(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

God 2



Verlichting voor dummy's > Het leven > God 2

Deze pagina: Dwaalteksten over God en godsdienst, tweede reeks.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





Gebed van een ongelovige

lieve god in de hemel
als u bestaat
waarom laat u me dan denken
van niet


Gebed van een gelovige

lieve god in de hemel
als u niet bestaat
waarom laat u me dan denken
van wel


Gebed van een denker

lieve god in de hemel
als u bestaat
waarom laat u me dan denken
en als u niet bestaat
waarom laat u me dan denken


Gebed van een doordenker

lieve god in de hemel
of u nou bestaat of niet
waarom laat u me denken
dat het aan het denken ligt
als dat is wat u doet
als dat is wat ik doe


Gebed van een dwijze

hèhè
zo eerst maar even boodschappen doen
alweer een ambulance
regent het nou
au
ziezo


Een zware week


Leerling: Eet nooit van de boom van de kennis van goed en kwaad!
Meester: Waarom niet?
Leerling: Dan vlieg je subiet het paradijs uit. Net als Adam en Eva.
Meester: Waarom?
Leerling: Omdat het een zonde is.
Meester: Wat is dat, een zonde?
Leerling: Iets wat niet mag.
Meester: Waarom niet?
Leerling: Omdat God het verboden heeft.
Meester: Waarom heeft God het verboden?
Leerling: Omdat het slecht is.
Meester: Hoe weet je dat nou.
Leerling: Wat?
Meester: Dat het slecht is.
Leerling: Hoezo?
Meester: Daarvoor moet je toch eerst van die boom eten?
De leerling kijkt hem met open mond aan.
Dan begint hij te lachen.
Leerling: Zat God zeker even niet op te letten.
Meester: Hij had vast een zware week achter de rug.


Heldendrank

Leerling: Wat voor boom is de boom van de kennis van goed en kwaad?
Meester: Een naaldboom.
Leerling: O.
Meester: Pas maar op dat je je er niet aan prikt.
Leerling: Wat dan?
Meester: Dan krijg je kennis binnen.
Leerling: Waarvan?
Meester: Van goed en kwaad natuurlijk.
Leerling: Wat is de kennis van goed en kwaad?
Meester: Een soort heroïne.


Leerling: Een heldendrank?
Meester: Ineens voel je je een hele bink.
Leerling: En dan?
Meester: En dan begint het oordelen.
Leerling: Een kwalijke zaak!
Meester: Ach!
Leerling: Wat?
Meester: Je hebt je al geprikt.


Al goed

Leerling: God is goed en God is groot!
Meester: Hoe groot?
Leerling: Alomvattend.
Meester: Dan omvat Hij ook het kwaad.
Leerling: Het kwaad is des duivels!
Meester: Dan is Hij niet alomvattend.
Leerling: Hij is wél alomvattend!
Meester: Dan is Hij niet goed.
De leerling trekt een groot mes en schreeuwt: Dat neemt u terug!
Meester: Al goed.


Alwetend

Leerling: God is wijs.
Meester: Hoe wijs?
Leerling: Alwijs.
Meester: God is Alwetend?
De leerling knikt verwoed.
Meester: Weet Hij ook van niet weten?
Leerling: Eh... dat moet haast wel.
Meester: Dan is Hij niet alwetend.
Leerling: Wat zou u geantwoord hebben als ik had gezegd dat Hij niet van niet weten wist?
Meester: Dan is Hij niet alwetend.


Wikken

Leerling: De mens wikt maar God beschikt.
Meester: Waarover?
Leerling: Overal over.
Meester: Beschikt Hij ook dat de mens wikt?
De leerling kijkt hem verbijsterd aan.
Na een poosje zegt de meester: Is me dat wikken.


Allemachtig

Leerling: God is machtig.
Meester: Hoe machtig?
Leerling: Almachtig.
Meester: Zo machtig dat Hij zichzelf van zijn macht zou kunnen beroven?
Leerling: Dat lijkt me... niet.
Meester: Dan is Hij niet almachtig.
Leerling: Ik bedoel, dat lijkt me wel.
Meester: Hoe weet je dat Hij dat niet allang gedaan heeft?
Leerling: Wat?
Meester: Zich van zijn macht beroven.
Het blijft een hele tijd stil.
Dan zegt de leerling: Allemachtig.


Verdomd

Leerling: God is almachtig.
Meester: Machtig genoeg om tegen zijn eigen wil in te gaan?
Leerling: Nou...
Meester: Zo ja, dan is hij niet almachtig.
Leerling: Verdomd!
Meester: En zo nee, dan is hij niet almachtig.
Leerling: Verdomd!
Meester: Dus wat maakt het eigenlijk uit.
Leerling: Verdomd!


Insjallah

Leerling: Alles is de wil van God.
Meester: Zelf bedacht?
Leerling: Eh...
Meester: Of is het verschijnen van die gedachte in jou ook de wil van God?
Leerling: Dat is te zeggen...
Meester: Hoe weet je dan of hij waar is?


De hoogste waarheid

Leerling: God zou nooit tegen me liegen.
Meester: Waarom niet?
Leerling: Omdat Hij volmaakt is.
Meester: Is de Volmaakte incompleet?
Leerling: Natuurlijk niet.
Meester: Zonder leugens zijn, is dat niet incompleet?
De leerling knikt onzeker.
Meester: Dan is hij niet zonder leugens.
Leerling: En toch is Hij volmaakt.
Meester: Misschien is jouw idee van volmaaktheid wel incompleet.
Leerling: En toch is Hij compleet.
Meester: Misschien is jouw idee van compleetheid wel onvolmaakt.


Niet voor één gat te vangen

Leerling: God liegt nooit.
Meester: Je doet Hem tekort.
Leerling: Ga me nou niet vertellen dat Hij wel liegt!
Meester: Ken je het verhaal van de erfzonde?
Leerling: Adam en Eva eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, ook al heeft God het hen uitdrukkelijk verboden.
Meester: Wat heeft God gezegd dat er zou gebeuren als ze zijn gebod zouden overtreden?
Leerling: Dan zouden ze onherroepelijk sterven.
Meester: Maar wat gebeurde er uiteindelijk?
Leerling: Ze werden uit het paradijs verdreven.
Meester: Wat heeft de slang gezegd toen hij Eva tot het eten van de verboden vrucht verleidde?
Leerling: Dat ze helemaal niet zouden sterven. Hun ogen zouden opengaan, ze zouden als goden worden en kennis van goed en kwaad krijgen.
Meester: En kregen ze kennis van goed en kwaad?
Leerling: Jazeker.
Meester: Wie sprak er dus de waarheid?
Leerling: De slang.
Meester: Wie heeft er dus gelogen?
De leerling zwijgt.
Meester: Nou?
De leerling fluistert: God.
Meester: Weet je dat zeker?
De leerling moet bijna huilen.
De meester aait hem over de bol en zegt vergoelijkend: Misschien heeft God zich alleen maar bedacht.
Leerling: Dan zou Hij niet gelogen hebben!
Meester: Of misschien bedoelde Hij het alleen maar figuurlijk. Uit het paradijs gezet worden is ook een beetje doodgaan.
Leerling: Dat kan ook nog!
Meester: Of misschien kon Hij het, toen puntje bij paaltje kwam, gewoon niet over zijn hart verkrijgen om hen te doden.
Leerling: Zou kunnen.
Meester: Of misschien kon Hij in dat stadium al wel scheppen maar nog niet vernietigen.
Leerling: Hm.
Meester: Of misschien wilde God wel laten zien dat hij zich niet gehouden voelt aan zijn eigen beloftes en voorspellingen.
Leerling: Wie weet.
Meester: Of misschien hadden Adam en Eva het gewoon verkeerd begrepen.
Leerling: Dat is niet uitgesloten.
Meester: Of misschien is het verhaal allegorisch bedoeld.
Leerling: Tja.
Meester: Of misschien heeft de schrijver van Genesis zich wel vergist.
Leerling: Die mogelijkheid was nog niet bij me opgekomen.
Meester: Of misschien heeft de schrijver het verhaal niet uit eerste hand.
Leerling: Ik denk...
Meester: Of misschien heeft hij het wel uit zijn duim gezogen.
Leerling: Nu gaat u te ver.
Meester: Als er al een schrijver was.
Leerling: Wilt u soms beweren...
Meester: Misschien was het wel een schrijverscollectief.
Leerling: Als we zo gaan beginnen...
Meester: Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer foutief doorverteld en toen pas opgeschreven.
Leerling: Misschien, misschien.
Meester: Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer herschreven naar de laatste godsdienstige inzichten.
De leerling slaat zijn ogen ten hemel.
Meester: Of misschien is het de lezer zelf wel die...
Leerling: Hou op, hou nou eendelijk eens uw waffel!
Meester: Eendelijk?
Leerling: Eindelijk!
Meester: Of misschien is dit alleen maar een droom waarin...
Leerling: STOP!
Meester: Ik ben net zo lekker op dreef.
Leerling: Ik wil alleen maar de waarheid horen!
Meester: Welke waarheid?
Leerling: De waarheid over God!
Meester: Waar denk je dan dat ik mee bezig ben.
Leerling: Hoe luidt de waarheid over God dan wel?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Dat wil zeggen?
Meester: Misschien wel dat Hij niet voor één gat te vangen is.


Het punt

Leerling: Waarom is God niet voor één gat te vangen?
Meester: Omdat Hij dat gat is.
Leerling: Huh!
Meester: Wat huh?
Leerling: Wat weet u nou helemaal van God.
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Nou dan!
Meester: Dat is nou net het punt.
Leerling: Wat is nou net het punt. Ik snap er niks meer van!
Meester: Laat dat dan eens tot je botte hersens doordringen!

Napraatje
Leerling: Dus God is een gat.
Meester: Maak er nou weer niet een object van.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Voor je het weet bouwt iemand er weer een religie omheen...
Leerling: Gatsdienst!
Meester: En gaan de academici er weer mee aan de haal...
Leerling: Gatsgeleerdheid!
Meester: Om over de grapjassen nog maar te zwijgen.


Onder pseudoniem

Leerling: God spreekt altijd de waarheid.
Meester: Hij schijnt anders nogal zwijgzaam te zijn de laatste tijd.
Leerling: Hij heeft zich al compleet uitgesproken in de bijbel.
Meester: Die is geschreven door de mens.
Leerling: Uit naam van God.
Meester: Hoe weet je dat?
Leerling: Dat staat in de bijbel.
Meester: Die is geschreven door de mens.
Leerling: Hoe weet u dat?
Meester: Dat staat in de Wikipedia.
Leerling: Die is geschreven door de mens!
Meester: Geleid door de hand van God.


Leerling: Hoe weet u dat?
Meester: Hoe weet jij van niet?
Leerling: Ik heb in de Wikipedia nog nooit een artikel van Zijn Hand gezien.
Meester: Misschien heb je in de Wikipedia nog nooit een artikel van andermans hand gezien.
Leerling: Hè?
Meester: En schrijft Hij alles onder pseudoniem.
Leerling: Meent u dat nou?
Meester: Of?
Leerling: Of maakt u maar een grapje?
Meester: Wat is het verschil?


Uit de bijbel

Leerling: De bijbel is geschreven door God.
Meester: Was je erbij dan?
Leerling: Nee, dat niet, maar...
Meester: Ken je iemand die erbij was?
Leerling: Nee, dat niet, maar...
Meester: Heb je het misschien ergens gelezen?
Leerling: Nee, dat niet, maar...
Meester: Waarom beweer je het dan zo stellig?
Leerling: Ik heb het heus niet van mezelf.
Meester: Het wordt steeds erger.
De leerling slaat zijn ogen neer.
Meester: Van wie heb je het dan wel?
Leerling: Van meneer pastoor.
Meester: Was die erbij?
Leerling: Nee, dat niet, maar...
Meester: Kende hij iemand die erbij was?
Leerling: Dat lijkt me niet waarschijnlijk, maar...
Meester: Heeft hij het ergens gelezen?
Leerling: Dat weet ik eigenlijk niet, maar...
Meester: Waarom beweert hij het dan zo stellig?
Leerling: Ik denk dat hij het van de priester heeft.
Meester: En die?
Leerling: Van de bisschop?
Meester: En die?
Leerling: Van de kardinaal?
Meester: En die?
Leerling: Van de paus?
Meester: En die?
De leerling zwijgt verslagen.
Meester: Uit de bijbel misschien?


Naar verluid

Leerling: De bijbel is geschreven door God.
Meester: Hoe weet je dat?
Leerling: Van de paus.
Meester: Heb je daar persoonlijk contact mee?
Leerling: Nee, dat niet, maar...
Meester: Dan heb je het niet van de paus.


De stem van de paus

Leerling: De bijbel is geschreven door God.
Meester: Hoe weet je dat?
Leerling: Van de paus.
Meester: Heb je daar persoonlijk contact mee?
Leerling: Ik had hem van de week nog aan de lijn.
Meester: Hoe weet je dat hij het was?
Leerling: Dat zei zijn secretaris, die het contact legde.
Meester: Hoe weet je dat het zijn secretaris was?
Leerling: Dat doet er niet toe.
Meester: O?
Leerling: Ik herkende duidelijk de stem van de paus.
Meester: God weet hoeveel stemmen er op die van de paus lijken.


Een persoonlijk communiqué

Leerling: De bijbel is geschreven door God.
Meester: Hoe weet je dat?
Leerling: Van de paus.
Meester: En die?
Leerling: Van God zelf.
Meester: In een persoonlijk communiqué?
Leerling: Dat zal wel.
Meester: Een droom? Een visioen? Een schrijven?
De leerling haalt zijn schouders op.
Meester: Je weet het niet?
Leerling: Eigenlijk niet.
Meester: Dan zal ik ook maar niet vragen hoe de paus weet dat het echt van God komt.


Onfeilbaarheid

Leerling: Volgens de paus bevat de bijbel het Woord van God.
Meester: De paus kan wel zoveel zeggen.
Leerling: Niet volgens het dogma van de Pauselijke Onfeilbaarheid.
Meester: Wie heeft dat vastgesteld?
Leerling: Het Vaticaans Concilie.
Meester: Wanneer?
Leerling: In 1870.
Meester: Toen pas?
De leerling knikt.
Meester: Geldt het met terugwerkende kracht voor alle voorgaande pausen?
Leerling: Dat weet ik eigenlijk niet.
Meester: Wie hadden er zitting in dat concilie?
Leerling: De vroomste hoogwaardigheidsbekleders van de katholieke kerk!
Meester: Allemaal mensen.
Leerling: Allemaal bisschoppen!
Meester: Allemaal mensen dus.
Leerling: Toegegeven...
Meester: En God zelf?
Leerling: Wat is daar mee?
Meester: Had die zitting in het Vaticaans Concilie van 1870?
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Niet?
Leerling: Natuurlijk niet.
Meester: Het concilie zou er dus best eens naast kunnen zitten?
Leerling: Dat lijkt me hoogst onwaarschijnlijk.
Meester: Het blijft mensenwerk.
Leerling: Maar niet van de eersten de besten.
Meester: Bestaat er een dogma over de onfeilbaarheid van het Vaticaans Concilie?
Leerling: Eh... niet dat ik weet.
Meester: Nou dan.


Geen woord te veel

Leerling: De bijbel is geschreven door God.
Meester: Tja.
Leerling: Wou u soms beweren van niet?
Meester: Ik wil helemaal niets beweren.
Leerling: Waarom zegt u dan Tja?
Meester: Daarom juist.
Leerling: O.
Meester: Dat komt op hetzelfde neer.


Eén minuutje maar

Leerling: Dood aan alle ketters!
Meester: Is het hun schuld dat zij niet geloven wat jij gelooft.
Leerling: Natuurlijk is dat hun schuld!
Meester: Hoezo?
Leerling: Je kiest zelf wat je gelooft.
Meester: Geloof dan eens wat anders.
Leerling: Ik heb wel wat beters te doen.
Meester: Eén minuutje maar.
Leerling: Waarom zou ik?
Meester: Om te bewijzen dat je zelf kiest wat je gelooft.
Leerling: Waarom moet ik bewijzen wat iedereen al weet?
Meester: Uit respect voor de mensen die je zonder pardon veroordeelt.
Leerling: Maar die respecteer ik helemaal niet.
Meester: Doe het dan voor mij.
Leerling: Vooruit dan maar.
Hij doet zijn ogen dicht en concentreert zich.
Na een minuut doet hij ze weer open.
Meester: En?
De leerling schudt zijn hoofd.
Meester: Problemen?
Leerling: Het gaat niet.
Meester: Zelfs niet een heel klein beetje?
Leerling: Geen schijn van kans!
Meester: En je koos er nog wel voor.
Leerling: Misschien wilde ik het niet hard genoeg.
Confuus staart hij naar de grond.
Meester: Hou je van spinazie?
De leerling rilt.
Meester: Is dat een keuze?
Leerling: Eerder een noodlot.
Meester: Je zou er best van willen houden maar je kunt het niet?
Leerling: Je hebt het nou eenmaal niet voor het zeggen.
Meester: Waarom zou het met het geloof dan anders zijn?


Geloofsbelijdenis

Leerling: Bent u een theïst?
Meester: Dat is een geloof.
Leerling: Bent u dan een atheïst?
Meester: Dat is ook een geloof.
Leerling: Bent u een agnost?
Meester: Dat is nog steeds een geloof.
Leerling: Bent u een gnosticus?
Meester: Dat is helemaal een geloof.
Leerling: Bent u dan een scepticus?
Meester: Ook dat is een geloof.
Leerling: Bent u een cynicus?
Meester: Dat is nog altijd een geloof.
Leerling: Bent u een nihilist?
Meester: Zelfs dat is een geloof.
Leerling: Wat bent u dan wel?
Meester: Wie zegt dat ik iets ben?
Leerling: Zijn is iets zijn.
Meester: Daar zeg je wel wat bij.
Leerling: Dan bent u zeker niemand.
Meester: Dat geloof ik ook niet.
Leerling: Gelooft u in niet geloven?
Meester: Niet dat ik weet.
Leerling: In niet weten dan?
Meester: Ik durf het niet te zeggen.
De leerling zei: In niet zeggen?
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Maar waarin gelooft u dan wel?
Meester: Tja.


De beste wensen

Leerling: Men zegt dat u moeite heeft met het geloof.
Meester: Geloof je dat?
Leerling: Ik weet niet wat ik moet geloven.
Meester: Ik ook niet.
Leerling: Maar u heeft niets tegen het geloof.
Meester: Geloof kan heel mooi zijn.
Leerling: En ook niet tegen gelovigen?
Meester: Ik wens ze veel geluk.
Leerling: Mag ik hieruit concluderen dat u moeite heeft met ongeloof?
Meester: Ongeloof kan heel mooi zijn.
Leerling: En ongelovigen?
Meester: Ik wens ze veel geluk.
De leerling kijkt hem hoofdschuddend aan.
Meester: Heb je daar moeite mee?


Uitverkoren

Leerling: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.
Meester: Niemand is geroepen.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Wie zou ze moeten roepen, en waarheen?
Leerling: Wilt u zeggen dat er niemand is die roept, en geen plek om naartoe te gaan?
Meester: Dat zou toch weer roepen zijn.



Leerling: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.
Meester: Velen zijn geroepen maar niemand is uitverkoren.
De leerling zei: Waarom niet?
Meester: Omdat God geen onderscheid weet te maken.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Waarom is geen reden.
Leerling: Omdat Hij onverdeeld één is?
Meester: Omdat hij niet meetelt?


Lauw

Leerling: Als atheïsme een frigidarium is en fundamentalisme een calidarium, wat is dan niet weten?
Meester: Een tepidarium.
Leerling: Hoe dat zo?
Meester: Hoe lang je er ook in zit, je word er niet warm of koud van.



frigidarium: Romeins koudwaterbad
calidarium: Romeins heetwaterbad
tepidarium: Romeins lauwwaterbad


Agnosticisme

Leerling: Wat is het verschil tussen agnosticisme en niet weten?
Meester: Agnosticisme is de leer dat we geen kennis kunnen hebben van een boven de ervaring uitgaande orde.
Leerling: En niet weten?
Meester: Dat is geen leer.


De onnoemelijke

Geen exegeet
Exegese is uitlegkunde.
Een exegeet is iemand die de bijbel of een ander boek uitlegt.
Hoe noem je iemand die het Lege Boek uitlegt?

Geen apologeet
Een apologie is een verweerschrift waarin het geloof verdedigd wordt.
Een apologeet is iemand die apologieën schrijft.
Hoe noem je iemand die de Lege Leer verdedigd?

Geen apostel
Het apostolaat is de activiteit ter verbreiding van het geloof.
Een apostel is iemand die zich daarvoor inspant.
Hoe noem je iemand die de Lege Boodschap verbreidt?


De stenen tafelen

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
De meester kijkt hem stoïcijns aan.
Leerling: "Gij zult niet weten"?
De meester trekt een wenkbrauw op.
Leerling: "Gij zult niet gebieden"?
De meester haalt een schouder op.
Leerling: "Gij zult niet beitelen"?
De meester staart in de verte.
Leerling: Niets?
De meester zegt niets.
Leerling: "Tja"?
Meester: Tja.
Leerling: Was dat nou een bevestiging of een ontkenning?
Meester: Tja.


Te laat

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: Ik zou het echt niet meer weten.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Ik heb ze meteen verbrijzeld.


Niemand weet

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Dit zijn de stenen tafelen van niet weten".

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Dit zijn niet de stenen tafelen van niet weten."

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Niemand weet wat voor stenen tafelen dit zijn."

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Niemand weet wat voor stenen dit zijn."

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Niemand weet wat dit zijn."

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: "Niemand weet wat."

Leerling: Wat staat er op de stenen tafelen van niet weten?
Meester: Op de ene staat: "Niemand weet."
Leerling: En op de andere?
Meester: "Tenminste..."


Gewapend beton

Leerling: Waarmee kan men de stenen tafelen van het weten vergelijken?
Meester: Gewapend beton.
Leerling: En die van niet weten?
Meester: Lava?


Genesis 19:26

Leerling: Wat staat degene te wachten die erin slaagt de Allerhoogste te aanschouwen?
Meester: Een transfiguratie.
Leerling: Waarin?
Meester: Een zoutpilaar?


Unio mystica

Leerling: Hoe heet de mystieke vereniging met de Onveranderlijke?
Meester: Rigor Mortis.


De ontlediging

Leerling: Wat is mystieke eenwording?
Meester: De versmelting van mens en God.
Leerling: Wat is niet weten?
Meester: De ontlediging van mens en god.
Leerling: Hoe zullen we dat eens noemen...
Meester: Mystieke geenwording?


Overal

Leerling: Volgens Meister Eckhart woont God op de bodem van je ziel.
De meester knikt vaag.
Leerling: Om Hem te vinden hoef je alleen maar je ziel leeg te maken.
De meester zegt niets.
Leerling: Is dat ook uw ervaring?
Meester: Ik ben bang van niet.
Leerling: Hoe kan dat nou?
Meester: Ik kan de bodem van mijn ziel niet vinden.
Leerling: Jeetje!
Meester: Zeg dat wel.
Leerling: Misschien is ie wel bodemloos.
De meester haalt zijn schouders op.
Leerling: Heeft u uw ziel al wel leeggemaakt?
Meester: Dat is het hem nou juist.
Leerling: Wat?
Meester: Die kan ik ook niet vinden.
Leerling: Wie niet?
Meester: Mijn ziel niet.
Leerling: Hoe moet dat dan met God?
Meester: O, die verstopt zich overal.


Rusten in God

Leerling: De vrucht van het contemplatieve leven is rusten in God.
Meester: Wie is God?
Leerling: Een Groot Mysterie. De Afgrond van het bestaan.
Meester: Wie rust er in God?
Leerling: Ik.
Meester: Wie ben jij?
Leerling: Een klein mysterie. De afgrond van mijn bestaan.
Meester: Dus met rusten in God bedoel je dat het onoplosbare mysterie dat je zelf bent vertoeft in het onoplosbare mysterie dat God heet?
Leerling: Precies!
Meester: Weet je zeker dat jij in God bent?
Leerling: Eerlijk gezegd niet nee.
Meester: O?
Leerling: Dat maakt namelijk deel uit van het mysterie.
Meester: Verklaar je nader.
Leerling: Misschien zijn God en ik wel identiek...
Meester: Of?
Leerling: Misschien verblijft God wel in mij.
Meester: Maar dat weet je ook niet?
Leerling: Nee.
Meester: Wat een raadselen allemaal.
Leerling: Zeg dat wel.
Meester: Al met al heb je eigenlijk geen idee.
De leerling schudt ongemakkelijk zijn hoofd.
De meester staat kreunend op en zegi: Zeg dat dan meteen.
Hij schuifelt door de openslaande deuren de tuin in.
Leerling: Meester, waar gaat u heen?
De meester maakt een vaag gebaar en zegt: Rusten in God.


De openbaring

Leerling: Wat is God?
Meester: Het best bewaarde geheim van het hele universum.


Het best bewaarde geheim

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Het vanzelfsprekende.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Wat niet.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Of er een geheim is.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Of er een bewaarder is.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Of er een universum is.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Jij, zei de psychiater.

Leerling: Wat is het best bewaarde geheim van het hele universum?
Meester: Ik, zei de gek.