Verlichting voor dummy's > Citaten > Cultuur > Simon Vinkenoog Deze pagina: Gedichten over niet weten van Simon Vinkenoog. Samensteller: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. De titels zijn van Simon Vinkenoog, tenzij anders vermeld. Uit Vinkenoog verzameld: Gedichten 1948 -2008, 2008 (titels origineel): [zonder titel] ik ken de woorden van de taal niet die ik spreek en verwonderd zie ik mijn gedachten na, het zijn de handen van de liefste niet het zijn geen zwanen in het water het is geen hulpkreet die de muur doorbreekt, het is ook de wereld niet waarin ik verga. (13) Faits divers Je est un autre. Arthur Rimbaud ik ben een vreemde in eigen bloed mijn hartslag klopt aan andere deuren van het schuim der goden herken ik de kleuren maar het is ik die mij huiveren doe het zijn de eigen ogen die mij breken en de stenen die als ontluikende bloemen langzaam aan de ingewanden groeien ik ben verdronken in dit drijfzandlied van waaruit duizend doden smeken: - in dit naaktlandschap dat leven heet drijft doodgezongen de tijd uiteen - kringen verleden zonder heden woorden klanken gestamel (18) uit Koorts het boek te lezen en het boek te schrijven dat alles zegt verwachten en wanhopig wezen: met de pen in de hand geen woord kunnen zeggen tussen duizenden boeken geen woord kunnen lezen schrijfstom en leesblind zijn vergeten het woord dat amen zegt het schrijven verleerd de pen een doelloos voorwerp tussen lege vingers: koortsthermometer het boek een onbeschreven blad de taal die ik bezat verloren eeuwig vergeten doof en eindeloos wit in de marge geboren (27) Handel ik handel in gebaren in en verkoop expertise ik wuif met mijn handen door de dagen zonder winstbejag ik drijf handel met mijn stem een lege stem een weerhaakstem en in mijn vingers danst de lucht vol blote tekeningen ik woon in het weke zand van afrika ik ken de dorpen van de oekraïne en ik loop alleen door de straten langs de seine-kaden ik weeg voortdurend mijn eigen- waarde tegen het leven af ik lieg niet meer ik spreek geen waarheid noch orakeltaal ik weet niets meer ik geloof niet meer ik doe alleen in liefde tweedehands- herinneringen ik spreek de natuur niet meer tegen ik ben bij de aanvang aller dingen thuis (56) uit Science-fiction: levenslust De eerste wetten van de tijd: alles moet weg, en niemand is gehouden de wet na te leven, alles is weg, niets blijft bestaan, alles verandert, niets is wat is zoals het is en/of is, en/en is, beide - geen van beide... Nog ik van vrijheid droom. nog ik de wijsbegeerte achterna, de liefdesbegeerte, de begeerte naar schoonheid die áftrappend dicteert, de balletten van het scheppende lichaam, zon op of zon onder achter waterlandverfland- schappen. wolkenformaties, trillingen licht en kleur en kleur en klank en - het woord betrapt. Alles Achteraf Overbodig Achterhaald. Om Niets. Niets Gebeurt; in niets alles schuilgaat, alles zich openbaart, vergaart, verklaart, nieuw maakt, eenmalig maakt, tot ervaring maakt... (466) Als... Als wij eens wisten, dat het leven alleen maar uit openbaringen bestond, zouden wij nog bang voor de dood zijn? Als wij eens wisten, dat de wonderen waaraan wij zo gewend zijn, nog steeds grote wonderen zijn? Als wij eens wisten, dat de dood niet bestond en het eeuwige leven HIER & NU gestalte krijgt, zouden wij nog bang voor de dood zijn? Als wij eens wisten, dat er meer dimensies waren dan die wij nu kennen, zouden wij niet verder willen? Als wij eens wisten, dat het leven een voorbereiding op de dood is, zouden wij weigeren te leven? Als wij eens wisten, dat de dood in ons schuil gaat? Als wij eens wisten, dat de dood naast ons staat? Als wij eens wisten, dat de dood ons het naast staat? Als wij eens wisten, dat wij ons niet kunnen verschuilen? Als wij eens wisten Als wij eens wisten Als wij eens wisten (470) uit Verkenning in niemandsland Verkenner in niemandsland tussen hier en eeuwigheid beland tussen ruimte en tijd tussen links en rechts tussen oost en west tussen volmaakt en onvolmaakt tussen goed en temidden van 't kwaad tussen wet en onrecht tussen spijt en respijt. Stop, stil, wacht: verkenning in Niemand's land niets aan de hand - geef maar mee - sta maar toe - laat maar gaan. Tussen nu en nooit tussen toen en dan tussen 'jamaar' en 'laat maar' tussen de wal en de sloot tussen nakend en bloot tussen vriend en vriendin de wijde eigen wereld in - achter ons groeit de jungle weer dicht, en vóór ons gaat alles weer open (544) uit Made in Limburg Ik leg een knoop in mijn oor en vergeet wat ik weet: een onbeschreven blad waar de tijd geen vat op heeft. Toe maar. Ga maar. Laat maar gaan. Laat maar los. Toch altijd weer... Toch! Altijd! Weer! een nieuw begin moeten maken opnieuw de handen uit de mouwen opnieuw de vraag 'waarom?' vanaf het begin opnieuw te ontsluiten openbreken openhouwen openbaren (552) uit Boven de boomgrens HIER PRIMAL SCREAM, want wat weet ik ervan die geboren en herboren werd, dat het pijn deed, of het pijn deed! Geworpen in de paradox, met lichaam bekleed, onzichtbaar geworden. (563) uit Rondo allegro Het weten dat niets hoeft te bewijzen. De wetenschap zonder formules. De geheime leer van het niets. Ervaringen tijdens het vallen. (570) uit Staan en gaan Het laat zich leiden door het rijm, een oud geheim - het doet je wat, het leert je wat, je leert het af, het groeit weer aan tot je de woorden laat begaan - en jij niets meer weet, het woord zich met je meet met wat je wist of dacht of was gegroet, o heilig gras! Als je nergens meer bent, onwennig en ontwend herkent: dit is het pas. Hier staat het. (601) uit 'Naam' alles zeker niets zeker leeg zeker vol zeker niets begint niets eindigt niet een dag niet een minuut niet een leven niets dan leven. (660) uit De weg van de dwaas Waarom danste Krishna met de meisjes? Welk wijsje speelde de rattenvanger van Hameln? Wie weet waarom de dwazen reageren? Waarom moest Adam proeven van de vruchten van de boom van kennis van goed en van kwaad? Waarom stierf Jezus Christus aan het kruis in Golgotha? Of niet soms? Of wel? En dan weer: zó is het, of niet soms? Soms is éénmaal álles waar - geen vraag meer en geen antwoord; wie kent nog een weg die niet naar God leidt? Wie durft nog ontkennen dat alles alles even waar is? wat is het leven toch een grap! Wat een dure grap! Wat een kosmische practical joke! Het leven: je kunt er niet mee, en je kunt er niet zonder. De mens als oefening: als loutering: als ontluistering: als benadering: als begeleiding - om verder te gaan, hoger te komen, dieper in af te dalen - van de verregaande vergezichten van het licht en de diepste duisternissen: hoe hard het ook is, toe kunnen geven: ook dit ben ik, broeder moordenaar, zuster bedriegster - hoe hard het ook is, omdat het werkelijk verbijsterend is, meedogenloos wreed soms, van geen ophouden weet. (664) uit À propos (Poetry Factory) Waar alles is open gelegd niets je meer beidt of opwacht, niets meer voor je of naast je staat - Jij alleen daarin, en ik spiegel ik tussen mensen die ik niet ken en die net als ik hun begin zonder end met zich meedragen, zonder alias of alibi - (739) uit Eigenleerdicht Nooit meer éen vraag stellen - in voortdurende vraagtoestand blijven. (748) uit Zoden aan de dijk of de wal keert het schip SUMMA SCIENTIA NIHIL SCIRE De nieuw-ontwaakte mens weet dat hij niets weet - (758) Zelf gezien Driftig krabde de meeuw zich achter zijn veren oren, rechterpoot geheven, als een kat, dacht ik. Ik was het vergeten dat vogels dat ook konden: zich achter de oren krabben. Onweerlegbaar en vanzelfsprekend gedachten dromen werk voltooien spelen in de wende van vraag en teken waarom? daarom. (767) Ik roep Wat doe ik hier? Ik roep. Ik roep. Ik roep. Ik weet niet wat ik roep. Wie ik roep weet ik niet. Ik roep iemand zwak, iemand gebroken, iemand trots door niets gebroken. Ik roep. Ik roep iemand daarvandaan, iemand verloren in de verte, iemand van een andere wereld. Ik roep. Voor dit instrument zo helder, is het niet alsof met mijn eigen dove stem. Voor dit zingend instrument dat mij niet oordeelt, dat mij niet gadeslaat, verliezend alle schaamte, roep ik, roep ik, roep ik uit de diepte van het graf van mijn jeugd dat dreinst en zich samentrekt, uit de diepte van mijn huidige woestijn, roep ik, roep ik. De roep verbaast mij zelf. Hoewel het te laat is, roep ik. Om mijn plafond te doorbreken zonder twijfel bovenal roep ik. (781) Doolhof Er is geen eind en er is geen begin, je komt er nooit uit en je gaat er nooit in Je eerste passen zijn je laatste schreden, linksom of rechtsaf: geen enkele reden. Je loopt in het vierkant en je loopt in het rond, soms denk je: hier ben ik eerder geweest hier is het alsof ik er eerder - even zoekend en spiedend - stond. Je stapt vooruit en schrikt terug, je spiegelt en weerspiegelt, gekromd, vermomd, verstomd - Je bent alleen al tel je velen die met je hetzelfde pad begaan. Soms wacht je, volg je, leid je even - steeds blijft de tijd voor je stil staan. Is dit nu? Was dit toen? Heb ik wel? Moet ik dan? Geen vraag komt meer in je op, een antwoord is niet te geven. Levend, dood hangend, zittend, liggend, lopend, fietsend, snel of langzaamaan - alles om het even. Laat me eruit! gil ik en rammel aan de tralies: laat me erin! Laat me leven! beuk ik aan de onzichtbare poort, en kijk om me heen. Niemand, niets, zie ik, doet iets anders: levend beleven. (788) Chaos Woest en ledig alvorens dit begon evenmin orde scheppende regelmaat waanzin kortzicht aan het bewind Tussen yin en yang tuimelt de tol die de mens betaalt tussen Hel en Hemel brandt het vuur stroomt het bloed sidderen de gedachten verdwalen de gevoelens verontrusten de gemoederen Schande! roepen de verontwaardigingen Kwaadaardige betweterige herinneringen God Allemachtig roept de stem en aanvaardt: gaan moet het zoals het gaat geen zee te hoog voor niets vervaard en altijd onderweg Heg noch steg. (795) In de eerste plaats dit In de eerste plaats dit: de voetstappen ongeteld en de mensen onmetelijk De trage uren van de winter als de dag niet licht en de avond nooit nacht wordt In de eerste plaats dit leven en overleven - hoe heugt het geheugen? Hoe klinkklaar dit alles hoe eigen en nooit anders dan zichzelf in eigenste eigenheid Hoe onuitsprekelijk hoe ontzag wekkend hoe vertrouwd en onbekend hoe teder en breekbaar voelbaar en hoorbaar dit heilige alles (801) uit Herinnering Toen je nog niet wist dat iets de eerste keer was Toen je nog niet wist dat je iets kon onthouden of vergeten Toen nog niet tot je was doorgedrongen hoe belangrijk het was zeker te weten niets te weten (802) Kriskras Waterpas - de hele wereld past - elk gezicht daarin en niettemin en desalniettemin en niettegenstaande doen mee en ja maar en jammer en nou ja en ja en of kriskras vergaard geen woord verjaart telkens nieuw de rechter en de linker stap de vooruit en de achteruit het paradepaard van de paradox en de kleuters in hun bow de datum die je vergeten was het eerste en het laatste ras volgas, plank- of tegengas kriskras schrikdraad waar gevaar op staat een raam waarachter muziek aanstaat Kriskras signalen in je oor elk geluid op het eerste gehoor kriskras vegen op je netvlies ruimte voor elleboog en linker lies startklaar apparaat tot beamen paraat gris gras woord pas kriskras kriskras voor de rondvraag een cirkelzaag voor de agenda voor de goede orde voor het ogenblik van de weeromstuit van de weerga niet van de kouwe grond zelfgemaakt aangeraakt meegeproefd ingevoeld aangevreten doorgewinterd overgeleverd kriskras tussen lotus en robot tussen doen en laten onvoorbedachte rade tussen hoeken en gaten de melkweg gestremd kriskras van zeker naar onzeker het hoogste lot het veegste lijf de kruispolka kriskras waar was jij kriskras waar ben jij gebleven kriskras waar kom jij vandaan? (821) De vlucht van de adelaar
ik vlucht in de letters ik vlucht in de woorden ik vlucht in mijn werk ik vlucht in mijn liefde ik vlucht in de studie ik vlucht in gezelschap ik vlucht in de libanese hasjisj ik vlucht in de merdeka-wiet ik vlucht in mijn vriendenkring ik vlucht in het nietsdoen ik vlucht in het nächtsliegende ik vlucht in de toekomst ik vlucht in de wereldrecordpoging anderhalf miljoen dominostenen omverwerpen ik vlucht in mijzelf ik vlucht naar voren ik vlucht naar binnen ik vlucht nergens heen ik vlucht nergens vandaan ik sta mijn mannetje ik vlucht in de poëzie ik vlucht in de vluchtpogingen ik vlucht in het duister van de nacht ik vlucht in mijn netvlies ik vlucht in de herinnering ik vlucht in de kantlijn van de zesentwintigste regel ik vlucht in mijn vingervlugheid ik vlucht voor jou ik vlucht voor allerlei meningen ik vlucht voor het verslindende daglicht ik vlucht voor de vrede ik vlucht voor de luidkeels dubbelganger die mijn strottenhoofd bewoont ik vlucht niet langer ik vlucht in de overgave ik vlucht in het moment ik vervluchtig ik vlieg (836) uit Het mooist Het mooist is niets meer hoeven tegen te spreken niet meer te verbleken door de grond te zakken wennen aan het boven de afgrond hangen Het mooist is alles geheel zichzelf en oorspronkelijk geen vergelijk beter of minder geen last en geen hinder (864) Eenvoud Alles zo vanzelf laten gaan, dat het lijkt alsof het geen moeite kost. De handen eenvoudig uit de mouwen, doen wat vanzelfsprekend wordt. De namen krijgen vergezichten, de zon draait de dag in het rond. Morgen weer heel andere dingen, geen wereld waar geen eind aan komt. (869) uit Wie ik ben Ik ben wat zal-zijn en is: deel van het leven zelf, een open geheimenis. Overal vormen te vinden Overal verhaal te halen Overal chaos & orde Overal uiteen & ineen Overal tekens & betekenis Op weg naar de vraag wie wij zijn, en wie wat waar hoe en waarom wij in leven zijn, het leven IS. (885) 'Kiezen', (een keuze-onderwerp) Wie voor is, of tegen, wie ja zegt of nee, of misschien, het hangt er van af. Scrupules en overwegingen, argumenten en meningen, over mijmeringen en ideeën, over tolerantie en vrijheid en/en/oftewel moesten die Twee van Breda nu vrijgelaten worden of niet? Kiezen voor vrede, in vrede met je vijanden leven (zoals de zoon van Frederik van Eeden, die ondertussen ook al weer 78 jaar is) Kiezen of stemmen, zwijgen of toestemmen, voor jezelf, de ander, de wereld, de kosmos, geheel en al jezelf, al dan niet vertegenwoordigd door 150 praatkamerleden, in de wandelgangen kiezen, de gangen van je menu, links af of rechts af, vooruit of achteruit, stopzetten of voortgaan, vechten of vluchten of geen van beide? Vlees noch vis merg noch been bloed noch zweet of tranen kiezen voor dood of leven kiezen voor de overgave kiezen voor het vege lijf kiezen voor de naakte wanhoop kiezen voor de juiste woorden kiezen voor een taal die niet liegt kiezen voor het woord dat altijd verdervliegt. (886) uit Jaloezie, etc. Niets dat zeker is staat vast een en al beweging is 't, onverwacht en verrast (894) Wie, wat, waar Wat hebben wij gemeen? Wat delen wij met elkaar? Welke woorden zijn echt, en welke alleen maar nagepraat? Waarom doen wij wat wij doen? Wat brengt ons samen, wat hebben wij gemeen? In hoeverre lijken wij op elkaar, waarin zijn wij anders, of anderen, waarom deze ontmoetingen rond het woord, waarom de stilte van het schrijven, waarin alles van binnenuit wordt gehoord? Wat voltrekt zich in ons wezen, wat gebeurt er als wij schrijven? Welke technieken, methodieken, welke ingevingen, openbaringen, welke toevalstreffers, welke dwaalwegen? Wat hebben wij te zeggen? Wat hebben wij ons zelf, elkaar, anderen te zeggen? Waar gaat het om, waar slaat het op, wat is er aan de hand, en 'wat,' zei je, 'is de vraag?' Wat hebben wij te zeggen, wat kunnen wij naar voren brengen, waar willen wij naar luisteren, naar wie en waarom, wat hebben wij voor, wat laten wij achter, waarom schrijven wij? Waarom onze monden open, waarom anderen confronteren, tegemoettreden en ontmoeten? Wat herkennen wij, wat weten wij, wat delen wij? Delen wij mee, delen wij in de gave van het woord, geven wij tekens van een oer(to)taal? Wat doet de schrijver? Wat beweegt de dichter? Hoe komt de zanger aan zijn lied, wat zijn onze laatste woorden? Wat blijft er van ons over? Wat zijn wij meer dan stof en as? Wie roert in de oersoep van de herinnering, wie stoot zich aan het buitengebeuren, wie leeft rijk, diep, innerlijk en oprecht? Wie heeft vrede gevonden? Wie zingt zich vrij-uit? Wie ademt verbeeldingskracht? Wie heeft het hoogste woord? Wie wacht op een ander? Wie heeft de eigen weg gevonden? Wie kan het leven weerleggen? Wie stelt de vragen? Wie kent de antwoorden? Wat betekenen deze woorden? Wat hebben wij te zeggen? Wat hebben wij gemeen? (907) uit Vertrouwde gezichten de niet te weerleggen verwondering van het kind dat voor het eerst zijn ogen opent (915) Solo Woorden gedragen door een stem zo ben ik hem zo ken ik hem nog steeds in woorden op papier reikend van ver naar hier nog steeds quantumsprong oneindigheid waar de grens zichzelf overschrijdt tussen eens en altijd nog steeds (972) House De genen verstek laten gaan de jeugd laten opspelen aangeboren of verworven overgeleverd of georven meegemaakt of voortgesleurd halsoverkop doormidden gescheurd lumineus tenonder doorgedonderd geen open boek de wereld geen uitzicht onthult zichzelf de vrije hand heeft nog niet toegeslagen alles houdt op aan het eind van de straat (975) Letter en leven Niemand ontvalt je in het Niets dat overblijft ruim is de keuze, tussen nacht en nevel, rook of vreugde hel en hemel staan in brand broeit en schroeit de Aarde ere wie ere toekomt ik brandschat (977) Groet In de pijnkamer van onthechting overgave deint en dreint alles weten om niets te weten lessen vergeten alles opnieuw van te voren kleine roofridder hard als staal adieu (979) uit Invisible man Hij meldt zich, niet aansprakelijk voor ongelukken, als ontdekkingsreiziger in Niemandsland, incognito gerakend aan de aanvang der tijden. Hij laat de eerste keer niet los - het teder wonder mens zoekt tijdloos onderdak stuiterend weerom op de brug tussen sterven & geboren worden, schuilgaand aan de zelfkant van de zelfkant van de zelfkant - verkenner en waarnemer van de leemte tussen dag en nacht, levensgroot op scherp gesteld. (1002) uit De kunst Onbekend en onverwacht. Onvoorstelbaar, nooit gedacht. De euvele moed en de wervelwind - een ouder een kind. Het verhaal van de mens is nog nooit geschreven er is nog nooit iets begonnen of ten einde gebracht er is nooit verder dan tot het verst voorstelbare gereikt. Het laatste woord is nog nooit gezegd op het slappe koord geen koers verlegd. Het onzichtbare avontuur: het kent geen tijd het kent geen duur geen trend of mode geen leergang cursus of diploma geen eerbetoon of geheime leer. (1005) Niets dan goeds Niets dan goeds onder woorden brengen niets dan goeds op je kerfstok hebben niets dan goeds als metgezel - maar ik wist niet wat noch wist ik hoe tranen drogen honger stillen dorst lessen pijn doen verdwijnen honger uit de wereld helpen - maar ik wist niet wat noch wist ik hoe kwaad bestrijden twisten laten betijen oorlogen doen wijken vriendschappen sluiten eigen taken kwijten - niets dan goeds maar ik wist niet wat noch wist ik hoe Niets dan goeds wens ik de wereld toe levenskrachtig levensmoe tot daden geleid of aan het einde van de strijd in een tartende tussentijd uit de hoorn des overvloeds niets dan goeds in de toekomende tijd (1015) We may come, touch and go, from atoms and ifs, but we are presurely destined to be odds without ends. (James Joyce, Work in progress,Transition, Parijs) (1063) Satsang Wijze woorden wil ik zwijgen In alle talen lachen leren Spelen met ideeën en begrippen (hersenen en kuitenflikkers) Alle ritmes wil ik dansen Tijd en ruimte samen verschalken. Het leven zelf en de zin daarin De zon boven dit alles En wij daarin - In alle talen kunnen zwijgen In alle talen lachen leren (1067) uit Natura Artis Magistra Is dan alleen het leven waar, als ik weet 'wie ik ben', jij bent, wij zijn, de mens is? (1070) uit Ik leef van de pen ik leef van de dingen die mij te binnen schieten ik leef van het weten niet te weten ik leef met hart en ziel, lijf en leden ik leef van binnen en van buiten, inzicht en uitzicht ik leef van nieuws, ik leef vanouds ik leef van jong en vertrouwd ik leef van ingeving en uitlaatklep ik leef zonder einde of begin ik leef in alles midden-in. (1073) uit Afscheid van een onbekende Je bent een raadsel, mens, of je al dan niet weet waar je vandaan komt en waar je heen gaat. (1092) uit Lara Cornelia Philips o, mysterie dat ons omgeeft hoe alles leeft en ons overleeft van zand en gras wortel, boom vuur en as (1095) van de website simonvinkenoog.nl: Niet iets niet Niets weten wij, en van dat Niets veel te weinig. Die Leegte, the Void, geen tijd, geen plaats, niet iets, ook niet iets niet. uit Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte: Blijven uitdijen Ik heb niets weten vast te leggen in wereldbeschouwelijke systemen, ik behoor niet tot die piramide-bouwende vastleggers, die nooit een uitgang vrijlaten, ik schep hier geen nieuwe modellen van het heelal, ik wil blijven uitdijen, elke minuut van mijn leven zijn er ontelbare geweest, die ik, tijdloos beschouwende, van vele dimensies kan voorzien. (En de talloos meerdere, die ik zelf niet zie: de gevolgen en de oorzaken, de anderen, degenen die door mijn daden werden beïnvloed, die er van leerden, of iets afleerden.) Misschien schrijf ik nog eens vanuit een andere dimensie, nu deze mij zo bekend zijn geworden en mij soms te krap zitten. |
