(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Weetnietkunde



Verlichting voor dummy'sHet weten > Weetnietkunde

Deze pagina: Dwaalteksten over filosofische en religieuze begrippen die aan niet weten verwant zijn.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





Weetnietkunde

Onder weetnietkunde versta ik de studie van niet weten in al zijn verschijningsvormen doorheen de geschiedenis van de mensheid. Ik zeg het er meteen maar bij: zelfs in de weetnietkunde ben ik geen professor. Veel verder dan wat er op deze pagina staat, reikt mijn kennis niet. Afijn. Iets is beter dan niets. Of was het nou andersom?


Tradities

Niet weten is niet mijn uitvinding. Elders op deze website vind je duizenden citaten over niet weten uit honderden verschillende bronnen, tradities en stromingen, waaronder spirituele:
  • advaita vedanta
  • mindfulness
  • taoïsme
  • boeddhisme
  • zen
religieuze:
  • chassidisme
  • christendom
  • hindoeïsme
  • mystiek
  • soefisme
  • theosofie
filosofische:
  • monisme
  • holisme
  • structuralisme
  • non-dualisme
  • idealisme
  • solipsisme
  • subjectivisme
  • scepticisme
  • pyrronisme
  • relativisme
  • pluralisme
  • postmodernisme
  • poststructuralisme
  • deconstructivisme
  • cynisme
  • defaitisme
  • fatalisme
  • nihilisme
  • obscurantisme
  • stoïcisme
  • agnosticisme
  • atheïsme
  • iconoclasme
  • amoralisme
  • anarchisme
en culturele::
  • absurdisme
  • dadaïsme
  • surrealisme
  • postmodernisme
  • deconstructivisme
  • anti-design
  • fluxus
  • minimalisme
Je kunt er heerlijk in grasduinen en na een poosje "Hans van Dam" zul je de literaire diversiteit en kwaliteit beslist weten te waarderen.



Apatheia en ataraxia

Het stoïsche woord apatheia [Grieks, a, niet + pathè, emotie] betekent letterlijk emotieloos, zonder gevoel zijn. Hiermee wordt niet, zoals in het Nederlandse apathie een ongewenste staat van onverschilligheid, afgestomptheid of lusteloosheid bedoeld maar een gewenste staat van onbewogenheid, gelatenheid, zorgeloosheid, berusting, kalmte, harmonie en gemoedsrust. De intellectuele pendant van apatheia is ataraxia [Grieks, a, niet + tarassoo, verwarren, woelig maken], letterlijk een toestand van onverwardheid, helderheid van geest, maar in het oud-Griekse spraakgebruik eveneens een vorm van a-pathische onverstoorbaarheid. Apatheia en ataraxia werden en worden door elkaar gebruikt en door sommigen als synoniem beschouwd.

Pyrronisme versus stoïcisme
Het belangrijkste verschil tussen apatheia en ataraxia is waarschijnlijk niet de gemoedstoestand die ermee aangeduid wordt, maar de weg ernaartoe. Apatheia is een term uit het stoïcisme, ataraxia uit het scepticisme, meer in het bijzonder het pyrronisme. Ataraxia bereikt de scepticus door ieder oordeel op te schorten (de zogeheten epoche), apatheia bereikt de stoïcijn door het - binnen het radicale fatalisme van de Stoa - enige juiste oordeel te vellen, namelijk dat alles op ieder moment precies is zoals het zijn moet, te weten, goed.

Verlichting en nirwana
Apatheia en ataraxia zijn weliswaar Griekse woorden maar dat betekent nog niet dat het streven naar onverstoorbaarheid, als we het zo mogen noemen, typisch Grieks of westers is. Boeddhistische en hindoeïstische beschrijvingen van de staat van verlichting en het nirwana komen vaak op hetzelfde neer. Zelfs wanneer er sprake is van opperste gelukzaligheid en volkomen harmonie blijkt men daarmee geen euforie, verrukking, vervoering of extase te bedoelen, die immers van voorbijgaande aard zijn, maar eerder een permanente staat van aanvaarding en innerlijke rust.

Wolken aan de hemel
Toch zijn er ook verschillen. In de advaita vedanta en in het taoïsme bijvoorbeeld komt het er niet op aan emoties uit te bannen en oordelen op te schorten, zoals in de sceptische, stoïsche en epicuristische filosofieën, maar om ze onaangedaan, als het ware van buitenaf, te ondergaan. Rustig bezie je zelfs je heftigste emoties, zoals een professioneel acteur zijn toneelspel. Het is alsof je je hebt verdubbeld in een waarnemer en een deelnemer, en je in de eerste hebt teruggetrokken. Je bent niet vrij van blijdschap, woede of verdriet maar je identificeert je er niet meer mee. Je eigent je je lichaam, emoties, waarnemingen en gedachten niet meer toe. Het is niet langer jouw pijn maar de pijn, niet jouw vooroordeel maar het vooroordeel, niet jouw jaloezie maar de jaloezie, niet jouw geluk maar het geluk. Uiterlijke en innerlijke verschijnselen trekken langs als wolken aan de hemel zonder deze te verstoren, of als een storm aan de oppervlakte die de diepzee onberoerd laat.

Het kennen van het gekende
Datgene wat niet verstoord wordt en niet verstoorbaar is - de hemel, de diepzee - wordt gewoonlijk voor onbeschrijflijk gehouden, maar dat weerhoudt niemand ervan er woorden aan vuil te maken. Zo spreekt men in het non-dualisme dikwijls van het kennen, het waarnemen of het beminnen (versus het gekende, het waargenomene en het beminde); in het hindoeïsme van het Brahman of het Atman waaruit de verschijnselen voortkomen en waarin ze weer verdwijnen; in het zenboeddhisme van je ware aard of je oorspronkelijke gezicht; in het taoïsme van het tao; in de mystiek van God of het Ene of de Ziel (tegenover de Geest en het Gemoed). Hierbij gaat het steeds om iets dat zelf op geen enkele wijze voor te stellen of te ervaren is maar voor elk ervaren, voor elk voorstellen de absolute voorwaarde zou zijn, ongeveer zoals dingen alleen maar kunnen bestaan in een ruimte die zelf niet als ding aanwezig is, of alleen maar gezien kunnen worden doorheen een onzichtbaarheid. Hiermee zijn we inmiddels aardig afgedreven van de apatheia en ataraxia van onze Griekse vrienden, die slechts verwijzen naar de afwezigheid van respectievelijk emoties en verwarde gedachten.

Niet weten
Wat heeft dit alles te maken met niet weten, het onderwerp van deze site? Niet weten is weliswaar aantoonbaar een ingrediënt van het scepticisme, het stoïcisme, het epicurisme, de advaita vedanta, het hindoeïsme, het zenboeddhisme, het taoïsme en de mystiek, maar ook niet meer dan een ingrediënt. Geen van deze tradities kan beschouwd worden als een zuiver niet weten. Want in een zuiver niet weten blijft geen begrip, geen ideaal en geen methode overeind. Aan een radicaal niet weten gaat alles ten gronde - ook, zoals ik niet genoeg kan benadrukken, het niet weten zelf.

Zo weet de dwijze niet of er wel zoiets is als ataraxia of apatheia, noch hoe hij de aanwezigheid van deze gemoedstoestand bij zichzelf zou moeten vaststellen. Zou een actueel gevoel van innerlijke rust werkelijk een teken van apatheia zijn of gewoon een eindig gevoel hier en nu? De dwijze heeft geen idee of apatheia langs een bepaalde weg bereikt kan worden of niet. Hij weet niet of hij niets kan weten, zoals de scepticus beweert, of dat hij zelfs dat niet kan weten, zoals de pyrronist beweert. Hij weet niet of hij zijn oordeel op moet schorten, zoals de pyrronist adviseert, en of dat überhaupt wel mogelijk is. Hij weet niet of alles wat gebeurt al van te voren vastligt, zoals de stoïcijn beweert, noch hoe hij dat zou moeten vaststellen. Hij snapt niet hoe uit het stoïsche determinisme noodzakelijkerwijze volgt dat alles goed is zoals het is en niet, bijvoorbeeld, slecht, of neutraal, of onbestemd, noch hoe het mogelijk is dat alle gebeurtenissen al vastliggen maar niet het oordeel daarover en de bijbehorende gevoelens.

Evenmin weet de dwijze of hij de kenner of het kennen of het gekende of alle drie of geen van alle is, noch of het onderscheid daartussen bij nader inzien wel stand zal houden. Hij weet niet hoe hij zich moet verdubbelen in een waarnemer en een deelnemer en zich dan in de eerste zou moeten terugtrekken, noch hoe hij zich daartegen te weer zou kunnen stellen wanneer het hem overkwam. Hij kent zijn ware aard niet en veronderstelt niet dat hij die heeft, noch dat hij die niet heeft, noch dat hij het een dan wel het ander zou kunnen bewijzen, noch dat iedere vorm van kennis een bewijs nodig heeft, noch het tegendeel. Het tao ontgaat hem volledig, evenals God, het Ene en de Ziel en alle andere benamingen en omschrijvingen van het naar verluid onnoembare en onbeschrijflijke - tenzij juist dit (het ontgaan) de wijze is waarop het zich manifesteert.

Niet weten betekent dus niet apatheia of ataraxia bereiken, maar niet weten wat apatheia en ataraxia betekenen, laat staan waarom men ernaar zou streven - gesteld dat er een men is die het voor het zeggen heeft en een methode om ergens, waar dan ook, heen te gaan of weg te gaan of zelfs maar te verblijven. Apatheia? Tja. Ataraxia? Tja. Wie dit tja dan weer apatheia of ataraxia of God of niet weten of verlichting of nirwana wil noemen - ik zal hem geen strobreed in de weg leggen.


De tand des tijds

Leerling: Waarin onderscheidt niet weten zich van andere filosofische, religieuze en spirituele tradities?
Meester: Nieuwe woorden voor een oud verhaal.
Leerling: Als het verhaal zelf de tand des tijds doorstaan heeft dan moet er wel een kern van waarheid in zitten!
Meester: Of juist niet.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Anders was die wel weggeknaagd.
Leerling: Wilt u zeggen dat er géén kern van waarheid in zit?
Meester: Ik wil helemaal niets zeggen.
Leerling: Waarin onderscheidt niet weten zich dan van andere filosofische, religieuze en spirituele tradities?
Meester: Daarin onderscheidt niet weten zich van andere filosofische, religieuze en spirituele tradities.


Absurdisme

Absurdisme is een literaire en theatervorm die tot doel heeft de absurditeit van het bestaan aan de orde of de kaak te stellen. Hoofdkenmerk is de negatie: afbraak van plot, karakters, communicatie, orde, logica, ruimte en tijd; en verder een voorkeur voor farce, zwarte humor, paradox en ironie. Synoniemen: antitheater, théâtre de l'absence.

Hoewel het absurdisme laatstelijk floreerde in het midden van de vorige eeuw, onder meer in het werk van Beckett, Ionesco, Vian, Albee en Duyns & Armando (Herenleed), kondigde het zich al aan in in de taoïstische geschriften van Liezi, en bereikte het zijn hoogtepunt misschien al in de tweede helft van het eerste millenium, in de Chinese Chan-literatuur, met name in dat schoolvoorbeeld van absurdisme, de gongan, beter bekend als de zen-koan. Voor de consequent volgehouden ontkenning kan men verder onder meer terecht bij de via negativa* van de mystici en in de advaita vedanta, vooral in de hedendaagse variant die steeds vaker aangeduid wordt met neo-advaita (Harding, Parsons), en waarvan de bijeenkomsten in ieder geval bij vlagen bepaald absurdistisch op mij overkomen.

Het absurde vindt zijn voltooiing in zijn eigen ridiculisering, net zoals de negatie in haar eigen ontkenning en de scepsis in de twijfel over zichzelf. Het is precies deze zelfvernietiging die de kern van niet weten uitmaakt. Dwijsheid laat zich daarom het beste uitdrukken in de vorm van dwaalteksten, waarin niet zeggen tot het hoogste doel is verheven. Niet om te verwijzen naar het "absolute dat voorbij de woorden ligt", niet om wie dan ook waaruit dan ook te bevrijden maar als doel op zich, dat wil zeggen, Joost mag weten waarom.


De kern

Leerling: Niet weten is de kern van tientallen filosofische, spirituele en religieuze tradities!
Meester: Noem dat maar een kern.
Leerling: Hoe zou u het dan noemen?
Meester: Een gat?


Apofatisch, via negativa, neti neti

Het bijvoeglijk naamwoord apofatisch is afgeleid van het Griekse apophasis, "ontkenning". Apofatisch staat dus voor "ontkennend" en wordt gebruikt om datgene aan te duiden wat je slechts kunt omschrijven door te zeggen wat het niet is - het onzegbare, het ondenkbare, het onbenoembare, het onuitsprekelijke, het ondefinieerbare, het ongrijpbare. De apofatische benadering van God heet in de mystiek de via negativa en in het hindoeïsme het neti neti  - niet dit, niet dat. God wordt bijvoorbeeld omschreven als kenbaar noch onkenbaar, immanent noch transcendent, bestaand noch onbestaand. Ook van een denkmethode of een filosofie kan men zeggen dat zij apofatisch is, bijvoorbeeld de socratische vraagmethode of het postmodernisme.

Apofatisch zijn ook de uitdrukkingen van niet weten op deze site, die gewoonlijk bestaan uit een reeks of hiërarchie van ontkenningen. De apofase van niet weten heeft echter niet tot doel het ongrijpbare, het onzegbare, het onduidbare, het onweetbare aan te duiden maar de aandacht te vestigen op het niet grijpen, niet zeggen, niet duiden, niet weten zelf, opgevat als - ja wat, proces, ervaring, activiteit, gebeurtenis? - maar in ieder geval niet als toestand, resultaat of object. Dwaalteksten verwijzen niet naar iets transcendentaals boven en buiten zichzelf, zoals het hoogste zijn, maar naar datgene wat ze doen: dwalen. Voor sommigen een hele tegenvaller, voor mij een voortdurende bron van vreugde.

Verwar "apofatisch" niet met "afatisch", het bijvoeglijk naamwoord van "afasie", wat staat voor het onvermogen om taal te gebruiken ten gevolge van een hersenletsel.


Een oud verhaal

Leerling, minachtend: De lege leer is een oud verhaal in een nieuw jasje.
Meester: De lege leer is een oud verhaal zonder jasje.


Apeiron

Apeiron is Grieks voor datgene wat alleen apofatisch aangeduid kan worden als dit noch dat, te weten het onbepaalde en onbepaalbare, het nog niet of niet langer bepaalde, of datgene wat al het bepaalde in zich verenigt maar waarvan men zelfs niet kan zeggen dat het bestaat of niet bestaat. In het algemeen lijkt het apeiron te verwijzen naar een of andere grondslag van de alledaagse werkelijkheid: de onvergankelijke bron en bestemming van het vergankelijke - al is deze duiding natuurlijk niet apofatisch.

Bij Anaximander is het apeiron de "oer", de onuitputtelijke, onvergankelijke en onbegrensde bron van alle dingen, datgene waaruit alles voortkomt en waarin alles terugkeert - de westerse tegenhanger van het hindoeïstische Atman of Brahman. Bij Parmenides is het apeiron het Zijn zelf, het plenum. Bij Aristoteles is het de stof voordat deze vorm of eigenschappen heeft aangenomen. Bij Jezus is het apeiron de liefde, zou je kunnen zeggen, of het koninkrijk der hemelen. In de advaita vedanta is het apeiron het kennen (tegenover het gekende), dat zelf uiteraard onkenbaar is, of beter: kenbaar noch onkenbaar. Bij Pseudo-Dionysius is het apeiron de Transcendente Ene, de Goede Oorzaak van alles. In de christelijke mystiek is het apeiron God. De zenboeddhist spreekt van het oorspronkelijke gezicht, Immanuel Kant van het Ding-an-sich, Heidegger van het Onverborgen Zijn (het aletheia), neo-advaita simpelweg van Dit. Bij Cornelis Verhoeven en T. Norretranders is het apeiron de onuitputtelijke werkelijkheid zelf, die zich nooit in het beperkte bewustzijn, nooit in gedachten of woorden laat vangen en altijd tegenover ons blijft staan als het onherleidbare, de niet-identiteit.

Met Verhoeven zijn we middenin de twintigste eeuw beland, middenin het jargon van het postmodernisme, dat in plaats van het apeiron spreekt van het andere, ook wel het onbeslisbare, het ongrijpbare, het ondefinieerbare, het onzegbare, het onuitsprekelijke, het onherleidbare - tegenover zijn tegendeel, het eendere. Geen enkele tekst, geen enkel begrip, geen enkele gebeurtenis, geen enkel object is volgens het postmodernisme restloos te bepalen. Er zijn steeds nieuwe interpretaties mogelijk en niemand heeft het laatste woord, noch in de wetenschap, noch in de metafysica, noch in de ethiek, noch in de politiek, noch in de hermeneutiek, noch in de religie.

Niet weten is natuurlijk geen postmodernisme, anders had ik deze website nooit gemaakt. De dwijze neemt geen standpunt in inzake bepaalbaarheid en onbepaalbaarheid of welke andere kwestie dan ook. Hij erkent noch ontkent de werkelijkheid, laat staan dat hij tracht deze te scheiden in een kenbaar en een onkenbaar deel die in een bepaalde relatie tot elkaar zouden staan, of integendeel, te verenigen tot een ondeelbare eenheid. Niet weten omheint niet en niet weten ontheint niet. Van een apeiron is in niet weten sprake noch geen sprake.

Is het niet weten dan misschien het apeiron zelf? Natuurlijk staat het iedereen vrij om het zo op te vatten. Voor mij is niet weten echter niet het onbepaalde, opgevat als substantief, als ding, maar het niet bepalen zelf, opgevat als proces, als activiteit - als de spontane en niet aflatende deconstructie van de constructies die zich al even spontaan en onophoudelijk aandienen of opdringen. Dan nog is niet weten niet de ijsbreker die zich een weg naar het apeiron baant, maar het breken van het ijs zelf, door niets of niemand in het bijzonder, en zonder onderliggend motief.

Hoe apofatisch om niet weten zelfs niet als het apeiron of de weg ernaartoe te willen duiden. Maar ik doe dat niet om het interessant te maken. Integendeel. Ik doe het om het weer zo gewoon te maken als het van nature is en altijd al geweest is en altijd zal blijven. Niet weten is gewoon niet weten. Wie weet er nou niet wat niet weten is?


Niets

Leerling: Wat heeft niet weten voor nieuws te bieden?
Meester: Niet weten heeft niets te bieden, laat staan iets nieuws.
Leerling: Waarin onderscheidt het zich dan?
Meester: In dat het er openlijk voor uitkomt.
Leerling: Waarvoor?
Meester: Dat het niets te bieden heeft.
Leerling: Is dat alles?
Meester: Kom er maar eens om.
Leerling: Hoezo?
Meester: Overal kun je wel iets krijgen, maar waar krijg je nou niets.
Leerling: Als u het niets bedoelt dan weet ik wel een paar alternatieven.
Meester: Maar ik bedoel gewoon niets.


Aporie

Een aporie [etymologisch onverantwoord ezelsbruggetje: a-, geen + porie , gat: iets waar men geen gat in ziet] is een onoplosbaar raadsel, meestal van filosofische, mathematische, theologische of spirituele aard. . Een toepasselijk voorbeeld van een aporie is: "Als ik niets kan weten, zoals ik meen, dan ook niet dat ik niets kan weten." Zoals wel blijkt uit mijn dwaalgesprekken is de weg naar verlichting bezaaid met aporieën, waarvan de grootste natuurlijk de weg en de verlichting zelf zijn.

Gewoonlijk streeft men ernaar aporieën op te lossen, of ze te omzeilen door het paradigma dat er aanleiding toe gaf te verlaten. In beide gevallen ziet men ze als een tijdelijk, overwinnelijk kwaad. De dwijze daarentegen ziet aporieën als tijdelijk noch als kwaad en streeft er eerder naar ze te vermenigvuldigen en onder de aandacht te brengen dan ze op te lossen.


Lijkt nergens op

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen niet weten en andere filosofische, spirituele en religieuze tradities?
Meester: Niet weten lijkt nergens op.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Doordat het leeg is.
Leerling: Dat is niet direct een aanbeveling.
Meester: Maar daardoor lijkt het ook overal op.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Doordat het zich nergens van onderscheidt.


Asylum ignorantia


Ik kan het maar niet met mezelf eens worden.
Zal ik asylum ignorantia nou definiëren als een vlucht uit de wereld in de onnozelheid van niet weten, of als een vlucht uit niet weten in de onnozelheid van de wereld?




De hamvraag

Leerling: Alle tradities verwijzen naar hetzelfde.
Meester: Wie overeenkomsten zoekt zal overeenkomsten vinden.
Leerling: Iedere traditie is uniek.
Meester: Wie verschillen zoekt zal verschillen vinden.
Leerling: Maar zijn ze nou in wezen hetzelfde of in wezen verschillend?
Meester: Het hangt er vanaf wat je zoekt.
Leerling: En als je niet zoekt?
Meester: Aha. De hamvraag.
Leerling: Wat is daarop uw antwoord?
Meester: Hetzelfde als op iedere hamvraag.
Leerling: Te weten?
Meester: Oink.


Athetisch

Het woord athetisch [Grieks, a-, niet + thesis, het plaatsen, stelling] betekent letterlijk: niet stellend, nietszeggend. Postmoderne teksten worden - soms pejoratief - athetisch genoemd wanneer ze geen duidelijke stellingname bevatten.

Thesen of stellingen in dwaalteksten zijn steeds bedoeld om voorafgaande stellingen tegen te spreken. Een dwaaltekst is geslaagd als je na lezing het gevoel hebt dat er niets onweersproken is gebleven, dat wil zeggen, in de mate waarin hij als geheel athetisch is. Niet omdat het ont-stellend spreken naar welke maatstaf dan ook bevoorrecht zou zijn maar omdat het een natuurgetrouwe - zij het gestileerde - weergave is van het niet weten dat zich nou eenmaal spontaan in het dwijze bewustzijn voltrekt. Dit is natuurlijk een volkomen onverantwoorde generalisatie van een belachelijk simplistische omschrijving van wat ik zelf meen te doen of mee te maken.

Maken we van het bijvoeglijk naamwoord athetisch een zelfstandig naamwoord, dan ontstaat het woord athese, dat zich het beste laat vertalen als de lege stelling - de enige 'stelling' van de lege leer.


Niets is minder

Leerling: Wat is het verschil tussen niet weten en andere filosofische, spirituele en religieuze tradities?
Meester: Niets is minder waar.

Leerling: Wat is het verschil tussen niet weten en andere filosofische, spirituele en religieuze tradities?
Meester: Niets is minder onwaar.


Categoriefout

Een categoriefout is een denkfout waarbij je een idee, zoals een universiteit, aanziet voor een ding, zoals een universiteitsgebouw, of omgekeerd, met alle problemen van dien. Zo kun je de universiteit niet schilderen, een universiteitsgebouw wel. Omgekeerd kun je je aan een universiteitsgebouw niet inschrijven, aan een universiteit wel. Volgens de Britse filosoof Gilbert Ryle berust het hele idee van de geest, en daarmee het dualisme van Descartes, op een simpele categoriefout.

Een ander voorbeeld van een categoriefout is niet weten opgevat als een ding, in het bijzonder als een onkenbare immanentie of transcendentie, zoals (een) kracht, energie, ether, bewustzijn, god, liefde, bron, schepper, werkelijkheid, wet of principe. Niet weten is niet de ontkenning van een dergelijke grootheid per se maar wel de ontkenning dat het dat zelf zou zijn of dat het daar via het verstand of langs andere weg toegang toe zou hebben.

Ik zeg het nog maar eens: niet weten betekent alleen maar dat je het allemaal niet meer weet.


Conditio tacita

In de argumentatieleer onderscheidt men de noodzakelijke voorwaarde of conditio sine qua non, en de vanzelfsprekende, impliciete voorwaarde, de conditio tacita. In het dagelijks leven maken we dit onderscheid niet. Kenmerkend voor het normale denken is nu juist dat zelfs noodzakelijke, non-triviale voorwaarden zich manifesteren als vanzelfsprekende. Fenomenologisch gezien manifesteren mogelijkheidsvoorwaarden zich doorgaans helemaal niet. Ik geloof mijn gedachten in eerste instantie onvoorwaardelijk, zonder enig voorbehoud, zonder zelfs maar stil te staan bij de mogelijkheid van enig voorbehoud. Dat is wat het woord vanzelfsprekend eigenlijk betekent: stilzwijgend. Ongedacht en onbesproken blijvend. Tacita.

Gedachten en gevoelens hebben de merkwaardige eigenschap hun eigen mogelijkheidsvoorwaarden "waar" te maken, zo komt het mij soms voor. Mijn schuldgevoel bijvoorbeeld verschijnt altijd en uitsluitend in een wereld waarin mijn wilsvrijheid niet ter discussie staat. Voor zover ik dat introspectief kan nagaan, is die wereld er niet op voorhand; hij ontstaat - en vergaat - samen met, als context van, het schuldgevoel in kwestie. Ik krijg hem er gratis bij, en niet in de vorm van een vraagteken dat uitnodigt tot nader onderzoek maar in de vorm van een uitroepteken dat alle twijfel in de kiem smoort.

Ga maar na. Volg een gedachte op de voet. Lijkt het verdorie niet net of de benodigde werkelijkheid door de gedachte zelf wordt meegeleverd? Alsof hij zijn eigen mise-en-scène schept, uit het niets een wereld tevoorschijn tovert waarin het gedachte even kan bestaan? Die wereld verschijnt en verdwijnt samen met de gedachte zelf en toch lijkt die wereld zo lang als het duurt - zo kort als het duurt - tijdloos, constant, absoluut en onbetwijfelbaar.

Als deze beschrijving klopt dan zijn gedachten kosmogeen, wereldwekkend: ze maken zichzelf waar door een wegwerpwereld op te roepen waarin aan al hun bestaansvoorwaarden voldaan is. Ze zijn als het ware zwanger van de wereld die ze zelf waarmaakt; ze zijn pregnant of zelfgenoeg. Je kunt ook zeggen: de wereld die de gedachte waarmaakt is zelfrijzend.

Een metafoor voor het idee van de zelfvoorzienende gedachte is de diersoort die zijn biotoop niet aantreft maar creëert, zoals de bever de beverdam, de termiet de termietenheuvel of de mens de mensenwereld. Het succesvolle dier schept de wereld waarin het zich thuis voelt en de succesvolle gedachte schept de wereld waarin zij waar lijkt.

Is dit waar? Zijn gedachten inderdaad wereldwekkend en zelfgenoeg? Zo ja, dan geldt dat ook voor deze en weten we nog niets. Zo nee dan weten we ook niets omdat het niet waar is. Dus wat maakt het eigenlijk uit.


Cynisme

Als we cynisme definiëren als een ongeloof in alles en iedereen, dat tot uitdrukking komt in spot, sarcasme en negativiteit, dan is niet weten geen cynisme. De dwijze gelooft net zomin in ongeloof als in spot, sarcasme, negativiteit of wat dan ook. Zelfs in dwijsheid gelooft hij niet - en geloof dat ook maar niet.


Cynicus

Leerling: Sommigen noemen u een cynicus.
Meester: Wat is cynisme?
Leerling: De opvatting dat niets enige waarde heeft.
Meester: Wat een waardeloze opvatting.


Dialectiek

Dialectiek is het denken van these (stelling) via antithese (tegenstelling) naar synthese (samenstelling), waarna laatstgenoemde weer de these voor de volgende rondgang vormt. Dialectiek leidt spiraalsgewijs van het bijzondere naar het algemene, van het relatieve naar het absolute, van het meervoudige naar het enkelvoudige, van het tegenstrijdige naar het harmonieuze. Het is een progressieve denkwijze die alleen maar kan eindigen in de hoogste waarheid - welke dat ook moge zijn.

In niet weten is het denken eerder regressief of digressief dan progressief: men denkt eerder achterwaarts of zijwaarts dan voorwaarts of opwaarts. Het dwijze denken leidt van het algemene naar het singuliere, van het enkelvoudige naar het meervoudige, van het hogere naar het lagere. Het leidt van synthese naar paradox, van stelling naar nevenstelling of onderstelling. Het leidt van orde naar chaos, van antwoord naar vraag, van zekerheid naar twijfel, van werkelijkheid naar mogelijkheid. Het leidt van weten naar niet weten, en vandaar nog verder terug, naar iets wat ik bij gebrek aan beter maar weer Tja zal noemen, waar weten "weten" is en niet weten "niet weten".


Dissensus

Dissensus is het tegenovergestelde van consensus: onenigheid, tegenspraak, verschil van mening. Volgens Lyotard moet het postmoderne weten opgevat worden als een taalspel waarin men niet de waarheid nastreeft maar slechts het verslaan van de tegenspreker. Streefde het modernisme naar consensus in de vorm van grote verhalen met een algemene geldigheid, het postmodernisme streeft juist naar dissensus in de vorm van kleine verhalen die alleen maar een lokale geldigheid hebben.

Dwaalgesprekken zijn op te vatten als taalspelen waarin de leerling streeft naar consensus maar de meester naar dissensus. Dwaalgesprekken zijn een bijzondere vorm van dwaalteksten, die er ongeacht hun vorm naar streven zichzelf tegen te spreken.

Nietweten kun je omschrijven als een radicale, niet aflatende, om niet te zeggen uitputtende dissensus, waarin de dwijze ieder weten tegenspreekt, of het nou spontane "eigen" gedachten betreft of gedachten van "anderen". Ook de noodzaak tot tegenspreken spreekt hij tegen.

De dwijze heeft echter geen voorkeur voor dissensus, en streeft nergens naar, ook niet naar niet streven, noch weerstreeft hij er iets mee - ik zou tenminste niet weten wat. Hoogstens constateert hij een onweerstaanbare neiging tot dissensus - en altijd in de eerste plaats met zichzelf, wie of wat dat ook moge zijn, zo hij of het al is.


Dogma

Volgens Van Dale is een dogma een "vastomlijnd, aan geen redenering meer onderworpen geloofsartikel". "Dogmatisch" betekent "geen tegenspraak duldend". Dogmatisme is het vooropstellen van en vasthouden aan dogma's.

Verstopt in deze definities is een typisch westers verlichtingsideaal: het idee dat er ook niet-dogmatische kennis mogelijk is, bijvoorbeeld wetenschappelijke, die zich hierin van dogmatische kennis onderscheidt dat zij voor rede vatbaar is. Verstopt in dit ideaal zitten  - het lijkt wel een matroesjka - nog eens twee dogma's, namelijk het idee dat gefundeerde kennis mogelijk is, en het idee dat de rede het instrument bij uitstek is om de fundering te leggen.

Of dat zo is, laat ik graag in het midden. Niet weten is immers de weg van het midden. Niet in de zin van de gulden middenweg, waarbij je uitersten vermijdt, maar in de zin van in het midden laten, waarbij je definitieve uitspraken vermijdt omdat er nog nooit eentje overeind gebleven is - deze ook niet. Daarom gebruik ik het woord dogma voor iedere pretentie iets te weten, in concreto voor iedere uitspraak die niet onmiskenbaar wordt tegengesproken door de geschreven tekst waarvan hij deel uitmaakt, of door degene die hem zojuist heeft uitgesproken.

Niet weten is niet anti-dogmatisch. Dat kan ook niet want een leerstuk over de onwenselijkheid van dogma's zou zelf weer een dogma zijn, en ik zou niet weten op welke gronden ik dat moest verdedigen. Niet weten is wel adogmatisch, dat wil zeggen zonder dogma's. Niet uit principe maar simpelweg als gegeven, als iets wat de dwijze steeds opnieuw bij zichzelf mag of moet constateren.


Epoche

Aangezien volgens de Griekse wijsgeer Pyrrho ieder bewijs op onbewezen premissen berust, is opschorting van ieder oordeel voor onbepaalde tijd de enige juiste wijsgerige houding. Deze principiële opschorting heet in het Grieks epoche.

Helaas, of gelukkig, of beide, of geen van beide, berust de redenering waaruit volgt dat epoche de enige juiste houding is, zelf op onbewezen premissen, waaronder de aanname dat je pas een oordeel mag vellen als er een sluitend bewijs voor is, de aanname dat je moet doen wat logisch is, de aanname dat je vrij kunt kiezen om je oordeel al dan niet op te schorten en de aanname dat je dan beter af bent, of althans het juiste doet.

Maar klopt dat allemaal wel? Eerst bewijzen zou ik zeggen, en het liefst zonder nieuwe premissen, anders blijven we aan de gang. Tot die tijd moeten we het oordeel dat we alle oordelen voor onbepaalde tijd moeten opschorten, maar voor onbepaalde tijd opschorten, of anders aanvaarden dat het op onbewezen premissen berust. Mij is het om het even.


Existentialisme

Volgens de existentialistische filosofie, net als het dadaïsme ontstaan in het kielzog van een wereldoorlog, is de mens ongevraagd in een onsamenhangende, betekenisloze wereld geworpen waarin echte communicatie onmogelijk is en hij in totale vrijheid zelf zin aan zijn eenzame bestaan moet zien te geven.

Wellicht doen termen als onsamenhangend, betekenisloos en geworpen, oppervlakkig gezien aan niet weten denken. Toch is dat slechts schijn. De existentialist weet dat er een wereld is. Hij weet dat deze betekenisloos is. Hij weet dat hij zelf bestaat. Hij weet dat hij ongevraagd in deze vooraf bestaande wereld geworpen is (en niet, bijvoorbeeld, andersom). Hij weet dat echte communicatie met andere geworpenen onmogelijk is. Hij weet dat hij gedoemd is tot eenzaamheid. Hij weet dat hij tot vrijheid veroordeeld is. Hij weet dat hij en hij alleen zin aan zijn bestaan kan en moet geven en dat hij dat voor niemand anders kan doen en niemand anders voor hem.

Existentialisme behoort onmiskenbaar tot het weten.


Fideïsme

De doctrine dat ieder weten uiteindelijk een kwestie van geloven is, van menen te weten, niet alleen het religieuze weten maar ook het wetenschappelijke en zelfs het wiskundige weten, wordt fideïsme [Latijn, fides, geloof] genoemd. Niet weten is geen fideïsme. De dwijze gelooft, meent of weet niets over weten, menen of geloven, zelfs niet dat hij daarover niets gelooft, meent of weet.


Gezond verstand

Onder gezond verstand verstaan we de verzameling van opvattingen, normen en waarden waarover de meeste mensen in een gemeenschap het wel eens zijn. Zaken die vanzelfsprekend zijn, om niet te zeggen vanzelfschreeuwend. Volgens het gezond verstand is de wereld onder meer stoffelijk, bestendig, geordend, kenbaar, verklaarbaar, maakbaar en beheersbaar. Een leerstelsel dat het gezond verstand tot uitgangspunt heeft genomen is de common sense philosophy van Thomas Reid.

Gezond verstand gaat in niet weten niet verloren maar komt wel in de lucht te hangen en verliest daarmee zijn (on)natuurlijke gezag. Voor de dwijze, wie dat ook moge wezen, is het vanzelfsprekend dat de wereld, wat dat ook moge wezen, hem voortdurend verbijsterd, als dat al zo is; omgekeerd is het voor diezelfde dwijze verbijsterend dat diezelfde wereld desondanks vanzelf blijft spreken en diens verbijstering onophoudelijk overschreeuwt.

Daardoor, of desondanks, verkeert de dwijze niet langer in de ban van het gezond verstand, maar eerder in dat van het kortgesloten, om niet te zeggen ongezond verstand, dat zichzelf onophoudelijk bevraagt ook al stelt het geen belangstelling in de antwoorden, en dat zich geroepen voelt de antwoorden die desondanks blijven komen onophoudelijk te herroepen - als dat is wat er gebeurt.


Ignoramus et ignorabimus

De Latijnse uitdrukking ignoramus et ignorabimus betekent zoveel als "wij weten niet en zullen nooit weten". Wie meent dat dit een geschikt motto zou zijn voor de dwijze, heeft niet begrepen dat de dwijze geen uitspraken weet te doen, zelfs niet de uitspraak dat hij geen uitspraken weet te doen, laat staan dat hij er motto's op nahoudt, wat niet wil zeggen dat hij tegen motto's is of erop tegen is om ergens tegen te zijn.


Ignotum per ignotius

De Latijnse uitdrukking ignotum per ignotius betekent: het onbekende herleiden tot het onbekendere. Het is een ironisch commentaar op de verklarende waarde van al te duistere theorieën maar kan ook opgevat worden als een commentaar op de hele verklaringspraktijk.

Wanneer een kind vraagt waarom alles naar beneden valt en je zegt dat het door de zwaartekracht komt, heb je dan echt iets verklaard? Wat is zwaartekracht? Vraag het de natuurkundige en hij komt met een onbegrijpelijk verhaal over tijdruimte of een ander onbegrijpelijk verhaal over gravitonen. Dit heet van kwaad tot erger. Weliswaar heeft de natuurkunde voorspellende waarde, maar daarom maakt ze de wereld nog niet begrijpelijk. Integendeel. De natuurkunde voegt alleen maar raadsels toe. Bovendien is de natuurkunde op haar beurt, ongeacht haar resultaten, als verschijnsel, als bezigheid, als bedrijf, volstrekt onbegrijpelijk en onverklaarbaar.

Een andere Latijnse term uit dit genre is obscurum per obscurius - het herleiden van het obscure tot het meer obscure.


Illusionisme

Illusionisme is de leer dat alle menselijke voorstellingen en begrippen illusies zijn.
Niet weten is geen illusionisme.
Niet weten is niet

weten dat de werkelijkheid een illusie is

maar

niet weten of de werkelijkheid is, niet weten wat de werkelijkheid is, niet weten wat een illusie is, niet weten of de werkelijkheid een illusie is, niet weten of de illusie werkelijkheid is, niet weten hoe je een en ander vast zou moeten stellen en niet weten waarom je daar moeite voor zou doen.

Het kan natuurlijk best zijn dat niet weten zelf een illusie is. Dan vervalt deze definitie en weten we nog niks. Zodat niet weten misschien toch geen illusie is.


Immoralisme

Leerling: Is niet weten niet gewoon een vorm van immoralisme?
Meester: Wie zonder zede is hoeft nog niet onzedelijk te zijn.


Irrationalisme

Leerling: Is niet weten niet gewoon een vorm van irrationalisme?
Meester: Wie zonder rede is hoeft nog niet onredelijk te zijn.


Kenleer

Misschien denk je wel dat epistemologie - de filosofie van de grenzen van het weten - de weg naar niet weten is. Dat kan best wezen. Maar misschien ook niet. Eerst maar eens vaststellen of niet weten wel een bestemming is, en of er wel een weg naartoe is, lijkt mij, en of je die eigenlijk wel wilt gaan.

Als weg naar niet weten maakt kenleer sowieso een valse start door van meet af aan van alles en nog wat te veronderstellen. Zo veronderstelt zij een onderscheid tussen enerzijds een kennend subject en anderzijds een object waarvan de kenbaarheid onderzocht kan en moet worden. Zij veronderstelt een onderscheid  tussen weten en niet weten. Zij veronderstelt dat natuurlijke taal een geschikt instrument is om epistemologisch onderzoek in te verrichten en de grenzen van het weten in uit te drukken. Zij veronderstelt dat het gebruik van logica de geldigheid van de gebruikte redeneringen garandeert. Zij veronderstelt dat je vanuit onbewezen premissen tot bewezen conclusies kunt komen. Zij veronderstelt dat geldige redeneringen volstaan als het erom gaat jezelf en je medemens ergens van te overtuigen.

Stevige aannames voor een discipline die weetbaarheid tot thema heeft. Eigenlijk zou de kentheoreticus deze veronderstellingen eerst moeten onderzoeken voordat ze tot uitgangspunt van epistemologisch onderzoek kunnen dienen. Maar hoe pleeg je onderzoek zonder onderscheidingen? Hoe druk je je uit zonder taal? Hoe redeneer je zonder logica? Hoe overtuig je zonder redeneren?

Houd moed, waarde epistemoloog, en doe uw best. Wie weet vind u op een dag nog antwoorden ook. Goede kans dat u slimmer bent dan ik. Dat zijn veel mensen. Of vasthoudender. Maar ik zeg er meteen bij: antwoorden zijn niet de weg naar niet weten. En zonder antwoorden bent u een epistemoloog van niks. Succes!


Nihilisme

Leerling: Sommigen houden u voor een nihilist.
Meester: Sinds wanneer noem jij jezelf sommigen?
Leerling: Bent u een nihilist?
Meester: Nihilisme is nog altijd een strohalm.
Leerling: Waaraan klampt de nihilist zich vast?
Meester: Aan de overtuiging dat er niets is om in te geloven.
Leerling: Moet men dan alles maar loslaten?
Meester: Alles loslaten is een strohalm.
Leerling: Heeft u iets tegen strohalmen?
Meester: Iets tegen strohalmen hebben is een strohalm.
Leerling: Dus u heeft niets tegen strohalmen?
Meester: Niets tegen strohalmen hebben is een strohalm.
Leerling: U ben de strohalmen voorbij.
Meester: De strohalmen voorbij zijn is een strohalm.
De leerling schudt zijn hoofd.
Meester: Met een schepnet kun je geen water vangen.


Nominalisme


Nominalisme is de sceptische opvatting dat universalia (algemene begrippen), zoals "mens", "voet", "aarde", "waarheid" en "de zin van het leven" loze labels zijn, namen zonder werkelijkheidsgehalte. Alleen het singuliere bestaat echt. Aangezien al onze kennis vervat is in universalia, en deze volledig losstaan van particularia, weten we eigenlijk niets. Het nominalisme verzet zich met name tegen de ideeënleer van Plato, die concrete objecten als armzalige aftreksels van zuivere ideeën beschouwde.

Hoewel het nominalisme vooral in de middeleeuwen opgeld deed, is het in de twintigste eeuw in een postmodernistisch jasje opnieuw aan de orde gesteld, onder andere in de filosofie van de verwondering van Cornelis Verhoeven.

Problematisch aan het nominalisme is in de eerste plaats de status van het nominalisme zelf. Is het slechts een loze naam of een reële entiteit? "Werkelijkheidsgehalte", heeft dat wel enige werkelijkheidsgehalte of is het slechts een woord? "Universalia", bestaan die eigenlijk wel, of zwetst het universalium nominalist in het universalium ruimte?

Meester Tja zegt hierover: Plato mag dan zijn hoofd in de wolken hebben, de nominalist heeft zijn voeten in de aarde. Komt dat uiteindelijk niet op hetzelfde neer?


Perspectivisme

Tamelijk wijdverbreid is tegenwoordig de relativistische opvatting dat wij de werkelijkheid alleen kunnen bezien vanuit een concreet en beperkt perspectief. Weliswaar kun je volgens dit zogeheten perspectivisme van standpunt wisselen maar je kunt niet alle standpunten verlaten om de werkelijkheid te zien zoals ze van zichzelf is, noch bestaat er een bevoorrecht perspectief dat als laatste grond en toetssteen zou kunnen dienen. Ieder perspectief is slechts een gekleurde bril, een koker, die ons een eenzijdig en incompleet beeld oplevert. Iedere visie is een kokervisie.

Uiteraard is het perspectivisme zelf ook een beperkt en beperkend perspectief, en, voor zover het waar is, evenmin "waar" of "onwaar" als welk perspectief dan ook.


Het laatste grote verhaal

Leerling: Wat is het postmodernisme?
Meester: Het laatste grote verhaal.
Leerling: Ik dacht dat het juist het einde van alle grote verhalen verkondigde.
Meester: Nou dan.


Postmodernisme

Het postmodernisme is een verregaand cultuurrelativisme zonder heilige huisjes. Maar met het postmodernisme is het einde van het relativeren nog niet bereikt. Want we kunnen het cultuurrelativisme zelf nog relativeren, het heilige huisje van geen-heilige-huisjes nog omverhalen. Mocht dit inderdaad de uiterste consequentie van het postmodernisme zijn, dan kunnen we wellicht een nieuw tijdperk tegemoet zien, dat we hier maar even het postpostmodernisme of gewoon het einde der tijden zullen noemen, waarin men zich niet meer in een volgend tijdperk waant, of terug in een vorig, of gevangen in een eeuwig heden, dat ook niet, en daaromtrent geheel vrij van verwachtingen en verlangens is - ook van de verwachting en het verlangen daaromtrent geheel vrij van verwachtingen en verlangens te (kunnen) zijn. Daarmee zou dan het vooruitgangsdenken definitief tot een einde gekomen zijn, evenals het doemdenken, zodat we ook niet konden vaststellen of we nou beter of slechter af waren. Maar of we daar nou beter mee af zouden zijn.

Het schijnt trouwens dat Baudrillard al in 1992 in Illusion de la fin, waarin hij de lineaire opvatting van de tijd op de korrel neemt, het einde van het einde heeft verkondigd. Hij werd daarin voorgegaan door talloze verkondigers van het einde van het een of ander: van de wereld (eschatologie), van de filosofie (scepticisme, pyrronisme), van de oorlog ("the war to end all wars") van de kunst (Arthur Danto), van het subject (advaita vedanta, zen), van het boek, van de roman, van de poëzie, van de schilderkunst, van de muziek, van de godsdienst, van de staat, van de geschiedenis (Francis Fukuyama), van het metaverhaal (Lyotard) en van de representatie (Derrida), om maar eens wat te noemen. De onbedwingbare neiging om ergens het einde van te verkondigen, wordt trouwens endisme ("endism") genoemd.

Naar verluid werkt diezelfde Baudrillard, een verwoed polemist die kennelijk nog altijd het laatste woord wil hebben, sinds 6 maart 2007 in alle rust aan een postume studie met de titel: Illusion de la fin de la fin. Zelf werk ik aan een definitieve studie over het laatste woord, getiteld de illusie van het laatste woord. Bij deze kondig ik tevens het einde van het endisme aan, in de hoop dat ten minste één van mijn voorspellingen zelfvervullend zal zijn en ik toch nog een keertje gelijk zal krijgen. Al is het maar in de toekomst.


Mooi verhaal

Leerling: De werkelijkheid bestaat niet.
Meester: O nee?
Leerling: Er bestaan alleen maar verhalen over de werkelijkheid.
Meester: En die verhalen dan?
Leerling: Wat is daarmee?
Meester: Zijn die werkelijk of onwerkelijk?
Leerling: O.
Meester: Nou?
Leerling: Werkelijk, lijkt me.
Meester: Dus de werkelijkheid bestaat wel?
Leerling: Dat is te zeggen...
Meester: In de vorm van verhalen over de werkelijkheid?
Leerling: Als u het zo wilt stellen.
Meester: Mooi verhaal.


Quïetisme

Het quïetisme is een mystieke beweging uit de zeventiende eeuw, gericht tegen de scholastiek en het dogmatisme, die zwijgzaamheid, niet denken, contemplatie en overgave predikt. In ruimere zin staat quïetisme voor de gedachte dat de waarheid voorbij de woorden ligt en zich alleen non-verbaal, in daden, laat uitdrukken.

Vanuit de gedachte dat je, zoals Wittgenstein heeft gezegd, moet zwijgen over datgene waarover je niet kunt spreken, kun je gemakkelijk tot de conclusie komen dat de dwijze dan maar zijn kop dicht moet houden. Maar deze conclusie berust op twee misverstanden. Ten eerste weet de dwijze zelfs niet dat hij niet weet, ten tweede heeft Wittgenstein de helft vergeten, namelijk dat je moet spreken over datgene waarover je niet kunt zwijgen. Dus waarom zou uitgerekend de dwijze zijn mond moeten houden? Laat Wittgenstein eerst maar eens het goede voorbeeld geven.


Scepticisme

Van het scepticisme bestaan talloze variaties, die lang niet allemaal een eigen naam hebben gekregen, niet consequent toe te schrijven zijn aan individuen, scholen, werken of zelfs tekstfragmenten uit de geschiedenis van de wijsbegeerte en niet eenduidig in te delen zijn, althans niet door mij. Zomaar een greep:
  • je kunt niets weten, ook niet dat je niets kunt weten en ook niet hoe je moet leven (radicaal scepticisme)
  • je kunt niets weten, ook niet dat je niets kunt weten maar wel hoe je moet leven (praktisch scepticisme van Pyrrho van Elis)
  • je kunt niets weten, behalve dat je niets weet (dogmatisch scepticisme)
  • je kunt niets zeker weten maar wel met enige waarschijnlijkheid (probabilisme)
  • je kent alleen de associaties van het verstand (Hume)
  • je kunt alleen iets weten doorheen de categorieën van het verstand, te weten tijd, ruimte, oorzaak en getal (Kant)
  • je kunt alleen weten wat in de ervaring gegeven is (empirisch scepticisme van Sextus Empiricus; logisch positivisme)
  • je kunt alleen bewustzijnsinhouden kennen (idealisme, bijvoorbeeld Bacon)
  • je kunt alleen maar de inhoud van je eigen bewustzijn kennen (solipsisme)
  • je kunt alleen maar weten hoe je iets moet doen (pragmatisme, Peirce)
  • van wat niet veroorzaakt is, kun je de oorzaken niet kennen (indeterminisme)
  • je kunt alleen maar weten dat iets niet waar is (falsificationisme, Popper)
  • je kunt alleen maar iets weten voor jezelf (subjectivisme)
  • je kunt alleen maar weten wat in taal is uit te drukken (linguïstisch relativisme, Sapir-Whorf hypothese)
  • je kunt alleen iets weten binnen een gegeven context (relativisme)
  • je kunt alleen iets weten binnen een vooringenomen denksysteem (postmodernisme)
Welk type scepticisme komt het dichtst bij niet weten? Geen enkel. Niet weten is tja zeggen tegen iedere vorm van scepticisme. Zelfs tegen niet weten.


Therapeutisch scepticisme

Volgens een variant van het scepticisme die tegenwoordig bekend staat als het therapeutisch scepticisme, is de doelstelling van de sceptische levenshouding ataraxie, volstrekte gemoedsrust. De eerste westerse exponent van deze visie is naar verluid Pyrrho van Elis (360 -275 voor Christus), die meende dat ataraxie te bereiken is door simpelweg te beseffen dat wij niets kunnen weten, waardoor oordelen geen zin meer heeft en het streven naar kennis en waarheid vanzelf tot rust komt.

Merkwaardig genoeg staat het therapeutisch scepticisme bol van de ideeën, die kennelijk zijn vrijgesteld van kritisch onderzoek. Om te beginnen is er het weten dat wij niets kunnen weten en, voor gevorderden, dat wij zelfs niet niets kunnen weten. Vervolgens is er het weten dat dit besef een voorspelbaar en wenselijk effect op onze gemoedstoestand zal hebben, namelijk sereniteit, en niet, bijvoorbeeld, depressie, apathie, agitatie, onrust, wanhoop, alles door elkaar of helemaal niets, al dan niet afhankelijk van karakter, opvoeding en omstandigheden. Ten derde is er het idee dat wij meester over ons lot zijn en ervoor kunnen kiezen ons diepgaand met het scepticisme bezig te houden teneinde tot het gewenste besef te komen. Ten vierde is er het geloof in de suprematie van de rede, die ervoor zal zorgen dat wij onze huidige overtuigingen zonder meer overboord zullen zetten wanneer wij eenmaal kennis nemen van de onweerlegbare argumenten van het therapeutisch scepticisme.

Dat dit soort gedachten voor sommige mensen therapeutisch werkt, wil ik best aannemen, al behoor ik zelf niet tot die gelukkigen. Maar wat er nou sceptisch aan is?


Verlichtingsdenken

In het postmodernisme wordt met de term "verlichtingsdenken" verwezen naar het rationele denken dat karakteristiek is voor de Verlichting (circa 1650 - 1900) en dat gebaseerd is op een groot vertrouwen in de rede en de vooruitgang. De "grote verhalen" (Lyotard) van de twintigste eeuw, zoals het fascisme, de eugenetica, het socialisme en het communisme, gezamenlijk aangeduid als het modernisme, vertonen dezelfde kenmerken, en worden daarom eveneens tot het verlichtingsdenken gerekend (maar natuurlijk niet tot de Verlichting). Het postmodernisme wil niet alleen afrekenen met het modernisme maar met iedere vorm van rationalisme. Vandaar dat het postmodernisme ook wel antiverlichtingsdenken wordt genoemd, en antirationalisme (wat overigens niet hetzelfde is als irrationalisme).

De term "verlichtingsdenken" is ook geschikt voor een ander type denken, namelijk het geloof in spirituele verlichting waarbij je ontwaakt tot - ja, tot wat eigenlijk? Tot de waarheid, de weg, een principe, een alomtegenwoordigheid, een hogere werkelijkheid, wat dan ook. Tot een shockproof rotsbodem waarop we eindelijk zekerheid en veiligheid vinden, veelal aangeduid als de Realiteit, Non-dualiteit, de Waarheid, Nirwana, het Absolute, de Bron, Energie, Essentie, het Ene, God, Brahman, het Tao, het Koninkrijk der Hemelen en wat dies meer zij. Evenals het filosofische verlichtingsdenken is het spirituele verlichtingsdenken optimistisch van aard en behoort het tot de grote verhalen, ook al zijn ze vaker antiek dan modern. Anderzijds ziet het spirituele verlichtingsdenken (net als de Romantiek) de ratio (het verstand, de geest, het ego, de mind) eerder als hinderpaal dan als instrument tot bevrijding, uitzonderingen als de advaita vedanta, het Werk van Byron Katie en de autolyse van Jed McKenna daargelaten.

Het spirituele verlichtingsdenken kan afgezet worden tegen wat ik dan maar het verduisteringsdenken van de dwijze zal noemen, waarin sprake is van een radicaal ongeloof in alle verhalen, grote en kleine, inclusief het postmodernisme en inclusief het verhaal van het radicale ongeloof in alle verhalen. Zulks niet uit keuze of overtuiging maar als gegeven en slechts wanneer en voor zolang het duurt. Hoewel dit verduisteringsdenken nergens tegen gekant is en we het dus niet een antiverlichtingsdenken of antirationalisme kunnen noemen, zaagt het wel voortdurend aan de stoelpoten van het weten, en dan vooral aan het weten van een vaste grond onder onze voeten, dat karakteristiek is voor de Verlichting, het modernisme en wat we hierboven het spirituele verlichtingsdenken hebben genoemd.


X

In de wiskunde wordt de letter X gebruikt om een onbekende grootheid aan te duiden. Derrida gebruikt dezelfde letter voor wat hij semi-begrippen of halfbegrippen noemt. Hiermee bedoelt hij met name postmoderne begrippen als differantie, deconstructie, hymen en parergon, die onzegbaar en ondefinieerbaar zouden zijn.

Halfbegrippen komen we ook tegen in de religie en de spiritualiteit, waar ze worden aangeduid met woorden en uitdrukkingen als God, Tao, Brahman, het Ene, het Absolute, het Mysterie, Dit, de Bron, het Eeuwige, het Bewustzijn, je Ware Natuur, de Non-dualiteit. Een van de meest universele spirituele doctrines luidt dat de Waarheid onuitsprekelijk is en uitsluitend apofatisch kan worden gedefinieerd, dat wil zeggen, als dit noch dat.

Het onderscheid tussen begrippen en halfbegrippen wordt niet door iedereen onderschreven. Het nominalisme erkent alleen particularia en houdt universalia als "mens", "levendbarend" en "verandering" voor betekenisloos. Het mahayana-boeddhisme gaat nog een stapje verder en houdt alle begrippen voor leeg, dat wil zeggen, zonder wezen of substantie. In deze visie heeft het onderscheid tussen hele begrippen en halfbegrippen geen enkele zin.

De dwijze erkent of ontkent geen enkel onderscheid tussen begrippen en verwante zaken zoals gevoelens, vermoedens, waarnemingen en handelingen, noch tussen begrippen onderling. Van hem mag ieder begrip X genoemd worden, waarmee hij echter niet wil beweren dat alle begrippen onzegbaar en ondefinieerbaar zijn, noch het tegendeel, noch iets ertussenin, noch iets anders. Wat weet hij daar allemaal van? Van hem mag je alles X noemen, als je maar niet denkt dat je gelijk hebt. En dan nog.

Wat betreft de doctrine dat de Waarheid onuitsprekelijk is, zegt de dwijze: "Is iets onuitsprekelijk noemen soms geen spreken?" Want zijn mond houden kan hij niet.