfs aan onthechting niet gehecht en verlos je van het Ene.

Leegte
Leerling: Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen subject en object en de fundamentele waarheid: het één zijn van de leegte.
Meester: Zie de leegte van de fundamentele waarheid.

Star
Leerling: Als je geen onderscheid maakt tussen grof en fijn raak je niet star en bevooroordeeld.
Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen voorkeur heeft voor star of buigzaam.

Komen en gaan
Leerling: Laat de dingen eenvoudigweg zoals ze zijn en er zal komen noch gaan meer bestaan.
Meester: Laat de dingen eenvoudigweg komen en gaan, en het zijn zorgt wel voor zichzelf.

Aan banden
Leerling: Als je gedachten aan banden zijn gelegd, is de waarheid verborgen, want alles is dan vuil en troebel.
Meester: Het zijn je gedachten aan de verborgen waarheid die je aan banden leggen.

Geboeid
Leerling: De wijze streeft niets na, maar de dwaas slaat zichzelf in de boeien.
Meester: Ik kijk geboeid naar mijn boeien en streef de vrijheid niet na.

Bloemen
Leerling: Tegenstellingen zijn als denkbeeldige bloemen in de lucht: het is dwaasheid ze te willen vastgrijpen.
Meester: Eenheid is als een denkbeeldige bloem in de lucht: het is dwaasheid haar te willen plukken.



Het pure zijn
Leerling: In de wereld van het pure zijn tellen gedachte, gevoel, kennis en verbeelding niet meer.
Meester: Is dat een gedachte, een gevoel, kennis of pure verbeelding?

Verspil geen tijd
Leerling: Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen.
Meester: Verspil geen tijd aan zekerheden en waarheden.

Er middenin
Leerling: Eén ding, alle dingen: houd je er niet afzijdig van, leef er middenin, zonder kieskeurig te zijn.
Meester: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie geen afkeer heeft van kieskeurigheid.



* Zie voor de oorspronkelijke tekst mijn pagina De Grote Weg.


Inkeren

Meester: Wat is zen?
Leerling: Inkeren.
Meester: Tot wat?
Leerling: Je diepste zelf.
Meester: Hm.
Leerling: Wat is zen volgens u?
Meester: Afkeren.
Leerling: Waarvan?
Meester: Je diepste zelfbeeld.


Totaal

Meester: Wat is zen?
De leerling steekt zijn vuist op en roept: Totale anarchie!
De meester steekt zijn vuist op en roept: Weg met de anarchie!


Sensei

Leerling: Waarom wordt de nieuwbakken leraar door zijn leerlingen feestelijk onthaald?
Meester: Omdat ze denken dat hij iets heeft bereikt.
Leerling: Waarom helpt hij ze niet meteen uit hun droom?
Meester: Het is het enige wat hij heeft.



De poortloze poort


Een vergeetpoort

Leerling: Wat voor poort is de poortloze poort?
Meester: Een vergeetpoort.
Leerling: Wat vergeet hij die door erdoorheen gaat?
Meester: Of er wel een poort was, of hij er wel doorheen is gegaan, waarom hij er zo nodig doorheen moest, wie het ook alweer was die erdoorheen dacht te kunnen, met welk...
Leerling: En daar bent u vrijwillig doorheen gegaan?
Meester: Dat kan ik me niet precies herinneren.


Een toegangspoort

Leerling: Wat is de poortloze poort?
Meester: Een toegangspoort.
Leerling: Waar biedt hij toegang toe?
Meester: Het zwarte gat van niet weten.
Leerling: Dat klinkt helemaal niet leuk.
Meester: Och.
Leerling: Ik zou geloof ik rechtsomkeert maken.
Meester: Maar ben je eigenlijk wel binnengekomen, is er wel een buiten, is het daar wel beter, wat is eigenlijk beter en wat maakt het allemaal uit?


Een mand

Leerling: Wat is de poortloze poort?
Meester: Een mand zonder bodem.
Leerling: Wat betekent door de poortloze poort gaan?
Meester: Door de mand vallen.
Leerling: Wat een naar idee!
Meester: Dat maakt niet uit.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Ook je ideeën vallen door de mand.
Leerling: Dan ben je daar in ieder geval van verlost.
Meester: Ook van het idee dat je er dan van verlost bent.


Een detectiepoortje

Leerling: Wat is de poortloze poort?
Meester: Een detectiepoortje.
Leerling: Hoezo?
Meester: Je gaat erdoorheen zonder ergens heen te gaan.
Leerling: Wat wordt er dan gedetecteerd?
Meester: Of je nog iets weet.
Leerling: En zo ja?
Meester: Dan gaat hij af.
Leerling: O jee.
Meester: Met zwaailicht en sirene; een gekkenhuis!
De meester staat op en loopt naar de deur.
Leerling: Ik weet alleen maar dat ik niets weet.
De meester knipt het licht aan en uit en gilt als een sirene.


De meester

Leerling: Wat is de poortloze poort?
Meester: Ik ben de poortloze poort.
Leerling: Hoe moet ik door u heen?
Meester: Mij doorzien is mij passeren.
Leerling: Hoe moet ik u doorzien?
Meester: Door in te zien dat ik niet te doorzien ben.
Leerling: Waarom bent u niet te doorzien?
Meester: Omdat er niets te doorzien valt.
Leerling: Mooi inzicht.
Meester: Maar wat je inziet is niets.
Leerling: En daarmee vereenzelvigt u zich?
Meester: Met niets kan men zich niet vereenzelvigen.
Leerling: Noemde u zichzelf zojuist niet de poortloze poort?
Meester: Wat is de poortloze poort?


Een zegepoort

Leerling: Wat voor poort is de poortloze poort?
Meester: Een zegepoort.
Leerling: Welke overwinning viert men door eronderdoor te gaan?
Meester: De overwinning op de hoop.
Leerling: Dus de wanhoop zal zegevieren.
Meester: Ook die wordt overwonnen.
Leerling: Dat noem ik nog eens een overwinning!
Meester: Ook het overwinnen wordt overwonnen.
Leerling: Wat heb je dan in vredesnaam bereikt?
Meester: Nou, bereikt...
Leerling: Hoe wou u het dan noemen?
Meester: Niet-bereiken?


De horizon

Leerling: Wat is de poortloze poort?
Meester: Een soort horizon.
Leerling: Hè?
Meester: Hoe lang je er ook op af loopt, hij komt nooit dichterbij.
De leerling schudt zijn hoofd.
Meester: Ten einde raad draai je je om...
Leerling: En ziet daar nog steeds de horizon...
Meester: Terwijl je er toch de hele tijd vandaan gelopen bent.
Leerling: En dan?
Meester: Dan besef je opeens altijd binnen de horizon te zijn geweest.
Er valt een stilte.
Leerling: Wilt u hiermee zeggen dat we er eigenlijk al zijn?
Meester: Waar?
Leerling: Wilt u zeggen dat zoeken geen zin heeft?
Meester: Waarvoor?
Leerling: Wat wilt u dan zeggen?
De meester wijst met een gestrekte arm om zich heen en zegt: Kijk!
Leerling: Wat?
Meester: De horizon.


Vanzelfsprekend

Leerling: Wat is voor u de poortloze poort?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Dat is geen antwoord.
Meester: Ik kan niet voor anderen spreken.
Leerling: En voor uzelf?
Meester: Dat gaat al helemaal niet meer.
Leerling: Namens wie spreekt u dan nu?
Meester: Ik ben volkomen vanzelfsprekend.


Een kwestie van geloven

Leerling: Hoe weet je of iemand door de poortloze poort is gegaan?
Meester: Die gelooft er niet meer in.
Leerling: Die gelooft zeker alleen nog in zichzelf.
Meester: Dat zou me verbazen.
Leerling: Waarin gelooft hij dan nog wel?
Meester: Wie zegt dat hij nog ergens in gelooft?
Leerling: Wilt u zeggen dat hij nergens meer in gelooft?
Meester: Ook dat gelooft hij niet.
Leerling: Wat zou u dan zeggen?
Meester: Och.
Leerling: Nou?
Meester: Dat hij door de poortloze poort is gegaan?


Een paspoort

Leerling: Wat voor poort is de poortloze poort?
Meester: Een paspoort.
Leerling: Waar mag je daarmee naartoe?
Meester: Helemaal naar Nergenshuizen.
Leerling: Waar ligt dat?
Meester: Men kan er niet naartoe, men kan er niet vandaan; ra ra waar is het.


Hier noch daar

Leerling: Waarom kan niemand mij vertellen hoe het is om door de poortloze poort te gaan?
Meester: Omdat niemand ervan terugkeert.
Leerling: Ben je dan voorgoed aan gene zijde?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Hoe komt het dan dat je niet terugkeert?
Meester: Omdat je nooit bent weggeweest.
Leerling: Je bent altijd hier.
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Waar dan wel?
De meester schuift ongemakkelijk heen en weer.
Leerling: Nou?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Juist ja.
Meester: Daarom kan niemand je vertellen hoe het is om door de poortloze poort te gaan.


Het einde

Leerling: Waar is de poortloze poort?
Meester: Aan het einde van je zoektocht.
Leerling: Ja, hè hè!
Meester: Hoezo?
Leerling: Vinden is nou eenmaal het einde van het zoeken.
Meester: Voor sommigen is niet-vinden het einde van het zoeken.
Leerling: Staat de poortloze poort nou voor vinden of voor niet-vinden?
Meester: Daar heb je hem weer met zijn meerkeuzevragen.
Leerling: Waarvoor staat het dan?
Meester: Voor niet-zoeken?


Groot Wantrouwen

Meester: Waarvoor staat de poortloze poort?
Leerling: Groot Vertrouwen!
Meester: Geloof het maar niet.
Leerling: Waarvoor dan wel?
Meester: Groot Wantrouwen.
Leerling: Echt waar?
Meester: Wat zég ik nou.


Verdraaid

Leerling: Er is helemaal geen poortloze poort.
Meester: O?
Leerling: En ook geen zoeker.
Meester: Echt?
Leerling: Laat staan een zoektocht.
Meester: Goh.
Leerling: Dat dénk je alleen maar.
Meester: Wat?
Leerling: Dat er een zoektocht is en zo.
Meester: Misschien denk je dat ook alleen maar.
Leerling: Wat?
Meester: Dat je dat alleen maar denkt.
Leerling: Verdraaid.


Een gebaar

Leerling: Waar vind ik de poortloze poort?
Meester: In de muurloze muur.
Leerling: En die?
Meester: Op een plaatsloze plaats.
Leerling: Hoe maak je je daar bekend?
Meester: Met een belloze bel.
Leerling: En dan?
Meester: Dan stap je met je lichaamloze lichaam naar binnen noch buiten...
De meester verzinkt in gepeins.
Leerling: Ga door.
Meester: En dan denk je...
De leerling gaat op het puntje van zijn stoel zitten en zegt: Nou?
De meester mompelt: En dan denk je...
Hij verzinkt opnieuw in gepeins.
Leerling: Meester, toe nou!
De meester schrikt op en zegt: Dan denk je, "en nou?".
De leerling laat zich terugvallen in zijn stoel en zegt: Maar dat denk ik al de hele dag!
De meester zegt niets.
Leerling: En dan?
Meester: Dan ga je maar weer zoeken.
Leerling: Waarnaar?
Meester: Naar woorden.
De leerling gaat op het puntje van zijn stoel zitten en zegt: Welke woorden heeft u gevonden?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Dat was alleen maar een gebaar.
De meester zwijgt.
Leerling: Als het nou tenminste nog een woord was...
Meester: Tja.



Variaties op bekende koans en zen-verhalen


Welkom in nirwana

Een groepje leerlingen bezoekt een eethuisje waarvan de uitbaatster ontwaakt zou zijn.
Meteen al bij aankomst roept een leerling: Welkom in Nirwana!
Bij het openen van de gammele deur roept een leerling: Met recht een poortloze poort!
De uitbaatster loopt naar de open haard.
Een leerling kijkt om zich heen en roept: Prima verlichting hier!
De uitbaatster pakt een pook.
Een leerling roept: Heeft u alleen staanplaatsen of kan men hier ook zitten?
De uitbaatster pakt de as-emmer.
Een leerling roept: Doe mij maar een portie dharma!
De anderen brullen van het lachen.
De uitbaatster stapt op het groepje af.
Een leerling wendt zich rechtstreeks tot de vrouw.
Uit de hoogte zegt hij: Hoe maakt men zich uitgerekend in een eethuisje leeg?
Met de pook port de vrouw hard in zijn maagstreek en houdt hem de emmer voor.
Kokhalzend buigt de leerling zich voorover.


Yakuzen

Steeds als men hem een vraag over zen stelt, steekt de meester zwijgend zijn vinger op.
De jongste leerling begint hem hierin na te doen. Als de meester dat hoort, roept hij hem bij zich.
De meester steekt nog eenmaal zijn vinger op, houdt hem tegen de deurpost en trekt de deur met een klap dicht.
De leerling rent gillend weg.
De meester roept: Kijk!
De leerling kijkt angstig over zijn schouder.
De meester steekt zijn bloedende hand op, waaraan de wijsvinger ontbreekt.
De leerling draait zich om en geeft over.
Die avond roept de meester iedereen bij zich.
Hij zegt: Ik dank mijn vinger-zen aan mijn oude meester. Maar het is mijn jongste leerling die mij deed inzien dat het ook zonder kan.


Het hangt in een eikenboom

Leerling: Waarom kwam Bodhidharma naar China?
De meester zwijgt.
Leerling: Meester?
Meester: Het hangt in een eikenboom en stelt andermans vragen.
Leerling: Wacht even... ik heb het... een eikel?


Gevaarlijk spel

Een zenmeester zet een emmer water op de grond.
Hij zegt: Wie weet wat dit is?
Een leerling zegt: Wie niet?
Een leerling zegt: Wie wel?
Een leerling zegt: Wat eigenlijk?
Een leerling zegt: Wie wil dat weten?
Een leerling zegt: Goeie vraag.
Een leerling zegt: Met vuur spelen.
Een leerling bootst een sirene na.
Een leerling giet de emmer leeg over de meester.
De meester gromt: Rotvak.


Al klaar

Een meester maakt met zijn leerlingen een wandeling door de natuur.
Bij een open plek in het bos zegt een leerling: Wat een schitterende locatie om een tempel te bouwen!
De meester zegt: Al klaar!



Een meester maakt met zijn leerlingen een wandeling door de natuur.
Bij een open plek in het bos zegt een leerling: Wat een schitterende locatie om een tempel te bouwen!
De meester trekt zijn gewaad op, hurkt en doet zijn gevoeg.
De leerlingen wenden beschaamd hun blik af.
De meester komt overeind en zegt: Al klaar!


Vier ziekten

Meester: Als het licht niet vrij kan ontsnappen, zijn er vier soorten ziekte.
Leerling: Wat is de eerste ziekte?
Meester: Denken dat de dingen stoffelijk zijn.
Leerling: Wat is de tweede ziekte?
Meester: Denken dat de dingen leeg zijn.
Leerling: Wat is de derde ziekte?
Meester: Denken dat de dingen stoffelijk en leeg zijn.
Leerling: Wat is de vierde ziekte?
Meester: Denken dat de dingen stoffelijk noch leeg zijn.
Leerling: Wat zijn de dingen dan wél?
Meester: Wou je me ziek hebben?


Tien ziekten

Meester: Als het licht niet vrij kan ontsnappen, zijn er tien soorten ziekte.
Leerling: Wat is de eerste ziekte?
Meester: Denken dat je iets weet.
Leerling: Wat is de tweede ziekte?
Meester: Denken dat je niets weet.
Leerling: Wat is de derde ziekte?
Meester: Denken dat je kunt genezen.
Leerling: Wat is de vierde ziekte?
Meester: Denken dat je ziek bent.
Leerling: Wat is de vijfde ziekte?
Meester: Denken dat je iets kunt.
Leerling: Wat is de zesde ziekte?
Meester: Denken dat je niets kunt.
Leerling: Wat is de zevende ziekte?
Meester: Denken dat je iemand bent.
Leerling: Wat is de achtste ziekte?
Meester: Denken dat je niemand bent.
Leerling: Wat is de negende ziekte?
Meester: Denken.
Leerling: En de tiende?
Meester: Niet-denken.
Leerling: Wat moeten we dan?
Meester: Wou je me ziek hebben?


Wachten

De meester komt al naar de eetzaal geschuifeld voor de bel geklonken heeft.
Kok: Wat krijgen we nou?
Meester: Dat moet je de kok vragen.
Kok: Beginnen we het een beetje kwijt te raken?
Meester: Ik heb het nooit gehad.
Kok: Wat doe ik dan hier?
Meester: Koken?
Kok: Maak het een beetje!
Meester: Wat dacht je dan?
Kok: Wachten op het licht in mijn derde oog.
Meester: Toe maar.
Kok: En u?
Meester: Wachten op de bel voor het eten.
Kok: Wachten doet men op zijn kamer.
Meester: Wachten doet men in zijn keuken.


Roekoe

Ho-en zei: De vroegere en toekomstige Boeddha's, beiden zijn zijn dienaren. Wie is hij?

Meester: Wie of wat heeft inzake de hoogste waarheid het laatste woord?
Leerlingen:
  • De dharma natuurlijk!
  • De sangha natuurlijk!
  • De Boeddha natuurlijk!
  • Het ene natuurlijk!
  • De meester natuurlijk!
  • De kok natuurlijk!
  • Ikzelf natuurlijk!
  • Niemand natuurlijk!
  • Er is helemaal geen laatste woord!
  • Ieder woord is het laatste woord!
  • Het eerste woord zul je bedoelen!
  • Hierover is het laatste woord nog niet gesproken!
De meester zwijgt.
Buiten koert een duif.
Een leerling zegt eerbiedig: Meester, wie denkt u?
De meester zegt: Roekoe.


Mu

Leerling: Heeft een hond de boeddha-natuur?
Meester: Tja.


Remise

Meester: Heeft een hond de boeddha-natuur?
Leerling: Zeg ja of nee en je verliest je boeddha-natuur.
Meester: Zeg dat je door ja of nee te zeggen je boeddha-natuur verliest en je verliest je boeddha-natuur.
Leerling: Zeg dat je je boeddha-natuur verliest door te zeggen dat je je boeddha-natuur verliest door ja of nee te zeggen en je verliest je boeddha-natuur.
De meester reikt hem de hand en zegt: Remise?
Leerling: Ik dacht dat ik gewonnen had!
Meester: Dit spel kent alleen maar remise.
Leerling: Hoe heet dat andere spel?
Meester: Weten.


Miauw

Twee leerlingen vechten om een poes.
De meester grijpt met zijn linkerhand de poes in haar nekvel en legt zijn rechter- op zijn gevest.
Hij kijkt zijn leerlingen om de beurt aan.
De ene leerling zegt niets.
De andere zegt ook niets.
De ene leerling doet niets.
De andere doet ook niets.
Met grote ogen kijken ze naar hun meester.
De meester trekt zijn zwaard.
De meester heft zijn zwaard.
De poes zegt gauw: Miauw?


Een preekteken

Leerling: Wat heeft het boeddhisme u gebracht?
Meester: Een preekteken?
Leerling: En verder?
De meester begint te blozen.
Leerling: Is er iets?
Meester: Haal mijn preekteken maar naar beneden.
Leerling: Wou u mij ermee opzadelen?


Zittende boeddha

Een groepje zenmeesters houdt stil voor een beeld van de zittende Boeddha.
Iemand zegt: Noem dat maar leeg.
Iemand zegt: Misschien is die middenweg toch zo gek nog niet.
Iemand zegt: Waarom heeft dat wijf geen baard?
Iemand zegt: Is dit nou de Mona Lisa?


Een oneven dag

Leerling: Wat is de geest?
Meester: De hoeveelste is het vandaag?
Leerling: De eenentwintigste.
Meester: De geest is Boeddha.
Leerling: Gisteren zei u anders van niet!
Meester: Gisteren was een oneven dag.


Een oorverdovende stilte

Leerling: Wat is verlichting?
De Boeddha plukt een madeliefje.
Leerling: Is het bloemen plukken?
De Boeddha laat het madeliefje tussen duim en wijsvinger heen en weer draaien.
Leerling: Is het bloemen draaien?
De Boeddha laat het madeliefje vallen.
De leerling pakt het op en laat het tussen duim en wijsvinger heen en weer draaien.
De Boeddha glimlacht.
Leerling: Is het glimlachen?
De Boeddha zegt niets.
Leerling: Is het zwijgen?
De Boeddha schudt zijn hoofd.
Leerling: Het lijkt Raden Maar wel.
De Boeddha schudt opnieuw zijn hoofd.
Leerling: Is het alles ontkennen?
De Boeddha reageert niet.
Leerling: Is het gewoon maar zitten?
De Boeddha staat op en rekt zich geeuwend uit.
De leerling staat op en rekt zich geeuwend uit.
De Boeddha slentert weg.
Leerling: Is het je neus achterna lopen?
De Boeddha verdwijnt in het struikgewas.
De leerling loopt hem achterna maar ziet hem nergens meer.
De leerling roept: Is het spoorloos verdwijnen?
Wild kijkt hij om zich heen.
Plotseling slaat hij met zijn vuist in zijn handpalm.
Hij zegt: Maar natuurlijk!
Hij roept: De Boeddha weet het ook niet!
Hij schreeuwt: Is het niet weten?
Uit de struiken klinkt een oorverdovende stilte.


Eh...

Een meester en zijn leerling hangen aan een tak boven een afgrond.
Hun benen trappelen vergeefs in de ruimte.
Hun handen graaien voor niets in de leegte.
Ze hangen nog slechts aan hun tanden.
De meester zegt: Eh.. eh... eh... eh...
Het klinkt als: Gezellig hè?
De leerling zegt: Eh.. eh... eh... eh...
Het klinkt als: We gaan eraan.
De meester zegt: Eh.. eh... eh... eh...
Het klinkt als: Daar hang je dan.
De leerling zegt: Eh.. eh... eh... eh...
Het klinkt als: Wat doen we nu?

Een meester en zijn leerling zitten onder een boom in het park.
Ze hebben lekker gepicknickt en het is prachtig weer.
De meester zegt: Zullen we weer?
De leerling knikt.
Ze schrapen hun keel.
De meester zegt: Eh.. eh... eh... eh...
De leerling zegt: Eh.. eh... eh... eh...
De meester zegt: Eh.. eh... eh... eh...
De leerling zegt: Eh.. eh... eh... eh...
En zo klinkt het ook.


Het minst

Leerling: Meester, breng mijn geest tot rust.
Meester: Breng mij je geest en ik breng hem tot rust.
Op een holletje verdwijnt de leerling naar de keuken.
Even later komt hij terug en biedt de meester zijn afgehouwen arm aan.
Meester: Is dit je geest?
Leerling: Ik zou niet weten wat anders.
De meester gooit de arm achteloos in een kist vol lichaamsdelen achter zich.
Geschrokken loopt de leerling naar de kist.
Die blijkt vol te zitten met armen en benen, handen en voeten, ogen en oren, tongen, geslachtsdelen en massa's hoofdhaar.
Leerling: Wat we al niet doen om gemoedsrust te vinden!
Meester: Je zou het kerkhof eens moeten zien.
Leerling: Wat is gemoedsrust?
Meester: Niets afhakken.
Leerling: Behalve je onrust zeker.
Meester: Die nog het minst.