Verlichting voor dummy's > Dwaalmeesters > Meester Tja 3 Deze pagina: Dwijsheden van dwaalmeester Tja geïnspireerd op de Daodejing, derde reeks. Auteur: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Als een vierkant zonder hoekenals een groot vierkant zonder hoekenals een groot geluid zonder volume als een groot beeld zonder vorm als een grote vaas in aanleg zo gaat niet weten schuil achter het weten De kracht van het Tjawat ontmaskert zonder moeitede woorden zonder betekenis de oorzaken zonder oorzaak de autoriteiten zonder gezag de stellingen zonder bewijs de zinnen zonder verband de logica zonder logica de doelen zonder doel de redenen zonder reden de waarden zonder waarde de dingen zonder substantie de gedachten zonder grond? tja wat ontmaskert zonder moeite het weten van niet weten het niet weten van niet weten de leegte van de leegte? tja de kracht van het tja: weinigen onder de hemel zijn eraan toe Wat is zelfdiscipline?wie zich inhoudtzal zich te buiten gaan wie zich te buiten gaat zal zich weer inhouden wie zich inhoudt zal zich te buiten gaan wie zich te buiten gaat zal zich inhouden
Waarom
waarom trachten te doorgrondenhoudt u liever van de domme tot u niet meer hoeft te doen alsof Rauwtja brengt nietsmaar lust alles tja lust begeerte tja lust onthouding tja lust ondeugd tja lust deugd tja lust onrust tja lust rust tja lust oorlog tja lust vrede tja lust lijden tja lust vreugde tja lust de leugen tja lust de waarheid tja lust de illusie tja lust de werkelijkheid tja lust het relatieve tja lust het absolute tja lust de duivel tja lust god tja lust het ego tja lust het zelf tja lust hardvochtigheid tja lust mededogen tja lust haat tja lust liefde tja lust het hoofd tja lust het hart tja lust het weten tja lust niet weten tja lust het doel tja lust de weg tja lust het antwoord tja lust de vraag tja lust het zoeken tja lust het vinden tja lust mij tja lust jou tja lust ons allen rauw De beginselenDe tienduizend dingendragen het lichtbeginsel buiten, het duister beginsel binnen. Ze tonen zich maar laten zich niet kennen. Het tja keert ze binnenstebuiten. Binnenstebuiten tonen ze hun duister beginsel. Dit heet: het doden van de tienduizend dingen. Zo toont het tja zijn duister beginsel. De tienduizend dingen keren het tja binnenstebuiten en openbaren zijn lichtbeginsel. Dit heet: het doden van het tja. Ik doe maar wat
ik houd mij aan de kernnoch aan de schors ik houd mij aan de bloem én aan de vrucht ik neem dit ik laat dat ach ja ik doe maar wat De dwijze
hij kent de geest niet van de stofhij kent de jade niet van de kiezel hij kent de wagen niet van de delen hij kent de dwaze niet van de wijze Wolvenhoren zuigelingen van het tjazij reageren niet horen ongeschoolden van het tja zij glimlachen erom horen laaggeschoolden van het tja zij grinniken erom horen hooggeschoolden van het tja zij lachen erom horen dwijzen van het tja zij brullen van het lachen ze brullen om waarheid en leugen ze brullen om werkelijkheid en illusie ze brullen om deugd en ondeugd ze brullen om zuiverheid en onzuiverheid ze brullen om het eeuwige en het tijdelijke ze brullen om zijn en niet zijn ze brullen om vorm en essentie ze brullen om het relatieve en het absolute ze brullen om veelheid en eenheid ze brullen om hemel en aarde ze brullen om licht en duisternis ze brullen om weten en niet weten ze brullen om tao en te ze brullen om nee en om ja ze brullen om ja en om tja hoor die dwijzen toch eens brullen zei Meester Tja en stak een vinger op zijn gezellen zeiden wij dachten dat zijn wolven Voor altijd
meester Tja zegt:wie de eeuwigheid zoekt zal voor altijd vergaan Alleen daar
iemand zeiwaar vinden wij opperste duidelijkheid meester Tja zei in opperste verwarring Het rijkals het rijk tja heeftbemesten renpaarden de akker en bevuilen ze het erf als het rijk tja heeft kan niemand de grenzen vinden waar de hengsten strijden als het rijk tja heeft dan duldt het begeerte, onvrede en bezit als het rijk tja heeft dan ziet het zonden als een kans op vergeving en vergeving als een oorzaak van zonde als het rijk tja heeft dan ziet het onheil als een bron van heil en heil als een bron van onheil als het rijk tja heeft dan ziet het rampspoed als een voorbode van voorspoed. en voorspoed als een voorbode van rampspoed daarom: heeft men tja dan heeft men niets heeft men niets dan heeft men het rijk De keije hoeft de wereld niet te verlatenom het tja te leren kennen je hoeft je huis niet te verlaten om het tja te leren kennen je hoeft je bed niet te verlaten om het tja te leren kennen je hoeft alleen maar de kei in je kop op te tillen om je gedachten te zien wemelen boven het niets De wijze en de dwijze
de dwijze loopt maararriveert niet hij spreekt maar zegt niet hij doet maar volbrengt niet hij denkt maar niet na en dat is het verschil Ra ra
de honderd geslachtenrichten naar zijn hart hun oor maar horen het niet kloppen de honderd geslachten richten tot zijn verstand hun vragen maar zien het niet werken Dezelfde
dezelfde boom draagt de vruchten verstikt de zaailing hetzelfde mes snijdt het vlees aan en de hals door dezelfde mond zoent de vriend en bijt de vijand hetzelfde vuur gaart de kool en verkoolt het brood hetzelfde water laaft de koe en verdrinkt het kalf de dienaren des levens zijn de dienaren des doods Even vaakeen van de gezellen zei:mijn grootvader kreeg een hartstilstand mijn vader kreeg een hartstilstand mijn broeder kreeg een hartstilstand en mijn zoon kreeg een hartstilstand constant vrees ik voor mijn leven meester Tja zei het hart stopt even vaak als het klopt Niemand
nooit heb ik gehoordvan wie het leven beheerst het land doortrekkend mijdt u neushoorn en tijger maar neushoorn en tijger mijden u niet ingaand in legers mijdt u pantser en wapen maar pantser en wapen mijden u niet de neushoorn vindt altijd wel een plaats om zijn hoorn in te stoten de tijger vindt altijd wel een plaats om zijn klauw in te slaan het wapen vindt altijd wel een plaats om het scherp in te steken is het niet een neushoorn, tijger of wapen dan is het wel uw familie is het niet uw familie dan is het wel een buurman is het niet een buurman dan bent u het wel zelf bent u het niet zelf dan is het wel een ziekte is het niet een ziekte dan is het wel een gedachte want een plek die onkwetsbaar is heeft niemand voorhanden Zeg niet
nooit heb ik de tienduizend
wezens gezienniet één heb er helemaal gezien nooit heb ik meer dan de voorkant van één van de tienduizend wezens gezien en was het wel een voorkant of zat er toch wat achter en was het wel een zien en was het wel het mijne ondoorgrondelijk de tienduizend wezens ondoorgrondelijk het zien ondoorgrondelijk de ziener daarom: reken niet als eigen reken niet als oneigen wees niet als meester wees niet als leerling zoek niet de uitersten zoek niet het midden hou niet vast laat niet los bevestig niet ontken niet doe niet laat niet spreek niet zwijg niet en zeg vooral niet hoe het zit Nergens
wie moeder isnoch kind is nergens veilig en nooit in gevaar Het grote Tja
indien ik een weinig kennis haden door het grote tja wandelde zo zou ik de openbaring ervan vrezen maar nu ik alle kennis ontbeer herken ik dat als het wezen van het grote tja ik herken het: in de eindeloze vlakten in de myriaden zijpaden in weelderige hoven in velden vol gras, gewas of onkruid in volle graanschuren en in lege in renpaarden en in karkassen in klederen rijk gekleurd of flets verschoten in scherpe zwaarden en in stompe stokken ik herken het: in dranken en in spijzen in zwelgen, matigheid en soberheid in goederen en in schatten in afval en verval in gulheid en in gierigheid in praalzucht en in roof in vrede en in oorlog in hoop en in teleurstelling in god en in de duivel in geboorte en in dood het grote tja: ik herken het overal maar ken het louter als niet kennen Onafgebrokenonafgebrokenoffer ik mijn rijk op onafgebroken offer ik mijn bezittingen op onafgebroken offer ik mijn familie op onafgebroken offer ik mijn liefde op onafgebroken offer ik mijn gezondheid op onafgebroken offer ik mijn kennis op onafgebroken offer ik mijn veiligheid op onafgebroken offer ik mijzelf op onafgebroken offer ik mijn tja op onafgebroken Vanzelfwie overvloed aan tja heeftlijkt op een pasgeboren kindje dat wordt gestoken en het snapt niet waardoor wilde beesten bespringen het en het weet niet waarvandaan roofvogels pikken het en het weet niet waarmee zijn beenderen zijn week maar het kent ze niet zijn spieren zijn zwak en het begrijpt niet waarom het grijpt al wel stevig maar het weet niet waarnaar zijn ogen zijn reeds scherp maar het weet niet wat ze zien zijn geslachtsorganen werken reeds maar het weet niet waarvoor het brabbelt maar door maar het weet niet waarover het is altijd moe en het weet niet waarvan de ganse dag schreeuwt het maar het weet niet naar wie dan komt de borst en de melk vloeit vanzelf Als mijn broekzakhet tja ken ik als hemel en aardehemel en aarde ken ik als de tienduizend wezens de tienduizend wezens ken ik als het rijk het rijk ken ik als de staat de staat ken ik als de gemeente de gemeente ken ik als mijn gezin mijn gezin ken ik als mijzelf mijzelf ken ik als mijn broekzak maar een broek heb ik niet Volkomen onvolkomen
volkomen is mijn onvolkomenheidharmonieus mijn disharmonie bloeiend mijn ouderdom gelukkig mijn ongeluk krachtig mijn zwakte vredig mijn onrust en weteloos mijn weten Het verschil
meester Tja zegtzij die spreken weten niet zij die zwijgen weten niet dus wat is het verschil Lood om oud ijzerde dokter die zijn scherpte mindertom zich niet te snijden zal rafelige wonden maken die slecht genezen en de dokter die zich wet voor een schone snede en een snel herstel zal zich nog lelijk snijden Niet van Meden en Perzen
Scherp overwint niet altijd
stomp.Het vlees is niet altijd zwak. Paling moet soms de diepte verlaten. Wat iedere dag gebeurt hoeft morgen niet weer te gebeuren. Ingewikkeldde wijze ontwart zijn verwikkelingde dwijze ontwikkelt zijn verwarring De ganse wereld
hem treft geen liefdezelfs als hem liefde treft hem treft geen haat zelfs als hem haat treft hem treft geen voorspoed zelfs als hem voorspoed treft hem treft geen rampspoed zelfs als hem ramppoed treft hem treft geen eer zelfs als hem eer treft hem treft geen blaam zelfs als hem blaam treft de ganse wereld ziet hij over het hoofd hem ziet de ganse wereld over het hoofd Waarmeemet redelijkheid regeert men de staatmaar waarmee regeert men de redelijkheid met wetten beheerst men de misdaad maar waarmee beheerst men de wet met wapens bestrijdt men de vijand maar waarmee bestrijdt men de wapens met listen voert men oorlog maar waarmee voert men listen met woorden voert men het debat maar waarmee voert men de woorden met niet doen wint men het rijk maar waarmee wint men het niet doen met weteloosheid overwint men de kennis maar waarmee overwint men de weteloosheid Bestuur en wanorde
bestuur is waardoor wanorde
zich handhaaftwanorde is waarmee bestuur zich billijkt Welvaart en gebrek
welvaart is waarin het gebrek zich toontgebrek is waarin welvaart ontluikt Ter verlichtingde dwijze zelf is stekeblindmaar geleiding behoeft hij niet helaas, der mensen weten duurt sinds menige dag daarom: de dwijze spreekt recht door krom te spreken en mee in tegenspraken hij vermenigvuldigt ter deling en verdeelt om te vermeerderen hij is zacht in zijn hardheid en eenduidig in zijn ambiguïteit hij vertroebelt ter opheldering en vangt om te bevrijden ja, de dwijze verzwaart zeker, de dwijze verduistert maar uitsluitend ter verlichting Standvastig onstandvastigKent niemand zijn grenzendan is er geen rijk om te regeren. Die het tja van geen-rijk heeft kan lang aanblijven. Dit heet: geen wortel of stam hebben. Het heet: met alle winden meewaaien. Het heet: standvastig onstandvastig zijn. Een doolhofer is geen wegvoor een lang leven en durend inzicht er is alleen een doolhof voor een onbepaald leven en wisselend uitzicht Zómen bestuurt een grote staatzoals men een kleine staat bestuurt men bestuurt een kleine staat zoals men een dorp bestuurt men bestuurt een dorp zoals men zijn gezin bestuurt men bestuurt zijn gezin zoals men zijn leven bestuurt men bestuurt zijn leven zoals men zijn lichaam bestuurt men bestuurt zijn lichaam zoals men zijn geest bestuurt men bestuurt zijn geest zoals men kleine visjes braadt men braadt kleine visjes zoals men ter wereld komt men komt ter wereld doordat men maar wat doet of gedaan wordt zó komt men ter wereld zó braadt men kleine visjes zó bestuurt men zijn geest zó bestuurt men zijn lichaam zó bestuurt men zijn leven zó bestuurt men zijn gezin zó bestuurt men een dorp zó bestuurt men een kleine staat en zó bestuurt men een grote staat De waarheidwat groot iszal groter worden gelijk blijven of kleiner worden wat hoog stroomt zal verder stijgen stagneren diep vallen of laag stromen wat saamvloeit zal saam blijven verdampen of uitvloeien Gerechtigheid's rijks vrouw overwint de man gestadigdoor rust, list of tegenspraak of ze overwint hem niet of alleen maar soms 's rijks man overwint de vrouw gestadig door zwijgzaamheid, koppigheid of kracht of hij overwint haar niet of niet altijd daarom: als een groot rijk nederig doet tegen een klein is de uitkomst ongewis als een klein rijk nederig doet tegen een groot is de uitkomst ongewis maar een groot rijk begeert slechts te veroveren en groter te worden dit noemt het: verenigen en voeden dit noemt het: eendracht een klein rijk begeert slechts te veroveren en groter te worden dit noemt het: de mensen dienen dit noemt het: gerechtigheid daarom: de een buigt zich om te winnen de ander houdt zijn poot stijf om te winnen zo houden beide zich groot Een raadsel
Wat is de toevlucht die geen toevlucht is?Wat is de schat die geen schat is? Wat is de steun die geen steun is? Wat is het weten dat geen weten is? Vrije wil
Wie een wil veronderstelt, betracht.Wie geen-wil veronderstelt, betracht niet. Wie niet veronderstelt, wat zal hij doen of laten? Zal hij het niet-doen betrachten? Het niet-betrachten doen? Het niet-betrachten niet-doen? Het niet-betrachten betrachten? Het betrachten niet-doen? Het betrachten niet-laten? HandelenVergeld kwaadmet kwaad, met goed of met niets. Doe het grote als het er nog niet is, als het nog klein is, als het groot genoeg is, als het te groot is of daarna. Want het goede onder de hemel komt niet altijd voort uit het kwade, het kwade niet uit het goede. Het grote onder de hemel komt niet altijd voort uit het kleine, het kleine niet uit het grote. Daarom: De dwijze vermag te doen wat hij doet wanneer hij het doet zolang hij het niet kan laten en te laten wat hij laat wanneer hij het laat zolang hij het niet kan doen. Een toreneen toren van negen verdiepingenbegint met een kleine hoop gronds en eindigt met een kleine hoop gronds Een reiswanneer een reis van duizend mijlenbegint met wat onder de voet ligt vervolgt met wat onder de voet ligt en eindigt met wat onder de voet ligt is het dan nog wel een reis? Ontsteldiemand zeiwaarom stelt u nooit eens iets al was het maar een voorbeeld meester Tja zei wie niet weet, stelt een voorbeeld door geen voorbeeld te stellen wie niet weet, stelt door niet te stellen iemand zei hoe weet u dat meester Tja zweeg ontsteld Mijn woorden
mijn woorden zijnniet te begrijpen behalve door niet begrijpen menigeen onder de hemel meent ze te begrijpen mijn woorden zijn niet te betrachten behalve door niet betrachten menigeen onder de hemel meent ze te betrachten al draagt de dwijze niets men prijst hem om zijn kleed Mijn dadenu noemt mij dan wel meestermaar mijn daden hebben geen baas en niemand om te knechten Weg van de weg
die strijdt zonder strijdenberust noch weerstaat die doet zonder doen slaagt noch faalt die laat zonder laten laat toch niet na die zegt zonder zeggen spreekt noch zwijgt die weet zonder weten is weg van de weg Wapens en werktuigende dwijze ziet wapens in werktuigenwerktuigen in wapens hij ziet detente in spanning spanning in detente hij overwint als hij verliest verliest als hij overwint niets stelt hij bovenaan maar ook daarvan maakt de dwijze geen deugd De stroom
de wereld stroomt toe en weer weguw weten stroomt toe en weer weg uw niet weten stroomt toe en weer weg uzelf stroomt toe en weer weg ook ik stroom toe en weer weg het toestromen stroomt toe en weer weg het wegstromen stroomt toe en weer weg waar zou u dan houvast in kunnen vinden de wereld stroomt toe en weer weg uw weten stroomt toe en weer weg uw niet weten stroomt toe en weer weg uzelf stroomt toe en weer weg ook ik stroom toe en weer weg het toestromen stroomt toe en weer weg het wegstromen stroomt toe en weer weg wat zou u dan nog los moeten laten |