Verlichting voor dummy's > Citaten > Filosofie > Jean Baudrillard Deze pagina: Citaten over niet weten van de postmoderne filosoof Jean Baudrillard. Samensteller: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. De titels van de citaten zijn van mij, tenzij anders vermeld. Uit De fatale strategieën, Jean Baudrillard, 1985: Ontkomen De dingen hebben wegen gevonden om te ontkomen aan de dialektiek van de zin, waar ze genoeg van hadden: de oneindige proliferatie, de potentiëring, het opdrijven van hun essentie, in een stijgende extremiteit, in een obsceniteit die van nu af aan fungeert als hun immanente finaliteit en hun onzinnige rede. (9) Extase Juist de onzekerheid over de reële inhoud drijft ons tot de duizelingwekkende oververmenigvuldiging van de formele kwaliteiten. Dus tot de vorm van de extase. De extase is de kenmerkende kwaliteit van elk lichaam dat om zichzelf heen tolt totdat het zijn zin verliest en schittert in zijn pure en lege vorm. [De] antipedagogie is de extatische, dat wil zeggen pure en lege vorm van de pedagogie. Het antitheater is de extatische vorm van het theater: geen toneel meer, geen inhoud meer, het theater op straat, zonder akteurs, een theater van allen voor allen ... (13) De magie van haar verdwijning Niemand heeft de 'kreatieve' daad tot diepere ontsteltenis gebracht en meer in haar pure en ijdele vorm laten schitteren dan Duchamp toen hij plotseling een flessenrek in een kunstzaal exposeerde. Tegelijkertijd voert de extase van een alledaags voorwerp de schilderdaad tot haar extatische vorm - doelloos zal ze voortaan om zichzelf heen tollen en in zekere zin verdwijnen, maar niet zonder een beslissende fascinatie op ons uit te oefenen. Tegenwoordig oefent de kunst alleen nog de magie uit van haar verdwijning. (14) Verdubbelde aanwezigheid De aanwezigheid wijkt niet voor de leegte, ze wijkt voor een verdubbelde aanwezigheid die de oppositie tussen aanwezigheid en afwezigheid teniet doet. (15) Doorbraak van de onbepaaldheid Een voorbeeld van deze ex-centriciteit van de dingen, van dit afdrijven naar de wildgroei, is de doorbraak in ons systeem van het toeval, van de onbepaaldheid, van de relativiteit. De reaktie op deze nieuwe stand van zaken was niet een gelaten prijsgeven van de oude waarden maar eerder een waanzinnige overdeterminatie, een overdrijving van die waarden van de referentie, de funktie, de finaliteit, de kausaliteit. (16) Hypertelie De bepaaldheid wijkt niet voor de onbepaaldheid maar voor een hyperbepaaldheid - overtolligheid van de onbepaaldheid in de leegte. De finaliteit verdwijnt niet voor de onzekerheid, maar voor een hyperfinaliteit, een hyperfunktionaliteit: funktioneler dan funktioneel, finaler dan finaal - hypertelie. (16) Hyperbetekenis In een systeem waarin de dingen steeds meer aan het toeval worden overgeleverd, begint de finaliteit te ijlen, en dit delirium ontwikkelt elementen die hun doel zozeer te buiten gaan dat het systeem tenslotte totaal overwoekerd raakt. Dit geld voor het gedrag van de kankercel (hypervitaliteit in één richting), voor de hyperspecialisatie van de objekten en de mensen, voor de operationaliteit van het kleinste detail en de hyperbetekenis van het kleinste teken ... . (17) Hysterie van de kausaliteit Tegengesteld aan de hysterie van de finaliteiten is de hysterie van de kausaliteit, die overeenkomt met de gelijktijdige verdwijning van de oorsprongen en de oorzaken: een obsessionele speurtocht naar de oorsprong, de verantwoordelijkheid, de referentie, een poging de fenomenen tot in hun allerkleinste oorzaken uitputtend te behandelen. (17) Vlucht naar voren Maar ook het komplex van de genese en de genetika dat onder meer het licht deed zien aan de psychoanalytische palingenese (heel het psychische bezinkt in de prille kindsheid, alle tekens worden symptomen), aan de biogenetika (alle waarschijnlijkheden zijn verzadigd door de fatale opbouw van de molekulen), aan de hypertrofie van het historisch onderzoek, aan het delirium om alles te verklaren, alles iets toe te schrijven, alles een referentie te geven ... Dit alles leidt tot een fantastische overvoering - waarbij alle referenties voor en van elkaar leven. Ook hier ontwikkelt zich een overontwikkeld interpretatiesysteem zonder enige relatie met zijn doelstelling. Dit alles is een vlucht naar voren om te ontsnappen aan het wegkwijnen van de objectieve oorzaken. (18) Verdwijning van de geschiedenis Door welk wonder zou de geschiedenis weer waar worden? Door welk wonder zou men terug kunnen gaan in de tijd om de verdwijning ervan te voorkomen? Want het is ook het punt waarop de lineaire tijd eindigt, en alle wonderen die de science fiction verricht om 'terug te gaan in de tijd' zijn vergeefs als deze al niet meer bestaat, als achter ons het verleden in feite al is verdwenen. (21) Pure gebeurtenis De naïviteit om elke gebeurtenis aan oorzaken te wijten, brengt ons op het idee dat ze zich ook niet had kunnen voordoen - de pure gebeurtenis, zonder oorzaken, kan alleen maar onvermijdelijk plaatsvinden -, ze kan zich echter nooit opnieuw voordoen, terwijl dat bij een kausaal proces altijd kan. Maar daar is dan ook geen sprake meer van een gebeurtenis. (22) Dokumenteren In een sfeer die vreemd is aan de geschiedenis, kan de geschiedenis niet meer worden gereflekteerd of bewezen. Daarom eisen wij van alle voorgaande tijdperken, van alle levenswijzen, van alle mentaliteiten, dat ze geschiedenis worden, dat ze over zichzelf vertellen op basis van bewijzen en dokumenten (alles wordt dokumentair): want we voelen heel goed aan dat dit alles in onze sfeer van het einde van de geschiedenis zijn geldigheid verloren heeft. (23) Niets aankondigen Voorbij dat punt zijn er alleen nog gebeurtenissen zonder konsekwenties (en theorieën zonder konsekwenties), precies omdat ze hun eigen zin absorberen, niets weerspiegelen, niets aankondigen. (23) De tijd zonder geheugen Als het eenmaal gedaan is met de zin van de geschiedenis, als dit punt van inertie eenmaal gepasseerd is, dan wordt elke gebeurtenis een katastrofe, dan wordt elke gebeurtenis puur en zonder konsekwenties (maar dat is juist haar kracht). De gebeurtenis zonder konsekwenties - zoals de man zonder eigenschappen van Musil, zoals het lichaam zonder organen, zoals de tijd zonder geheugen. (24) Involutie Wanneer het licht wordt opgevangen en gedimd door zijn eigen bron, is er sprake van een brute involutie van de tijd in de gebeurtenis zelf. Een katastrofe in de letterlijke zin van het woord: de inflexie of buiging die oorsprong en doel in een bepaald ding laat samenvallen, die van het uitgangspunt tevens het punt van bestemming maakt om zo het doel te vernietigen, en die ruimte schept voor een gebeurtenis zonder precedent en zonder konsekwenties - een pure gebeurtenis. (24) Alle oorzaken Dat is ook de katastrofe van de zin: de gebeurtenis zonder konsekwenties wordt gekenmerkt door de bijzonderheid dat alle oorzaken aan haar kunnen worden toegeschreven, zonder dat er een keuze mogelijk is ... Haar oorsprong is onbegrijpelijk, haar bestemming evenzeer. De loop van de tijd noch de loop van de zin zijn te achterhalen. (25) Alle mogelijke interpretaties In feite is elke gebeurtenis tegenwoordig konsekwentieloos, elke gebeurtenis staat open voor alle mogelijke interpretaties, geen enkele is in staat de zin vast te leggen: alle oorzaken en alle gevolgen zijn even waarschijnlijk - een veelvoudige en onzekere toeschrijving. (25) Zwart lichaam Ook de dingen en de gebeurtenissen hebben de neiging om hun zin niet meer af te geven, om de emanatie ervan te vertragen, om wat ze voorheen nog terugkaatsten nu op te vangen en te absorberen in een zwart lichaam. (26) Geen grond Verdwijnen in de tussenruimten, dat is het effekt van de (ook mentale) aardschok die ons te wachten staat. Het barsten van de best verzegelde dingen, het trillen van de dingen die zich samentrekken, die zich samenballen boven hun leegte. Want in de grond (!) van de zaak heeft de bodem nooit bestaan, maar enkel een gekloofde aardkorst, en ook de aardkern niet, waarvan bekend is dat ze in vloeibare staat verkeert. (32) Nooit dit of dat Zelfs als het gaat om onze eigen identiteit, waarvan we de gijzelaars zijn, worden we gesommeerd om haar te accepteren, om er met ons leven voor in te staan (dat heet, zo men wil sociale, zekerheid), gesommeerd om onszelf te zijn, te spreken, te genieten, ons te realiseren - op straffe van ... op straffe van wat? Dat is provokatie. In tegenstelling tot de verleiding die de dingen laat spelen en verschijnen in het geheim, het duel en de ambiguïteit, laat de provokatie je geen vrijheid, ze sommeert je te onthullen wie je bent. Ze pleegt altijd chantage op de identiteit (en is dus een symbolische moord, want we zijn nooit dit of dat, behalve wanneer we ertoe worden gedwongen. (61) Ongrijpbaar Deze obsceniteit richt alles te gronde wat nog over was van een illusie van diepte en daarmee ook de laatste vraag die men nog kon stellen aan een onttoverde wereld: bestaat er een verborgen zin? Als alles overbelast wordt met betekenissen wordt de zin ongrijpbaar. (92) Revolutie Sinds het begin van de 20ste eeuw onderkent de wetenschap dat elk dispositief op het vlak van de mikroskopische waarneming een zodanige verandering van het objekt teweegbrengt dat de kennis van dat objekt twijfelachtig wordt. Dit op zich is al een revolutie omdat het een eind maakt aan de konventionele hypothese van een objektieve realiteit en wetenschap ... . (124) IJdelheid Het ekwivalent in de menswetenschappen, voorvoeld maar nooit in zijn extreme konsekwenties geanalyseerd, is de vooronderstelling en de induktie van elk mogelijk antwoord door de vraag zelf, en dus de ijdelheid van de analyse en de interpretatie (wat nog geen reden is om ze op te geven). (125) Uitdaging Misschien neemt het objekt geen genoegen met zijn vervreemding door de waarneming, misschien misleidt het ons. Misschien bedenkt het originele antwoorden, en niet alleen die waarnaar gevraagd wordt. Misschien wil het helemaal niet geanalyseerd en geobserveerd worden, misschien vat het dit op als een uitdaging (wat het is) en antwoord het met een andere uitdaging. (126) Onvindbare positie Deze triomfantelijke list van het geanalyseerde objekt voelt men in de zogenaamde menswetenschappen heel goed aan (tenzij men hem liever niet wil opmerken). Daar rept men al over een punt waarvan geen terugkeer meer mogelijk is, waarop niet alleen elke positie van het analytische subjekt wordt getroffen door relativiteit en onzekerheid, maar waarop de suprematie volledig wordt omgekeerd: het geanalyseerde objekt triomfeert tegenwoordig door zijn positie als objekt, overal over het subjekt van de analyse. Het is voor het subjekt totaal niet te vatten, het wijst het subjekt terug naar zijn onvindbare positie. Door zijn komplexiteit omzeilt het niet alleen de vragen die de ander kan stellen, het maakt ze ongedaan. (126) Pervers Zelfs de materiële processen verijdelen door hun omkering elk onderzoek (de omkeerbaarheid is het absolute wapen tegen elke bepaaldheid die men de fenomenen wil opleggen, maar ze ontziet ook de onbepaaldheid niet, want ze behoort niet tot de orde van het toeval, eerder is ze een soort strikt omgekeerde en simultane bepaaldheid, een perverse tegen-bepaaldheid). (126) Verlost van de keuze Elke filosofie die de mens de uitoefening van zijn wil opdraagt, kan hem alleen maar doen verzinken in wanhoop. Want als voor het bewustzijn niets zo vleiend is als te weten wat het wil, dan is voor het andere bewustzijn (het onbewuste?) ... niets zo verleidelijk, zo fascinerend als niet te weten wat het wil, verlost te worden van de keuze en afgebracht van zijn eigen objektieve wil. (148) Which lake do I prefer? Men kan zich beter verlaten op een of andere onbeduidende gril, dan alles af te laten hangen van zijn eigen wil of de noodzaak om te kiezen. Brummell had daar een bediende voor. Voor een prachtig landschap met talrijke meren, richt hij zich tot zijn knecht en vraagt hem: "Which lake do I prefer?" (149) Onvervreemdbaar Een strategie waar dit het geheim van is: het objekt gelooft niet in zijn eigen verlangen, het objekt leeft niet in de illusie van zijn eigen verlangen, het objekt heeft geen verlangen. Het verkeert niet in de waan dat het ergens alleenrecht op heeft en wordt niet geobsedeerd door een rechtsherstel of een autonomie. Het probeert zich niet te beroepen op zijn eigen natuur, zelfs niet op die van het verlangen, vandaar dat het het anders-zijn niet kent en onvervreemdbaar is. Het is niet in zichzelf gedeeld, wat het lot van het subjekt is, en kent geen spiegelstadium waarin het in zijn eigen imaginaire beeld verstrikt zou raken. (179) Dodelijke transparantie Het [objekt] is de spiegel. Het verwijst het subjekt naar zijn dodelijke transparantie. En het kan het subjekt juist fascineren en verleiden omdat het geen eigen substantie of betekenis uitstraalt. Het pure objekt is soeverein omdat het de soevereiniteit van de ander zal breken en hem in zijn eigen waandenkbeeld zal verstrikken. Het kristal wreekt zich. (179) Ongerijmder kan het niet Twee hypothesen over het toeval. De eerste: alle dingen zijn ertoe bestemd elkaar te ontmoeten, alleen het toeval zorgt ervoor dat het niet gebeurt. De tweede: alle dingen zijn verstrooid en onverschillig voor elkaar, alleen het toeval zorgt ervoor dat ze elkaar soms ontmoeten. ... Wij zijn gewoonlijk beide opvattingen tegelijk toegedaan. De dingen verlopen via het toeval - en het toeval brengt ze bijeen. Ongerijmder kan het niet. Vertolkt het toeval nu de soevereine onverschilligheid van de dingen voor elkaar, of vertolkt het juist een geheime wil, iets als een kwade genius die genoegen schept in bizarre verbindingen? (224) Ontmanteling De arbeid van de rede is beslist niet het uitdenken van aaneenschakelingen, relaties of zin - dit alles was altijd al volop voorhanden -, maar integendeel het voortbrengen van het neutrale, het indifferente, het demagnetiseren van de onafscheidelijke konstellaties en konfiguraties, om er erratische elementen van te maken, waaraan vervolgens de taak wordt opgelegd hun oorzaak op te sporen of doelloos rond te dolen. De onophoudelijke cyklus van de verschijningen te verbreken. Het toeval, dat wil zeggen alleen al de mogelijkheid van de onbepaaldheid der elementen, van hun respektieve indifferentie, kortom hun vrijheid, is het resultaat van deze ontmanteling. (235) Precessie De precessie van het gevolg op zijn oorzaken: dat is de definitie van het lot. Zo gebeuren alle dingen voordat ze hebben plaatsgevonden. De oorzaken komen achteraf. (250) Verdwijningswijze Ook de snelheid is ongetwijfeld niets dan de verlokking voor de dingen en de mensen om, via en voorbij alle technologie, sneller te gaan dan hun oorzaak, en op die manier hun oorsprong te achterhalen en ongedaan te maken. Daarin schuilt een duizelingwekkende verdwijningswijze. (Paul Virilio). Maar ook het schrijven is zo'n verdwijningswijze: sneller te zijn dan de aaneenschakeling van de koncepten, daarin schuilt het geheim van het schrijven. (250) Een eeuwig te laat Zoals de Messias van Kafka: hij zal pas komen als hij niet meer nodig is, niet op de dag van het laatste Oordeel maar een dag erna. Op die manier worden de dingen door de zin tot een eeuwig te laat veroordeeld. Altijd oorzaken bedenken om de luister van hun verschijningen te bezweren en hun al te snelle aaneenschakeling te vertragen. (251) Het absolute raadsel Hiervan heeft de wetenschap een voorgevoel als ze, niet tevreden met het in twijfel trekken van het deterministische kausaliteitsprincipe (dit was een eerste revolutie), vermoedens uit die verder gaan dan het onzekerheidsprincipe, dat nog een hyperrationaliteit is. Het toeval is het vlotten van de wetten, wat op zich al buitengewoon is - maar van nu af voorvoelt de wetenschap aan de uiterste grenzen van de praktische fysika en biologie niet alleen het vlotten, de onzekerheid, maar de mogelijke omkeerbaarheid van de fysische wetten. Dat zou het absolute raadsel zijn: niet een of andere ultraformule of metavergelijking van het universum (wat de relativiteitstheorie nog was), maar de gedachte dat elke wet omkeerbaar is (niet alleen het deeltje in het antideeltje of materie in antimaterie maar de wetten zelf. Het laatste woord Niet de kausaliteit of het determinisme en evenmin de vlottende kausaliteit, de waarschijnlijkheid, onzekerheid of relativiteit zouden dus het laatste woord hebben, maar de omkering, de omkeerbaarheid. (253) Oneindig ironisch Het objekt is niet de dubbelganger of het verdrongene van het subjekt, noch zijn fantasma of zijn hallucinatie, zijn spiegel of zijn reflektie, het bezit zijn eigen strategie, het beschikt over een spelregel die voor het subjekt ondoorgrondelijk is, niet omdat hij onpeilbaar mysterieus zou zijn maar omdat hij oneindig ironisch is. (280) Gehoorzaam aan geen enkele wet Het objekt gehoorzaamt niet aan onze metafysica die al zo lang probeert het Goede te distilleren en het Kwade te filteren. Het objekt is doorschijnend voor het Kwaad. Vandaar dat het op kwaadaardige, duivelse wijze blijk geeft van zijn vrijwillige dienstbaarheid en zich, net als de natuur, graag schikt naar elke wet die het wordt opgelegd, om vervolgens te gehoorzamen aan geen enkele wetgeving. (281) In de war Alle strategieën vinden we uit in de hoop ze ontrafeld te zien worden in een onverwacht gebeuren. Heel het reële vinden we uit in de hoop het ontrafeld te zien worden in een wonderbaarlijke kunstgreep. Van elk objekt hopen we dat het een blind antwoord geeft dat onze plannen in de war stuurt. (291) |
