(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Standpunten



Verlichting voor dummy's > Het verstand > Standpunten

Deze pagina: Dwaalteksten over standpunten en niet weten.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





Een loopgraaf

Leerling: Wat is een standpunt?
Meester: Een loopgraaf.
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Medestanders genoeg maar je kunt niet voor- of achteruit.


Een grens

Leerling: Wat is een standpunt?
Meester: Een grens.
Leerling: Waartussen?
Meester: Medestanders en tegenstanders.
Leerling: Alle grenzen zijn kunstmatig!
Meester: Dat is nog steeds een standpunt.
Leerling: Maar alles is toch één?
Meester: Dat is nog steeds een standpunt.


Een stilstandpunt

Leerling: Wat is een standpunt?
Meester: Een plek waar je tot stilstand komt.
Leerling: Vindt u dat wij in beweging moeten blijven?
Meester: Dat zou wéér een standpunt zijn.
Leerling: Heeft u daar iets op tegen?
Meester: Dat zou opnieuw een standpunt zijn.
Leerling: Wat vindt u dan wel?
Meester: Dat zou nog steeds een standpunt zijn.


Een doorgangspunt

Leerling: Wat is een standpunt voor u?
Meester: Een doorgangspunt.
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Ik kijk even rond en vervolg mijn weg.
Leerling: Waarheen?
Meester: Naar het volgende doorgangspunt.
Leerling: U heeft alleen maar doorgangspunten.
Meester: Ik heb ze niet, ik passeer ze.
Leerling: Aha.
Meester: Of ze passeren mij.
Leerling: Dat kan ook nog.
Meester: Vandaar.
Leerling: Goeie les!
Meester: Gauw weer door!


Een nomadenbestaan

Leerling: Waarmee kun je niet weten vergelijken?
Meester: Met een nomadenbestaan.
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Je zwerft van kamp naar kamp zonder ergens te blijven hangen.
Leerling: Almaar verder gaan, daar komt het op aan!
Meester: Ach!
Leerling: Wat?
Meester: Je hangt alweer.




De middelvinger

Meester: Gisteren stak een weggebruiker zijn middelvinger naar me op.
Ik dacht:
  • Het IS ook mijn schuld.
  • Nee, het is ZIJN schuld.
  • Nee, we zijn beiden schuldig.
  • Nee, we zijn beiden onschuldig.
  • Nee, we zijn beiden een beetje schuldig en een beetje onschuldig.
  • Nee, het is de schuld van de gemeente die hier een stoplicht had moeten plaatsen.
  • Nee, het is de schuld van de wegenbouwer want zonder weg hadden we hier niet gereden.
  • Nee, het is de schuld van de fietsenfabriek want zonder fiets had ik hier niet gefietst.
  • Nee, het is de schuld van mijn baas want zonder hem was ik nog thuis geweest.
  • Nee, het is de schuld van onze ouders want zonder hen waren wij nooit geboren.
  • Nee, het is de schuld van het hele universum want als ook maar één factor anders was geweest...
  • Maar "het universum" is een concept dus kan het ook niets veroorzaken.
  • Als vrije wil niet bestaat is de schuldvraag sowieso niet aan de orde.
  • Is oorzakelijkheid niet slechts een categorie van het denken?
  • Misschien droom ik dit alleen maar.
  • Misschien ben ik slechts het doek waarop deze film verschijnt.
  • Trouwens, dé waarheid bestaat niet.
  • Of misschien bestaat de waarheid wel, maar wie heeft hem in pacht?
  • Hoe moet ik eigenlijk weten of de waarheid bestaat?
  • Misschien is alles wel waar en onwaar tegelijk.
  • Misschien is alles wel waar noch onwaar.
  • Wat bedoel ik trouwens met "alles"?
  • Ik weet het niet meer.
  • Zelfs dat betwijfel ik.
Leerling: En toen?
Meester: En toen was ik weer thuis.


De vlag

De eerste leerling roept: De vlag beweegt!
De tweede roept: De wind beweegt!
De derde roept: De tong beweegt!
De vierde roept: De geest beweegt!
De meester zegt: Niet te lang bij stilstaan, jongens.


De reiger

De meester maakt een ommetje met zijn leerling.
In de sloot staat een reiger visjes te vangen.
De leerling roept: Hup reiger!
Er schiet een zilveren ruggetje voorbij.
De leerling roept: Visje, pas op!
De meester zegt: Voor wie ben je nou eigenlijk?
De leerling zegt: Ik... eh... dat is te zeggen... tjee...
De meester zegt: Gevangen!


De ooievaar

Twee meesters maken een ommetje.
In de sloot staat een ooievaar kikkers te vangen.
De ene meester roept: Hup ooievaar!
De andere meester knikt instemmend.
De andere meester roept: Hup kikkers!
De ene meester knikt instemmend.
Hoofdschuddend lopen ze verder.


Toeval

Leerling: Gelooft u in toeval?
Meester: Alles is toeval, niet alles is toeval, niets is toeval.
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Er is geen enkele samenhang tussen de dingen, er is weinig samenhang, er is zeker samenhang, de meeste dingen hangen samen, alles hangt samen, alles is één dus wat zou er samen moeten hangen.
Leerling: Maar wat is úw standpunt?
Meester: Ik heb geen standpunt. Ik heb één vast standpunt. Ik heb nu eens dit standpunt en dan weer dat. Ik heb meerdere standpunten tegelijk. Ik heb vele standpunten tegelijk. Geen enkel standpunt is mij vreemd, geen enkel standpunt is mij eigen.
Leerling: Wat heeft u toch vóór met die stomme rijtjes!
Meester: Alles heeft een doel, niet alles heeft een doel, niets heeft een doel.



Het Levende Licht

De meester roept: Ik ken een goeie. Zegt Hildegard van Bingen: Alweer zo'n prachtig visioen van het Levende Licht! Zegt de migrainelijder: Alweer zo'n ellendig scotoom!
De meester begint keihard te lachen.
De leerlingen kijken hem vragend aan.
De meester zegt: Sorry.
Iemand zegt: Wie is Hildegard van Bingen?
De meester zegt : Een middeleeuwse mystica.
Iemand zegt: Wat is een scotoom?
De meester zegt: De zinderende lichtvlek die een migraineaanval inluidt.
Iemand zegt: Wat is de clou?
De meester zegt: Wat denken jullie zelf?
De leerlingen zeggen:
  • Dat Hildegard van Bingen een scotoom aanzag voor een visioen!
  • Dat de migrainelijder een visioen aanzag voor een scotoom!
  • Dat een scotoom best mystiek kan zijn!
  • Dat je ziet wat je wilt zien!
  • Dat je ziet wat je kunt zien!
  • Dat je ziet wat je moet zien!
  • Dat de waarheid verschillende kanten heeft!
  • Dat er verschillende waarheden zijn!
  • Dat waarheid niet bestaat!
  • Dat het moeilijk is om het met elkaar eens te worden!
  • Dat het moeilijk is om het met jezelf eens te worden!
  • Dat het moeilijk is om het met de meester eens te worden!
De meester zegt: Hier krijg ik nou hoofdpijn van.
Er valt een ongemakkelijke stilte.
Een van de leerlingen vat moed en zegt: Maar wat is nou de clou?
De meester kijkt hem ongelovig aan.
De leerling zegt: Wat kunnen we hiervan leren?
De meester zegt: Denk je nou nog steeds dat je hier iets komt leren?


Shit

Leerling: Alles goed?
Meester: Poep op je hoed.
Leerling: Ik heb geen hoed.
Meester: En ik geen goed.


Verder

Leerling: Alles goed?
Meester: Alles wel ja, maar verder?


Daar vraagt u me wat

Leerling: Alles goed?
Meester: In welk opzicht?
Leerling: Daar vraagt u me wat.
Meester: Jij bent begonnen.


Wat heet

Zegt de ene meester: Alles goed?
Zegt de andere: Wat heet alles.
Zegt de ene: Beter had ik het niet kunnen zeggen.
Zegt de andere: En met u?
Zegt de ene: Wat heet goed.
Zegt de andere: Beter had ik het niet kunnen zeggen.



Zegt de ene meester: Alles goed?
Zegt de andere: Wat heet goed.
Zegt de ene: Beter had ik het niet kunnen zeggen.
Zegt de andere: Wat heet beter.



Zegt de ene meester: Alles goed?
Zegt de andere: Beter had ik het niet kunnen zeggen.


Insgelijks

Zegt de ene meester: Alles goed?
Zegt de andere: Geen idee.
Zegt de ene: Insgelijks.
Zegt de andere: Zeker weten?
Zegt de ene: Wat!?
Lacht de andere: Insgelijks.


Prijs de heer

Een gebedsgenezer legt zijn hand op het voorhoofd van een vrouw, die ineens weer kan zien.
Hij roept: Een wonder! Prijs de heer!
Dezelfde gebedsgenezer legt zijn hand op het voorhoofd van een andere vrouw, die op slag blind wordt.
Hij roept: Een beroerte! Haal een arts!



Haal een rolstoel

Een gebedsgenezer legt zijn hand op het voorhoofd van een vrouw, die prompt door haar knieën zakt.
Hij roept: Een wonder! Haal een rolstoel!
Dezelfde gebedsgenezer legt zijn hand op het voorhoofd van een andere vrouw, die ineens weer kan lopen.
Hij roept: Een simulant! Haal een psychiater!
De vrouw protesteert: Dit hadden we toch afgesproken!
De man roept: Hoort u dat? Ze geeft het nog toe ook!



Een wonder

De meester steekt zijn armen in de lucht en roept: Een wonder!
Een leerling zegt verveeld: Dat deed u gisteren ook al.
De meester zegt: Dat kan best wezen maar het blijft een wonder!
De leerling zegt verveeld: Dat is ook maar een gedachte.
De meester zegt: Dat het maar een gedachte is ook.
De leerling zegt verveeld: En wat is een gedachte nou helemaal.
De meester roept: Een wonder!



Een leerling steekt zijn armen in de lucht en roept: Een wonder!
De meester zegt verveeld: Dat deed je gisteren ook al.
De leerling zegt: Dat kan best wezen maar het blijft een wonder!
De meester zegt verveeld: Dat is ook maar een gedachte.
De leerling zegt: Dat het maar een gedachte is ook.
De meester zegt verveeld: En wat is een gedachte nou helemaal.
De leerling roept: Een wonder!



Leerling: Is een gedachte nou een wonder of niet?
Meester: Wat denk jij?
Leerling: Ik denk van... wel.
Meester: Dat is ook maar een gedachte.
Leerling: Ik bedoel, ik denk van niet.
Meester: Dat is ook maar een gedachte.
Leerling: Dat het maar een gedachte is ook.
Meester: Dat kan ik niet tegenspreken.
Leerling: Wilt u zeggen dat we nooit voorbij de horizon van onze gedachten kunnen kijken?
Meester: Dat is ook maar een gedachte.
Getergd heft de leerling zijn handen ten hemel.
De meester roept: Een wonder!


Apport!

Baasje: Ik heb mijn hond leren apporteren.
Hond: Ik heb mijn baasje leren wérpen.


In het vizier

Leerling: Hoe kan ik de waarheid in het vizier krijgen?
Meester: Door een helm op te zetten.


Mits

Man: Ik bepaal hoe ik zit.
Stoel: Als je mijn vorm maar aanneemt.


Hulpmiddel

Leerling: Waarmee kan ik de waarheid zien?
Meester: Met oogkleppen.


Te klein

Ouder: Het huis wordt te klein.
Baby: Er komt geen eind aan die box.


Getuigenis

Leerling: Waarvan getuigt de waarheid?
Meester: Van kokervisie.


Wij en zij

Zegt de ene supporter: De halve finale hebben we gewonnen.
Zegt de andere: Maar de finale hebben ze verloren.


Elke

Leerling: Elke visie is een kokervisie.
Meester: Deze ook.


Lucht

Wandelaar: Die uitlaatgassen!
Drenkeling: Lucht!


Oogjes toe

Leerling: Hoe voorkom ik kokervisie?
Meester: Door je ogen te sluiten.
Leerling: Dan zie ik niks meer!
Meester: Dan zie je alles.
Leerling: Alleen de waarheid niet.
Meester: Alleen niet als waarheid.


Ik wou

Zegt het mooie meisje: Ik wou dat ik slim was.
Zegt het slimme meisje: Ik wou dat ik mooi was.
Zegt het mooie, slimme meisje: Ik wou dat ik dom en lelijk was.
Zegt het domme, lelijke meisje: Ik wou dat ik dood was.
Zegt het dode meisje:


Aan de ketting

Leerling: Het leven is een mysterie.
Meester: Het zoveelste standpunt.
Leerling: U doelt op het idee dat er geen absolute waarheden zijn, alleen maar eindeloos veel standpunten?
Meester: En nog een.
Leerling: Hoe luidt het uwe?
Meester: Moet dat?
Leerling: Had u maar geen meester moeten worden.
Meester: Ik heb geen standpunt. Ik ben altijd in beweging.
Leerling: Is dat dan waar het op aankomt?
Meester: Dacht ik het niet.
Leerling: Ik doe alleen maar mijn uiterste best om...
Meester: Een wolk aan de ketting te leggen.



Maar waarin

Leerling: Het lijkt wel of u altijd gelijk heeft.
Meester: Ik heb nooit gelijk.
Leerling: Kom, kom.
Meester: Ik heb nooit ongelijk.
Leerling: Bedoelt u dat de waarheid voorbij gelijk en ongelijk ligt?
Meester: De wat?
Leerling: Bedoelt u dat dé waarheid niet bestaat?
Meester: Ik ben mij van geen bedoeling bewust.
Leerling: Bedoelt u dat wij iedere bedoeling los moeten laten?
Meester: Met welk doel?
Leerling: Ziet u nou wel?
Meester: Wat?
Leerling: Het lijkt wel of u altijd gelijk hebt.


Volkomen

Leerling: U bent bijzonder overtuigend.
Meester: Bijzonder.
Leerling: En volkomen overtuigd.
Meester: Volkomen.
Leerling: Maar waarvan?
Meester: Precies.


Even lang


Leerling: Schaamt u zich dat u niet weet?
Meester: Nee.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Omdat ik dat niet weet.
Leerling: Wat niet?
Meester: Dat ik niet weet.
Leerling: Maar dat weet u dan weer wel.
Meester: Wat?
Leerling: Dat u niet weet dat u niet weet.
Meester: Ook niet.
Leerling: Niet?
Meester: Niet dat ik weet.
Leerling: Wat bent u nou voor meester!
Meester: Zo kun je dat zien.
Leerling: U weet nog minder dan uw leerlingen!
Meester: Jij zegt het.
Leerling: Zelfs dat kunt u niet bevestigen?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Sommigen leerlingen noemen u een verliezer.
Meester: Zo kun je dat zien.
Leerling: Ikzelf noem u liever eerlijk.
Meester: Zo kun je dat zien.
Leerling: Of verlicht.
Meester: Zo kun je dat zien.
Leerling: Zelf zegt u liever verduisterd, geloof ik?
Meester: Och.
Leerling: Of ziet u dat anders?
De meester zwijgt.
Leerling: Hoe kijkt u er tegenaan?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: In woorden?
Meester: Je kunt verschillende vuurtjes stoken...
Leerling: Maar?
Meester: Alle lucifers zijn even lang.


Kokerleer




Weten versus "weten"
Zoals je kunt lezen op mijn startpagina, heb je weten en "weten".
Weten is kijken vanuit één specifiek standpunt.
"Weten" is kijken zonder standpunt - of vanuit alle standpunten tegelijk.

"Weten" is niet beter - of slechter - dan weten, maar wel anders.
Weten is stellend, "weten" ontstellend.
Weten is exclusief, "weten" inclusief.
Weten is vatten, "weten" is loslaten.
Weten hoort bij de wijze, "weten" bij de dwijze.

Een ander woord voor weten is geloven.
Een ander woord voor "weten" is niet weten.
Of eigenlijk "niet weten".


Optimist versus pessimist
Kijken vanuit één standpunt betekent iets zien en de rest niet zien. Wat vanuit dit ene standpunt niet te zien is - doordat het schuilgaat achter iets anders of doordat het zich buiten je horizon bevindt - bestaat niet. Je bekijkt bijvoorbeeld iets als optimist maar niet als pessimist. Als slachtoffer maar niet als dader - laat staan als de moeder van de dader. Vanuit je eigen belang maar niet vanuit dat van je tegenstrever. Als socialist maar niet als fascist. Als katholiek maar niet als moslim. Als jongere maar niet als bejaarde. Als automobilist maar niet als fietser. Als werkgever maar niet als werknemer. Als verkoper maar niet als koper.
En gelijk dat je hebt!


Kokerweten
Maar dat gelijk dank je helemaal aan je beperkte blik. Gelijk heb je alleen maar omdat je oogkleppen draagt. Je kijkt als het ware door een koker die je gezichtsveld beperkt. Je visie is een kokervisie. Alleen binnen deze kunstmatige beperking is een eenduidig ja of nee mogelijk. Zonder dat je het doorhebt is het de koker zelf die je in het gelijk stelt. Je koker is de mogelijkheidsvoorwaarde voor je gelijk.

Om weten des te scherper van "weten" te onderscheiden, zou je het kokerweten kunnen noemen. De koker van wetendheid, die we kunnen duiden als het geheel van (veelal impliciete) aannames van waaruit je op een bepaald moment de wereld bekijkt, heet dan natuurlijk een weetkoker.

Tot je weetkoker behoren ook zeer fundamentele en vrijwel onzichtbare veronderstellingen zoals het idee dat er een duurzame stoffelijke wereld bestaat waarvan je deel uitmaakt. Of het idee dat je een vrije wil hebt waarmee je invloed op die wereld kunt uitoefenen. Of het idee dat die wereld, of je vrije wil, een illusie is. Of het idee dat er één enkele waarheid bestaat die door jou gevonden kan worden. Of, heel modern, het idee dat waarheid relatief is (relativisme), of meervoudig (pluralisme), of helemaal niet bestaat (nihilisme).

Allemaal weetkokers.

Allemaal kokerweten.

Het spreken waarin een kokerweten tot uitdrukking komt, zou je kokerspraak kunnen noemen. Andere samenstellingen zijn: kokerstelling, kokerbewering, koker-oordeel, kokergedachte, kokerbegrip, kokerkennis, kokervisie, kokerperspectief, kokerwaarheid, kokerbewijs, kokerzekerheid, kokerveiligheid en vluchtkoker.

In plaats van koker kun je ook het beginwoord tunnel- gebruiken: tunnelweten, tunnelwaarheid, tunnelperspectief enzovoort. Of cocon-: coconperspectief, coconleer. Veilig in je zencocon, je jezuscocon, je advaita-cocon.

Tegenover het tunnelperspectief staat, wat zullen we zeggen, het lege perspectief, geen-perspectief, het standpuntloze standpunt van waaruit de dwijze de wereld beziet. Dit non-perspectief kun je, omdat het nergens is, innemen noch verlaten. Om dezelfde reden kun je het aanvallen noch verdedigen. Ook kun je er niet in vast komen zitten en hoef je je er nooit aan te ontworstelen. Hetzelfde geldt voor het hyperperspectief of elk-perspectief of de tienduizend perspectieven noem, een eveneens hypothetisch standpunt dat alle mogelijke gezichtspunten omvat. Elk-perspectief komt natuurlijk op hetzelfde neer als geen-perspectief.

Te veel woorden misschien voor het doodeenvoudige idee dat weten alleen maar "weten" is.


Euclides

Een mooi voorbeeld van kokerweten is de Euclidische meetkunde. Dit bouwwerk van Euclides is ruim twee millennia lang onaantastbaar geweest. Zelfs de grootste wiskundigen meenden al die tijd dat de Euclidische meetkunde algemeen geldig was. Pas in de negentiende eeuw drong het besef door dat er vele meetkunden mogelijk zijn, waarvan sommige beperkt toepasbaar zijn op geïdealiseerde objecten zoals platte vlakken of boloppervlakken of zadeloppervlakken, en andere (vooralsnog) zonder toepassing blijven.

Met Euclides meten is weten, op voorwaarde dat we zijn axioma's aanvaarden, evenals de logica die hij gebruikt om nieuwe stellingen te rechtvaardigen, en niet te vergeten de natuurlijke, symbolische en grafische talen waarvan hij zich bedient. Binnen die orde, die trouwens alleen maar aangeduid kan worden, niet volledig expliciet gemaakt, kun je een spelletje Euclidische meetkunde spelen en - Euclidische - waarheden vinden. Buiten die orde kun je niet weten, of het moet binnen een hogere orde zijn die de Euclidische meetkunde als een bijzonder geval insluit, maar dan kun je dáárbuiten weer niet weten. Zelfs de Euclidische meetkunde, dat tijdloze bolwerk, die zogeheten triomf van het menselijk vernuft, bestaat op de keper beschouwd helemaal uit kokerkennis.


Kokerleer
Nu is het heel verleidelijk om een kokerleer te formuleren met stellingen als:
  • elk denken is kokerdenken
  • elk weten is kokerweten
  • elk spreken is kokerspreken
  • elke leer is een kokerleer
  • je kunt alleen maar aan een koker ontsnappen door in een andere te kruipen
Je begrijpt natuurlijk wel dat een dergelijke kokerleer zelf een voorbeeld is van een kokerleer, een beperkte visie, een standpunt over standpunten, een vorm van weten en niet van "weten".

Jammer hè?


Grenzen

Leerling: Iedereen houdt de grenzen van zijn eigen gezichtsveld voor de grenzen van de wereld.
Meester: Is dit de grens van jouw gezichtsveld of die van de wereld?


Een fanaticus

Leerling: Een fanaticus is iemand die niet van gedachten kan veranderen en niet van onderwerp wil veranderen.
Meester: Hoe vaak heb ik je dát al niet horen zeggen!


Het rechte eind

Leerling: Een van de vreemdste dingen in deze wereld is dat we het, hoewel we het geen van allen met elkaar eens zijn, allemaal bij het rechte eind hebben.
Meester: Je hebt helemaal gelijk.


Scheurkalender

Leerling: Het inzicht van vandaag is de dwaling van morgen.
De meester loopt naar de scheurkalender en trekt er een blaadje af.


Een uitzondering

Leerling: Ervaring is de regel waarop de volgende gebeurtenis een uitzondering is.
De meester geeft hem een flinke draai om zijn oren.
De leerling kijkt hem beduusd aan.
Meester: Had je niet gedacht, hè?


Voorspelling

Leerling: Ervaring voorspelt wel het verleden maar nooit de toekomst.
Meester: Voorspel dan maar eens wat ik net dacht.


Patroon

Leerling: Het onverwachte is een uitnodiging om je verwachtingen op te geven.
Meester: Toch weer een patroon ontdekt?


Verloren

Leerling: Onze ervaring bestaat eerder uit verloren illusies dan uit verworven wijsheid.
Meester: Ook die wijsheid ben ik kwijt.



Leerling: Onze ervaring bestaat eerder uit verloren illusies dan uit verworven wijsheid.
Meester: Ook die illusie ben ik kwijt.


Illusies

Leerling: Ervaring is de ruïne van onze illusies.
Meester: Illusies zijn het product van onze ervaring.



Leerling: Illusies zijn het product van onze ervaring.
Meester: Ervaring is de ruïne van onze illusies.



Leerling: Ervaring is de ruïne van onze illusies en illusies zijn het product van onze ervaring.
Meester: Is dat de ruïne van je illusies of het product van je ervaring?


Karikatuur

Leerling: Ervaring is een karikatuur van de werkelijkheid.
Meester: De werkelijkheid is een karikatuur van de ervaring.



Leerling: De werkelijkheid is een karikatuur van de ervaring.
Meester: Is dat de werkelijkheid of een karikatuur van je ervaring?



Leerling: Ervaring is een karikatuur van de werkelijkheid.
Meester: En beweringen daar weer van.