Verlichting voor dummy's > Citaten > Spiritualiteit > Poortloze Poort Deze pagina Koans van de Poortloze Poort in de vertaling van Paul Reps. Redactie: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Meer citaten (zen-) boeddhisme > Boeddhisme a-z > De Grote Weg > Huang Po > Nagarjuna > Niet-weten is het meest nabij > Santideva > Tydeman, Nico > Wetering, Janwillem van de > Zen a-z Dwaalteksten zen > Zen > Zen 2 InleidingDe Poortloze Poort of Wumenguan of Wumen Kuan of Mumonkan is een verzameling van 48 koans verteld en becommentarieerd door de Chinese zenmeester Wumen Huikai (1183 - 1260), ook wel Ekai of Mumon genoemd, en opgetekend door zijn leerlingen.Hieronder vind je alle 48 koans van de Wumenguan in de Nederlandse vertaling door T. Meurs en R.H. Bathgate van de Engelse transcriptie van (naar ik aanneem) het Chinese origineel door Nyogen Senzaki en Paul Reps uit de bundel Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972. De oorspronkelijke commentaren en vierregelige versjes van Wumen, die zowel boeiend als grappig zijn, kun je teruglezen in een van de vele integrale uitgaven van de Wumenguan in boekvorm en op het internet. 1. Joshu's hondEen monnik vroeg Joshu, een Chinese zenmeester: Heeft een hond de Boeddha-natuur of niet?Joshu antwoordde: Mu. [Mu is een ontkenning in het Chinees en betekent: niet hebben, zonder of neen.] 2. Hyakujo's vosEens toen Hyakujo enige zenlessen gaf, werden ze bijgewoond door een oude man, zonder dat deze door de monniken opgemerkt werd. Als aan het einde van ieder gesprek de monniken vertrokken, deed hij hetzelfde. Maar op een dag bleef hij achter toen zij weggegaan waren en Hyakujo vroeg hem: Wie bent u?De oude man antwoordde: Ik ben geen mens, maar ik was een mens toen de Kasyapa Boeddha in deze wereld preekte. Ik was een zenmeester en woonde op deze berg. Toendertijd vroeg een van mijn studenten mij of de verlichte onderworpen is aan de wet der oorzakelijkheid of niet. Ik antwoordde hem: De verlichte is niet onderworpen aan de wet der oorzakelijkheid. Voor dit antwoord, dat getuigt van een zich vastklemmen aan absoluutheden, werd ik een vos, vijfhonderd wedergeboorten lang, en ik ben nog steeds een vos. Wilt u mij met uw zenwoorden uit deze toestand verlossen en me uit dit vosselichaam halen? Misschien mag ik u nu vragen: Is de verlichte onderworpen aan de wet der oorzakelijkheid? Hyakujo zei: De verlichte is een met de wet der oorzakelijkheid. Bij deze woorden van Hyakujo werd de oude man verlicht. Ik ben vrijgemaakt, zei hij, hem met een diepe buiging zijn hulde betuigend. Ik ben geen vos meer, maar ik moet mijn lichaam verlaten in mijn woonplaats achter deze berg. Geef mij alstublieft de begrafenis van een monnik. En toen verdween hij. De volgende dag gaf Hyakujo door middel van de chefmonnik de opdracht zich op het bijwonen van de begrafenis van een monnik voor te bereiden. Er was niemand ziek in de ziekenzaal. Wat bedoelt onze leraar? vroegen de monniken zich af. Na het diner leidde Hyakujo de monniken naar buiten en bracht hen om de berg heen. Uit een hol haalde hij met zijn staf het lijk van een oude vos tevoorschijn en hield dan de crematieplechtigheid. Die avond hield Hyakujo een toespraak voor de monniken en vertelde ze dit verhaal over de wet der oorzakelijkheid. Bij het horen van het verhaal vroeg Obaku aan Hyakujo: Naar ik begrepen heb werd lang geleden een zeker iemand een vos, vijfhonderd wedergeboorten lang, omdat hij een verkeerd zen-antwoord gaf. Nu wil ik vragen: Als een tegenwoordig meester veel vragen worden gesteld en hij altijd het juiste antwoord geeft, wat gebeurt er dan met hem? Hyakujo zei: Komt u maar eens bij me, dan zal ik het u vertellen. Obaku ging bij Hyakujo staan en gaf de leraar met zijn hand een klap in zijn gezicht, want hij wist dat dit het antwoord was dat de leraar van plan was hem te geven. Hyakujo klapte in zijn handen en lachte bij dit bewijs van inzicht. Ik dacht dat een Pers een rode baard had, zei hij, en nu ken ik een Pers die een rode baard heeft. 3. Gutei's vingerSteeds als Gutei een vraag gesteld werd over zen, stak hij zijn vinger op. Een bediende begon hem hierin na te doen. Als iemand de jongen vroeg waar zijn meester over gepreekt had, stak de jongen zijn vinger op.Gutei hoorde van de streken van de jongen. Hij greep hem en hakte zijn vinger af. De jongen huilde en liep weg. Gutei riep hem en deed hem halthouden. Toen de jongen zijn hoofd naar Gutei keerde, stak Gutei zijn eigen vinger op. Op dat moment werd de jongen verlicht. Toen Gutei op het punt stond van deze wereld heen te gaan, verzamelde hij zijn monniken om zich heen. Ik kreeg mijn vinger-zen van mijn leraar Tenryu, zei hij, en in mijn hele leven heb ik er niet alles kunnen uithalen wat erin zat. Toen stierf hij. 4. Een vreemdeling zonder baardWakuan klaagde, toen hij een afbeelding van Bodhidharma met baard zag: Waarom heeft die vent geen baard?5. Kyogen klimt in de boomKyogen zei: Zen is als een man die met zijn tanden in een boom boven een afgrond hangt. Zijn handen houden geen tak vast, zijn voeten rusten niet op een tak, en onder de boom vraagt iemand anders hem: Waarom kwam Bodhidharma van India naar China?Als de man in de boom niet antwoordt, faalt hij: als hij wel antwoordt, valt hij en verliest zijn leven. Wat zal hij nu doen? 6. Boeddha draait een bloem rondToen Boeddha op de berg Grdhrakuta was, draaide hij een bloem rond tussen zijn vingers en hield haar voor de ogen van zijn toehoorders. Iedereen was stil. Alleen Mahakasyapa glimlachte bij deze openbaring, hoewel hij probeerde om zijn gezicht in de plooi te houden.Boeddha zei: Ik heb het oog van de ware leer, het hart van Nirvana, de ware aanblik van de niet-vorm, en de onuitsprekelijke stap van Dharma. Het wordt niet door woorden uitgedrukt, maar in het bijzonder overgebracht door boven het onderrichten uit te stijgen. Deze leer heb ik gegeven aan Mahakasyapa. 7. Joshu wast de schaal afEen monnik zei tegen Joshu: Ik ben pas in het klooster. Onderricht me alstublieft.Joshu vroeg: Hebt u uw rijstepap gegeten? De monnik antwoordde: Ik heb gegeten. Joshu zei: Dan moest u uw schaal maar eens gaan afwassen. Op dat moment werd de monnik verlicht. 8. Het wiel van KeichuGetsuan zei tot zijn studenten: Keichu, de eerste wielmaker van China, maakte twee wielen met ieder 50 spaken. Veronderstel nu dat je de naaf die de spaken bij elkaar houdt, eruit haalt. Wat zou er met het wiel gebeuren? En zo Keichu dit gedaan had, zou hij dan de meester-wielmaker genoemd kunnen worden?9. Een boeddha vóór de geschiedenisEen monnik vroeg aan Seijo: Naar ik begrijp, zat een Boeddha, die leefde vóór de op schrift gestelde geschiedenis, tien bestaansperioden in meditatie en kon de hoogste waarheid niet beseffen; dus kon hij niet volledig vrij worden. Waarom was dit zo?Seijo antwoordde: In uw vraag ligt het antwoord opgesloten. De monnik vroeg: De Boeddha was aan het mediteren, waarom kon hij dan niet beantwoorden aan het Boeddha-zijn? Seijo zei: Hij was geen Boeddha. 10. Seizei arm en alleenEen monnik, genaamd Seizei, vroeg aan Sozan: Seizei is arm en alleen. Wilt u hem steun geven?Sozan vroeg: Seizei? Seizei antwoordde: Ja, heer. Sozan zei: U hebt zen, de beste wijn in China, en u hebt al drie bekers op, en nog zegt u dat ze niet eens je lippen natgemaakt hebben. 11. Joshu stelt de meditatie van een monnik op de proefJoshu ging naar een plaats waar een monnik zich had teruggetrokken om te mediteren, en vroeg hem: Wat is, is wat? De monnik hief zijn vuist op.Joshu antwoordde: Er kunnen geen schepen zijn waar het water te ondiep is. En hij ging. Een paar dagen later ging Joshu de monnik opnieuw opzoeken en stelde dezelfde vraag. De monnik antwoordde op dezelfde manier. Joshu zei: Goed gegeven, goed genomen, goed gedood, goed gered. En hij boog voor de monnik. 12. Zuigan roept zijn eigen meesterZuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u.Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij. 13. Tokusan met zijn schaalTokusan ging van de meditatiehal naar de eetkamer met zijn nap in de hand. Seppo had kookdienst. Toen hij Tokusan tegenkwam, zei hij: Er is nog niet op de trom geslagen voor het eten. Waar gaat u met uw schaal naar toe? Dus ging Tokusan terug naar zijn kamer. Seppo vertelde Ganto hierover. Ganto zei: De oude Tokusan heeft de uiteindelijke waarheid niet begrepen.Tokusan hoorde van deze opmerking en vroeg Ganto bij hem te komen. Ik heb gehoord, zei hij, dat u mijn zen niet goedkeurt. Ganto gaf dit indirect toe. Tokusan zei niets. De volgende dag gaf Tokusan een geheel ander soort les aan de monniken. Ganto lachte en klapte in zijn handen, zeggend: Ik zie dat onze oude de laatste waarheid inderdaad begrijpt. Niemand in China kan hem overtreffen. 14. Nansen hakt de kat in tweeNansen zag de monniken van de oostelijke en westelijke hallen om een kat vechten. Hij pakte de kat en zei tot de monniken: Als een van u een goed woord zegt, kunt u de kat redden.Niemand antwoordde. Dus hakte Nansen onbeschaamd de kat in twee stukken. Die avond kwam Joshu terug en Nansen vertelde het hem. Joshu deed zijn sandalen uit, legde ze op zijn hoofd en ging naar buiten. Nansen zei: Als u er geweest was, had u de kat kunnen redden. 15. De drie klappen van TozanTozan ging naar Ummon. Ummon vroeg hem waar hij vandaan kwam.Tozan zei: Van het dorp Sato. Ummon vroeg: In welke tempel ben je gedurende de zomer geweest? Tozan antwoordde: De Hoji-tempel, ten zuiden van het meer. Wanneer ben je daar vertrokken? vroeg Ummon en hij vroeg zich af hoe lang Tozan nog zou doorgaan met het geven van zulke zakelijke antwoorden. De 25ste augustus, antwoordde Tozan. Ummon zei: Ik zou je drie stokslagen moeten geven, maar voor vandaag vergeef ik je. De volgende dag boog Tozan voor Ummon en vroeg: Gisteren heb u me drie slagen kwijtgescholden. Ik weet niet waarom u vond dat ik fout was. Ummon zei, hem berispend voor zijn geestloze antwoorden: Je deugt nergens voor. Je wandelt maar simpel van het ene klooster naar het andere. Voor Ummon uitgesproken was, werd Tozan verlicht. 16. Tempelklokken en gewadenUmmon vroeg: De wereld is zo wijd; waarom antwoordt u op een tempelklok en doet u rituele gewaden aan?17. Het driemaal roepen van de leraar van de keizerChu, die Kokushi werd genoemd, de leraar van de keizer, riep tot zijn bediende: Oshin.Oshin antwoordde: Ja. Chu herhaalde, om zijn leerling op de proef te stellen: Oshin. Oshin zei opnieuw: Ja. Chu riep: Oshin. Oshin antwoordde: Ja. Chu zei: Ik zou me bij je moeten verontschuldigen voor al dit geroep, maar in feite zou jij je bij moeten verontschuldigen. 18. De drie pond van TozanEen monnik vroeg aan Tozan, terwijl deze wat vlas aan het wegen was: Wat is Boeddha?Tozan zei: Dit vlas weegt drie pond. 19. Het leven van elke dag is de wegJoshu vroeg Nansen: Wat is de weg?Nansen zei: Het leven van elke dag is de weg. Joshu vroeg: Kan het geleerd worden? Nansen zei: Als je het probeert te leren, zul je er ver vanaf zijn. Joshu vroeg: Als je het niet leert, hoe kun je dan weten dat het de weg is? Nansen zei: De weg behoort niet tot de wereld van waarneming, noch behoort hij tot de wereld van niet-waarneming. Kennis is een begoocheling en niet-kennis is zinloos. Als je de ware weg, over de twijfel heen, wilt bereiken, plaats jezelf dan in dezelfde vrijheid als de lucht. Je noemt hem evenmin goed als niet goed. Bij deze woorden werd Joshu verlicht. 20. De verlichteShogen vroeg: Waarom staat de verlichte niet op en verklaart hij zichzelf niet?En hij zei ook: De spraak hoeft niet van de tong te komen. 21. Gedroogde mestEen monnik vroeg Ummon: Wat is Boeddha?Ummon antwoordde hem: Gedroogde mest. 22. Het preekteken van KashapaAnanda vroeg aan Kashapa: Boeddha gaf u het uit goud geweven gewaad van het opvolgerschap. Wat heeft hij u verder nog gegeven?Kashapa zei: Ananda. Ananda antwoordde: Ja, broeder. Waarop Kashapa zei: U kunt nu mijn preekteken naar beneden halen en uw eigen teken ophangen. 23. Denk niet goed, denk niet niet-goedToen de zesde patriarch bevrijd werd, ontving hij van de vijfde patriarch de bedelnap en het gewaad, die door de Boeddha aan zijn opvolgers werden gegeven, generatie na generatie. Een monnik, E-myo genaamd, achtervolgde uit afgunst de patriarch om hem zijn grote schat te ontnemen. De zesde patriarch legde de nap en het gewaad op een steen in de weg en zei tegen E-myo: Deze voorwerpen zijn alleen maar symbolen van het geloof. Het heeft geen nut ervoor te vechten. Als u ze wilt nemen, neem ze dan nu. Toen E-myo naar de nap en het gewaad ging om ze mee te nemen, waren ze zo zwaar als bergen. Hij kon er geen beweging in krijgen. Bevend van schaamte zei hij: Ik kwam voor de leer, niet voor de stoffelijke schatten. Onderricht mij alstublieft.De zesde patriarch zei: Als u niet goed denkt en als u niet niet-goed denkt, wat is dan uw ware zelf? Bij deze woorden werd E-myo verlicht. Het zweet brak hem over heel zijn lichaam uit. Hij huilde en boog, terwijl hij zei: U hebt me de geheime woorden en betekenissen daarvan gegeven. Is er nog een dieper onderdeel van de leer? De zesde patriarch antwoordde: Wat ik u heb verteld, is helemaal geen geheim. Als u uw eigen ware zelf beseft, behoort het geheim aan u. E-myo zei: Ik heb vele jaren onder de vijfde patriarch geleefd, maar kon tot nu toe geen besef krijgen van mijn ware zelf. Door uw onderricht vind ik de bron. Iemand drinkt water en weet zelf of het koud of warm is. Mag ik u mijn leraar noemen? De zesde patriarch antwoordde: Wij studeerden samen onder de vijfde patriarch. Noem hem uw leraar, maar waardeer alleen datgene wat je hebt bereikt. 24. Zonder woorden, zonder zwijgenEen monnik vroeg aan Fuketsu: zonder te spreken, zonder te zwijgen, hoe kun je dan de waarheid uitdrukken?Fuketsu merkte op: Ik herinner me altijd de lente in het zuiden van China. De vogels zingen tussen ontelbare soorten geurende bloemen. 25. Preken vanaf de derde zetelKyozan ging in een droom naar Maitreya's Zuiver Land. Hij herkende zichzelf als degene die in het verblijf van Maitreya in de derde zetel zat. Iemand kondigde aan: Vandaag zal hij die in de derde zetel zit, de preek houden. Koyzan stond op, klopte met de hamer en zei: De waarheid van de Mahayana-leer is onuitsprekelijk, stijgt uit boven woorden en gedachten. Begrijpt u dit?26. Twee monniken rollen het scherm opHogen van het klooster Seiryo stond op het punt voor het eten nog een les te geven, toen hij zag dat het bamboescherm, dat neergelaten was in verband met de meditatie, nog niet opgerold was. Hij wees erop. Twee monniken uit zijn gehoor stonden op en begonnen het op te rollen. Toen Hogen ze zo lichamelijk bezig zag, zei hij: De houding van de eerste monnik is goed, die van de andere niet.27. Het is geen geest, het is geen Boeddha, het is geen dingEen monnik vroeg aan Nansen: Bestaat er een leer die nog nooit eerder door een meester verkondigd is?Nansen zei: Ja, die is er. Welke is het? vroeg de monnik. Nansen antwoordde: Het is geen geest, het is geen Boeddha, het is geen ding. 28. Het uitblazen van de kaarsTokusan studeerde zen onder leiding van Ryutan. Op een avond kwam hij bij Ryutan en stelde veel vragen. De leraar zei: De avond is al ver gevorderd. Waarom gaat u niet naar bed?Dus boog Tokusan, opende het scherm om naar buiten te gaan, en merkte op: Het is erg donker buiten. Ryutan bood Tokusan een brandende kaars aan om hem te helpen zijn weg te vinden. Op hetzelfde ogenblik dat Tokusan hem aannam, blies Ryutan hem uit. Op dat moment werd de geest van Tokusan geopend. Wat heb je nu bereikt? vroeg Ryutan. Van nu af, zei Tokusan, zal ik niet meer twijfelen aan de woorden van mijn leraar. De volgende dag zei Ryutan bij de lezing: Ik zie één monnik onder u. Zijn tanden zijn als een zwaardboom, zijn mond is als de bloedschaal. Als je hem hard slaat met een grote stok, zal hij niet eens naar je omkijken. Op een dag zal hij de hoogste piek beklimmen en mijn leer daar brengen. Op die dag verbrandde Tokusan voor de onderwijshal zijn kommentaren op de sutra's. Hij zei: Hoe diepzinnig de lessen ook mogen zijn, in vergelijking met deze verlichting zijn ze als één enkele haar ten opzichte van de wijde hemel. Hoe diep de ingewikkelde kennis van de wereld ook moge zijn, vergeleken met deze verlichting is hij als één druppel water ten opzichte van de grote oceaan. Daarna verliet hij het klooster. 29. Niet de wind, niet de vlagTwee monniken debatteerden over een vlag. De een zei: De vlag beweegt.De ander zei: De wind beweegt. De zesde patriarch kwam er toevallig langs. Hij vertelde ze: niet de wind, niet de vlag; de geest beweegt. 30. De geest is BoeddhaDaibai vroeg aan Baso: Wat is Boeddha?Baso zei: Deze geest is Boeddha. 31. Joshu onderzoektEen reizende monnik vroeg aan een oude vrouw de weg naar de Taizan, een volkstempel, die de naam had wijsheid te geven aan degene die daar bad. De oude vrouw zei: Ga maar rechtdoor. Toen de monnik een paar stappen gedaan had, zei ze tegen zichzelf: Hij is ook maar een gewone kerkganger.Iemand vertelde dit voorval aan Joshu, die zei: Wacht tot ik het onderzocht heb. De volgende dag ging hij dezelfde vraag stellen, en de oude vrouw gaf hetzelfde antwoord. Joshu merkte op: Ik heb die oude vrouw aan de tand gevoeld. 32. Een filosoof stelt Boeddha een vraagEen filosoof vroeg aan Boeddha: Zonder woorden, zonder het woordeloze, wilt u mij de waarheid vertellen?De Boeddha bleef zwijgen. De filosoof boog en dankte de Boeddha, zeggend: Met de hulp van uw liefde heb ik mijn waanideeën opgeruimd en heb ik de ware weg betreden. Nadat de wijsgeer was vertrokken, vroeg Ananda aan de Boeddha wat hij had bereikt. De Boeddha antwoordde: Een goed paard rent zelfs bij de schaduw van de zweep. 33. Deze geest is niet BoeddhaEen monnik vroeg aan Baso: Wat is Boeddha?Baso zei: Deze geest is niet Boeddha. 34. Leren is niet de wegNansen zei: De geest is niet Boeddha. Leren is niet de weg.35. Twee zielenSeijo, het Chinese meisje, merkte Goso op, had twee zielen, een die altijd ziek thuis was en de andere in de stad, een getrouwde vrouw met twee kinderen. Welke was de ware ziel?36. Een zenmeester op straat tegenkomenGoso zei: Als u een zenmeester op straat tegenkomt, kunt u niet tegen hem praten, kunt u hem evenmin zwijgend aankijken. Wat bent u van plan te doen?37. Een buffel gaat door de omheiningGoso zei: Wanneer een buffel door de omheining naar de rand van de afgrond gaat, gaan zijn hoorns en zijn kop en zijn hoeven er allemaal door, maar waarom kan zijn staart er ook niet door?38. Een eikenboom in de tuinEen monnik vroeg aan Joshu waarom Bodhidharma naar China kwamJoshu zei: Een eikenboom in de tuin. 39. Het zijspoor van UmmonEen zenstudent zei tegen Ummon: De schittering van Boeddha verlicht het hele heelal.Voor hij de zin af had, vroeg Ummon: Je bent een gedicht van een ander aan het citeren, is het niet? Ja, antwoordde de student. Je bent op een zijspoor, zei Ummon. Later vroeg een andere leraar, Shishin, aan zijn leerlingen: Waar raakte de student het spoor bijster? 40. Een vaas met water omgooienHyakujo wilde een monnik uitzenden om een nieuw klooster te openen.Hij vertelde zijn leerlingen dat degene die het meest vaardige antwoord op een vraag gaf, aangewezen zou worden. Hij zette een vaas met water op de grond en vroeg: Wie kan zeggen wat dit is zonder de naam ervan te noemen? De hoofdmonnik zei: Niemand kan het een houten schoen noemen. Isan, de kok-monnik, stootte de vaas met zijn voet om en ging naar buiten. Hyakuho glimlachte en zei: De hoofdmonnik heeft verloren. En Isan werd de meester van het nieuwe klooster. 41 Bodhidharma brengt de geest tot vredeBodhidharma zit naar de muur te staren. Zijn toekomstige opvolger staat in de sneeuw en biedt zijn afgehouwen arm aan Bodhidharma aan. Hij roept uit: Mijn geest is niet in vrede. Meester, breng mijn geest tot vrede.Bodhidharma zegt: Als je mij die geest wilt brengen, zal ik hem voor je tot vrede brengen. De opvolger zegt: Als ik mijn geest doorzoek, kan ik hem niet bevatten. Bodhidharma zegt: Dan is uw geest al tot vrede gebracht. 42. Het meisje ontwaakt uit haar meditatieIn de tijd van Boeddha Shakyamuni ging Majusri naar de vergadering van de Boeddha's. Toen hij daar aankwam was de conferentie al voorbij en was iedere Boeddha reeds naar zijn eigen Boeddhaland teruggekeerd. Alleen één meisje zat nog onbeweeglijk in diepe meditatie. Manjusri vroeg Boeddha Shakyamuni hoe het voor dit meisje mogelijk was deze staat te bereiken, een staat die zelfs hij niet kon verwerven. Breng haar uit haar Samadhi en vraag het haar zelf, zei de Boeddha.Manjusri liep drie keer om het meisje heen en knipte met zijn vingers. Nog bleef zij mediteren. Dus bracht hij haar door middel van zijn wonderbare kracht over naar een hoge hemel en deed zijn best haar te roepen, maar vergeefs. Boeddha Shakyamuni zei: Zelfs honderdduizend Manjusris zouden haar niet kunnen storen, maar beneden deze plaats, voorbij twaalfhonderd miljoen landen, is een Bodhisattva, kiem van waanideeën. Als hij hier komt, zal zij ontwaken. Nauwelijks had de Boeddha gesproken of die Bodhisattva sprong van de aarde op en boog en betuigde zijn hulde aan de Boeddha. Boeddha zei hem het meisje te wekken. De Bodhisattva ging voor het meisje staan en knipte met zijn vingers, en op hetzelfde ogenblik ontwaakte het meisje uit haar diepe meditatie. 43. De korte staf van ShuzanShuzan hield zijn korte staf naar voren en zei: Als u dit een korte staf noemt, verzet u zich tegen zijn werkelijkheid. Als u het geen korte staf noemt, negeert u het feit. Nu, hoe wilt u dit noemen?44. De staf van BashoBasho zei tegen zijn leerling: Als je een staf hebt, zal ik je hem geven. Als je geen staf hebt, zal ik hem van je afnemen.45. Wie is hij?Ho-en zei: De vroegere en toekomstige Boeddha's, beiden zijn zijn dienaren. Wie is hij?46. Ga verder vanaf de top van een paalSekiso vroeg: Hoe kun je verder gaan vanaf de top van een dertig meter hoge paal? Een andere zenleraar zei: Iemand die op de top van een dertig meter hoge paal zit, heeft een zekere hoogte bereikt, maar gaat nog steeds niet vrij met zen om. Hij zou vanaf daar verder moeten gaan en met zijn hele lichaam verschijnen in de tien delen van de wereld.47. Drie poorten van TosotsuTosotsu bouwde drie versperringen en liet de monniken deze passeren. De eerste versperring is zen studeren. Bij de studie van zen is het de bedoeling je eigen ware natuur te zien. Nou, waar is je eigen natuur?Ten tweede, als iemand zijn eigen ware natuur beseft, zal hij vrij zijn van geboorte en dood. Wanneer je nu het licht uit je ogen neemt en een lijk wordt, hoe kun je jezelf dan bevrijden? Ten derde, als je jezelf bevrijdt van geboorte en dood, behoorde je toch te weten waar je bent. Nu valt je lichaam uiteen in de vier elementen. Waar ben je? 48. De ene weg van KemboEen zenleerling vroeg aan Kembo: Alle Boeddha's van de tien delen van het heelal gaan de ene weg van Nirvana op. Waar begint die weg? Kembo stak zijn wandelstok omhoog, tekende het cijfer één in de lucht en zei: Hier is hij. Die leerling ging daarna naar Ummon en stelde dezelfde vraag. Ummon, die toevallig een waaier in zijn hand had, zei: Deze waaier zal de drieëndertigste hemel bereiken en de neus raken van de godheid die daar de leiding heeft. Het is als de Draakkarper van de Oostelijke Zee, die de regenwolk omgooit met zijn staart. |