(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Soefisme



Verlichting voor dummy'sCitaten >  Religie > Soefisme

Deze pagina: Citaten over niet weten uit het soefisme.
Samenstelling / vertaling: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
De titels van de citaten zijn van mij, tenzij anders vermeld.





Hafiz

Bron: The Gift, poems by Hafiz, the great sufi master, Daniel Ladinsky, Penguin Compass 1999.


Ik heb zoveel geleerd

Ik heb zoveel van God geleerd
Dat ik mezelf niet langer

Een christen, een hindoe, een moslim,
Een boeddhist, een jood

Kan noemen

De waarheid heeft
Zoveel van zichzelf
Aan mij prijsgegeven
Dat ik mezelf niet langer

Een man, een vrouw, een engel
Of zelfs maar een zuivere
Ziel

Kan noemen.

De Liefde heeft
Haziz opgeslokt
En mij bevrijdt van

Elk concept en ieder beeld
Dat ooit mijn geest bewoonde.




vertaling van I have learned so much, pagina 32


De Schoen uit de tempel verwijderen


Ooit vroeg iemand mij,

"Waarom zoeken heiligen
De goddelijke vernietiging
En zijn ze vaak nederig
En zitten ze zo graag
Op hun knieën?"

Ik antwoordde,

"Dat is gewoon een kwestie
Van etiquette."

Toen zeiden ze,

"Hoe bedoelt u, Hafiz?"

"Nou," vervolgde ik,
"Als je een moskee of tempel binnengaat
Is het dan niet normaal
Om je schoenen uit te doen?

Net zo gaat het
Met zijn hele lichaam en geest.
Die kun je vergelijken met een schoenzool.

Als je eenmaal beseft
Op Wie je eigenlijk staat
Zul je vanzelf de schoen
Uit de tempel verwijderen."




vertaling van Removing the shoe from the temple, 43/44


Liefde is de brandstapel


Liefde is de brandstapel
Waarop mijn levende lichaam rust.

Alle valse noties over mezelf
Die ooit angst, pijn veroorzaakten

Zijn in rook opgegaan
Terwijl ik God naderde.

Wat is opgestegen uit die janboel
Van gedachten en zenuwen

Straalt nu jubelend
Uit de ogen van de engelen

Schreeuwt het uit vanuit
de ingewanden van het Oneindige zelf.

Liefde is de brandstapel waarop
Het hart zijn lichaam offert.




vertaling van Love is the funeral pyre, 69


Uitgehold


Ik heb
Niets
Te zeggen
Want God
Heeft mij
Met een scherp mes
Helemaal uitgehold.




vertaling van de eerste strofe van I hope you won't sue this old man, 158


Eerbied


Omdat er
Niets is
Buiten het lichaam
Van mijn Meester

Probeer ik
Eerbied te tonen
Voor alle dingen.

Omdat er
Niets is
Binnen het lichaam
Van mijn Meester

Blijft het redeneren
Mij bespaard,
Net als het begrijpen.

Geen wonder, Hafiz
Dat de glimlach
Jouw gezicht
Zelden verlaat!




vertaling van Reverence, 173


De grote godsdiensten


De grote godsdiensten
Zijn schepen,

Dichters
reddingsboten.

Ieder vrij mens
Is gauw van boord
Gesprongen.

De zaken gaan goed

Nietwaar

Hafiz?




vertaling van a The great religions, 177


Sleutels uitdelen


De kleingeestige man
Bouwt voor iedereen
Een kooi.

Hij wéét.

Terwijl de wijze,
Die moet bukken
Als de maan laag staat,
De hele nacht
Sleutels blijft uitdelen
Aan al die luidruchtige
Doorluchtige
Gevangenen.




vertaling van Dropping keys, 206


Wat moeten we aan met de maan


Een wijnfles viel van de wagen
En brak in stukken in het veld.

Die nacht kwamen honderd torren
En al hun familieleden bijeen
En zopen zich helemaal klem

Vlakbij vonden ze zelfs wat zaaddozen
Ze gebruikten ze als drums
En tolden in het rond.

Dit maakte God heel blij.

Toen de nachtkaars opkwam
Legde een van de dronken torren
Zijn instrument neer
En zei zonder enige aanleiding
Tot zijn vrienden:

"Wat moeten we aan
Met de maan?"

Hafiz meent zich te herinneren
Dat bijna iedereen het dansen opgaf

Om zich ernstig
Over dit soort
Schijnproblemen
Te buigen.




vertaling van What should we do about that moon, 260


Maar drie dagen

Weinig leraren in deze wereld
Kunnen je zoveel verlichting geven
In een heel jaar

Als drie dagen
In je eentje zitten
In het kleinste kamertje.

Daarvoor hoef je heus niet weg te gaan.
Haal liever een vriend in huis
Voor je natje en je droogje
En de po.

En niet lezen natuurlijk,
Of gedichten schrijven.
Dat is vals spelen.
Zet hoog in -
Op een totale
Ontgifting.

In je eentje zitten
Wordt niet aanbevolen
Als je kalmerende middelen slikt

Of onder observatie bent geweest
Vanwege je kop.




vertaling van For three days, 295


Waar ruimte niet op de bon is


Een tijdlang geloof je
De adelaar die roept:

Ik kan het weten,
Ruimte is echt niet
Op de bon.

Een tijdlang geloof je:
Ik ben compleet.

Tot de lichtste aanraking
Van een ander
Op precies de juiste plek

Al het bekende
In rook doet opgaan.

Heelheid, denk ik,
Ontspringt waar de adem
Stokt,

Ergens waar de geest
Zachtjes wiegt,
Waar het laatste restje
Verstand

Struikelt en bloost
Terwijl het tracht te spreken
In een taal
Die nog moet worden
Uitgevonden.

Stompend in een homp klei
Op zoek naar het allereerste
Ware
Beeld
Van
God.




vertaling van When space is not rationed, 326


De geur van de woestijn

Uit De geur van de woestijn: klassieke soefiwijsheid, Andrew Harvey en Eryk Hanut, 2005:



Iemand die niet is
Een soefi geeft niet om een gelapte jas en een bidkleed. Een soefi geeft niet om de conventies en gebruiken van een soefi. Een soefi is iemand die niet is.
(Kharaqani, 23)

In de slaap van deze wereld
Je mag vele jaren in een stad gewoond hebben,
maar zodra je in slaap valt,
rijst er een andere stad in je geest op,
vol van zijn eigen goed en kwaad.
Je eigen stad, waar je lang woonde,
verdwijnt volledig uit je herinnering.
Je zeg niet: 'Ik ben hier een vreemdeling;
dit is mijn stad niet.'
Je meent dat je hier altijd gewoond hebt,
je denkt dat je hier geboren bent en opgegroeid.
Verbaast het je niet dat je ziel zich haar vroegere tehuis niet herinnert?
Maar hoe zou zij zich dit kunnen herinneren?
Zij is gewikkeld in de slaap van deze wereld,
als een ster bedekt door wolken.
Zij heeft door zoveel steden gereisd
en het stof dat haar visie verduistert
is nog niet weggeveegd.
(Rumi, 38)

Laat de tak los
Een man werd door een tijger van een rots gejaagd. Hij viel en kon net nog een tak grijpen. Boven hem stond de tijger en grauwde. Dertig meter onder hem sloegen hoge golven tegen barre rotsen. Tot zijn ontzetting zag hij dat twee ratten bezig waren de tak, waaraan hij zich vastklampte, aan te vreten. Beseffend dat hij verloren was, schreeuwde hij: 'Heer, red mij.'
   Hij hoorde een stem die zei: 'Natuurlijk. Ik zal je redden. Maar laat eerst de tak los.'
(traditioneel soefiverhaal, 43)

De toetssteen
De goddelijke toetssteen faalt nooit;
Het onware zal er nooit langs kunnen;
hij alleen zal de test doorstaan,
die, nog levend, weet hoe te sterven.
(Kabir, 47)

Beide sluiers moeten verdwijnen
Eens zag men Rabia hardlopen met vuur in de ene hand en water in de andere. Men vroeg haar waarom zij dit deed en waar zij heen ging. Zij antwoorrdde: 'Ik ren om een vuur in de hemel aan te steken en water op de vlammen in de hel te gieten, zodat beide sluiers die het Gelaat verbergen voor altijd zullen verdwijnen.
(Rabia, 81)

Dood van de zoeker
Deze dood is in alle authentieke mystieke tradities bekend. In de christelijke traditie wordt dit de 'donkere nacht van de ziel' genoemd. De soefis, evenals Johannes van het Kruis en Angela van Foligno, weten dat niemand het 'herrezen leven' kan leven zonder de vernederingen, slagen en beproevingen van de kruisiging te hebben doorgemaakt. (119)

Verloren in mijn eigen woestenij
Een vlam laait op in mijn hart; een grote, onmeetbare vlam, die mijn hele wezen tot as verbrandt. Weet ik nog waar ik leef? Kan ik nog proeven wat ik eet? Ik ben verloren in mijn eigen woestenij... Ik word naar de dood getrokken. De dood leeft in mij.
(Majnun in Nizami's Leila en Majnun, 126)

Verdwijnen
Gelijk een druppel water die in het droge woestijnzand valt, onmiddellijk wordt opgezogen, moeten wij tot niets worden en... verdwijnen.
(Bhai Sahib, 127)

Veilig in de ruimte
Iedereen raakt verstrikt in het web van illusie,
zowel de zogenaamde 'heilige' als de wereldling.
En zij die veiligheid zoeken
onder de comfortabele beschutting
van vorm, ritueel en dogma,
worden door de stormwind van het leven geslagen.
Blijf dus in de ruimte
je zult er veilig en beschut zijn.
(Kabir, 129)

Ziende blind
Zij die hun gezichtsvermogen verloren,
gingen de hele schepping zien,
stralend in hun eigen licht.
Zij die zich aan hun eigen zicht vastklampen,
blijven blind als vleermuizen in het volle licht.
(Kabir, 129)

Naakt als de woestijn
Het uiteindelijke doel van de liefde is naakt te worden als de woestijn.
(Al-Ghazali, 129)

Ver weg
Ver weg in de oceaan is de kust niet te zien en de zwemmer spant zich tevergeefs in.
(Saadi, 133)

Niet-bestaan
Het is noodzakelijk te sterven vóór je sterft om deze staat te kennen. [...] Die mens, waarin deze toestand van dood optreedt, zal de totale vernietiging van alles behalve God zien en zal zelf niet langer bestaan. Dit niet-bestaan is totaal niet-bestaan.
(Ibn Arabi, 146)

De twee toestanden van verwondering
Eens werd Dhu al-Nun gevraagd: 'Wat is het eerste stadium dat de gnosticus moet doormaken?'
   Hij antwoordde: 'Verwondering, dan behoefte, dan vereniging, dan weer verwondering.'
   De eerste verwondering is over Gods handelen en gaven aan de mens. Want hij beseft dat zijn dankbaarheid voor Gods gaven nooit voldoende is [...]. Hij weet ook dat, zelfs als hij dankbaar is, die dankbaarheid een geschenk van God is, waarvoor hij dankbaar dient te zijn.
   De tweede verwondering ontstaat in de woestijn van vereniging, waarin alle sporen zijn uitgewist, waarin het begrip van de gnosticus volkomen verloren gaat en zijn verstandelijke vermogens verminderen voor de grootheid van Gods kracht, ontzagwekkendheid en majesteit. Deze tweede verwondering bevrijdt een mens van alle trots, omdat het hem leert dat hij nooit iets kan weten. Hij dwaalt in woestijn na woestijn [...].
(Kalabadhi, 147, 148)

Deze woestijn is oneindig
Deze woestijn is oneindig,
en zelfs al dwaalde je hier duizend jaren,
je zou jezelf niet vinden noch een ander.
Zij die hier leven, hebben voeten noch hoofden,
zij zijn 'gelovigen' noch 'ongelovigen'.
Dronken door de wijn van zelfloosheid,
hebben zij goed en kwaad opgegeven.
Dronken, zonder lippen of mond, door de waarheid
hebben zij alle gedachten aan naam en faam verworpen,
en alle praat over wonderen, visioenen, geestelijke stadia,
dromen, geheime kamers, lichten en verschijnselen.
(Shabistari, 148, 149)

Slechts schijnheiligheid
Zij hebben hun zintuiglijke waarneming opgegeven,
en zijn van iedere kleur en geur bevrijd,
[...].
Voor hen zijn devotie en vroomheid slechts schijnheiligheid;
zij zijn het moe meester of leerling te zijn;
zij hebben het stof van mesthopen van hun ziel verwijderd,
en spreken zelfs niet over het kleinste deel van wat zij zien.
(Shabistari, 149,150)

Geen hoedanigheden
De mensen, die volmaaktheid hebben bereikt, hebben alle stadia gerealiseerd en zijn verder gegaan naar het stadium, dat boven majesteit en schoonheid ligt. Zij hebben geen hoedanigheden en kennen geen beschrijving.
   Iemand vroeg Bayazid: 'Hoe gaat het je vanochtend?'
   Hij antwoordde: 'Ik ken geen ochtend en geen avond. Ochtend en avond behoren bij iemand die door hoedanigheden begrensd wordt en ik ken geen hoedanigheden.'
(Ibn Arabi, 159)

Zonder sluier
De echte soefi's nemen waar zonder kennis, zonder zien, zonder informatie te ontvangen, objectief, zonder beschrijving, zonder versluierd te worden, zonder sluier.
Dhu al-Nun, 164)

Noch het een noch het ander
Bayazid zei: 'De eerste keer dat ik het Heilige Huis binnentrad, zag ik het Heilige Huis. De tweede keer zag ik de Heer van het Huis. De derde keer zag ik noch het Huis noch zijn Heer.'
(Bayazid Bistami, 165)

Geen spoor of teken
Een man kwam aan de deur van het huis van Bayazid en riep hem.
   Bayazid vroeg: 'Wie zoek je?'
   De man zei: 'Bayazid!'
   Bayazid zei: 'Jij arme dwaas! Ik zoek al dertig jaar naar Bayazid en kan geen spoor of teken van hem vinden.'
(Bayazid Bistami, 166)

Als kaf
Al mijn oude ideeën en overtuigingen
werden als kaf door de wind weggeblazen.
Het kwam niet om iets wat ik ben,
het kwam niet omdat ik iets deed [...].
(Kabir, 165)

Onder de sluiers van het mysterie
Alle dingen zijn in hem, maar hij is ver van alle dingen, geborgen onder de sluiers van het mysterie.
(Shabistari, 169)

Dat niets
Op een dag trad een koning zijn koninklijke paleis binnen en zag dat er een vreemdeling was, die niet, als de anderen, voor hem boog. Hij was verontwaardigd over zo'n brutaliteit en riep uit: 'Hoe durf je niet voor mij te buigen! God alleen buigt niet voor mij en er bestaat niets groter dan God. Wie ben jij dan?'
   De haveloze vreemdeling antwoordde glimlachend: 'Ik ben dat niets.'
(traditioneel soefiverhaal, 170)