Verlichting voor dummy's >
Het verstand > Spreken en zwijgen
Deze pagina: Dwaalteksten over de vraag of niet weten zich beter laat uitdrukken door te spreken of door te zwijgen.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
Spreken
Leerling: Het is het Zijn dat in ons spreekt en niet wij die van het Zijn spreken.*
Meester: Wie zegt dat?
Leerling: Eh... het Zijn?
Meester: Is het ook het Zijn dat in ons líegt of zijn wij het die liegen?
Leerling: Eh... ook het Zijn, denk ik?
Meester: Denkt wie?
Leerling: Eh... het Zijn?
Meester: Als het Zijn zegt dat het in ons spreekt, hoe weten we dan dat het op dat moment niet in ons liegt?
Leerling: Eh... dat weten we niet?
Meester: Wie niet?
Leerling: Eh... het Zijn niet?
Meester: Conclusie?
Leerling: Eh...
Het blijft lang stil.
Ten slotte zegt de meester: Is dit het Zijn dat in ons zwijgt of zijn wij het die van het Zijn zwijgen?
* Merleau-Ponty,
Le Visible et l'Invisible
Zwijgen
Leerling: Het is het Zijn dat in ons zwijgt en niet wij die van het Zijn zwijgen.
Meester: Wie zegt dat?
Brabbel en Krabbel
eerst brabbel je maar wat
maar je brabbelen
wordt babbelen
en ineens zeg je
mama
en ineens zeg je
lief
en ineens zeg je
stout
en ineens zeg je
ik
en ineens zeg je
ik ... ben ... lief
en vervolgens ik ben stout
en vervolgens ik ben goed
en vervolgens ik ben slecht
en dan zeg je ik ... ben ... in wezen ... goed
en dan zeg je ik ben in wezen slecht
en dan zeg je ik ben eigenlijk goed noch slecht
en dan zeg je ik ben eigenlijk goed én slecht
en dan zeg je ik ben eigenlijk alles
en dan zeg je ik ben nu eens dit en dan weer dat
en dan zeg je ik ben nu
en dan zeg je ik ben
en dan zeg je ik ben niet
en dan zeg je ik ben en ik ben niet
en dan zeg je hoe zal ik het zeggen
en dan zeg je de waarheid is onuitsprekelijk
en dan zeg je wat bedoel ik eigenlijk met waarheid
en dan zeg je ik weet het niet meer
en dan zeg je ik weet niet eens meer of ik het niet weet
en dan zeg je ik zeg maar niets meer
en dan zeg je ik heb sowieso nog nooit iets gezegd
en dan zeg je werkelijk even niets meer
tenminste niet hardop
want je kunt misschien je mond wel houden
maar verdomme nooit je kop
en dan zegt zwijgen je ook niets meer
en open je je mond maar weer
maar wat moet je nou nog
zeggen
ach
je zegt gewoon maar wat
net als vroeger
net als altijd
net als iedereen alleen
het zegt je niks meer
wat je zegt
het zegt je zelfs niet niks meer
zeg je zelluf
tot jezelluf
en je schrijft het ook nog op
dus nu krabbel je maar wat
De laagste
Leerling: Als het om de hoogste waarheid gaat is alle spraak even leugenachtig.
Meester: Waarom spreek je dan toch van de hoogste waarheid?
Leerling: In plaats van?
Meester: De laagste leugen bijvoorbeeld.
Leerling: Nou zeg!
Meester: Is de laagste leugen minder correct dan de hoogste waarheid
?Leerling: Hoe durft u!
Meester: Dan is niet alle spraak even leugenachtig.
Leerling: Als het om de hoogste waarheid gaat is alle spraak even leugenachtig!
Meester: Dan is de hoogste waarheid de laagste leugen.
Een leugen
Leerling: Als het om de hoogste waarheid gaat is alle spraak gelogen.
Meester: Is dat waar?
Voor dovemansoren
Leerling: Stilte is de hoogste waarheid.
Meester: Waarom hou je dan je mond niet.
Leerling: Stilte is de hoogste waarheid.
Meester: Niet hoger dan lawaai.
Leerling: Stilte is de hoogste waarheid.
Meester: Was ik nou maar doof.
Letterlijk
Leerling: Ik maak geen onderscheid meer tussen waarheid en leugen.
De meester voelt gauw of hij zijn portemonnee nog heeft.
Meester: Zoek dan maar een andere meester.
Leerling: Nou ja, bij wijze
van spreken dan.
Meester: Nee, letterlijk.
Voorbij de woorden
Leerling: Het allerhoogste laat zich niet in woorden beschrijven.
Meester: Nou én?
Leerling: Juist daarin onderscheidt het zich van het alledaagse.
Meester: Het alledaagse laat zich anders ook niet in woorden beschrijven.
Leerling: O nee?
De meester wijst naar een blauwe zitbal en zegt: Wat voor kleur is dat?
Leerling: Blauw. Pruisisch-blauw, om precies te zijn.
Meester: Heel goed. Beschrijf die kleur nou eens aan iemand die kleurenblind is.
Leerling: De kleur van... nee, het is... stel je voor dat...
Meester: Nou?
Leerling: Ik weet het niet.
Meester: Prima beschrijving.
Leerling: Maar ú begrijpt me toch wel?
Meester: Alleen maar omdat ik al weet wat pruisisch-blauw is.
Leerling: Maar als u nou begrijpt wat ik bedoel...
Meester: Met de naam van een kleur
omschrijf je niet het nog onbekende, je
benoemt alleen het reeds bekende.
Leerling: Ik geef toe dat het met kleur...
Meester: Beschrijf het geluid van een sirene of mijn stem maar eens aan een dove.
Leerling: Tja.
Meester: Sommige mensen kennen geen pijn.
Beschrijf jouw pijn maar eens op zo'n manier dat ze precies weten wat je
bedoelt.
De leerling zwijgt.
Meester: Wat dacht je van warmte en koude? Druk? Textuur? Een vederlichte aanraking? Richtingsgevoel? Houdingszin? Jeuk?
Leerling: Ik geef toe dat er bij zintuiglijke waarnemingen moeilijkheden kunnen ontstaan maar...
Meester: Er zijn mensen die geen dorst kennen. Er zijn mensen die geen verzadiging kennen. Er zijn mensen die geen lust kennen. Er zijn mensen die het orgasme niet kennen. Wat zou je tegen ze zeggen?
Leerling: Oké, maar instincten zijn ook zo basaal...
Meester: Angst? Woede? Liefde? Mededogen? Tederheid? Onbehagen? Neerslachtigheid? Verdriet?
Leerling: Gevoelens zijn natuurlijk sowieso vaag...
De meester wijst naar de oude kastanje in de achtertuin en zegt: Beschrijf die dan maar eens op zo'n manier dat ik hem ongezien kan natekenen.
Leerling: Organische vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan geometrische.
Meester: Zou je je huis zo kunnen beschrijven dat iemand het ongezien na zou kunnen bouwen?
Leerling: Complexe vormen zijn natuurlijk minder makkelijk dan enkelvoudige.
Meester: Geef me dan maar een uitputtende beschrijving van een baksteen.
Leerling: Ik zou niet weten waar ik moest beginnen.
Meester: Wat dacht je van de kleur?
Leerling: Flauw.
Meester: Mooi niet.
Leerling: Wilt u zeggen dat niets zich in woorden laat beschrijven?
Meester: Ik wil helemaal niets zeggen.
Leerling: Maar waarom dan dit hele gesprek!
Meester: Omdat jij weer zo nodig iets nietszeggends over het allerhoogste moest roepen.
Leerling: Wat moet ik anders over het allerhoogste roepen!
Meester: Wélk allerhoogste!
Leerling: Wou u soms zeggen dat het allerhoogste niet bestaat?
Meester: Ik wil helemaal niets zeggen!
Leerling: Moet ik daarom voortaan mijn bek maar houden?
Meester: Wat zeg ik nou!
Wat heet
Leerling: Wat is het leven?
Meester: Een woord.
Leerling: Ja, dat weet ik ook wel.
Meester: Je kunt je nou wel afvragen wat het is, maar is het wel?
Leerling: Natuurlijk is het wel.
Meester: Wijs het dan eens aan.
Leerling: U bent het. Ik ben het. Dit gesprek is het.
Meester: Meer woorden.
Leerling: Als ik het kon aanwijzen, zou ik u
niet vragen wat het is.
Meester: Als ik wist wat het was, zou
ik je niet vragen het aan te wijzen.
Leerling: Zonder leven
zouden er geen woorden zijn.
Meester: Zonder woorden zou er
geen leven zijn.
Leerling: Wat is het leven?
Een schilderij roken
Leerling: Wat is het leven?
Meester: Je kunt nat worden
van de regen maar niet van het weerbericht.
Leerling: Ik vroeg
u wat het leven is.
Meester: Je kunt me net zo
goed vragen een schilderij van een pijp te roken.
Leerling: Magritte.
Meester: Voilà.
Leerling: Bedoelt u dat het leven een abstractie is zonder tegenhanger in de werkelijkheid?
Meester: Je kunt net zo goed zeggen dat de werkelijkheid een
abstractie is zonder tegenhanger in het leven.
Leerling: Zo
schieten we niet op.
Meester: Ik hoef nergens heen.
Leerling: Maar ik wel.
Meester: Dan zal dat het verschil wel zijn
De hoogste werkelijkheid
Meester: Als je op de meubelboulevard het woord "bank" ziet staan, waar denk je dan aan?
Leerling: Een zitelement.
Meester: Als je geld opneemt en je ziet het woord "bank" staan, waar denk je dan aan?
Leerling: Een financiële instelling.
Meester: Wat is een bank nou écht?
Afzetter
Patiënt: Toen mijn been er nog aan zat
deed het verschrikkelijk zeer, toen het er net af was deed het
verschrikkelijk zeer en nu we twee jaar verder zijn doet het nog steeds verschrikkelijk zeer.
Dokter: Eerst had je botpijn, toen wondpijn en nu fantoompijn.
Patiënt: Wat maakt mij dat nou uit!
Dokter: Jou misschien niets maar voor de behandeling maakt het wel degelijk verschil.
Patiënt: Voor de behandeling misschien wel maar voor de pijn kennelijk niet.
Dokter: Mij interesseert alleen de behandeling.
Patiënt: Misschien was het al die tijd wel fantoompijn.
De dokter weet niets meer te zeggen.
Bla bla bla
Middenin
een gesprek gaat een leerling ineens achterover zitten.
Hij zegt: Bla bla bla.
Meester: Is er wat?
Leerling: Dat stomme
geklets altijd.
De meester doet er het zwijgen toe.
Leerling: Nou, vraag dan!
Meester: Heb je wat tegen woorden?
Leerling: Woorden maskeren het ongedifferentieerde zijn!
Meester: Zo!
De leerling begint te stralen.
Meester: Die heb je vast niet van mij.
Leerling: Als ik het van u moest hebben...
Meester: Wat betekent het precies?
Leerling: Dat woorden niet echt zijn.
Meester: Hoezo niet?
Leerling: Het zijn hokjes waar niets in past.
Meester: Dan is
woord ook een hokje waar niets in past.
De leerling zwijgt beduusd.
Meester: Om nog maar te zwijgen over
hokje en
passen en
echt.
Leerling: Maar...
Meester: En
ongedifferentieerd en
zijn en
maskeren.
Leerling: Maar dingen zijn geen woorden!
Meester: Sommige wel.
Leerling: Welke dan bijvoorbeeld?
Meester: Woorden bijvoorbeeld.
Leerling: Hè?
De meester wijst naar de krant en zegt: Zijn woorden
soms geen dingen?
Leerling, verrast: Woorden maken deel uit van het ongedifferentieerde zijn?
Meester: Bla bla bla.
Kwak
Meester: Als een boom kraakt, beweert hij dan iets?
Leerling: Wat is dat nou weer voor vraag.
Meester: Als een eend kwaakt, beweert hij dan iets?
Leerling: Welnee, eenden kwaken maar wat!
Meester: Als ik spreek, beweer ik dan iets?
Leerling: Daar ga ik zonder meer van uit.
Meester: Nou, ik niet.
Acteur
Meester: Als een acteur tijdens de voorstelling iets roept, zou je hem er dan achteraf op aanspreken?
Leerling: Natuurlijk niet!
Meester: Waarom niet?
Leerling: Omdat het niet zijn eigen tekst is.
Meester: Je denkt niet dat hij erin gelooft?
Leerling: Ik ben toch zeker geen klein kind meer!
Meester: Waarom spreek je mij dan wel aan op de dingen die ik zeg?
Buiten gehoorsafstand
Een grote menigte verdringt zich rond de meester. Een woud van microfoons onttrekt hem aan het zicht.
Meester: U dringt de verkeerde kant op.
Toehoorder: Waar moeten we dan heen?
Meester: Mijn leer komt het beste tot uitdrukking buiten gehoorsafstand.
Mislukt
Leerling: Ik heb niets te zeggen.
Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?
Leerling: Ik heb niets te zeggen, zelfs niet dat ik niets te
zeggen heb.
Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?
Leerling: Ik heb niets te zeggen, en dat ook niet, en dat ook
niet, en dat ook niet...
Na een poosje steekt de meester zijn hand op.
De leerling onderbreekt zijn litanie.
Meester: Toch weer iets te zeggen gevonden?
Dacht ik het niet
Een leerling zegt niets.
Meester: Wat zeg je?
Leerling: Ik zeg helemaal niets!
Meester: Wat wil je daarmee zeggen?
Leerling: Dat ik niets te zeggen heb!
Meester: Dacht ik het niet.
Kletsmeier
Een jaar lang beantwoordt de meester alle
vragen met een kort hoofdschudden.
Als hij
eindelijk weer begint te spreken vraagt iemand of het bevallen is.
De meester beantwoordt de vraag met een kort hoofdschudden.
Hij verklaart: Van nature ben ik niet zo spraakzaam.
Dat kan ook nog
Een leerling heeft al een jaar lang niets meer gezegd.
Meester: Welk spelletje speel jij?
De leerling schudt zijn hoofd en kijkt strak naar voren.
De meester steekt zogenaamd een sleutel tussen de lippen van de leerling en draait hem om.
De leerling schudt heftig van nee.
De meester schudt nog heftiger van ja.
De leerling schraapt zijn keel en zegt schor: Er is geen spreker die het
de zwijger kan verbeteren!
Meester: Er is geen zwijger die het de spreker kan verbeteren.
Leerling: We kunnen niet allebei gelijk hebben.
Meester: Toch wel.
Leerling: Hoe dan?
Meester: Als spreken en zwijgen gelijkwaardig zijn.
Leerling: Wilt u zeggen dat beide van niet weten kunnen
getuigen?
Meester: Dat kan ook nog.
Leerling: Wat wou u dan zeggen?
Meester: Geen van beide.
Koude vloer
Meester: Wat is de hoogste waarheid?
Leerling: Tja.
Meester: Is dat alles?
Leerling: Ouwehoer.
Meester: Wat?
De leerling steekt een kousenvoet op en zegt: Kouwe vloer!
Meester: Ouwehoer.
Ra ra
Meester: Het hangt je de keel uit, je kunt er niets aan doen en toch hoef je er niet mee te leren leven. Ra ra wat is het?
Leerling: Ik geef het op.
Meester: Je tong.
Waarover men niet spreken kan
Leerling: Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.
Meester: Wittgenstein.
Leerling: Tractatus Logico-Philosophicus.
Meester: Wat vind je van die uitspraak?
Leerling: Goed advies. En u?
Meester: Het is een tautologie.
Leerling: Hoezo?
Meester: Men kan nou eenmaal niet anders dan zwijgen waarover men niet
spreken kan.
Leerling: Verrek.
Meester: En men kan nou eenmaal niet anders dan spreken waarover men niet
zwijgen kan.
Leerling: Logisch.
Meester: Vandaar.
Leerling: En als je het niet als
tautologie opvat?
Meester: Dan heb je een probleem.
Leerling: Hoezo?
Meester: Hoort de uitspraak immers zelf niet tot de zaken waarover men
moet zwijgen?
Leerling: Naar positivistische
maatstaven wel.
Meester: Wittgenstein heeft nooit zijn mond weten te
houden.
Even weten ze beiden hun mond te houden.
Leerling: Ik ben er
toch nog niet helemaal uit.
Meester: Hoezo?
Leerling: Vindt u dat je moet zwijgen als je niets te zeggen hebt?
Meester: Je neemt aan dat je daar iets over te zeggen hebt.
Leerling: Wilt u soms zeggen van niet?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Wat?
Meester: Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.
Zonder iets of niets te zeggen
Leerling: Kunt u mij zonder iets
of
niets te zeggen de waarheid vertellen?
Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.
Leerling: Die is er dus niet.
Meester: Nu veronderstel je weer dat
er geen waarheid is.
Leerling: Wat wilt u dan zeggen?
Meester: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.
Leerling: Zit u me in de zeik te nemen?
Meester: Je veronderstelt
dat ik iets aan het doen ben.
Leerling: Wat heeft dit anders
te betekenen?
Meester: Waarom zou het iets betekenen?
Leerling: Dus het betekent allemaal niets?
Meester: Waarom
zou het niets betekenen?
Leerling: Waarom doet u dan zo raar?
Meester: Misschien vertel ik je wel de waarheid zonder iets of
niets te zeggen.
Recht voor zijn raap
Leerling: Kunt u zonder spreken of
zwijgen de waarheid
uitdrukken?
Meester: Je veronderstelt dat er een waarheid is.
Leerling: Waar hebben we het anders over?
Meester: Je veronderstelt
dat ik de waarheid ken.
Leerling: Waar bent u anders meester
voor?
Meester: Je veronderstelt dat de waarheid zich laat
uitdrukken.
Leerling: Hoe kan men haar anders overdragen?
Meester: Je veronderstelt dat jij haar kunt verstaan.
Leerling: Wat doe ik anders hier?
Meester: Waarop baseer
je al die aannames?
Leerling: Zeg me nou maar gewoon de waarheid.
Meester: Maar ik doe niet anders!
Oud roest
Leerling: Hoe denkt u over het dogma van de onuitsprekelijkheid?
Meester: Spreken is ijzer, zwijgen is schroot.
Jij
eerst
Leerling: Kunt u zonder spreken of zwijgen de
waarheid
uitdrukken?
Meester: Stel eerst je vraag maar eens op die manier.
Geen keus
Leerling: Waarom houdt u niet gewoon uw mond als u toch niets
weet?
Meester: Omdat zwijgen te veelbetekenend is.
Horen is geloven
Leerling: Als u niets te zeggen heeft, waarom zwijgt u dan niet?
Meester: Omdat mensen het zelf moeten kunnen vaststellen.
In alle talen
Waarom
hoeft de spraak niet van de tong te komen?
Niets zeggen kan men in alle
talen.
In gebarentaal
Leerling: Ik ben benieuwd hoe de hoogste waarheid eruit ziet in gebarentaal.
De meester haalde zijn schouders op.
De lege leer
Meester: Welke leer laat zich zelfs met een knoop in je tong nog uitdrukken?
Leerling: Geen idee.
Meester: O, kende je hem al.
Preoccupaties
Meester:
Als je denkt dat de waarheid zich onder woorden laat brengen dan heb je het mis.
Als je denkt dat de waarheid zich niet onder woorden laat brengen dan heb je het mis.
Als je denkt dat de waarheid zich alleen op negatieve wijze laat benaderen dan heb je het mis.
Als je denkt dat de waarheid zich alleen metaforisch laat omschrijven dan heb je het mis.
Als je denkt dat je beter kunt spreken dan zwijgen heb je het mis.
Als je denkt dat je beter kunt zwijgen dan spreken heb je het mis.
Als je denkt dat er een waarheid is heb je het mis.
Als je denkt dat er geen waarheid is heb je het mis.
Als je denkt dat je bent heb je het mis.
Als je denkt dat je niet bent heb je het mis.
Als je denkt dat je het mis hebt heb je het mis.
Als je denkt dat je het niet mis hebt heb je het mis.
De meester kijkt hem ontzet aan en wendt zich abrupt af.
Leerling: Het bewustzijn verschijnt in het lichaam.
Meester: Materialist.
Leerling: Het lichaam verschijnt in het bewustzijn.
Meester: Idealist.
Leerling: Lichaam en bewustzijn zijn autonome substanties.
Meester: Dualist.
Leerling: Lichaam en bewustzijn zijn wederzijds afhankelijk.
Meester: Interactionist.
Leerling: Lichaam en bewustzijn zijn niet-twee.
Meester: Non-dualist.
Leerling: Lichaam en geest zijn aspecten van het ene.
Meester: Monist.
Leerling: Lichaam en geest zijn alleen maar woorden.
Meester: Nominalist.
Leerling: Dan zeg ik wel niks meer.
Meester: Omdat jij wel iets weet.
De meester zwijgt.
De meester zwijgt.
De meester zwijgt.
De meester zwijgt.
Plotseling begonnen de ogen van de leerling te stralen.
Hij zegt: Juist ja.
De leerling zwijgt.
De leerling zwijgt.
De leerling zwijgt.
De leerling zwijgt.
De meester kijkt hem stralend aan.
Hij zegt: Juist ja.