Verlichting voor dummy's > Citaten > Cultuur > Hugo Pos Deze pagina: Kwatrijnen en balladen over niet weten van Hugo Pos. Samensteller: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Voor zover aanwezig heb ik de titels van Pos overgenomen en daarvan melding gemaakt. Alle andere titels zijn van mij. Een uitroep zonder uitroepteken, 1987God mag weten wat De schamele vrienden die ik heb gehad, dronken brahmanen, niggerlovers, vrouwen, zij zullen een legende om mij bouwen van iets eigens, God mag weten wat. (13) Welke leer Ik ben vannacht gepromoveerd op Welke leer behoudt haar waarde als straks, wie weet, de naakte aarde bedreigd, diep in zich zelve keert? (29) Mijn leerstoel Blijf anoniem, strooi kruimels voor de vogels, wantrouw het meest je eigen initialen. Mijn leerstoel is gericht op het beamen van wat een ander denkt, sla dat maar over. (34) Niet waar gebeurd Bedenk, mijn zoon, dat alles wat gebeurt de keur van vroeger draagt en wij op onze beurt het snoer van morgen rijgen. Niets is waar en wat eens waar was is niet waar gebeurd. (35) Voor mij en mijn demonen Ik vroeg mijn goeroe: ‘Waar ontspringt de droom, in mij of buiten mij, of is er soms een zone, een onderduikadres voor mij en mijn demonen, met water gas en licht, tv, een zachte dood?’ (36) Geen leer omhelzen De dingen doen en aan het einde, basta. Geen leer omhelzen. In het halfduister de uitgang raden. Niet in paniek raken. Hij weet wel dat je komt, het staat in zijn agenda. (40) Wat wit is Als er geen leven is, is er geen dood, dit is mijn koan, dit is het grote raadsel dat ik poog op te lossen - Kameraden, ik laat wat wit is open, je weet maar nooit. (42) Brief aan mijn dochter De waarheid, beste meid, is altijd daar te vinden waar ik niet ben. Ik ben gewend te worden overstemd. Maar vrinden blijven vrinden. Stem nooit op de partij. Doe wel. Je zwakgezinde vader. (47; titel origineel) Het grote ongewisse De noeste kaste van horlogemakers, de Rolexdragers, de verdomde Zwitsers, bestaan het om het grote ongewisse in tikke-takke, time is money, te vertalen. (51) Quitte Het is geen pretje om te moeten kiezen, Welles en Nietes, die alternatieven heb ik geschrapt. Zonder de gloria van winnen of verliezen speel ik nu quitte. (54) Rajastan Ik heb een lot gekocht, de hoofdprijs is twee kamelen, ben ik de zwengel of beslist het lot wat er gebeuren gaat, de einder met ze delen of, bij het huisaltaar, God danken, op is op. (60; titel origineel) De leegte overwint alles Ik droomde dat ik in een droom gewikkeld lag van wakker worden en de droom vervolgen, en ik toen op een muur gekalkt zag VACUUM OMNIA VINCIT, tenminste dat geloof ik. (63) Waar dan, waar? Wat niet te zien is, wie zal me geloven, rees uit de nevels helder voor mijn ogen totdat mijn bril besloeg. Nu weet ik niet meer waar ik schuilen kan, de regen valt, een afdak, waar dan, waar? (65) Voordat ik afreis, 1993Geen van twee OMAR KHAYYAM, hoe schamel klinkt mijn klagen dat antwoord uitbleef en niet op kwam dagen. Geloof en ongeloof, ik vree met beide, maar geen van twee dorst ik ten huwelijk vragen. (11) Uitgevlakt Alles is vluchtig, niets is nagelvast. Er was een passer nodig, het beschrijven van cirkels in het zand, om te bewijzen dat wat vandaag beklijft morgen is uitgevlakt. (12) God is dood De douanier is weg, de grenspost is gebleven, de ziel te zeer verdacht. Het wein'ge dat we weten is naamloos. Lao Tse, de Tao niet omschreven. Ons lot is om te gaan en sterven aan het leven. (16; titel origineel) Teken aan de wand Jong als Iskander. Verticaal stond de ladder om de sterren te rapen Venus, Saturnus! ... Wie las aan de wand dat de sporten ontbraken? (29) Der mensen duisternis Binnen de ruimte die elastisch is verlichten wij der mensen duisternis, de vragen die wij stellen, geen orakel maakt ooit een eind aan uw bekommernis. (32) Van twijfel nooit genezen De Bhagvad-Gita, keer op keer gelezen, Ardjoena's vraag, ze kon de mijne wezen, volbracht de taak, wat is er misgegaan dat ik van twijfel nooit nog ben genezen. (42) Voor mani 'Gelukkig het water waar niemand van drinkt.' Profeten, wijzen, stel dat al uw woorden de slaap van ons, gerusten niet verstoorden, is het niet beter dat het water stinkt? (46; titel origineel) Voor Primo Levi 'Dat schrijven een geluksgevoel kan schenken.' Ik las die zin en ik ben blijven denken heel ons balorig leven staat beschreven in een geheimschrift dat zich niet laat lezen. (60; titel origineel) De schakelaar, dacht ik Juist toen ik dacht dat denken mij bezwaarde en ik mij overgaf aan wat het troebel lot voor mij in petto had vielen de lichten uit. De schakelaar, dacht ik, links onder aan de trap. (63) Grootspraak Beschouw wat ik blijmoedig zeg niet als mijn laatste woord, ik dreg mijn grootspraak uit het protoplasma, dat ik aan leven in mij heb. (65) Met losse treden Het hier en nu, het alomvattend heden, beschouw ik als een trap met tal van losse treden of ik naar boven loop of naar benêe, ik heb een leuning nodig voor mijn schreden. (67) Derwaarts Gedroomd dat ik de emir was die kon bepalen de strafmaat voor de twijfelaars die falen. Nu loop ik langs het pad dat derwaarts voert en kan de afstand schatten noch bepalen. (71) Waarom notuleren Straks als het over is, niemand meer weet wat er geweest is, laat het maar, vergeet de annotaties. Waarom notuleren wat hoofd-, wat bijzaak was, wat schaduwbeeld? (75) Wie haal ik in? Tot slot: dat ik zo'n lange weg heb afgelegd om aan te komen bij het begin. Verdomd, in cirkelgang gelopen en nooit bedacht: wie haal ik in? Tot in de n-de, n-de graad, 1998Tot alles is de mens in staat Wat heeft de eeuw ons aangedaan dat ik het boek niet dicht kan slaan: Tot alles is de mens in staat tot in de n-de, n-de graad. (16) Potsierlijk De plattegrond van ons potsierlijk leven valt van geen tekentafel af te lezen, computer, passer, liniaal, bedreven als we zijn, wat heeft het opgeleverd? (18) De weg Het was nog vroeg, de straten leeg, verlaten, een Bodhisattva met een bedelnap vroeg mij de weg. Had hij niet in de gaten dat mij de moed ontbrak om het aan hem te vragen. (20) Meer is er niet Het joelen van de wind, het woelen van het bloed, het groeien van het jaar. Als gij dat samenvat dan kent ge heel mijn leven meer is er niet dan dat. (26) Gelukt De goeroe met de kas vandoor - wij, volgelingen, opgelucht dat het de goeroe is gelukt net zo te zijn als U en ik. (48) Als er geen doel is 1 Als er geen doel is kun je ook niet scoren zei mijn doelman van het A.F.C., ik lig in bed, doodziek, wij bidden met z'n twee, de zuster doet ook mee: A.F.C. gaat nooit verloren... 2 Als er geen doel is kun je ook niet scoren ik wandel langs het strand, sta stil en proef de zee, de meeuwen krijsen, ik krees zeker mee was ik als meeuw en niet als mens geboren. 3 Als er geen doel is kun je ook niet scoren een oude joodse vrouw verzucht scoren brengt maar ongeluk dank God dat soms gelijkspel lukt. 4 Als er geen doel is kun je ook niet scoren Voi che entrate, eer gij binnengaat de hemelpoort, het helle consulaat, zing: A.F.C. gaat nooit verloren. (51) Demontage Het spiegelbeeld in duigen lag de scherven stierven aan mijn voeten ik keek de demontage aan met onuitsprekelijk genoegen. Rivieren ben ik opgegaan, de bergen die ik eens beklom zijn er niet meer, misschien verzonnen zoals zoveel in mijn bestaan. Als ik niet ben waar ik op leek toen ik nog in de spiegel staarde vanwaar er iemand naar mij keek, hooghartig het geheim bewaarde, spaar mij uw hoon en pesterij dat komt ervan is overbodig ik ben op heterdaad betrapt het ik-regime wordt afgeschaft. (53) Voor de krekels Van nu af aan ook tegen beter weten, zal ik des avonds voor de krekels preken. Je vraagt me spottend of ze mij verstaan. Natuurlijk niet, dat is waar ik op reken. (63) De slotsom 'Wat is de slotsom van je leven?' Mij stoort haar vraag, ik ben te bezig en zeg maar wat: 'het is zinledig.' Schot in de roos: 'Doe niet zo melig.' (70) Uit het ongerijmde Te laat geboren, nee zeg jij, te vroeg - is dit een koan, vrucht van Zen-praktijken of de verwoording uit het ongerijmde, wij weten niet vanwaar en ook niet waarnaartoe. (71) Wie vraagt Hij wat Ik droomde dat ik heel gelovig was en God bediende die aan tafel zat en voor Hij at de handen vouwde, bad, en ik mij afvroeg aan Wie vraagt Hij wat. (82) Niet te stuiten Waartoe die komma's kreet de jonge dichter beletsels zijn het voor een vrije vaart van de gedachten. - Kameraad, om die te stuiten is geen vorst bij machte. (83) Het talmen van de tijd, 2000De rechtsgrond Wat is de rechtsgrond van het lange leven ik ben jurist en stel de malste vragen, God aan de lijn: 'Het recht eens soeverein is meten buitentijds met ongelijke maten.' (7) Wij evenmin Ik heb de doden niet geteld, het had geen zin, Wat leeft dat is een minderheid daartussenin, de as waar om de aarde draait weet niet van einde en begin, wij evenmin. (18) Terwijl ik niet meer weet Ik denk aan haar terwijl ik niet meer weet was het toen lente of nog volop zomer, is ze van mij geweest of was het veel gewoner wat op en af, meer niet, zoiets als haasje over. (19) Tot in de dood verdwaald Lag in het gras en viel in slaap toen in mijn droom de doodgewaande mij niet herkende, rond bleef dwalen mijn lief, tot in de dood verdwaald. (35) De dood voorbij, het leven verre Een ruimteschip, ik stel me voor verdwalen tussen maan en sterren waar koerst het heen, ik stel me voor de dood voorbij, het leven verre. (36) Waarnaartoe Wat weten wij van lot en loterij Op het station verdringen zich de mensen ze denken dat ze weten waarnaartoe... De doden zwijgen en dat geeft te denken. (39) Het doden van de tijd Vordert het werk? Op zo'n vraag past een mallotig antwoord. Nee, veeleer het doden van de tijd met een speelgoedgeweer. (59) Een tijdgenoot van Jezus Een tijdgenoot van Jezus, zou ik dan luidkeels geroepen hebben om zijn bloed of hem doen onderduiken, uit handen van Pilatus weren, hem zijn sublieme dood hebben onthouden? (75) Bron onbekendNiet één dagZoals de zwanen modder mijden meed ik het duister van de geest de blubber komt nu bovendrijven ik ben niet één dag zwaan geweest. Twaalf Balladen, 2005(alle titels oorspronkelijk)Uit de Ballade voor de banaan Ik heb mijn naam bevestigd aan een bananenstronk prop als ik dood ben vrienden iets van mij in uw mond en als gij lust verzadigd u in uw hangmat vleit denk dan aan deze dichter niet aan de eeuwigheid bananen zijn gezonder voor darmen en gemoed dan alle speculaties van wat er komen moet Uit de Ballade van het Millennium Het Hier en Nu, de Zen-adepten begaan geen zonden, mediteren, vanuit de leegte is te leren hoe wij onszelve moeten sturen en als we dan zijn aangekomen bevrijd van ego en verlangens waarom dan hier te blijven hangen Nirwana lonkt, wij zijn gevangen in ons omhulsel, het broze lijf is slechts een tijdelijk verblijf liefde is niet het hoogste goed een speeltje is het, honingzoet om van de toegemeten tijd met spel en liflaf door te komen ook het vernuft verschaft respijt en rommelt wat met genen, klonen, Chinezen hebben meer verleden dan westerlingen, lang geleden op zoek naar de onsterfelijkheid om van die drang nooit te genezen de negers, ach hun bangste dromen zijn jammerlijk wel uitgekomen de Indianen weten beter dan wie dan ook, het tij was tegen de armen, zieken en de rijken de paus, de keizer, zijn gelijkelijk gebonden aan de loop der tijden de draaitol, aarde, kent een einde dat wij niet kennen, al de zieners kunnen geen zekerheid ons bieden het interregnum, ons beleven is slechts een maatstok ons gegeven. uit de Ballade van de Jeugdige Lezer er is een tijd om hard te lopen er is een tijd om stil te staan de Prediker wist dat de zinnen koppig hun eigen wegen gaan de zoektocht naar het hart der dingen verzandde in ijdel praten de hamvraag mijden, weinig wagen de afgrond achter mij gelaten De Bosatlas kent nieuwe drukken de vragen blijven open staan waarom het niet heeft mogen lukken of is daar geen beginnen aan. Alwie zich aan een uitspraak waagt het is de taak van de filosofen wordt een konijn dat alsmaar knaagt het bot is nimmer afgekloven. Uit de Ballade van de Ouderdom Mijn wereld die is opgebouwd uit drijfhout, leem, gedachtesnippers, hoe komt het dat die het nog houdt bouwmeester, ik, een bouwval is het. Bepaalt het lot het hoe en wat zijn wij pionnen, losse stukken of is het enkel grootheidswaan dat wat wij willen ook moet lukken Ballade van de Ommekeer Al wat wij weten keert zich om en om de koningin geëerd, van achteren bekeken prompt wordt ze net een meid die ik eens had bereden, al wat wij weten keert zich om en om. Al wat wij weten keert zich om en om in vuur en vlam geraakt, een vrouw verblind aanbeden eerst op de tast gewaar, een beeld, ijskoud van leden, al wat wij weten keert zich om en om. Al wat wij weten keert zich om en om wat mij bezield heeft in dit lange leven is tot vandaag een raadsel mij gebleven, al wat wij weten keert zich om en om. Al wat wij weten keert zich om en om wat laat ik na, wat heb ik weg te geven heb ik iets toegevoegd of veeleer afgeschreven al wat wij weten keert zich om en om. Al wat wij weten keert zich om en om de poes gestreeld, de hond een hap gegeven het wist niet uit het grauw, door mij goedlachs bedreven, al wat wij weten keert zich om en om. Trouw. Jarenlang heb ik decreten gehoorzaamd zonder ooit te weten of het niet wijzer was Godbeter ze met het huisvuil mee te geven al wat wij weten keert zich om en om. Al wat wij weten keert zich om en om van denkpatronen waar ik even aan tippen mocht, wat is gebleven? al wat wij weten keert zich om en om. Ballade voor de (on)gelovigen Vanuit de zesde klas bekeken is het meisje uit de eerste klas een wurmpje dat pas komt kijken en niet bij zesdeklassers past. Vanuit het wurmpje bekeken zijn jongens uit de zesde klas bezitters van geheime wapens al zijn ze nog zo groen als gras. De joden en Arabieren aartsvader Abraham gemeen, Semieten, welhaast één familie totdat Sir Mohammed verscheen De Christenen verhieven Jezus van dissident tot zoon van God van doodslag in zijn naam bedreven het bloed blijft druipen, droogt niet op. Wij atheïsten zonder vrezen hebben de hemel uitgehold maar vonden niet dat wat wij zochten ook ongeloof is klatergoud. Zal ik straks voor de vogels preken zoals Franciscus heeft gedaan, hij wordt geprezen, toch weet niemand of zij zijn taal hebben verstaan. Stel dat zij van zijn vrome woorden een pietsie hadden opgevangen dan ware ze, helaas, niet langer de schuldelozen, onbevangen. Gelovigen en goddelozen weten de waarheid aan hun zijde maar zal de dood straks onderscheiden wie Heiden, Christen, Moslim, Jood? |
