Verlichting voor dummy's > En een ratje toe
Deze pagina: Dwaalteksten over van alles en nog wat.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
Als ratten
Leerling: Wat is weten?
Meester: Van zinkend schip naar zinkend schip.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Verzuipen.
Een oude rat vindt licht een gat
Leerling: Wat is weten?
Meester: Alles dichttimmeren.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Overal kieren zien.
Wauw!
Leerling: Wat is weten?
Meester: Kieren zien.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Door de kieren kijken.
Leerling: Wat is daar te zien?
Meester: Een gapend gat.
Leerling: Wát?
Meester: Noem het dan maar eindeloze vergezichten.
Leerling: Wauw!
Kul kwadraat
Meester Tja schreeuwt:
ook dat ik alleen maar onzin uitkraam
is onzin!
ook dat je niets of niemand moet geloven
moet je niet geloven!
ook dat je niets kunt weten
kun je niet weten!
ook dat alles een illusie is
is een illusie!
HOREN JULLIE MIJ!
Een kippenhok
Leerling: Wat is het leven?
Meester: Een kippenhok.
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Het is allemaal maar flauwekul.
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Zelfs dat het allemaal maar flauwekul is.
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Het leven is een kippenhok, verder wilt u niet gaan.
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Tok tok tok?
Meester: Tok tok tok!
Tok tok tok
Leerling: Wat doet een mens?
Meester: Talk talk talk.
Leerling: Wat doet een kip?
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Wat is het verschil?
Meester: Een kip staat er verder niet bij stil.
Donder toch op
Leerling: Wat is de diepste waarheid?
Meester: Tok tok tok.
Leerling: Bedoelt u dat zelfs het kakelen van een kip een manifestatie van de diepste waarheid is?
Meester: Donder toch op met je diepste waarheid.
Leerling: U verwijst toch naar het heilige hier-en-nu?
Meester: Donder toch op met je heilige hier-en-nu.
Leerling: Bedoelt u dat alleen stilte recht doet aan de hoogste werkelijkheid?
Meester: Donder toch op met je hoogste werkelijkheid.
Leerling: Dan hou ik voortaan mijn mond wel!
Meester: Donder toch op met je stilte.
Leerling: Bedoelt u dat...
Meester: Donder toch op met je bedoelingen.
Leerling: Maar...
Meester: Donder toch op.
Leerling: Donder zelf op, ouwe chagrijn!
Meester: Opgedonderd met opdonderen.
Leerling: Ik...
Meester: Tok tok tok.
Kortweg
doen
hechten
weten
niet doen
niet hechten
niet weten
niet doen aan
niet doen
niet hechten aan
niet hechten
niet weten van
niet weten
niet doen aan
niet doen aan
niet doen
niet hechten aan
niet hechten aan
niet hechten
niet weten van
niet weten van
niet weten
...
...
...
"doen"
"hechten"
"weten"
Korterwegger
doen
hechten
weten
"doen"
"hechten"
"weten"
""doen""
""hechten""
""weten""
...
...
...
tja
tja
tja
Kortstwegst
tja tja tja
tja tja tja
tja tja tja
...
tja tja tja
En anders maar wel
ik veroordeel niet
mijn oordelen
of mijn veroordeling
daarvan
ik vervloek niet
mijn vloeken
of mijn vervloeking
daarvan
ik weersta niet
mijn weerstand
of mijn weerstand
daartegen
Eenzijdig
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Overal de keerzijden van zien.
Leerling: Ook van de keerzijden?
Meester: Ook.
Leerling: Dan ben je nooit meer ergens helemaal vóór!
Meester: Dat is inderdaad de keerzijde.
Leerling: Of tégen!
Meester: Dat is inderdaad de keerzijde.
Leerling: Dan ben je nooit meer helemaal neutraal!
Meester: Dat is inderdaad de keerzijde.
Leerling: Dan hoor je nooit meer ergens helemaal bij!
Meester: Dat is inderdaad de keerzijde.
Leerling: Dan sta je nooit meer ergens helemaal buiten!
Meester: Allemaal keerzijden.
Leerling: Veelzijdig hoor.
Meester: En wat is daarvan de keerzijde?
Leerling: Nou?
Meester: Veelzijdigheid is best eenzijdig.
Leerling: Verdomd!
Meester: Dus wat je ermee opschiet?
Leerling: Ik zou het ook niet weten.
Onzijdig
Leerling: Wat zijn de keerzijden van niet weten?
Meester: Niet weten heeft geen keerzijden.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Niet weten heeft geen zijden.
Dood of levend
Leerling: Je moet sterven aan het bekende!
Meester: Zelf bedacht?
Leerling: Eh... nee.
Meester: Dan ben je nog niet gestorven aan het bekende.
Hangen
Leerling: Je moet sterven aan het bekende!
Meester: En dan?
Leerling: Dan zie je de Waarheid.
Meester: Welke waarheid?
Leerling: Dat weet ik nog niet.
Meester: Nou, ik wel.
Leerling: Wat dan?
Meester: Dat je sterft aan het bekende.
Leerling: En dan?
Meester: Niks dan.
Leerling: Dat is het al?
Meester: Je wou toch de waarheid?
Leerling: Jawel...
Meester: En je hebt er niet eens voor hoeven sterven.
Leerling: Er is alleen maar sterven aan het bekende?
Meester: Ik mag hangen.
Het loodje
Leerling: Wat als je aan het bekende gestorven bent?
Meester: Dan word je er weer in geboren.
Leerling: Waarin?
Meester: In het bekende.
Leerling: En dan?
Meester: Dan sterf je er weer aan.
Leerling: En dan?
Meester: Dan word je er weer in geboren.
Leerling: Komt daar ooit een eind aan?
Meester: Als je het loodje legt?
Almaar
Leerling: Je moet sterven aan het bekende!
Meester: En dan?
Leerling: Eh...
Meester: Goed gezegd!
Leerling: Dan ben je in zekere zin dood.
Meester: Dat is niet mijn ervaring.
Leerling: Wat is wel uw ervaring?
Meester: Dat je er almaar aan blijft sterven.
Leerling: Aan het bekende?
De meester knikt.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Doordat het je almaar blijft belagen.
Heen en weer
Leerling: Wat betekent sterven aan het bekende?
Meester: Geboren worden in het onbekende.
Leerling: En dan?
Meester: Dan moet je sterven aan het onbekende.
Leerling: Wat betekent dat?
Meester: Geboren worden in het bekende.
Leerling: En dan?
Meester: En zo voort.
Leerling: Ik bedoel, wat heb je dan gewonnen?
Meester: Wie zegt dat je er iets bij zult winnen.
Leerling: Waarom zou je het anders doen?
Meester: Wie zegt dat je het doet?
Leerling: Wilt u soms zeggen van niet?
Meester: Ik kijk wel linker uit.
Leerling: Toe nou!
Meester: Je treft het niet joh.
Leerling: Hoezo?
Meester: Ik zit net weer in het onbekende.
Niets heiligs aan
Leerling: Je moet sterven aan het bekende!
Meester: Je moet niks.
Leerling: Wat dan?
Meester: Het gebeurt gewoon.
Leerling: Het is geen heilig moeten?
Meester: En ook geen heilig mogen.
Leerling: Maar wel een heiligwording?
Meester: Dat is mij niet bekend.
De juiste
Leerling: Wat is gehechtheid?
Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.
Leerling: Wat is onthechting?
Meester: Denken dat je ergens vanaf bent.
Leerling: Welke gedachte is de juiste?
Meester: Wie zegt dat er een juiste is?
Leerling: Wat is gehechtheid?
Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.
Leerling: Wat is onthechting?
Meester: Denken dat je nergens vanaf moet.
Leerling: Wat moet je er dan mee?
Meester: Ernaar kijken, ervan genieten, weet ik veel.
Leerling: Welke gedachte is de juiste?
Meester: Wie zegt dat er een juiste is?
De crux
Leerling: Wat is gehechtheid?
Meester: Denken dat je ergens vanaf moet.
Leerling: Wat is onthechting?
Meester: Denken dat je nergens vanaf moet.
Leerling: Wat is de crux van deze kwestie?
Meester: Denken.
Leerling: Vindt u dat we minder moeten denken?
Meester: Vinden is een vorm van denken.
Leerling: Vindt u dat we helemaal niet meer moeten denken?
Meester: Vinden is een vorm denken.
Leerling: Bent u gestopt met denken?
Meester: Misschien ben ik gestopt met denken...
Leerling: Maar?
Meester: Denken niet met mij.
Leerling: Ik snap er niets meer van.
Meester: Ik ook niet.
Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons?
Meester: Dat ik er niet mee zit?
Leerling: Zit u er nou mee of zit u er nou niet mee?
Meester: Ik kan wel zoveel denken.
Overwonnen
Leerling: Vindt u dat we onze gehechtheden moeten overwinnen?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Vindt u dat we onze gehechtheden moeten aanvaarden?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Vindt u dat we onze gehechtheden moeten waarnemen?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Vindt u dat we onze gehechtheden moeten negeren?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Vindt u dat we niets van onze gehechtheden moeten vinden?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Wat vindt u dan wel?
Meester: Hoe weet ik dat nou.
Leerling: Nou weet ik nog niks!
Meester: Jij zegt het.
Laat ik mij voor de verandering eens rechtstreeks tot de lezer richten:
Gedachten
Vindt u dat we onze gedachten moeten overwinnen?
Vindt u dat we onze gedachten moeten aanvaarden?
Vindt u dat we onze gedachten moeten waarnemen?
Vindt u dat we onze gedachten moeten negeren?
Vindt u dat we niets van onze gedachten moeten vinden?
De mind
Vindt u dat we onze mind moeten overwinnen?
Vindt u dat we onze mind moeten aanvaarden?
Vindt u dat we onze mind moeten waarnemen?
Vindt u dat we onze mind moeten negeren?
Vindt u dat we niets van onze mind moeten vinden?
Het ego
Vindt u dat we ons ego moeten overwinnen?
Vindt u dat we ons ego moeten aanvaarden?
Vindt u dat we ons ego moeten waarnemen?
Vindt u dat we ons ego moeten negeren?
Vindt u dat we niets van ons ego moeten vinden?
Vindt u dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen hetzelfde zijn?
Vindt u dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen verschillend zijn?
Vindt u dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen leeg zijn?
Vindt u al deze vragen onthullend?
Zo ja, wat onthullen ze dan?
Vindt u al deze vragen misleidend?
Zo ja, waar leiden ze vanaf?
Fundamenteler
Leerling: Bewustzijn is fundamenteler dan niet weten!
Meester: Hoezo?
Leerling: Niet weten verschijnt in bewustzijn en niet andersom.
Meester: Wie zegt dat niet weten ergens in verschijnt?
Leerling: Zonder bewustzijn zou ik niet bewust zijn.
Meester: Zonder welzijn zou ik niet wel zijn.
Leerling: Het feit van bewust zijn bewijst het bewustzijn.
Meester: Zonder bijzijn zou er geen bij zijn.
Leerling: Wilt u soms zeggen dat niet weten nergens in verschijnt?
Meester: Ik zou het echt niet weten.
Leerling: Dat is geen argument.
Meester: Volgens mij ook niet.
Leerling: Nou weet ik nog niks!
Meester: Ik ook niet!
Leerling: Conclusie?
Meester: Niet weten is fundamenteler dan bewustzijn?
Leerling: Is dat een conclusie of een vraag?
Meester: Dat is nog maar de vraag.
De horizon
Leerling: Ik heb toch nog een laatste waarheid gevonden!
Meester: Laat horen.
Leerling: Je kunt nooit voorbij de horizon van je huidige gedachte kijken!
Meester: Is dat waar of is dat de horizon van je huidige gedachte?
De deliramenta doctrinae
Leerling: Wat is het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?
Meester: De
deliramenta doctrinae.
Leerling: De wát?
Meester: Waarom zou je het makkelijk zeggen als het ook moeilijk kan.
Leerling: Wat betekent dat, de
deliramenta doctrinae?
Meester: Het is Latijn voor de "razernij der geleerden".
Leerling: Welke geleerden bijvoorbeeld?
Meester: De filosofen bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: De rede.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De apologeten bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: Retoriek
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De priesters bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: Het Woord.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De mystici bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: God.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De goeroes bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: Waarheid.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De non-dualisten bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: Eenheid.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: De boeddhisten bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet hun razernij?
Meester: Leegte.
Leerling: Welke geleerden nog meer?
Meester: Ikzelf bijvoorbeeld.
Leerling: Hoe heet uw razernij?
Meester: Niet weten natuurlijk.
Leerling: U geeft toe dat u niet vrij van razernij bent?
Meester: Volmondig.
Leerling: Wat is dan het verschil?
Meester: Er is niets geleerds aan.
Het laatste woord
Leerling: Niet weten is niet het laatste woord!
Meester: Wat is wel het laatste woord?
Leerling: Dat weet ik niet.
Meester: Nou dan.
Leerling: Niet weten is niet het laatste woord!
Meester: Wat is wel het laatste woord?
Leerling: Mededogen?
Meester: Hoe weet ik dan nou.
De hoogste werkelijkheid
Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?
Meester: Dat er niets achter zit.
Leerling: Niet de hoogste werkelijkheid?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: De hoogste werkelijkheid behoort nog steeds tot het gordijn van kennis.
Leegte
Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Leegte? Het Niets waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat? Bewustzijn, Boeddha, Brahman, Essentie, Dao, God?
Meester: Plooien in het gordijn van kennis.
Laat mij maar schuiven
Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?
Meester: Het volgende gordijn.
Leerling: Enzovoort?
Meester: Enzovoort.
Leerling: Tot in het oneindige?
Meester: Zover ben ik nooit gekomen.
Leerling, enthousiast: Laat mij maar schuiven!
Meester, vermoeid: Laat mij maar hangen.
Moet kunnen
Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?
Meester: Kan het open dan?
Leerling: Is het waar dat het gordijn van kennis niet open kan?
Meester: Ik zou het echt niet weten.
Leerling: Bedoelt u dat het misschien toch open kan?
Meester: Ik zou het echt niet weten.
Leerling: Waar kan ik die informatie vinden?
Meester: Misschien in het gordijn van de kennis?
Ziezo
Leerling: Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?
Meester: Waartoe behoort het idee dat er een gordijn van kennis zou zijn?
Leerling: Eh... tot het gordijn van kennis?
Meester: Wat valt er dan te schuiven?
Hemelse onwetendheid
Leerling: Als
het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een
goddelijk niet weten dat de hoogste wijsheid is!
Meester: Hoe kan niet weten nou goddelijk zijn.
Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een niet weten dat de hoogste wijsheid is!
Meester: Hoe kan niet weten nou wijsheid zijn.
Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van niet weten!
Meester: Hoe kun je niet weten nou realiseren.
Leerling: Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er niet weten!
Meester: Maar kan het wel open?
Leerling: Achter het gordijn van kennis zit niet weten!
Meester: Welk gordijn van kennis?
Leerling: Niet weten!
Meester: Zeker weten?
Klein beginnen
Leerling: Ultieme realisatie is de transcendentie van alle kennis!
Meester: Zie eerst deze kennis maar eens te transcenderen.
Betrapt
Leerling: Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan?
Meester: Wie zegt dat wij hem moeten gaan?
Leerling: Wat anders?
Meester: Ondergaan?
Leerling: Hè?
Meester: Misschien moeten wij de weg niet gaan maar ondergaan.
Leerling: O, zo.
Meester: Veronderstellinkje?
Leerling: Betrapt.
Meester: Geeft niks!
Leerling: Waarheen leidt de weg die wij moeten ondergaan?
Meester: Wie zegt dat wij hem moeten ondergaan?
Gaan of ondergaan
Leerling: Ik ga de weg niet, ik onderga hem!
Meester: Geldt dat ook voor dit spreken?
Leerling: Dat... moet haast wel.
Meester: Hoe weet je dat de weg je geen leugens laat uitspreken?
Leerling: Dat... denk ik.
Meester: Hoe weet je dat de weg je geen leugens laat denken?
Leerling: Dat... weet ik niet.
Meester: Hoe weet je dan of je de weg gaat of ondergaat?
Doen of gebeuren
Leerling: Ik doe niet, ik gebeur!
Meester: Is dit spreken ook wat gebeurt?
Leerling: Eh... ja.
Meester: Hoe weet je dan dat het waar is?
Leerling: Eh... dat voel ik.
Meester: Is dit voelen ook wat gebeurt?
Leerling: Eh... ja.
Meester: Hoe weet je dan dat het klopt?
Leerling: Eh... dat denk ik.
Meester: Is dit denken ook wat er gebeurt?
Leerling: Eh... dat weet ik niet.
Meester: Nou dan.
Denken of gedacht worden
Leerling: Ik denk niet, ik word gedacht!
Meester: Geldt dat ook voor dit denken?
Leerling: Dat zal haast wel.
Meester: Hoe weet je dan dat het waar is?
Leerling: Dat denk ik.
Meester: Denk jij dat of word je gedacht?
Leerling: Dat laatste?
Meester: Nou dan.
Ontvangen
Meester: Wat is de weg?
Leerling: Ontvangen wat er gaande is. Alleen maar dat!
Meester: Is ontvangen soms niet wat er gaande is?
Leerling: Nou u het zegt...
Meester: Vraagt.
Leerling: Daar vraagt u me wat.
Meester: Wat valt er dan nog te ontvangen?
Het hele gedoe
Leerling: Ik ben niet de doener, alleen maar de getuige!
Meester: Waarvan?
Leerling: Van het hele gedoe natuurlijk.
Meester: Ook van het getuige zijn?
Leerling: Wat?
Meester: Of behoort dat niet tot het hele gedoe?
Leerling: Dat moet haast wel.
Meester: Waar is die getuige dan nog voor nodig?
Ad nauseam
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Dat het je niet uitmaakt.
Leerling: Wat niet?
Meester: Niks niet.
Leerling: Hoe komt dat?
Meester: Doordat je geen onderscheid weet te maken.
Leerling: En als het je nou toch uitmaakt?
Meester: Kan gebeuren.
Leerling: Gebeurt het ook?
Meester: Aan de lopende band.
Leerling: Wat dan?
Meester: Dan maakt dát niet uit.
Leerling: En als het je toch uitmaakt?
Meester: Dan maakt dát niet uit.
Leerling: Enzovoort?
Meester: Ad infinitum.
Leerling: Ad nauseam, zou ik zeggen.
Meester: Kan maar zo.
Leerling: Maakt zeker ook niet uit.
Meester: Ik zou het echt niet weten.
ad infinitum: tot in het oneindige
ad nauseam: tot kotsens
Een innerlijke dialoog
Leerling: Wat is weten?
Meester: Een innerlijke dialoog.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Een innerlijke dialoog.
Leerling: Wat is dan het verschil?
Meester: Bij de eerste volgt op iedere vraag een antwoord.
Leerling: En bij de tweede?
Meester: Volgt op ieder antwoord een vraag.
Nog korter:
Leerling: Wat is weten?
Meester: Op iedere vraag een antwoord.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Op ieder antwoord een vraag.
Verstandskiezen
Leerling: Waar zit uw verstand?
Meester: In mijn verstandskiezen natuurlijk.
Leerling: Bij mij moeten ze nog doorkomen.
Meester: Bij mij zijn ze al getrokken.
Japans
Leerling: Wat is Wijsheid?
Meester: Een Grote Boodschap.
Leerling: Waar kan ik die vinden?
Meester: In je Innerlijke Diepte.
Leerling: Waar zegt u?
Meester: In je onderbuik.
Leerling: Aha, mijn hara!
Meester: Spreek je nou ook al Japans?
Leerling: Hoe zou u die Grote Boodschap in mijn innerlijke diepte omschrijven?
Meester: Als een taaie, stinkende massa waar je niemand een plezier mee doet.
Leerling: Shit!
Gelijk en ongelijk
Leerling: Wat is weten?
Meester: Altijd gelijk hebben.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: Nooit gelijk hebben.
Leerling: En nooit ongelijk zeker.
Meester: Je hebt helemaal gelijk.
Wit
Soldaat: Als u niet voor ons bent dan bent u tegen ons.
Meester: Als je geen appel bent dan ben je een peer.
Soldaat, dreigend: U moet nu kleur bekennen!
Meester: Wit.
Soldaat: Kiest u voor neutraliteit?
Meester: Dan had ik wel grijs gezegd.
Soldaat: Wat bedoelt u dan met wit?
Meester: "Ik geef me over."
Soldaat, verbaasd: Aan wie?
Meester: Aan iedereen.
Soldaat, dreigend: Aan ons of aan de vijand?
Meester: Dan niet.
Vriend of vijand
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: U eerst.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Inderdaad.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: U zegt het.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Waar?
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Geen speld tussen te krijgen.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Allemansvriend.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Mens.
Soldaat: Vriend of vijand?
Meester: Tja.
Uw geld of uw leven
Bandiet: Uw geld of uw leven!
Meester: Ik heb geen geld.
Bandiet: Dan maar uw leven.
Meester: Heb ik ook niet.
Bandiet: Wat heeft u dan wel?
Meester: Tja.
Bandiet: Geef op!
Meester: Ik kan het je wel geven...
Bandiet: Maar?
Meester: Kun jij het ook ontvangen?
Bandiet: Ik zou niet weten hoe.
Meester: Je kunt niet alles hebben.
Bandiet: Dat heb ik weer.
Pluspunten
Leerling: Waarom zou ik bij u in de leer gaan?
Meester: Ik kan niets, maar dat kan ik wel heel goed.
Leerling: Waarom zou ik bij u in de leer gaan?
Meester: Ik doe niets, maar dat doe ik wel de hele dag.
Om de drommel
Leerling: Wat heeft u bereikt?
Meester: Niets, en dat viel om de drommel niet mee.
Leerling: Wat heeft u te zeggen?
Meester: Niets, en dat valt om de drommel niet mee.
Ik!
Reder: Ik bepaal de vracht!
Kapitein: Ik bepaal de belading!
Stuurman: Ik bepaal de route!
Machinist: Ik houd de machines draaiende!
Kok: Ik houd de mensen draaiende!
Matroos: Ik houd het dek begaanbaar!
Passagier: Ik laat de bemanning voor mij werken!
Werf: Ik heb het schip gebouwd!
Fabriek: Ik heb het staal geleverd!
Zee: Ik houd het schip drijvende!
Bodem: Ik draag de zee!
Hans: Ik heb de tekst geschreven!
Evenveel
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Onschuld.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Liefde.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Mededogen.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Leegte.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Openheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Ruimte voor al wat is.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Kwetsbaarheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Stilte.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Eeuwigheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: God.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: De hoogste waarheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: De weg.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: De wijsheid voorbij alle wijsheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Keuzeloos gewaarzijn.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Niet-oordelen.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Mijn oorspronkelijke gezicht.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: De diepste grond.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Het laatste woord.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Vrijheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Gelukzaligheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Innerlijke vrede.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Onverstoorbaarheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Neutraliteit.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Spontaniteit.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Authenticiteit.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Helderheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Gewoonheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Nederigheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Dankbaarheid.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Verlichting.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Thuis.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Het paradijs.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Loslaten.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Wu wei.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: De bron.
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Meester: Wat is niet weten?
Leerling: Gewoon niet weten.
Meester: Dan weet je evenveel als ik.
Meer niet
Leerling: Ik verblijf in niet weten!
Meester: Maak er nou geen plaats van.
Leerling: Niet weten is altijd nu!
Meester: Maak er nou geen tijd van.
Leerling: Niet weten is onweerlegbaar!
Meester: Maak er nou geen waarheid van.
Leerling: Ik geloof in niet weten!
Meester: Maak er nou geen religie van.
Leerling: Niet weten is de bron!
Meester: Maak er nou geen kosmologie van.
Leerling: Niet weten is dao!
Meester: Maak er nou geen principe van.
Leerling: Niet weten is het einde van het lijden!
Meester: Maak er nou geen panacee van.
Leerling: Ik ben niet weten!
Meester: Maak er nou geen identiteit van.
Leerling: Niet weten is onomkeerbaar!
Meester: Maak er nou geen staat van
Leerling: Niet weten is onze bestemming!
Meester: Maak er nou geen doel van.
Leerling: Niet weten heeft geen voorkeur!
Meester: Maak er nou geen houding van.
Leerling: De wereld snakt naar niet weten!
Meester: Maak er nou geen ideaal van.
Leerling: Niet weten is de weg, de waarheid en het leven!
Meester: Maak er nou geen verlosser van.
Leerling: Niet weten is vrede!
Meester: Maak er nou geen politiek van.
Leerling: Niet weten is oorlog!
Meester: Maak er nou geen strijd van.
Leerling: Niet weten is een triomf!
Meester: Maak er nou geen verdienste van.
Leerling: Niet weten is onverstoorbaarheid!
Meester: Maak er nou geen eigenschap van.
Leerling: Niet weten is intimiteit!
Meester: Maak er nou geen liefde van.
Leerling: Niet weten is het hoogste inzicht!
Meester: Maak er nou geen wijsheid van.
Leerling: Niet weten is het einde van ieder onderscheid!
Meester: Maak er nou geen non-dualisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van de veelheid!
Meester: Maak er nou geen monisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van de illusie!
Meester: Maak er nou geen Werkelijkheid van.
Leerling: Niet weten is grote twijfel!
Meester: Maak er nou geen scepticisme van.
Leerling: Niet weten is overal het betrekkelijke van inzien!
Meester: Maak er nou geen relativisme van.
Leerling: Niet weten is zwijgen!
Meester: Maak er nou geen mutisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van de waarheid!
Meester: Maak er nou geen nihilisme van.
Leerling: Niet weten is volledige overgave!
Meester: Maak er nou geen fatalisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van het denken!
Meester: Maak er nou geen dementie van.
Leerling: Niet weten is nergens in geloven!
Meester: Maak er nou geen paranoia van.
Leerling: Niet weten is het einde van god!
Meester: Maak er nou geen atheïsme van.
Leerling: Niet weten heeft altijd het laatste woord!
Meester: Maak er nou geen autoriteit van.
Leerling: Niet weten is het einde van alle autoriteit!
Meester: Maak er nou geen anarchisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van alle betekenis!
Meester: Maak er nou geen absurdisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van de moraliteit!
Meester: Maak er nou geen immoralisme van.
Leerling: Niet weten is een eeuwige beeldenstorm!
Meester: Maak er nou geen iconoclasme van.
Leerling: Niet weten is het einde van de grote verhalen!
Meester: Maak er nou geen postmodernisme van.
Leerling: Niet weten is de onttroning van het verstand!
Meester: Maak er nou geen irrationalisme van.
Leerling: Niet weten is boekverbranding!
Meester: Maak er nou geen obscurantisme van.
Leerling: Niet weten is het einde van alle verhalen!
Meester: Maak er nou geen verhaal van.
Leerling: Niet weten stelt niets voor!
Meester: Maak er nou geen leegte van.
Leerling: Niet weten is een ambacht!
Meester: Maak er nou geen werk van.
Leerling: Niet weten is een spel!
Meester: Maak er nou geen potje van.
Leerling: Niet weten is het einde!
Meester: Maak er nou geen einde aan.
Leerling: Niet weten is gewoon niet weten!
Meester: Meer kan ik er ook niet van maken.
Maakt mij niets
Leerling: Maakt niet weten u bewust?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u stil?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u leeg?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u open?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u spontaan?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u authentiek?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u gelukkig?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u liefdevol?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u hard?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u zacht?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u neutraal?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u wijs?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u dwaas?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u filosofisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u skeptisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u cynisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u defaitistisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u fatalistisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u nihilistisch?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u onverstoorbaar?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u vrij?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u bijzonder?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u gewoon?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u nederig?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u trots?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u dankbaar?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u heel?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u goddelijk?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
Leerling: Maakt niet weten u menselijk?
Meester: Niet weten maakt mij niets.
De derde keus
Heb ik gedachten of hebben ze mij?
Heb ik gevoelens of hebben ze mij?
Heb ik verlangens of hebben ze mij?
Heb ik een geloof of heeft het mij?
Heb ik principes of hebben ze mij?
Heb ik een geweten of heeft het mij?
Heb ik plannen of hebben ze mij?
Heb ik herinneringen of hebben ze mij?
Heb ik dingen of hebben ze mij?
Heb ik werk of heeft het mij?
Heb ik voorkeuren of hebben ze mij?
Heb ik een wil of heeft hij mij
Heb ik een geest of heeft hij mij?
Heb ik een lichaam of heeft het mij?
Heb ik een bewustzijn of heeft het mij?
Heb ik een persoonlijkheid of heeft hij mij?
Heb ik een ik of heeft hij mij of beide?
Heb ik antwoorden of hebben ze mij?
Heb ik vragen of hebben ze mij?
De vijfde keus
Leerling: Leid ik mijn leven of leidt het mij of beide of geen van beide?
Meester: Ik leid mijn leven of het leidt mij of beide of geen van beide.
Leerling: Is dat nog de vraag of reeds uw antwoord of beide of geen van beide?
Meester: Dat is nog de vraag of reeds mijn antwoord of beide of geen van beide.
Levenshouding
Leerling: Wat is uw levenshouding?
Meester: Niet weten wat mijn houding is.
Leerling: En als u vrij kon kiezen?
Meester: Niet weten te kiezen.
Leerling: En als u het voor het zeggen had?
Meester: Niets weten uit te brengen.