(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Meester Tja



Verlichting voor dummy'sDwaalmeesters > Meester Tja

Deze pagina: Dwijsheden van dwaalmeester Tja geïnspireerd op de Daodejing, eerste reeks.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





Dwijsheid

meester Tja zegt

zolang mijn tijd niet vervuld is
weet ik geen wortels te vormen
sommigen noemen dit wijsheid
maar wat is er verstandig aan
anderen noemen het dwaasheid
maar wat is er onverstandig aan

ikzelf, ik noem het dwijsheid


Aanspreektitel

iemand vroeg meester Tja:
hoe zal ik u aanspreken?

de meester zei
zeg jij maar tja
tegen mij


Niemand die het ziet

een verstandig koopman
verbergt zijn schatten
en doet zich voor als een arme
maar de volmaakte dwijze
vertoont vrijelijk zijn onwetendheid
en niemand die het ziet


Een vrouw

men beeldt zich in: een vrouw

men kijkt naar naar en ziet haar niet
haar naam: de onzichtbare vrouw

men luistert naar haar en hoort haar niet
haar naam: de onhoorbare vrouw

men klauwt naar haar en vat haar niet
haar naam: de ongrijpbare vrouw

men ruikt aan haar en ruikt haar niet
haar naam: de geurloze vrouw

men likt aan haar en proeft haar niet
haar naam: de smakeloze vrouw

haar naam: de onwaarneembare vrouw

men zoekt haar geslacht en vindt het niet
zijn naam: iemand

men zoekt zijn vorm en vindt het niet
zijn naam: wezen

men zoekt zijn wezen en vindt het niet
zijn naam: iets

men zoekt zijn zijn en vindt het niet
zijn naam: niets

men zoekt zijn niet-zijn en vindt het niet
zijn naam: tja


Onmetelijk

Wie ongetwijfeld zegt, weet.
Wie waarschijnlijk zegt, weet.
Wie misschien zegt, weet.
Wie onwaarschijnlijk zegt, weet.
Wie onmogelijk zegt, weet.

Hoe gering het verschil tussen
ongetwijfeld en onmogelijk.
Hoe onmetelijk dat tussen
weten en niet weten.


Het eeuwige Tja

Een van de gezellen zei:
"Het tja dat geuit kan worden
is niet het eeuwige Tja",
Is dat waar?

De meester zei:
Tja.


De moeder aller dingen

een van de gezellen zei
leer ons de moeder
aller dingen kennen

meester Tja zei
leer eerst maar eens
één ding kennen


Het wezen

meester Tja zegt

ik begrijp de verschijningsvorm al niet
hoe zou ik dan het wezen
kunnen doorgronden


Eén

erkennen allen onder de hemel
de lelijkheid van het schone en
de schoonheid van het lelijke
  dan zal het onderscheid in rook opgaan
maar daarmee het verschil nog niet


Overwinnen

Een gezel zei
hoe het kwade te overwinnen
en het goede te behouden

meester Tja zei:
erkennen allen onder de hemel
de goedheid van het kwade en
de kwaadheid van het goede
dan valt er niets te overwinnen
en niets meer te behouden.


Uitgerekend

Laat er een kleine staat met weinig volk zijn
of een grote staat met veel volk.
Laat er hoofden zijn over tien- en honderdtallen
of over duizend- en tienduizendtallen.

Volk dat de dood vreest zal daarom
of ergens anders om
of zonder duidelijke reden
tijdelijk of voorgoed
thuis blijven,
in de buurt blijven
of  wegtrekken.

Als er schepen en wagens zijn
zal men reden vinden erin te gaan
en reden eruit te blijven.
Zijn er geen schepen of wagens
dan zal men reden vinden ze te vervaardigen
en reden om dat te verbieden.

Als er kurassen zijn
zal men reden vinden ze aan te doen
en reden ze uit te laten.
Als er wapenen zijn
zal men reden vinden ze te hanteren
en reden ze te laten liggen.
Zijn er geen kurassen of wapenen
dan zal men reden vinden ze te maken
en reden dat te verbieden.

Keert het volk terug
tot het gebruik der geknoopte koorden
dan zal men reden vinden voor het schrift
en reden om het schrift voorgoed te verbieden.
Houdt het volk het bij het schrift
dan zal het reden vinden
 terug te keren tot geknoopte koorden
en reden die voorgoed af te danken.

Vind het volk smaak in zijn voedsel,
is het trots op zijn klederen,
vindt het vrede in zijn woning
en verblijdt het zich in zijn zeden
dan zal het reden vinden
iets anders te proberen.
Doet het dan iets anders
dan zal het reden vinden
terug te keren tot het oude.

Al ligt een naburige staat ver weg,
zodat de hanen en honden van weerskanten
elkanders geluid niet kunnen horen,
het volk zal reden vinden er gemeenschap mee te hebben.
Heeft het volk gemeenschap met een naburige staat
dan zal het reden vinden de banden te verbreken.

Want het volk vindt overal reden voor
maar nooit vindt het
reden voor zijn reden
of daar weer reden voor.

Daarom houdt de dwijze
overal rekening mee
  maar hij rekent nergens op.


Geen werk

zelfs van niet doen
maakt de dwijze geen werk


Dwijsheid

niets weten
en dat
net niet
vergeten


Nog niet

hij slaat geen wijsheid op
hij stoot geen wijsheid af
hij spreekt geen wijsheid uit
hij houdt geen wijsheid achter
en nog is hij niet wijs


Altijd

droogte, zonneschijn, bewolking
mist, regen, sneeuw
er is altijd wel iemand die erbij gedijt
er is altijd wel iemand die eronder lijdt

windstilte, bries, passaat
storm, orkaan, wervelwind
er is altijd wel iemand die erbij gedijt
er is altijd wel iemand die eronder lijdt

vorst, koelte, lauwheid
warmte, hitte, vuur
er is altijd wel iemand die erbij gedijt
er is altijd wel iemand die eronder lijdt


Vanzelfsprekend

zelfs als hij spreekt
gebruikt de dwijze geen woorden
en gebruiken de woorden hem niet


De weg van de hemel

de weg van de hemel
is de weg van de aarde

de weg van de aarde
is de weg van de mensen

de weg van de mensen
is de weg van het weten

de weg van het weten
is de weg van niet weten

de weg van niet weten
is de weg van het tja

de weg van het tja
leidt overal van weg

de weg die overal van wegleidt
is de weg van de hemel


De hoop op een eeuwig leven

Nog voor de mens wordt geboren
is hij ten dode opgeschreven.
Hij sterft zacht of stijf,
sterk of zwak,
afhankelijk van zijn leeftijd.

Nog voor ze worden geboren
- de dingen, het gras, de bomen -
zijn ze ten dode opgeschreven.
Ze sterven zacht en teer,
droog en schraal
afhankelijk van hun leeftijd.

Daarom:

Stijfheid en sterkte, zachtheid en zwakte,
alle zijn volgelingen van het leven.
Alle zijn voorboden van de dood.

Want een boom die zwak staat
zal zeker omwaaien.
Een boom die sterk staat
zal beslist verbranden.
Een boom die onverwoestbaar staat
zal van binnenuit
wegrotten.

Een leger dat zwak staat
zal weggevaagd worden.
Een leger dat sterk staat
zal door list verslagen worden.
Een leger dat onverslaanbaar is
zal zich overbodig maken.

Onvergankelijk is slechts
de hoop
op een eeuwig leven.


Zelden

wie als timmerman de kost verdient
zelden dat hij zich niet in de vingers snijdt

wie zelf zijn hout kapt
zelden dat hij zich niet in de voeten hakt

wie liever hout met handen breekt
zelden dat hij geen splinters oploopt

wie hieruit conclusies trekt
zelden dat hij gelijk krijgt


Scherprechter of moordenaar

de man die doodt uit naam van de staat
noemt men een scherprechter

de man die doodt uit naam van zichzelf
noemt men een moordenaar

wie bent u liever?


Vorst of volk

de vorst die het volk schrik aanjaagt met de dood
moet voor zijn leven vrezen

de vorst die voor zijn leven vreest
jaagt het volk schrik aan met de dood

hoe is het allemaal begonnen?


Dader of slachtoffer

de man die gedood wordt in naam der wet
noemt men een dader

de man die gedood wordt op persoonlijke titel
noemt men een slachtoffer

wie bent u liever?


Niet wijzer

De dwijze kent zichzelf niet
en alles is hem duister.
Soms houdt hij van zichzelf,
soms niet, maar meestal
geen van beide.
Daarom laat hij dit
en neemt hij dat
en weet zich
toch niet
wijzer.


Hoe hoog

weten is hoog

niet weten is hoger

weten van niet weten is het hoogst

niet weten van niet weten is nog hoger

weten van niet weten van niet weten is hoger nog

de slotzin van deze oneindige reeks kennen
is het allerhoogst

de hele reeks in één keer doorgronden
is het aller-allerhoogst

het allerhoogste niet
van het allerlaagste weten
is dwijsheid

wie kan zeggen
hoe hoog dat is


Over het belang van ervaring

Een ervaren krijgsman zei:
Ik durf niet te beginnen,
ik wacht liever af.
Een andere zei:
Ik durf niet af te wachten,
ik begin liever.
Weer een andere zei:
Men moet beginnen
én afwachten.
Een vierde zei:
Ik durf niet te beginnen
of af te wachten.

Een ervaren krijgsman zei:
Ik durf geen duim vooruit te gaan,
ik ga liever een voet terug.
Een andere zei:
Ik durf geen duim terug te gaan,
ik ga liever een voet vooruit.
Weer een andere zei:
Men moet achterwaarts
vooruit gaan
Een vierde zei:
Ik durf vooruit te gaan
noch terug.

Een ervaren krijgsman zei:
Men moet voorgaan
zonder te gaan.
Een andere zei:
Men moet gaan
zonder voorgaan.
Weer een andere zei:
Men moet gaande
voorgaan.
Een vierde zei:
Men moet gaan
noch voorgaan.

Een ervaren krijgsman zei:
Men moet dreigen
zonder de armen te strekken.
Een andere zei:
Men moet de armen strekken
zonder te dreigen.
Weer een andere zei:
Men moet dreigen
en de armen strekken.
Een vierde zei:
Men moet dreigen
noch de armen strekken.

Een ervaren krijgsman zei:
Men moet opdringen
zonder weerstand te wekken.
Een andere zei:
Men moet weerstand wekken
zonder op te dringen.
Weer een andere zei:
Men moet weerstand wekken
en opdringen.
Een vierde zei:
Men moet opdringen
noch weerstand wekken.

Een ervaren krijgsman zei:
Men moet aangrijpen
zonder te wapenen.
Een andere zei:
Men moet wapenen
zonder aan te grijpen.
Weer een andere zei:
Men moet aangrijpen
door te wapenen.
Een vierde zei:
Men moet aangrijpen
noch wapenen.

Een ervaren krijgsman zei:
Goed dat ik ten strijde ben getrokken.
Een andere zei:
Was ik maar thuis gebleven.
Weer een andere zei:
Ik had thuis
ten strijde moeten trekken.
Een vierde zei:
Ik had ten strijde moeten trekken
noch thuis moeten blijven.


Weigering

een gezel zei
hoe komen wij tot aanvaarding
van de tienduizend dingen

meester Tja zei
is weigering niet één
van de tienduizend dingen


Als vanzelf

de dwijze denkt als vanzelf
dat het hart als vanzelf klopt
de geest als vanzelf weet
het lichaam als vanzelf handelt
de staat als vanzelf ingrijpt
het recht als vanzelf spreekt
het volk als vanzelf
zijn begeerten leeft

de dwijze denkt als vanzelf
dat het hart als vanzelf stopt
de geest als vanzelf vervliegt
het lichaam als vanzelf vergaat
de staat als vanzelf uiteenvalt
het recht als vanzelf zwijgt
het volk als vanzelf
zijns weegs gaat

de dwijze denkt als vanzelf
en niets blijft ongeregeld
en niets blijft geregeld
en niets
blijft


Veel

veel zwijgen put zich uit
het is beter alles uit te spreken

veel wijsheid put zich uit
het is beter alles af te breken

veel spreken put zich uit
en valt vanzelf stil

veel zwijgen put zich uit
en gaat in woorden op


Als een blaasbalg

de dwijze is als een blaasbalg
hij zwijgt terwijl hij inademt
en spreekt terwijl hij uitademt
maar wat dat nou wil zeggen


In alle toonaarden

spreekt het tja over zichzelf
dan spreekt het in alle toonaarden

noemt het zich geest
dan noemt het zich lichaam

noemt het zich hemel
dan noemt het zich aarde

noemt het zich wezen
dan noemt het zich vorm

noemt het zich licht
dan noemt het zich duister

noemt het zich piek
dan noemt het zich dal

noemt het zich diep
dan noemt het zich oppervlakkig

noemt het zich poort
dan noemt het zich muur

noemt het zich weg
dan noemt het zich versperring

noemt het zich eeuwig
dan noemt het zich tijdelijk

noemt het zich goed
dan noemt het zich kwaad

noemt het zich waarheid
dan noemt het zich leugen

noemt het zich vrede
dan noemt het zich oorlog

noemt het zich wijs
dan noemt het zich dwaas

zwijgt het tja over zichzelf
dan zwijgt het in alle toonaarden


Alles en niets

tja is
alles
zien
en
niets
vatten


Nog steeds

wij kijken ernaar
en snappen het niet

wij luisteren ernaar
en snappen het niet

wij bestuderen het
en snappen het niet

wie dan eindelijk snapt
dat hem alles ontgaat
heeft nog altijd iets
begrepen


Als water


als ijs bedekt het zee en land
als wolk brengt het regen en mist
als golf brengt het redding en dood
als stoom drijft het aan en verbrandt
als vloeistof vult het de diepste spleten
als sneeuw bedekt het de hoogste toppen
het is zacht bij lage snelheid, hard bij hoge
het holt grotten uit en vult ze met druipsteen
het verdrinkt de mensen en belucht de vissen
het doet planten groeien en wortels rotten
het vormt stranden en vernietigt duinen
ja, met water weet men maar nooit
toch treft het blaam noch faam
hierin komt water het tja
nabij


Woorden

mensen kennen de liefde
maar de liefde kent geen mensen

mensen kennen strooien honden
maar strooien honden kennen geen mensen

mensen kennen hemel en aarde
maar hemel en aarde kennen geen mensen

mensen kennen woorden
maar woorden kennen
geen mensen

de liefde zegt niets terug
strooien honden zeggen niets terug
hemel en aarde zeggen niets terug
woorden zeggen niets terug
want woorden spreken niet
alleen de mensen spreken
alleen de mensen spreken
terug


Een eindeloze vlakte

dragen
neerzetten
laten vallen

gevuld houden
opdrinken
leeggieten

wetten om te scherpen
wetten tot men zich snijdt
wetten tot het lemmet is verdwenen
wetten tot men het laat
meteen het wetten laten

een zaal vullen met juwelen en goud
die zaal inrichten als museum
en hermitage noemen
die zaal inrichten als mausoleum
en dichtmetselen
die zaal aan de vijand schenken
die zaal aan het volk schenken
die zaal de rug toekeren
die zaal laten leegroven
die zaal zelf leegroven
die zaal vernietigen
die zaal bewaken

strijdvaardig zijn bij rijkdom of eer
nietswaardig zijn bij rijkdom of eer
boetvaardig zijn bij rijkdom of eer
boosaardig zijn bij rijkdom of eer
hovaardig zijn bij rijkdom of eer
onaardig zijn bij rijkdom of eer
waardig zijn bij rijkdom of eer
aardig zijn bij rijkdom of eer

tja is geen weg
tja is geen
wegennet
tja is een
eindeloze
vlakte


Naamloos

wie het zinnelijke
op doet gaan in het geestelijke
heet een idealist

wie het geestelijke
op doet gaan in het zinnelijke
heet een materialist

wie het zinnelijke
naast het geestelijke plaatst
heet een dualist

wie tot eenheid komt
en ondeelbaar wordt
heet een monist

wie tot veelheid komt
en onverenigbaar wordt
heet een pluralist

wie dit alles
doet noch laat
hoe zal men
hem noemen


Kip zonder kop

terwijl de poorten des hemels
zich openen en sluiten kan de dwijze
doodzitten als een broedende hen
rondrennen als een kip zonder kop
piekeren als een kop zonder kip
en het zich toch niet
euvel duiden


Nog niet

wiens duisternis
de vier richtingen
doordringt
is daarom
nog niet
blind


Werk

de ogen der mensen schilderen de vijf kleuren
de oren der mensen spelen de vijf tonen
de mond der mensen verwekt de vijf smaken
de geest der mensen spreekt de vijf gedachten
het hart der mensen bemint de vijf geliefden
de handen der mensen maken de vijf goederen
de benen der mensen belopen de vijf avonturen
het binnenste der mensen fluistert de vijf stiltes

daarom maakt de dwijze nergens werk van

niet van zijn ogen
niet van zijn oren
niet van zijn mond
niet van zijn geest
niet van zijn hart
niet van zijn handen
niet van zijn benen
niet van zijn binnenste

zelfs van niet werken
maakt de dwijze geen werk
en dat is nu zijn werk


Lichaam en geest

ons treft het grote leven
via het lichaam

ons treffen grote gedachten
via het lichaam

ons treffen grote geneugten
via het lichaam

ons treffen grote rampen
via het lichaam

ons treft de grote dood
via het lichaam

ons treft het hele lichaam
via het lichaam

maar kennen doen wij
het lichaam niet

daarom:

wie zijn geest kent
als zijn lichaam
hem kan men het tja
toevertrouwen


Volkomen onvolkomen

De dwijzen van ouds,
zij waren niet dwaas.
Ze waren niet wijs.
Ze wisten en
ze wisten niet.
Ze waren licht en tastbaar
als het weten zelf.
Ze waren duister en ongrijpbaar
als niet weten zelf.
Hun diepte was ondiepte,
hun oppervlakkigheid
bodemloos.

Daar niets gekend kan worden,
laat staan de dwijze van ouds,
tracht ik een denkbeeld te geven.

Hij was behoedzaam
als wie zijn vrienden vreest
en zijn vijanden vertrouwt.
Ingetogen als een gast
en opgetogen als een kind.
Wijkend en kruiend
als smeltend ijs.
Massief als een berg
en leeg als een vallei.
Duister als troebel water
en helder als smeltwater.

Wie klaart de troebel niet op en
verstoort niet de helderheid?
Wie neemt rust in beweging
en beweging in rust?
De dwijze van ouds.
Vol en toch leeg,
rijk en berooid,
in en uit de tijd
is hij volkomen
onvolkomen.


Loochenen

wie opperste leegte zoekt
verloochent zijn volheid

wie bestendige rust zoekt
verloochent zijn onrust

wie wijsheid zoekt
verloochent zijn dwaasheid

wie eeuwigheid zoekt
verloochent zijn vergankelijkheid

wie zuiver geluk zoekt
verloochent zijn lijden

wie ongerept niet weten zoekt
verloochent zijn weten

wie het einde van het loochenen zoekt
verloochent het loochenen

wie zoekt verloochent

wie daarom het zoeken opgeeft
verloochent het zoeken


Wat ze ook zeiden

Van de grote heersers
wisten de onderdanen
nagenoeg niet
dat ze bestonden.
De grote heersers zelf
wisten nauwelijks
dat ze bestonden.
Noch wisten zij
of hun onderdanen
wel bestonden.
Noch wisten zij
wie heerste over wie.
Nooit meenden zij
enige verdienste verworven,
enig werk volvoerd te hebben.
Nooit waren zij bedachtzaam
of onbedachtzaam.
Nooit waren hun woorden
kostbaar.
Wat ze ook zeiden,
ze zeiden maar wat
en dat zeiden ze ook.
Zei het volk: "Bemind en geprezen zijn onze heersers",
dan zeiden zij niet: "Wij zijn beminnelijk en prijzenswaardig".
Zei het volk: "Verachtelijk en vreeswekkend zijn onze heersers",
dan zeiden zij niet: "Wij hebben geen eer en wij intimideren".
Zei het volk: "Wie wantrouwt, zal wantrouwen vinden",
dan zeiden zij niet: "Wie vertrouwt die vindt trouw".
Zei het volk: "Wij doen alles vanzelf",
dan zeiden zij niet: "Wij doen niets".
Zei het volk: "Slechts het Tja regeert",
dan zeiden zij niet: "Wij zijn het Tja".
Ze zeiden ook niet van niet
en hun zwijgen
betekende
niets.


Erkennen noch miskennen

de gezellen zeiden
menslievendheid, misantropie en misère
huichelarij, onvrede en rechtschapenheid
schapenliefde, kinderliefde en ouderliefde
incest, molest en ongehoorzaamheid
vernuft, nooddruft en hufterigheid
orde, verval en wederopbouw
toewijding, trouw en verraad
zeg ons wat wij moeten
onderscheiden
en wat niet

meester Tja zei

eenheid is
geen enkel onderscheid erkennen

dit noemt men weleens wijsheid

verdeeldheid is
geen enkel onderscheid miskennen

dit noemt men weleens dwaasheid

eenheid noch verdeeldheid is
geen enkel onderscheid
erkennen of miskennen

dit noem ik weleens dwijsheid


Niets

niets is goed in ieder opzicht
niets is goed zonder opzicht
niets is goed

niets is slecht in ieder opzicht
niets is slecht zonder opzicht
niets is slecht

niets is goed of slecht
behalve in een opzicht

niets is goed of slecht


Doen en laten

meester Tja zegt

dit doen is dat laten
dat doen is dit laten
wat wilt u daaraan doen
wat wilt u daarom laten


Problemen

meester Tja zegt

de oplossing van vandaag
is het probleem van morgen

hij zegt ook

het probleem van vandaag
is de oplossing van morgen

en

waarom nieuwe problemen maken
als u kunt leven met de oude

en

waarom met oude problemen leven
als u nieuwe kunt maken

en

geen problemen
zonder oplossingen

en

geen oplossingen
zonder problemen

en

het grootste probleem
is problemen zien

en

problemen zien
als het grootste probleem zien
is ook geen oplossing


Hoe het helpt

de gezellen zeiden
hoe helpt ons
het tja des hemels

meester Tja zei:

het tja des hemels kent links niet van rechts
het kent de eiser niet van de schuldenaar
het kent de deugd niet van de ondeugd
het kent de goede niet van de kwade
daarom stelt het tja des hemels
u nergens toe in staat
en dit is hoe
het helpt


Zeg maar tja

zeg maar tja
tegen de tienduizend dingen
zeg maar tja tegen het ene

zeg maar tja tegen het leven
zeg maar tja tegen de dood

zeg maar tja tegen de liefde
zeg maar tja tegen de haat

zeg maar tja tegen de oorlog
zeg maar tja tegen de vrede

zeg maar tja tegen het lijden
zeg maar tja tegen het geluk

zeg maar tja tegen de aarde
zeg maar tja tegen de hemel

zeg maar tja tegen de ander
zeg maar tja tegen je zelf

zeg maar tja tegen het verleden
zeg maar tja tegen de toekomst
zeg maar tja tegen het heden

zeg maar tja tegen het doen
zeg maar tja tegen het laten

zeg maar tja tegen het spreken
zeg maar tja tegen het zwijgen

zeg maar tja tegen het antwoord
zeg maar tja tegen de vraag

zeg maar tja tegen het doel
zeg maar tja tegen de weg

zeg maar tja tegen het vasthouden
zeg maar tja tegen het loslaten

zeg maar tja tegen het weten
zeg maar tja tegen niet weten

zeg maar tja tegen je gedachten

zeg maar tja tegen het tja

zeg maar tja