Verlichting voor dummy's > Citaten > Religie > Soefisme Deze pagina: Citaten over niet weten uit het soefisme. Samenstelling / vertaling: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. De titels van de citaten zijn van mij, tenzij anders vermeld. HafizBron: The Gift, poems by Hafiz, the great sufi master, Daniel Ladinsky, Penguin Compass 1999.Ik heb zoveel geleerdIk heb zoveel van God geleerdDat ik mezelf niet langer Een christen, een hindoe, een moslim, Een boeddhist, een jood Kan noemen De waarheid heeft Zoveel van zichzelf Aan mij prijsgegeven Dat ik mezelf niet langer Een man, een vrouw, een engel Of zelfs maar een zuivere Ziel Kan noemen. De Liefde heeft Haziz opgeslokt En mij bevrijdt van Elk concept en ieder beeld Dat ooit mijn geest bewoonde. vertaling van I have learned so much, pagina 32 De Schoen uit de tempel verwijderenOoit vroeg iemand mij, "Waarom zoeken heiligen De goddelijke vernietiging En zijn ze vaak nederig En zitten ze zo graag Op hun knieën?" Ik antwoordde, "Dat is gewoon een kwestie Van etiquette." Toen zeiden ze, "Hoe bedoelt u, Hafiz?" "Nou," vervolgde ik, "Als je een moskee of tempel binnengaat Is het dan niet normaal Om je schoenen uit te doen? Net zo gaat het Met zijn hele lichaam en geest. Die kun je vergelijken met een schoenzool. Als je eenmaal beseft Op Wie je eigenlijk staat Zul je vanzelf de schoen Uit de tempel verwijderen." vertaling van Removing the shoe from the temple, 43/44 Liefde is de brandstapelLiefde is de brandstapel Waarop mijn levende lichaam rust. Alle valse noties over mezelf Die ooit angst, pijn veroorzaakten Zijn in rook opgegaan Terwijl ik God naderde. Wat is opgestegen uit die janboel Van gedachten en zenuwen Straalt nu jubelend Uit de ogen van de engelen Schreeuwt het uit vanuit de ingewanden van het Oneindige zelf. Liefde is de brandstapel waarop Het hart zijn lichaam offert. vertaling van Love is the funeral pyre, 69 vertaling van de eerste strofe van I hope you won't sue this old man, 158 EerbiedOmdat er Niets is Buiten het lichaam Van mijn Meester Probeer ik Eerbied te tonen Voor alle dingen. Omdat er Niets is Binnen het lichaam Van mijn Meester Blijft het redeneren Mij bespaard, Net als het begrijpen. Geen wonder, Hafiz Dat de glimlach Jouw gezicht Zelden verlaat! vertaling van Reverence, 173 De grote godsdienstenDe grote godsdiensten Zijn schepen, Dichters reddingsboten. Ieder vrij mens Is gauw van boord Gesprongen. De zaken gaan goed Nietwaar Hafiz? vertaling van a The great religions, 177 Sleutels uitdelenDe kleingeestige man Bouwt voor iedereen Een kooi. Hij wéét. Terwijl de wijze, Die moet bukken Als de maan laag staat, De hele nacht Sleutels blijft uitdelen Aan al die luidruchtige Doorluchtige Gevangenen. vertaling van Dropping keys, 206 Wat moeten we aan met de maanEen wijnfles viel van de wagen En brak in stukken in het veld. Die nacht kwamen honderd torren En al hun familieleden bijeen En zopen zich helemaal klem Vlakbij vonden ze zelfs wat zaaddozen Ze gebruikten ze als drums En tolden in het rond. Dit maakte God heel blij. Toen de nachtkaars opkwam Legde een van de dronken torren Zijn instrument neer En zei zonder enige aanleiding Tot zijn vrienden: "Wat moeten we aan Met de maan?" Hafiz meent zich te herinneren Dat bijna iedereen het dansen opgaf Om zich ernstig Over dit soort Schijnproblemen Te buigen. vertaling van What should we do about that moon, 260 Maar drie dagenWeinig leraren in deze wereldKunnen je zoveel verlichting geven In een heel jaar Als drie dagen In je eentje zitten In het kleinste kamertje. Daarvoor hoef je heus niet weg te gaan. Haal liever een vriend in huis Voor je natje en je droogje En de po. En niet lezen natuurlijk, Of gedichten schrijven. Dat is vals spelen. Zet hoog in - Op een totale Ontgifting. In je eentje zitten Wordt niet aanbevolen Als je kalmerende middelen slikt Of onder observatie bent geweest Vanwege je kop. vertaling van For three days, 295 Waar ruimte niet op de bon isEen tijdlang geloof je De adelaar die roept: Ik kan het weten, Ruimte is echt niet Op de bon. Een tijdlang geloof je: Ik ben compleet. Tot de lichtste aanraking Van een ander Op precies de juiste plek Al het bekende In rook doet opgaan. Heelheid, denk ik, Ontspringt waar de adem Stokt, Ergens waar de geest Zachtjes wiegt, Waar het laatste restje Verstand Struikelt en bloost Terwijl het tracht te spreken In een taal Die nog moet worden Uitgevonden. Stompend in een homp klei Op zoek naar het allereerste Ware Beeld Van God. vertaling van When space is not rationed, 326 De geur van de woestijnUit De geur van de woestijn: klassieke soefiwijsheid, Andrew Harvey en Eryk Hanut, 2005:![]() Iemand die niet is Een soefi geeft niet om een gelapte jas en een bidkleed. Een soefi geeft niet om de conventies en gebruiken van een soefi. Een soefi is iemand die niet is. (Kharaqani, 23) In de slaap van deze wereld Je mag vele jaren in een stad gewoond hebben, maar zodra je in slaap valt, rijst er een andere stad in je geest op, vol van zijn eigen goed en kwaad. Je eigen stad, waar je lang woonde, verdwijnt volledig uit je herinnering. Je zeg niet: 'Ik ben hier een vreemdeling; dit is mijn stad niet.' Je meent dat je hier altijd gewoond hebt, je denkt dat je hier geboren bent en opgegroeid. Verbaast het je niet dat je ziel zich haar vroegere tehuis niet herinnert? Maar hoe zou zij zich dit kunnen herinneren? Zij is gewikkeld in de slaap van deze wereld, als een ster bedekt door wolken. Zij heeft door zoveel steden gereisd en het stof dat haar visie verduistert is nog niet weggeveegd. (Rumi, 38) Laat de tak los Een man werd door een tijger van een rots gejaagd. Hij viel en kon net nog een tak grijpen. Boven hem stond de tijger en grauwde. Dertig meter onder hem sloegen hoge golven tegen barre rotsen. Tot zijn ontzetting zag hij dat twee ratten bezig waren de tak, waaraan hij zich vastklampte, aan te vreten. Beseffend dat hij verloren was, schreeuwde hij: 'Heer, red mij.' Hij hoorde een stem die zei: 'Natuurlijk. Ik zal je redden. Maar laat eerst de tak los.' (traditioneel soefiverhaal, 43) De toetssteen De goddelijke toetssteen faalt nooit; Het onware zal er nooit langs kunnen; hij alleen zal de test doorstaan, die, nog levend, weet hoe te sterven. (Kabir, 47) Beide sluiers moeten verdwijnen Eens zag men Rabia hardlopen met vuur in de ene hand en water in de andere. Men vroeg haar waarom zij dit deed en waar zij heen ging. Zij antwoorrdde: 'Ik ren om een vuur in de hemel aan te steken en water op de vlammen in de hel te gieten, zodat beide sluiers die het Gelaat verbergen voor altijd zullen verdwijnen. (Rabia, 81) Dood van de zoeker Deze dood is in alle authentieke mystieke tradities bekend. In de christelijke traditie wordt dit de 'donkere nacht van de ziel' genoemd. De soefis, evenals Johannes van het Kruis en Angela van Foligno, weten dat niemand het 'herrezen leven' kan leven zonder de vernederingen, slagen en beproevingen van de kruisiging te hebben doorgemaakt. (119) Verloren in mijn eigen woestenij Een vlam laait op in mijn hart; een grote, onmeetbare vlam, die mijn hele wezen tot as verbrandt. Weet ik nog waar ik leef? Kan ik nog proeven wat ik eet? Ik ben verloren in mijn eigen woestenij... Ik word naar de dood getrokken. De dood leeft in mij. (Majnun in Nizami's Leila en Majnun, 126) Verdwijnen Gelijk een druppel water die in het droge woestijnzand valt, onmiddellijk wordt opgezogen, moeten wij tot niets worden en... verdwijnen. (Bhai Sahib, 127) Veilig in de ruimte Iedereen raakt verstrikt in het web van illusie, zowel de zogenaamde 'heilige' als de wereldling. En zij die veiligheid zoeken onder de comfortabele beschutting van vorm, ritueel en dogma, worden door de stormwind van het leven geslagen. Blijf dus in de ruimte je zult er veilig en beschut zijn. (Kabir, 129) Ziende blind Zij die hun gezichtsvermogen verloren, gingen de hele schepping zien, stralend in hun eigen licht. Zij die zich aan hun eigen zicht vastklampen, blijven blind als vleermuizen in het volle licht. (Kabir, 129) Naakt als de woestijn Het uiteindelijke doel van de liefde is naakt te worden als de woestijn. (Al-Ghazali, 129) Ver weg Ver weg in de oceaan is de kust niet te zien en de zwemmer spant zich tevergeefs in. (Saadi, 133) Niet-bestaan Het is noodzakelijk te sterven vóór je sterft om deze staat te kennen. [...] Die mens, waarin deze toestand van dood optreedt, zal de totale vernietiging van alles behalve God zien en zal zelf niet langer bestaan. Dit niet-bestaan is totaal niet-bestaan. (Ibn Arabi, 146) De twee toestanden van verwondering Eens werd Dhu al-Nun gevraagd: 'Wat is het eerste stadium dat de gnosticus moet doormaken?' Hij antwoordde: 'Verwondering, dan behoefte, dan vereniging, dan weer verwondering.' De eerste verwondering is over Gods handelen en gaven aan de mens. Want hij beseft dat zijn dankbaarheid voor Gods gaven nooit voldoende is [...]. Hij weet ook dat, zelfs als hij dankbaar is, die dankbaarheid een geschenk van God is, waarvoor hij dankbaar dient te zijn. De tweede verwondering ontstaat in de woestijn van vereniging, waarin alle sporen zijn uitgewist, waarin het begrip van de gnosticus volkomen verloren gaat en zijn verstandelijke vermogens verminderen voor de grootheid van Gods kracht, ontzagwekkendheid en majesteit. Deze tweede verwondering bevrijdt een mens van alle trots, omdat het hem leert dat hij nooit iets kan weten. Hij dwaalt in woestijn na woestijn [...]. (Kalabadhi, 147, 148) Deze woestijn is oneindig Deze woestijn is oneindig, en zelfs al dwaalde je hier duizend jaren, je zou jezelf niet vinden noch een ander. Zij die hier leven, hebben voeten noch hoofden, zij zijn 'gelovigen' noch 'ongelovigen'. Dronken door de wijn van zelfloosheid, hebben zij goed en kwaad opgegeven. Dronken, zonder lippen of mond, door de waarheid hebben zij alle gedachten aan naam en faam verworpen, en alle praat over wonderen, visioenen, geestelijke stadia, dromen, geheime kamers, lichten en verschijnselen. (Shabistari, 148, 149) Slechts schijnheiligheid Zij hebben hun zintuiglijke waarneming opgegeven, en zijn van iedere kleur en geur bevrijd, [...]. Voor hen zijn devotie en vroomheid slechts schijnheiligheid; zij zijn het moe meester of leerling te zijn; zij hebben het stof van mesthopen van hun ziel verwijderd, en spreken zelfs niet over het kleinste deel van wat zij zien. (Shabistari, 149,150) Geen hoedanigheden De mensen, die volmaaktheid hebben bereikt, hebben alle stadia gerealiseerd en zijn verder gegaan naar het stadium, dat boven majesteit en schoonheid ligt. Zij hebben geen hoedanigheden en kennen geen beschrijving. Iemand vroeg Bayazid: 'Hoe gaat het je vanochtend?' Hij antwoordde: 'Ik ken geen ochtend en geen avond. Ochtend en avond behoren bij iemand die door hoedanigheden begrensd wordt en ik ken geen hoedanigheden.' (Ibn Arabi, 159) Zonder sluier De echte soefi's nemen waar zonder kennis, zonder zien, zonder informatie te ontvangen, objectief, zonder beschrijving, zonder versluierd te worden, zonder sluier. Dhu al-Nun, 164) Noch het een noch het ander Bayazid zei: 'De eerste keer dat ik het Heilige Huis binnentrad, zag ik het Heilige Huis. De tweede keer zag ik de Heer van het Huis. De derde keer zag ik noch het Huis noch zijn Heer.' (Bayazid Bistami, 165) Geen spoor of teken Een man kwam aan de deur van het huis van Bayazid en riep hem. Bayazid vroeg: 'Wie zoek je?' De man zei: 'Bayazid!' Bayazid zei: 'Jij arme dwaas! Ik zoek al dertig jaar naar Bayazid en kan geen spoor of teken van hem vinden.' (Bayazid Bistami, 166) Als kaf Al mijn oude ideeën en overtuigingen werden als kaf door de wind weggeblazen. Het kwam niet om iets wat ik ben, het kwam niet omdat ik iets deed [...]. (Kabir, 165) Onder de sluiers van het mysterie Alle dingen zijn in hem, maar hij is ver van alle dingen, geborgen onder de sluiers van het mysterie. (Shabistari, 169) Dat niets Op een dag trad een koning zijn koninklijke paleis binnen en zag dat er een vreemdeling was, die niet, als de anderen, voor hem boog. Hij was verontwaardigd over zo'n brutaliteit en riep uit: 'Hoe durf je niet voor mij te buigen! God alleen buigt niet voor mij en er bestaat niets groter dan God. Wie ben jij dan?' De haveloze vreemdeling antwoordde glimlachend: 'Ik ben dat niets.' (traditioneel soefiverhaal, 170) |
