Verlichting voor dummy's > Het leven > God Deze pagina: Dwaalteksten over God en godsdienst, eerste reeks. Auteur: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Kleur bekennenLeerling: Bent u een theïst, een atheïst of een agnosticus?Meester: Ik geloof het niet. God vindenLeerling: Waarom kan ik God niet vinden?Meester: Omdat God niet-vinden is? God horenLeerling: Waarom spreekt God niet tegen mij?Meester: Omdat God niet-spreken is? God wetenLeerling: Waarom weet ik niet wie God is?Meester: Omdat God niet-weten is? UitgaanLeerling: Wil God ingaan dan moet ik uitgaan.De meester schudt zijn hoofd. Leerling: Niet? Meester: Jouw uitgaan is reeds Zijn ingaan. Leerling: Dat snap ik niet. Meester: Daartussen is geen enkel verschil. Leerling: Waarom niet? Meester: Het is niet dat er na jouw uitgaan nog iets staat te gebeuren; uitgaan is wat er gebeurt. Het is niet dat je na ontlediging weer opgevuld wordt; ontlediging is wat je opvult. Het is niet dat je na ontwording in iets anders overgaat; ontwording is wat je wordt. Leerling: Wat kan ik dan wél verwachten na mijn uitgaan? Meester: Niet-verwachten. Leerling: Wát? De meester zei: Zelfs niet dat je niets verwacht. Leerling, perplex: En dat noemt u God? Meester: En dat noem jij God. Leerling: En hoe noemt u het? Meester: Tja. Van het hemd en de rokLeerling: Het hemd is nader dan de rok, het lichaam is nader dan het hemd, ikzelf ben nader dan het lichaam en God is nader dan ikzelf.Meester: Niet weten is het meest nabij. Leerling: Wilt u zeggen dat niet weten nader is dan God? Meester: Tenzij ze identiek zijn. De OnkenbareLeerling: Hoe kan ik de Onkenbare leren kennen?Meester: Door niet kennen. Leerling: Hoe weet ik dan dat Hij het is? Meester: Door niet weten. De weg tot GodLeerling: Is niet weten de weg tot God?Meester: Ik zou het bij God niet weten. Spreken of zwijgen
Leerling: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen.Meester: En als jouw stem de Zijne is? Leerling: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen. Meester: En als Hij in jou wil zwijgen? Leerling: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen. Meester: En als Hij niets te zeggen heeft? Leerling: Ik denk dat u Hem ernstig onderschat. Meester: Ik denk dat jij Hem ernstig onderschat. Een goddelijke stilzwijgenLeerling: Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?Meester: Omdat Hij stilzwijgen is. Leerling: Waarin onderscheid het goddelijke stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen? Meester: In dat het nooit verbroken wordt. Leerling: Waar kan ik het goddelijke stilzwijgen het best beluisteren? Meester: In jezelf. Leerling: Hoe kan ik het onhoorbare toch horen? Meester: Door niet horen. Leerling: Hoe wek ik het niet horen op? Meester: Door vragen te stellen. Leerling: Wat voor vragen? Meester: Lastige vragen. Levensbeschouwelijke vragen. Spirituele vragen. Religieuze vragen. Filosofische vragen. Psychologische vragen. Metafysische vragen. Ethische vragen. Onmogelijke vragen. Leerling: Als ik zulke vragen stel, wat zal ik dan te horen krijgen? Meester: Een veelheid van antwoorden. Leerling: Hoe moet ik met die veelheid van antwoorden omgaan? Meester: Gewoon dóór blijven vragen. Leerling: Hoe lang moet ik door blijven vragen? Meester: Net zolang tot de antwoorden uitblijven. Leerling: En dan? Meester: Gewoon dóór blijven vragen. Leerling: Hoe lang moet ik dan nog door blijven vragen? Meester: Net zolang tot de vragen uitblijven. Leerling: En dan? Er valt een lange stilte. Leerling: Maar wat is nou het stilzwijgen van God? Meester: Dat is nou het stilzwijgen van God. Napraatje Leerling: Ik begrijp dat God nooit het stilzwijgen verbreekt omdat hij dat stilzwijgen is. De meester knikt. Leerling: Ik begrijp ook dat ik het goddelijke stilzwijgen het best in mezelf kan beluisteren. De meester knikt. Leerling: Ik begrijp zelfs dat ik het goddelijke stilzwijgen kan horen door niet horen. De meester knikt. Leerling: Ik ben ook nog bereid aan te nemen dat ik het niet horen kan opwekken door vragen te stellen. De meester knikt. Leerling: Maar hoe wek ik in hemelsnaam vragen op? Meester: Komen ze dan niet vanzelf? Leerling: Nee. De meester kijkt hem verbluft aan. Leerling, hulpeloos: Wat nu? De meester weet niets meer te zeggen. Een menselijk stilzwijgenLeerling: Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?De meester weet niets te zeggen. Leerling: Waarin onderscheid het goddelijke stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Waar kan ik het goddelijke stilzwijgen het best beluisteren? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Hoe kan ik überhaupt het onhoorbare horen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Is het door niet horen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Hoe wek ik het niet horen op? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Is het door vragen te stellen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Wat voor vragen zouden daarvoor het meest geschikt zijn? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Als ik de juiste vragen stel, wat zal ik dan te horen krijgen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Hoe moet ik met eventuele antwoorden omgaan? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Hoe lang moet ik door blijven vragen? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Wat als ik uitgevraagd ben? De meester weet niets te zeggen. Leerling: Wat bent u nou voor meester! De meester weet niets te zeggen. Het verschilLeerling: Wat is het verschil tussen een menselijk en een goddelijk stilzwijgen?De meester weet niets te zeggen. Peilloos
Leerling: Wat is het verband tussen een menselijk en een goddelijk stilzwijgen?Meester: Abyssus abyssum invocat. Leerling: Wat betekent dat nou weer. Meester: De afgrond leidt de afgrond in. Leerling: Welk stilzwijgen correspondeert met welke afgrond? De meester haalt zijn schouders op. Leerling: Nou? Meester: Stilzwijgen is stilzwijgen. Leerling: Welke afgrond is het diepst? De meester haalt zijn schouders op. Leerling: Nou? Meester: Peilloos is peilloos. Een hoger stilzwijgenLeerling: Als God het stilzwijgen nooit verbreekt, van wie komen dan al die antwoorden?Meester: Van God? Leerling: En al die vragen? Meester: Van God? Leerling: Maar God zegt toch juist niks? Meester: Daarvoor hoeft Hij echt niet Zijn mond te houden. Stilte of GodLeerling: Is God nou een metafoor voor stilte of stilte een metafoor voor God?De meester zwijgt. Niet weten of GodLeerling: Is God nou een metafoor voor niet weten of niet weten een metafoor voor God?Meester: Ik zou het bij God niet weten. MetaforenLeerling: Metaforen zijn de enige manier om de Waarheid uit te drukken.Meester: Waarheid is een metafoor. Leerling: Wat is het dan dat we met onze metaforen proberen uit te drukken? Meester: Wie zegt dat we er iets mee proberen uit te drukken? Leerling: Gaat het dan om niet-uitdrukken? Meester: Uiting geven aan niet-uitdrukken is nog steeds een vorm van uitdrukken. Leerling: Is het uw bedoeling om God zelf aan het woord te laten? Meester: God trekt zich van mijn bedoelingen niets aan. Leerling: Wilt u aandacht vragen voor Gods onafgebroken stilzwijgen? Meester: Gods onafgebroken stilzwijgen is op zijn beurt een metafoor. Leerling, wanhopig: Maar waarvoor dan! Meester: Krijg je het door? Niet luisterenLeerling: Is het letterlijk stil in u?De meester schudt zijn hoofd. Leerling: Wat hoort u zoal? Meester: Hetzelfde gekakel en gekrakeel als altijd. Leerling: Dezelfde vragen en dezelfde antwoorden? Meester: Om over de rest nog maar te zwijgen. Leerling: Het is niet dat u niets meer hoort... Meester: Het is meer dat ik niet meer luister. De uitzonderingMeester: Is het letterlijk stil in jou?Leerling: Het is niet dat ik niks meer hoor, het is meer dat ik niet meer luister. Meester: Behalve hiernaar zeker. Het Hoogste WoordLeerling: Wat is het Hoogste Woord?Meester: Het Diepste Stilzwijgen. Leerling: Hoe komt het dat wij het Diepste Stilzwijgen zo moeilijk herkennen? Meester: Door de wijze waarop het zich manifesteert. Leerling: Hoe manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich? Meester: Als een Babylonische Spraakverwarring. Leerling: Waarom manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich juist op deze wijze? Meester: Omdat iedereen zo nodig het Hoogste Woord moet voeren. Een wereldwijde kakofonie
Leerling: Hoe klinkt het Woord van God?Meester: Als zeven miljard mensen die elk hun gelijk willen halen. Leerling: Hoe komt het dat we daarin het Woord van God niet herkennen? Meester: Omdat we nog steeds denken dat er maar één gelijk kan hebben. Leerling: Wilt u zeggen dat de Waarheid een wereldwijde kakofonie is? Meester: Nou denk je weer dat ík gelijk heb. Tienduizend deurenLeerling: Hoeveel vragen heeft u God gesteld?Meester: O, wel tienduizend, geloof ik. Leerling: Welke vragen waren dat? Meester: Alle vragen die ik kon bedenken. Leerling: Jemig. Meester: En dat vele malen. Leerling: Hoeveel van die vragen heeft Hij beantwoord? Meester: Hij heeft ze allemaal beantwoord. Leerling, verrast: Allemaal? Meester: Zonder uitzondering. Leerling: Kon u al die informatie wel verwerken? Meester: Daar heb ik nooit moeite mee gehad. Leerling: Bent u zo briljant? Meester: Dat was helemaal niet nodig. Leerling: Waarom niet? Meester: Omdat ik steeds hetzelfde antwoord kreeg. Leerling: Namelijk? Meester: Een onverbiddelijk stilzwijgen. Leerling: Hm. Meester: Zelfs dat was er niet bij. Leerling: Op alle vragen? De meester haalt zijn schouders op. Leerling: Zou je ook kunnen zeggen dat Hij geen enkele vraag heeft beantwoord? Meester: Zo heb ik dat lange tijd gezien. Leerling: Maar nu niet meer. De meester schudt zijn hoofd. Leerling: Hoe was het om steeds hetzelfde antwoord te krijgen? Meester: Een bittere teleurstelling. Leerling: Dan zult u wel vol wrok zitten. Meester: Integendeel. Leerling: Dat begrijp ik niet. Meester: Achteraf dank ik Hem op mijn blote knieën dat Hij niet één keer is gezwicht. Leerling: Waarvoor? Meester: Voor de verleiding om mij een of andere waarheid op de mouw te spelden. Leerling: Op de mouw te spelden? Meester: Ik was zonder meer bereid om iedere leugen te aanvaarden als de laatste waarheid. Leerling: Maar Hij was niet zonder meer bereid om u er een te verkopen. Meester: Zonder meer niet, zou ik zeggen. Leerling: Waarom bent u daar dankbaar voor? Meester: Wie ook maar één deur opent, gooit alle andere dicht. Leerling: Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent toch alleen maar dat er geen enkele deur voor u is opengegaan? Meester: Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent tevens dat er geen enkele deur voor mij is dichtgegaan. Leerling: Niet open en niet dicht... De meester knikt. Leerling: Schitterend! De meester zei: Och. Leerling: Vreselijk dan? Meester: Zeg "schitterend" en alle andere deuren gaan dicht. Zeg "vreselijk" en alle andere deuren gaan dicht. Leerling: Denkt u dat u zo zult blijven? De meester staart peinzend in de verte. Leerling: Moet ik dit verhaal over God nou letterlijk nemen of figuurlijk? Meester: Zeg "figuurlijk" en alle andere deuren gaan dicht. Zeg "letterlijk" en alle andere deuren gaan dicht. Waarom God nooit antwoord geeftLeerling: Waarom geeft God nooit antwoord?Meester: Omdat Hij uitsluitend de Waarheid spreekt. Leerling: Bedoelt u dat er geen waarheid is, of dat de Waarheid alleen kan worden uitgedrukt door niet-antwoorden? Meester: Vraag dat maar aan God. UiteindelijkLeerling: Wat is het verschil tussen God en diens stilzwijgen?Meester: Uiteindelijk? De leerling knikt. Meester: Ik zou het echt niet weten. Leerling: Wat is het verschil tussen Gods stilzwijgen en het uwe? Meester: Uiteindelijk? De leerling knikt. Meester: Ik zou het echt niet weten. Leerling: Wat is het verschil tussen uw stilzwijgen en uzelf? Meester: Uiteindelijk? De leerling knikt. Meester: Ik zou het echt niet weten. Leerling: Als er geen verschil is tussen God, diens stilzwijgen, uw stilzwijgen en uzelf, zijn ze dan niet identiek? Meester: Uiteindelijk? De leerling knikt opgewonden. Meester: Ik zou het echt niet weten. IdentiekLeerling: We zeggen allemaal wat anders maar ons zwijgen is identiek.Meester: Maar wat het nou uitdrukt... Leerling: De waarheid voorbij de woorden natuurlijk. Meester: Wie zegt dat? De leerling weet niets meer te zeggen. Het Woord Gods
Meester: Wat is de weg naar God?Leerling: Steeds dieper in de grond van je ziel afzinken, tot al het geroezemoes verstomd is en het Woord Gods eindelijk verstaanbaar wordt. De meester zwijgt. Leerling: Wat zegt u? Meester: Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, tot al het geroezemoes verstomd is. Leerling: En het Woord Gods dan? Meester: Dat is al het Woord Gods. Leerling: En je ziel dan? Meester: Dat is gewoon die afgrond. Bij wijze van spreken
Leerling: Is God de diepste grond van de ziel?Meester: Eerder de grondeloosheid van de ziel. Leerling: Hoe kom ik bij die grondeloosheid? Meester: Door je ziel te onderzoeken. Leerling: Wat zal ik dan vinden? Meester: In eerste instantie alles. Leerling: En in laatste instantie? Meester: Niets. Leerling: Het niets of gewoon niets. De meester haalt zijn schouders op. Leerling: Bedoelt u dat we geen ziel hebben? Meester: Dat behoort nog tot het vinden. Leerling: Dus God is de grondeloosheid van de onvindbare ziel? Meester: Bij wijze van spreken dan. Onze goddelijke grondLeerling: Wat is onze goddelijke grond?Meester: Nou, eh... Leerling: Eerlijk zeggen. Meester: Een bodemloze afgrond. Leerling: Een afgrond? Meester: Het spijt me. Leerling: Maar toch wel een goddelijke mag ik hopen? Meester: Alleen vanaf de grond gezien. Leerling: De goddelijke grond is in werkelijkheid een goddeloze afgrond? Meester: En omgekeerd. Leerling: En omgekeerd? Meester: Gezien vanaf de grond dan. Leerling: En gezien vanuit de afgrond? Meester: Tja. Met wie spreek ik
Leerling: God spreekt in de mislukking van het denken.Meester: Hier spreekt nog steeds het denken. VergetenLeerling: Wat is de weg tot God?Meester: Vergeten dat je onderweg was. Leerling: En dan? Meester: Vergeten waar je bent. Leerling: En dan? Meester: Vergeten wie je bent. Leerling: En dan? Meester: Vergeten wat je bent. Leerling: En dan? Meester: Vergeten dat je bent. Leerling: En dan? Meester: Vergeten wie God is. Leerling: En dan? Meester: Vergeten wat God is. Leerling: En dan? Meester: Vergeten dat God is. Leerling: En dan? Meester: Vergeten wat je bent vergeten. De wolk van niet wetenLeerling: God benadert men via de wolk van niet weten. Meester: God verliest men in de wolk van niet weten. Leerling: God verliest men in de wolk van niet weten. Meester: God ís de wolk van niet weten. Leerling: God is de wolk van niet weten. Meester: Hoe weet je dat? Leerling: Ik weet niets over God te zeggen. Meester: Behalve kennelijk Zijn naam. Een leerling zegt niets. Meester: God, wat ben je stil. Het Boek der BoekenLeerling: Als u de biografie van God moest schrijven, wat zou dan de titel zijn?Meester: Het Lege Testament? Pauperes spiritu
Leerling: Als u een klooster moest stichten, hoe zou het dan heten? |



