(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet, in het bijzonder aan mijn moeder, die op 25 juli 2011 ook het níet weten voorgoed achter zich liet.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn eigen dwaalteksten.

Niet-weten 3



Verlichting voor dummy'sHet weten > Niet-weten 3

Deze pagina: Dwaalteksten over niet-weten, derde reeks.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
Copyright: Al mijn teksten zijn volledig rechtenvrij.





Credo


Over god
Leerling: Als iemand u vraagt naar God, de godheid, de Heilige Vader, de Heilige Zoon, de Heilige Geest, de Drie-eenheid, JWHW, Allah, Brahman, Atman, An-Atman, de Logos, het pleroma, de onnoemelijke, Zeus et cetera, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw naam voor god of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over het iets
Leerling: Als iemand u vraagt naar de bron, de grond, het licht, volmaaktheid, het goede, het iets, het zijn, het ik-ben, het over-bestaande, het worden, het eendere, het zelf-identieke, de aseïteit, het ene, het al, het hoogste, het allerhoogste, het ultieme, het absolute, het oneindige, het over-oneindige en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
De leerling zei: Is dat uw naam voor het iets of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over het niets
Leerling: Als iemand u vraagt naar de leegte, het niets, het niet-iets, het kosmische bewustzijn, de vol-ledigheid, geen-geest, geen-zelf, inessentie, sunyata en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw naam voor het niets of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over de weg
Leerling: Als iemand u vraagt naar meditatie, inkeer, gebed, devotie, contemplatie, ascese, caritas, het werk, autolyse, het kleine voertuig, het grote voertuig, de weg van het hoofd, de weg van het hart en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw weg of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over wijsheid
Leerling: Als iemand u vraagt naar de eeuwige waarheid, de innerlijke waarheid, het hoogste weten, het diepste inzicht, zelfkennis, de wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, de kennis zonder leraar, de woorden voorbij de woorden, datgene wat geen oog kan zien en geen oor kan horen, de dharma, prajnaparamita en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw naam voor de hoogste wijsheid of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over loslaten
Leerling: Als iemand u vraagt naar wu wei, niet-doen, meegaan met de stroom, overgave, loslaten, aanvaarden, harmonie, onthechting, willoosheid, vrijheid en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor loslaten of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over het einde
Leerling: Als iemand u vraagt naar de apocalyps, het einde der tijden, de nietiging, de ontlediging, het eschaton, de kleine dood, de grote dood, ontwording, niet-zijn en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat hoe u het einde noemt of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over levenskunst
Leerling: Als iemand u vraagt naar eenvoud, eerlijkheid, nederigheid, zelfloosheid, altruïsme, mededogen, dankbaarheid, spontaniteit, directheid, authenticiteit, mindfulness, aandachtigheid, in het moment zijn en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw idee van levenskunst of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over het paradijs
Leerling: Als iemand u vraagt naar de hemel, utopia, eldorado, elysium, het koninkrijk der hemelen, het paradijs, nirwana, het hier-en-nu, dit, gene zijde en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw naam voor het paradijs of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over gemoedsrust
Leerling: Als iemand u vraagt naar innerlijke vrede, sereniteit, onverstoorbaarheid, gemoedsrust, gelijkmoedigheid, ataraxia, apatheia, contenance, laconisme, gelatenheid, lijdzaamheid, berusting, flegma, indifferentie en dergelijke wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor gemoedsrust of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over eenheidservaringen
Leerling: Als iemand u vraagt naar satori, kensho, samadhi, jhana, extase, epectase, exaltatie, de unio mystica, henosis, unitus, collectus en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor een eenheidservaring of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over neutraliteit
Leerling: Als iemand u vraagt naar non-dualiteit, neutraliteit, epoche, agnosis, niet-oordelen, keuzeloos gewaarzijn en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor neutraliteit of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over liefde
Leerling: Als iemand u vraagt naar openheid, ruimte, ontvankelijkheid, acceptatie, liefde, mededogen, medemenselijkheid, compassie, kanzeon, kwannon, avalokiteshvara en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor liefde of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over de eeuwigheid
Leerling: Als iemand u vraagt naar het hier-en-nu, het eeuwige heden, dit ogenblik, het onvergankelijke, het ongeborene, het tijdloze, de eeuwigheid, de onbewogen beweger, de eerste oorzaak, het onveranderlijke en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor de eeuwigheid of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over essentie
Leerling: Als iemand u vraagt naar uw oorspronkelijke gezicht, uw ware aard, uw hogere ik, de geest, het zelf, boeddhanatuur, big mind, essentie en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw naam voor de essentie of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over verlichting
Leerling: Als iemand u vraagt naar realisatie, verwezenlijking, zelfverwerkelijking, transcendentie, bewustwording, ontwaken, verlichting, illuminatie, helderheid, thuiskomen en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor verlichting of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over het numineuze
Leerling: Als iemand u vraagt naar het mysterie, de ongrond, het wonder, het raadsel, het onkenbare, het onbekende, het onbegrijpelijke, het numineuze, het oneindige, het bovenzintuiglijke, het bovenrationele, het onzegbare, het ondenkbare, het onvoorstelbare, het verbijsterende, het totaal vreemde, het gans andere, differantie, archè, het onzegbare, het onuitsprekelijke, het onnoemelijke, het ineffabele en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor het numineuze of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over filosofie
Leerling: Als iemand u vraagt naar het scepticisme, het pyrronisme, het relativisme, het subjectivisme, het structuralisme, het post-structuralisme, het postmodernisme, het amoralisme, het defaitisme, het fatalisme, het cynisme, het stoïcisme, het nihilisme, het agnosticisme, het atheïsme, het obscurantisme of welke (net)-niet-lege leer dan ook, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Vindt u dat iedereen overal tja tegen zou moeten zeggen?
Meester: Och.
Leerling: Is dat wat u vindt of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Over niet-weten
Leerling: Als iemand u vraagt naar de lege leer, het lege boek, de lege boodschap, de lege mens, weteloosheid, niet-weten, het tja, verduistering, dwijsheid, de Mont Fou, geen-inzicht, elk-inzicht en dergelijke, wat zegt u dan?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw woord voor niet-weten of weet u het gewoon niet?
Meester: Zo kun je het ook zeggen.


Credo nulli

Meester: Wie heeft er een motto?
Leerling: Ik!
Meester: Is dat je motto of heb je er een?
Leerling: Ik heb er een.
Meester: Voor de draad ermee.
Leerling: Credo nulli.
Meester: Wat betekent dat?
Leerling: Niemand geloven.
Meester: Wie zegt dat?
Leerling: Erasmus.
Meester: En?
Leerling: Wat?
Meester: Geloof je hem?



Meester: Wie heeft er een motto?
Leerling: Credo nulli.
Meester: Wie zegt dat?
Leerling: Dat doet er niet toe.
Meester: Waarom niet?
Leerling: Omdat ik er zelf ook zo over denk.
Meester: En?
Leerling: Wat?
Meester: Geloof je jezelf?



Meester: Wie heeft er een motto?
Leerling: Credo nulli nulli.
Meester: Wat betekent dat?
Leerling: Zelfs niet geloven dat je niemand moet geloven.
Meester: Wie zegt dat?
Leerling: Niemand, volgens mij.
Meester: En?
Leerling: Wat?
Meester: Geloof je niemand?


Een meesterlijk motto

Leerling: Heeft u een motto?
Meester: Tja.
Leerling: Is dat uw motto of weet u het niet?
Meester: Tja.


Zeg maar tja

Een leerling was weer eens op zoek naar houvast.
De leerling zei: U heeft zeker geen motto's...
De meester zei: "Zeg maar tja tegen het leven."
Daar keek de leerling van op.
Hij maakte gauw een aantekening.
Hij zei hebberig: Heeft u er nog meer?
De meester knikte en zei: "Zeg maar tja tegen je motto's."


Voor niets

Leerling: Waarvoor staat niet-weten?
Meester: Voor niets.


O!

o, mijn onwetendheid!

er is geen einde aan!
er is geen midden aan!
er is geen beginnen aan!

o, mijn bestaan!

er is geen touw aan vast te knopen!
er is geen knoop om door te hakken!
het pluist aan alle einden!


Een fuik

Leerling: Wat is weten?
Meester: Een fuik.
Leerling: Wat is niet-weten?
Meester: Ook een fuik.
Leerling: Wat is dan het verschil?
Meester: Uit de eerste kun je nog ontsnappen.


Doodgewoon

Vraagt u mij wat niet-weten is?

Een kind weet wat niet-weten is.
Een bejaarde weet wat niet-weten is.
Iedereen weet wat niet-weten is.
Behalve wie er over nadenkt

Niet-weten is gewoon niet weten.
Dit niet weten, dat niet weten,
Niets meer weten,
Zelfs niet weten van niet-weten.

Wat niet-weten is, is het probleem niet.
Niet-weten is van zichzelf niets.
Het probleem ontstaat pas
Als u er iets van probeert te maken.

Iets dieps of iets hoogs.
Een weg of een doel.
Een blijspel of een treurspel.
Een heilsboodschap of een onheilstijding.

Een therapie of een geestesziekte.
Een probleem of een panacee.
Een dogma of een motto.
Dwaasheid of wijsheid.

Een houvast of een laatlos.
Een thuis of een nergens.
Neutraliteit of liefde.
Gevangenschap of vrijheid.

Atheïsme of pantheïsme.
Scepticisme of stoïcisme.
Cynisme of nihilisme.
Epicurisme of fatalisme.

Een afgrond, een diepere grond,
Het zelf, geen-zelf -
Wéten wat niet-weten is:
Dat is het probleem.

Niet-weten stelt niets werkelijks voor.
Niet-weten stelt werkelijk niets voor.
Dat is dan ook het enige
Wat het onvoorstelbaar maakt.

Maar of u dat wilt weten?


De allerhoogste waarheid

Leerling: Wat is de allerhoogste waarheid?
Meester: Zou je niet beginnen bij de allerlaagste?
Leerling: Wat is de allerlaagste waarheid?
Meester: Ik zou het echt niet weten.
Leerling: Is dat de allerlaagste waarheid of weet u niet wat de allerlaagste waarheid is?
Meester: Dat is de allerhoogste waarheid.


Plaatsmaken

Meester: Wat is spiritualiteit?
Leerling: Persoonlijke groei.
Meester: Wat groeit er volgens jou?
Leerling: Kennis. Inzicht. Wijsheid.
Meester: Hm.
Leerling: En volgens u?
Meester: Twijfel.
Leerling: Spiritualiteit is groeiende twijfel?
Meester: Ik gooi maar een balletje op.
Leerling: Alleen maar om plaats te maken voor een hoger weten.
Meester:  Hm.
Leerling: Toch?
Meester: Misschien alleen maar om plaats te maken.
Leerling: Waarvoor?
Meester: Moet iedere ruimte dan meteen weer ingenomen worden?


Tienduizend andere

Niet-weten is
  • naast elk ideaal tienduizend andere
  • naast elk standpunt tienduizend andere
  • naast elk concept tienduizend andere
  • naast elke bewering tienduizend andere
  • naast elk verschijnsel tienduizend andere
  • naast elke gedachte tienduizend andere
  • naast elke visie tienduizend andere
  • naast elke leer tienduizend andere
  • naast elke opvatting tienduizend andere
  • naast elk theorie tienduizend andere
  • naast elke leefregel tienduizend andere
  • naast elk pad tienduizend andere
  • naast elke fantasie tienduizend andere
  • naast elke leefstijl tienduizend andere
  • naast elk doel tienduizend andere


Pluralisme

Leerling: Is niet-weten niet gewoon een ander woord voor pluralisme?
Meester: Onder andere.


Vele monden

Meester: Wat betekent dwijsheid?
Leerlingen:
Dat je geen standpunt inneemt.
Dat je elk standpunt inneemt.
Dit standpunt!
Dat standpunt!
Nietes!
Welles!
Nietes en welles!
Nietes noch welles!
De meester wrijft vergenoegd in zijn handen.
Hij zegt: Vele monden maken licht werk.




Ongehouwen

Niet-weten is als een ongehouwen steen

waar ieder beeld nog in zit.


Een lesje leren

Leerling: Wat is de les van vandaag?
Meester: Het afleren van de les van gisteren.
Leerling: En de les van morgen?
Meester: Het afleren van die van vandaag.
Leerling: En zo voort?
Meester: Noem dat maar voort.
Leerling: Wat is de laatste les?
Meester: Het afleren van het afleren.
Leerling: En dan?
Meester: Dan ben je weer terug bij af.
Leerling: Ik zie er nu al tegenop.
Meester: Kom kom, zo ver is het nog lang niet.
Leerling, vertwijfeld: Er valt dus helemaal niets te leren?
Meester: Zie je nou wel?


Het toppunt


Niet-weten kun je onder meer opvatten als
  • een amoralisme dat zelfs de moraal van geen-moraal afwijst
  • een anarchisme dat zelfs zijn eigen gezag aanvecht
  • een defaitisme dat zelfs van moedeloosheid niets meer verwacht
  • een epoche waarbij ook het oordeel dat elk oordeel voor onbepaalde tijd moet worden opgeschort, voor onbepaalde tijd wordt opschort.
  • een escapisme dat ook aan zichzelf heeft weten te ontsnappen
  • een illusionisme dat ook de illusie voor illusoir houdt
  • een negativisme dat ook negatief staat tegenover zichzelf
  • een nihilisme dat zelfs de onmogelijkheid om tot filosofische, ethische en politieke grondwaarheden te komen niet langer als grondwaarheid erkent
  • een nominalisme dat zelfs zijn eigen naam als loos ziet
  • een non-dualisme dat ook geen onderscheid meer maakt tussen wel en niet onderscheiden
  • een obscurantisme dat spontaan tot zelfverbranding overgaat
  • een  relativisme dat zichzelf wegrelativeert
  • een scepticisme dat de methodisch twijfel methodisch in twijfel trekt
  • een solipsisme dat zichzelf als een onverifieerbaar verschijnsel in het individuele bewustzijn beschouwd


IJswater

Leerling: Waarmee kan men de wetende geest vergelijken?
Meester: IJs.
Leerling: En de niet-wetende geest?
Meester: Water.
Leerling: Wat moet ik doen om tot niet-weten te komen?
Meester: Smelten natuurlijk.
Leerling: Kan ik dat zelf doen of moet ik wachten tot het me overkomt?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Ik vraag u wat.
Meester: Het kan vriezen en het kan dooien.


Op je neus

Leerling: Waarom kan ik het niet-weten nergens vinden?
Meester: Waarom zoeken mensen hun bril terwijl ze hem op hebben?
Leerling: Omdat ie te dichtbij is.



Vanzelfsprekend

Klein verstand vindt alles vanzelfsprekend.
Gemiddeld verstand vindt veel vanzelfsprekend.
Groot verstand vindt weinig vanzelfsprekend.
Geniaal verstand vindt niets vanzelfsprekend.
Onverstand vindt niets.


Uit en thuis

niet-weten is:


verdwalen in eigen huis
en thuis zijn in den vreemde


Oost-indisch doof

niet-weten is:


doof zijn voor alle souffleurs


Van de vinger en de maan

De vinger die naar de maan wijst is een metafoor voor het eeuwige misverstand tussen de meester die met zijn vinger naar een hogere werkelijkheid wijst en de leerling die alleen maar de vinger ziet. Deze beeldspraak is geschikt voor iedere traditie die in of achter de huidige, zichtbare werkelijkheid een diepere of hogere maar onzichtbare weet: de advaita vedanta bijvoorbeeld, het zenboeddhisme, het taoïsme, het idealisme en het surrealisme.

Niet-weten is niet zo'n traditie, al was het maar omdat niet-weten als zodanig nooit een traditie is geweest, maar een ondergeschikt element van een groot aantal verschillende tradities. Verder weet je in niet-weten juist geen onderscheid te maken tussen een lagere en een hogere, een illusoire en een echte, een dualistische en een non-dualistische, een zichtbare en een onzichtbare werkelijkheid.

Getuigenis afleggen van niet-weten is net zoiets als proberen je vinger te laten zien aan iemand die denkt dat je ermee wijst.Toch is ook deze omgekeerde beeldspraak misleidend. Je zou in de aandachtsverschuiving van maan naar vinger een vermaning kunnen lezen om je te bepalen tot het, al dan niet goddelijk geachte, hier en nu. Maar de dwijze weet als het erop aankomt helemaal geen onderscheid te maken tussen hier en daar, tussen toen en nu en straks, tussen dit en dat, tussen gewoon en goddelijk, enzovoort, zodat een dergelijke oproep voor hem al even loos is als welke oproep dan ook, om nog maar te zwijgen over het begrip "loos" zelf.




Hypocriet

Leerling: Wijsheid is niet weten wat wijs is.
Meester: Wijsneus.


Nog minder

Leerling: De dwaas wil steeds meer weten, de wijze steeds minder.
Meester: Dat hoef ik allemaal niet te weten.


Tja

Van Dale definieert tja als een "uiting van berusting, aarzeling, min of meer weifelende toegeving of instemming enzovoort". Voor de dwijze is tja een tussenwerpsel waarmee hij zijn niet-weten tot uitdrukking brengt. Als zelfstandig naamwoord - het tja - staat het voor het niet-weten zelf.

Ik gebruik het woordje tja graag, omdat het zo kort, zo terloops, zo pretentieloos is. Iedereen kent het. Iedereen weet het te gebruiken. Niemand schrikt ervan. Het enige verschil tussen de gewone mens en de, eh, nog gewonere - de dwijze bedoel ik - is dat laatstgenoemde iedere gedachte, gebeurtenis, situatie en uitspraak begroet met een hartgrondig tja. Ook deze.


De rijkaard

Een rijkaard kwam met een kruiwagen vol goudstukken bij de meester.
Hij zei: Ik schenk u mijn hele vermogen in ruil voor de waarheid!
De meester zei: Afgesproken.
De rijkaard zei: En geen smoesjes, hè!
De meester bevestigde: De naakte waarheid, niet meer en niet minder.
De rijkaard zette zijn kruiwagen neer en zei: Welnu, hoe luidt de waarheid?
De meester zei: Tja.
Verontwaardigd tilde de rijkaard zijn kruiwagen weer op en beende weg.
Toen hij de bocht om ging, riep de meester hem na: Hé rijkaard!
De rijkaard riep over zijn schouder: Wat?
De meester riep: Ik heb me aan onze afspraak gehouden. Waarom u dan niet?


Tien tegen een

Leerling: Ik bied u een goudstuk voor de waarheid.
Meester: Ik bied je er tien.


Herroepen

Niet-weten is tja zeggen tegen alles wat er in je opkomt. Het is het herroepen van iedere gedachte, het terugnemen van elke conclusie, het ongezegd maken van iedere uitspraak. Niet om iets te bereiken of te bewijzen maar gewoon omdat je dat nou eenmaal doet. Omdat je het niet laten kunt. Omdat het je overkomt. Omdat je je gedachten niet meer serieus weet te nemen. Weet ik veel waarom.

Niet-weten is in ieder geval geen zwijgen. Het is geen radiostilte, innerlijk noch uiterlijk. Het is geen gedachtenstilte en geen praatstilte. Je roept eens wat en dan herroep je dat, nu eens hardop, dan weer in je kop. Dat is eigenlijk alles.


Helder

Meester: Waarvoor staat het Tja?
Leerling: Ondoorgrondelijkheid.
Meester: Integendeel.
Leerling: Waarvoor dan wel?
Meester: Doorzichtigheid.
Leerling: Ik krijg anders nooit iets van u te zien.
Meester: Maar niet omdat ik iets verberg.
Leerling: Waarom dan wel?
Meester: Omdat er niets te zien is.


Verder, verder

Meester: Wat betekent Tja?
Leerlingen:
Niets zeggen.
Niets te zeggen hebben.
Niets te zeggen hebben, en dat zeggen.
Niets te zeggen hebben en dat niet zeggen.
Niets te zeggen hebben en dat alleen zeggen bij gelegenheid.
Niets te zeggen hebben en dat ook niet.
Meester: En dat ook niet.


Mijn idee

Meester: Nou?
Leerling: Tja.
Meester: Mijn idee.
Leerling: Noem dat maar een idee.

Meester: Sorry.
Leerling: Waarvoor?
Meester: Dat ik geen antwoorden heb.
Leerling: Dat is nog steeds geen antwoord.

Leerling: Sorry.
Meester: Waarvoor?
Leerling: Dat ik geen vragen heb.
Meester: Dat is nog steeds geen vraag.

Leerling: Wat nu?
Meester: Tja.
Leerling: Mijn idee.
Meester: Noem dat maar een idee.


God, drie letters

Een leerling zit een kruiswoordpuzzel te maken.
Leerling: God, drie letters.
Meester: Tja.


Wormgat

Leerling: Wat is het Tja?
Meester: Een wormgat naar gene zijde.
Leerling: Wat is gene zijde?
Meester: Wat is deze zijde?
Leerling: Waar is dat wormgat dan voor nodig?
Meester: Tja.


En jij?

Leerling: Wat is niet-weten voor u?
Meester: Naakt in de wereld staan.
Leerling: Ha!
Meester: Ha?
Leerling: Veilig in de baarmoeder zitten, zult u bedoelen.
Meester: En met welke toverwoorden sluit ik de wereld buiten?
Leerling: "Ik weet niets!"
Meester: O ja?
Leerling: Eindeloos herhaald.
Meester: Dat zou ik nooit zeggen.
Leerling: O nee?
Meester: Ondenkbaar.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Omdat ik dat niet weet.
Leerling: Wat niet?
Meester: Dat ik niets weet.
Leerling: Hè?
Meester: Hoe zou ik me er dan achter kunnen verschuilen?
Leerling: Tja.
Meester: O zó.
Leerling: Neem me niet kwalijk.
Meester: Mijn baarmoeder is de wereld....
Leerling: Maar?
Meester: Waar zit jij?


Een bom


Leerling:  Tja is een BOM!
Meester: In de meeste mensen is het een blindganger.
Leerling:  Die ieder moment af kan gaan!
Meester: Maar daar rijdt de explosievenopruimingsdienst alweer voor.


Struisvogelpolitiek

Leerling:  Tja zeggen is je kop in het zand steken.


Meester: Zou je ook eens moeten doen.
Leerling:  Ik zie de feiten liever onder ogen.
Meester: Ik zie ze liever onder het zand.
Leerling:  U heeft de wereld begraven.
Meester: En mezelf erbij.
Leerling:  Toe maar.
Meester: En het begraven niet te vergeten.
Leerling:  Dat heeft u ook begraven?
Meester: Het gat was groot genoeg.
Leerling:  En nu?
Meester: Ook begraven.


De kunst van het weglaten

Leerling: Wat is niet-weten?
Meester: De kunst van het weglaten.
Leerling: Wat blijft er over na een leven lang weglaten?
Meester: Tja.
Leerling: Dat is ook niet veel.
Meester: Och.
Leerling: Dus het enige wat overblijft is de kunst van het weglaten zelf?
Meester: Ook afgedankt.


Surplace van het denken

Leerling:  Wat is niet-weten?
Meester: Een surplace van het denken.
Leerling: Leg eens uit?
Meester: Het denken houdt niet op en toch komt het helemaal tot stilstand.


Surplace van de denker

Leerling: Wat is niet-weten?
Meester: Een surplace van de denker.
Leerling: Leg eens uit?
Meester: Z'n gedachten gaan nog steeds overal heen maar hijzelf gaat niet meer mee.



Synoniemen

Leerling: Bestaan er synoniemen voor niet-weten?
Wat dacht je van dwijsheid?
Leerling: Die kende ik al.
Meester: Tja...
Leerling: Nou?
Meester: Gooi maar in mijn pet.
Leerling: Wat.
Meester: Ja ja.
Leerling: Nou nou.
Meester: Hm.
Leerling: Huh.
Meester: Bè.
Leerling: Ach.
Meester: ia.
Leerling: Poe.
Meester: Goh.
Leerling: Oink.
Ineens zegt de meester: Ik heb het!
Leerling:  O?
Meester: X!
Leerling: Korter kan niet.
Meester: O nee?
Hij haalt zijn schouders op.
Leerling: Awel.
Meester: Kon het toch korter.
Leerling: Korter kan echt niet.
Meester: O nee?
Hij zwijgt.
Leerling: Pf!
Meester: Had je niet gedacht hè?
De leerling schudt zijn hoofd.
Meester: Zat er iets voor je bij?
Leerling: Eh ...
Meester: Die van jou waren anders ook niet mis.
Leerling: Hè?


Zijn Naam

Leerling: Heeft u God gevonden?
Meester: Zo kun je dat zeggen.
Leerling: Hoe luidt Zijn Naam?
Meester: Tjaweh.


Redekundig ontleden

Een professor Nederlands
wilde weleens weten
wat niet-weten was.
De meester zei:

Geen onderwerp zijn.
Geen gezegde zijn.
Geen onderwerp van gezegden zijn.
Geen gezegde van onderwerpen zijn.
Zin zonder onderwerp of gezegde zijn.
Onderwerp of gezegde zonder zin zijn.
Zin zonder zin zijn.
Iedere zin zijn.
Niet onderwerpen.
Niet onderworpen zijn.
Niet zwijgen.
Ongezegd blijven.


De Tja-tja-tja


  1. De tja-tja-tja is een symbolische dans waarbij twee tegenliggers elkaar steeds terzelfder zijde, nu eens links, dan weer rechts, proberen te passeren.
  2. Met een spiegel kan men de tja-tja-tja ook in zijn eentje dansen. Dan is men zijn eigen tegenligger. Een betere definitie luidt dan ook: "Symbolische dans waarbij een of twee tegenliggers...".
  3. Gevorderden kunnen de tja-tja-tja zelfs dansen zonder partner en zonder spiegel, dus zonder reële of denkbeeldige tegenligger. Een nog betere definitie is daarom: "Symbolische dans waarbij geen, een of twee tegenliggers...".
  4. Kennelijk is het aantal tegenliggers bij de tja-tja-tja niet van belang. Als het er niet toe doet, draagt het ook niet bij tot de definitie, zodat we de tja-tja-tja simpelweg kunnen definiëren als een symbolische dans, punt.
  5. Moet men werkelijk in beweging zijn om de tja-tja-tja te dansen? Daarvoor bestaat geen dwingende reden. Als die er inderdaad niet is, maakt het ook niet uit of men erbij beweegt, zodat we de tja-tja-tja gewoon kunnen definiëren als een symbool.
  6. Waarvoor staat de tja-tja-tja dan wel symbool? Ook dat is onzeker, al wordt dikwijls gesuggereerd dat het juist daarvoor symbool staat. Als de tja-tja-tja inderdaad al iets symboliseert. Misschien moeten we maar toegeven dat we omtrent de tja-tja-tja volledig in het duister dansen.


Een autoclasme

Iconoclasme is van alle tijden. Iedere religie lokt zijn eigen tegenbeweging uit, soms zelfs meerdere. Terwijl de oorspronkelijke religie uitdijt, diversifieert, inlijft, politiseert en verwatert, ontstaat een verlangen om terug te keren naar de oorsprong, een roep om versobering. Het orthodoxe christendom leidde tot de mystiek, het katholicisme tot het calvinisme, de islam tot het soefisme, het jodendom tot het chassidisme, het boeddhisme tot zen, het hindoeïsme tot de advaita vedanta en die weer tot neo-advaita.

Het tja is ook iconoclastisch, zij het dat het zich niet tegen één specifieke traditie richt - cultureel, spiritueel, filosofisch, religieus of anderszins - maar tegen alle tegelijk. Of liever, tegen geen van alle, want het tja is niet naar buiten gekeerd maar naar binnen. Het vreet de eigen idolen aan - ideeën, standpunten, theorieën, overtuigingen - zonder zich verder om die van de "buitenwereld" te bekommeren. Totdat het zelfs het onderscheid tussen binnen en buiten vernietigt, en het vernietigen zelf. Waarna alles weer bij het oude is. Maar wat was eigenlijk het oude?

Tja is in laatste instantie, autoclastisch [Grieks, autos, zelf + clasein, afbreken, vernietigen]. Men zou het zelfs een auto-immuunziekte kunnen noemen - als ziekte maar de juiste metafoor was.


Ra ra

Een leerling smeekt zijn stervende meester: Geef me ten minste een hint!
De meester zegt: Ik neem het niet mee mijn graf in en toch laat ik het niet achter. Ra ra, wat is het?
De leerling denkt een poosje na en zegt dan: Tja....
De meester zegt: Verrek, kende je hem al.


Dat denkt u maar

Leerling: Wat is de essentie van uw leer?
Meester: Tja.
Leerling: Bedoelt u dat u het niet weet?
Meester: Och.
Leerling: Bedoelt u dat uw leer geen essentie heeft?
Meester: Hm.
Leerling: Bedoelt u dat dat de essentie is?
Meester: Eh.
Leerling: Bedoelt u dat uw leer geen leer is?
Meester: Dat is te zeggen...
Leerling: Verdomme!
Meester: Je veronderstelt dat ik iets bedoel.
De leerling slaat met zijn hand op zijn voorhoofd en lacht.
Meester: Nou veronderstel je weer dat ik niets bedoel.
De leerling slaat met zijn hand op zijn voorhoofd en lacht.
Meester: Nou veronderstel je weer dat ik tegen veronderstellingen ben.
De leerling slaat met zijn hand op zijn voorhoofd en lacht.
Leerling: Maar wat is nou de essentie van uw leer?
Meester: Dat is nou de essentie van mijn leer.


Algemeen bekend

Leerling: Wat betekent tja?
Meester: Dat weet iedereen.
Leerling: Ik vind het zo nietszeggend.
Meester: Zie je wel.


Geweest

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht te weten.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht niet te weten.

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht niet te weten.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat er een tijd geweest was.

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat er een tijd geweest was.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat er geen tijd geweest was.

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat er geen tijd geweest was.
Meester: Tja.

Leerling: Tja.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat ik het niet beter kon zeggen.

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat ik het niet beter kon zeggen.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat ik het beter niet kon zeggen.

Leerling: Er is een tijd geweest dat ik dacht dat ik het beter niet kon zeggen.
Meester: Er is een tijd geweest dat ik dacht te weten.


Wat wij weten in 21 talen

niks, niks nie (Afrikaans)
nishto (Bulgaars)
nichts (Duits)
nothing (Engels)
rien (Frans)
nenio (Esperanto)
njiets (Fries)
niente (Italiaans)
nol (Indonesisch)
nista (Kroatisch)
nihil (Latijn)
nekas (Lets)
nieko (Litouws)
nisto (Macedonisch)
apa apa (Maleis)
niets, niks (Nederlands)
niechoho (Oekraïens)
nic (Pools)
nimic (Roemeens)
nichego (Russisch)
nada (Spaans)


Het einde



Theorie noch feit

Niet-weten is geen theorie
maar het einde van de theorieën.
Niet-weten is geen feit
maar het einde van de feiten.
En daar dan weer het einde van.

Illusie noch realiteit
Niet-weten is geen illusie
maar het einde van de illusie.
Niet-weten is geen realiteit
maar het einde van de realiteit.
En daar dan weer het einde van.

Samsara noch nirwana
Niet-weten is geen samsara
maar het einde van samsara.
Niet-weten is geen nirwana
maar het einde van nirwana.
En daar dan weer het einde van.

Geloof noch ongeloof
Niet-weten is geen geloof
maar het einde van het geloof.
Niet-weten is geen ongeloof
maar het einde van het ongeloof.
En daar dan weer het einde van.

Egoïsme noch altruïsme
Niet-weten is geen egoïsme
maar het einde van het egoïsme.
Niet-weten is geen altruïsme
maar het einde van het altruïsme.
En daar dan weer het einde van.

Het kwade noch het goede
Niet-weten is niet het kwade
maar het einde van het kwade.
Niet-weten is niet het goede
maar het einde van het goede.
En daar dan weer het einde van.

Leven noch dood
Niet-weten is niet het leven
maar het einde van het leven.
Niet-weten is niet de dood
maar het einde van de dood.
En daar dan weer het einde van.

Veelheid noch Eenheid
Niet-weten is geen veelheid
maar het einde van de veelheid.
Niet-weten is geen eenheid
maar het einde van de eenheid.
En daar dan weer het einde van.

Identiteit noch anonimiteit
Niet-weten is geen identiteit
maar het einde van de identiteit.
Niet-weten is geen anonimiteit
maar het einde van de anonimiteit.
En daar dan weer het einde van.

Haat noch liefde
Niet-weten is geen haat
maar het einde van de haat.
Niet-weten is geen liefde
maar het einde van de liefde.
En daar dan weer het einde van.

Keuze noch overgave
Niet-weten is geen keuze
maar het einde van het kiezen.
Niet-weten is geen overgave
maar het einde van het overgeven.
En daar dan weer het einde van.

Gebondenheid noch vrijheid
Niet-weten is geen gebondenheid
maar het einde van de gebondenheid.
Niet-weten is geen vrijheid
maar het einde van de vrijheid.
En daar dan weer het einde van.

Pessimisme noch optimisme
Niet-weten is geen pessimisme
maar het einde van het pessimisme.
Niet-weten is geen optimisme
maar het einde van het optimisme.
En daar dan weer het einde van.

Wanhoop noch hoop
Niet-weten is geen wanhoop
maar het einde van de wanhoop.
Niet-weten is geen hoop
maar het einde van de hoop.
En daar dan weer het einde van.

Doen noch laten
Niet-weten is geen doen
maar het einde van het doen.
Niet-weten is geen laten
maar het einde van het laten.
En daar dan weer het einde van.

Twijfel noch zekerheid
Niet-weten is geen twijfel
maar het einde aan de twijfel.
Niet-weten is geen zekerheid
maar het einde van de zekerheid.
En daar dan weer het einde van.

Antwoord noch vraag
Niet-weten is geen antwoord
maar het einde van het antwoorden.
Niet-weten is geen vraag
maar het einde van het vragen.
En daar dan weer het einde van.

Zoeken noch vinden
Niet-weten is geen zoeken
maar het einde van het zoeken.
Niet-weten is geen vinden
maar het einde van het vinden.
En daar dan weer het einde van.

Weg noch doel
Niet-weten is geen weg
maar het einde van de weg.
Niet-weten is geen doel
maar het einde het doel.
En daar dan weer het einde van.

Waarheid noch leugen
Niet-weten is geen waarheid
maar het einde van de waarheid.
Niet-weten is geen leugen
maar het einde van de leugen.
En daar dan weer het einde van.

Duisternis noch licht
Niet-weten is geen duisternis
maar het einde van de duisternis.
Niet-weten is geen licht
maar het einde van het licht.
En daar dan weer het einde van.

Vasthouden noch loslaten
Niet-weten is geen vasthouden
maar het einde van het vasthouden.
Niet-weten is geen loslaten
maar het einde van het loslaten.
En daar dan weer het einde van.

Worden noch zijn
Niet-weten is geen worden
maar het einde van het worden.
Niet-weten is geen zijn
maar het einde van het zijn.
En daar dan weer het einde van.

Dwaasheid noch wijsheid
Niet-weten is geen dwaasheid
maar het einde van de dwaasheid.
Niet-weten is geen wijsheid
 maar het einde van de wijsheid.
En daar dan weer het einde van.

Onbegrip noch begrip
Niet-weten is geen onbegrip
maar het einde van het onbegrip.
Niet-weten is geen begrip
maar het einde van het begrip.
En daar dan weer het einde van.