(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Gebaande wegen 2



Verlichting voor dummy'sDe bekende weg > Gebaande wegen 2

Deze pagina: Dwaalteksten over bekende wegen naar verlichting, tweede serie.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.





Vluchten

Leerling: Wat is filosofie?
Meester: Een poging om aan het denken te ontsnappen.
Leerling: Hoe?
Meester: Door te vluchten in begrippen en theorieën.
Leerling: Wat is scepticisme?
Meester: Een poging om aan het denken te ontsnappen.
Leerling: Hoe?
Meester: Door te vluchten in twijfel en voorbehoud.
Leerling: Wat is meditatie?
Meester: Een poging om aan het denken te ontsnappen.
Leerling: Hoe?
Meester: Door te vluchten in herhaling en leegte.
Leerling: Dus filosofie, scepticisme en meditatie proberen alle drie aan het denken te ontsnappen?
Meester: Inderdaad.
Leerling: Wat hebben ze nog meer gemeen?
Meester: Dat het maar niet wil lukken.


Roze



Christendom
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Jodendom
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Islam
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Boeddhisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Zen
Ach wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Mystiek
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Soefisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Chassidisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Taoïsme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Advaita vedanta
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Hare Krishna
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Hindoeïsme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Jaïnisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Shintoïsme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Rasta
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Universalisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Theosofie
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Humanisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Hedonisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Positivisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Ietsisme
Ach, wat een mooi roze brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.



Zwart


Atheïsme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Agnosticisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Gnosticisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Anarchisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Iconoclasme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Darwinisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Irrationalisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Existentialisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Dadaïsme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Postmodernisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Obscurantisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Scepticisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Stoïcisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Nihilisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Cynisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Defaitisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.

Fatalisme
Ach, wat een mooi zwart brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.



Doorzichtig

Niet weten
Ach, wat een mooi doorzichtig brilletje!
Wat jammer dat het steeds van je neus glijdt.


Zonder

Een leerling zei: Hoe ziet de werkelijkheid eruit zonder brilletje?
Meester: Brilletjes maken deel uit van de werkelijkheid.


Glijbaan

Leerling: Waarvoor dient je neus?
Meester: Als glijbaan voor je bril.
Leerling: Maar zonder bril kan ik niet meer zien waar ik heen ga!
Meester: Dan loop je je neus maar achterna.


Ach

Meester: Wat is verlichting?
Leerling: Je neus achterna lopen.
Meester: Meer niet?
Leerling: Dat is alles.
Meester: Ach, wat een mooi roze brilletje.


Perspectief of werkelijkheid


Leerling: Er is geen werkelijkheid, er zijn alleen maar perspectieven.
Meester: Is dat de werkelijkheid of alleen maar een perspectief?



Leerling: Achter elk perspectief schuilt de werkelijkheid.
Meester: Is dat een perspectief of reeds de werkelijkheid?


Wetensnood en denkleed

Volgens sommigen is weten de bron van alle lijden. Als dat waar is, kun je lijden definiëren als wetensnood. Dit idee behoort echter nog steeds tot het domein van het weten en zou daarom zelf een bron van lijden moeten zijn, waaraan pas een eind kan komen als je er eindelijk van verlost bent. Tenzij het onwaar is natuurlijk.

Iets dergelijks geldt ook voor de tegeltjeswijsheid dat denken de voornaamste bron van lijden is: "De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest." Dit is de leidende gedachte achter de rationeel-emotieve therapie van Albert Ellis, het Werk van Byron Katie en diverse andere cognitieve therapieën.

Definiëren we lijden veroorzaakt door pijnlijke gedachten als denkleed dan kunnen we de eerste van de vier Edele Waarheden van de Boeddha parafraseren als alle leed is denkleed - een prachtige, compacte gedachte, die in het verleden al heel wat leed heeft veroorzaakt en dat zonder twijfel ook in de toekomst zal blijven doen.


Een vlag op een modderschuit


Beste Hans

Waarop is de waarheid van de advaita vedanta gebaseerd?

Lisette


Beste Lisette

Non-dualisten zijn tegenwoordig de minst bedreigde diersoort.
Dat je nou net bij mij terecht moet komen voor informatie over de advaita vedanta!
Hoe zullen we dat eens noemen.
Toeval, noodlot of toch liever karma?

Hoe ze precies aan de waarheid zijn gekomen kan niemand mij vertellen, maar het schijnt een kwestie te zijn van kundig redeneren en bijtijds ophouden.
Vooral dat laatste.
Het resultaat is een scheepslading vol waarheden in de trant van "alles is bewustzijn", "niet alleen, maar al-één", "de zoeker is het gezochte", "ik ben de kenner van het gekende", "ik ben het zijn der zijnden", "ik ben het niets waarin alles verschijnt", "ik ben vol-ledigheid", "ik ben het Leven zelf", "ik ben Dát", "ik bén",  "alleen maar dit", "nergens ligt ook maar een grassprietje verkeerd" en meer van dat fraais.

Verrassend genoeg zijn er ook steeds meer advaitisten die hun waarheden vervoeren onder de vlag van niet weten.
Niet-weten is wat ze zijn en niet-weten is waarin het weten verschijnt.

Dat noem ik nou een vlag op een modderschuit.

Hans


Beheerst

Leerling: Helder inzicht in de boeddha-natuur vraagt volledige beheersing van de geest.
Meester: Maar hoe beheerst men de geest?
Leerling: Door middel van meditatietechnieken natuurlijk.
Meester: Niemand die er ook maar één volledig beheerst...
Leerling: Maar?
Meester: Velen die er volledig door worden beheerst.


Levenslang

Leerling: Helder inzicht in de boeddha-natuur vraagt volledige beheersing van de geest.
Meester: Dat gaat je de rest van je leven kosten.
Leerling: Desnoods!
Meester: Zou je niet eerst je aannames onderzoeken?
Leerling: Welke dan, bijvoorbeeld?
Meester: Dat je een geest hebt, bijvoorbeeld.
Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?
Meester: Wat valt er dan nog te beheersen?
Leerling: Welke aanname nog meer, bijvoorbeeld?
Meester: Dat je een vrije wil hebt, bijvoorbeeld.
Leerling: En als dat niet het geval mocht zijn?
Meester: Wat valt er dan nog na te streven?
Leerling: Welke aannames nog meer?
Meester: Dat je een boeddha-natuur hebt. Dat je daar helder inzicht in kunt krijgen. Dat je dan beter af bent.
Leerling: Potverdorie!
Meester: Nou neem je weer aan dat er iets mis is en dat je onderscheid kunt maken tussen mis en raak.
Leerling: Ik voel me zo stom!
Meester: Nou neem je weer aan dat dit gesprek iets over jou zegt en dat er een jij is waarover iets gezegd kan worden.
Leerling: Wat ziet u alles toch haarscherp!
Meester: Nou neem je weer aan dat ik gelijk heb, en dat er een ik is die ergens gelijk in kan hebben.
Leerling: Niets aannemen is uw devies?
Meester, hoofdschuddend: Wat dát weer niet veronderstelt!
Leerling: Hoe zou u het dan noemen?
Meester: Volledige beheersing van de geest?


Je aannames onderzoeken

Leerling: Vindt u dat je altijd je aannames moet onderzoeken?
Meester: Waarom zou je?
Leerling: Om tot niet weten te komen.
Meester: Wie zegt dat je tot niet weten kunt komen door je aannames te onderzoeken?
Leerling: Hoe anders?
Meester: Wie zegt dat je tot niet weten kunt komen?
Leerling: Wat doe ik hier anders?
Meester: En trouwens, waarom zou je tot niet weten willen komen?
Leerling: Om me beter te voelen.
Meester: Wie zegt dat je je beter zult voelen als je niet meer weet?
Leerling: Daar vraagt u me wat.
Meester: Als je maar geen antwoord geeft.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Dat brengt alleen maar nieuwe aannames met zich mee.
Leerling: Waarom bent u zo geobsedeerd door aannames?
Meester: Je veronderstelt dat ik daar een reden voor heb.
Leerling: Ik dacht dat u het misschien voor mijn bestwil deed.
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Gaat mijn lot u niet ter harte?
Meester: Zeker wel.
Leerling: Waarom doet u het dan niet voor mijn bestwil?
Meester: Omdat ik niet weet wat goed voor je is.
Leerling: En dat noemt zich meester.
Meester: Jij noemt mij meester.
Leerling: En u weet niet eens wat goed voor mij is!
Meester: Jij wel?
Leerling: Waarom doet u het dan?
Meester: Wat.
Leerling: Aannames onderzoeken.
Meester: Waarom niet?
Leerling: Niets gebeurt zonder reden.
Meester: Je veronderstelt een universele orde.
De leerling zegt niets.
Meester: Waarop baseer je dat?
Leerling: Wie zegt dat ik dat ergens op baseer?
De meester klapt verheugd in zijn handen.


Een vorm van psychotherapie

Leerling: Is niet weten een vorm van psychotherapie?
Meester: In niet weten gaat ieder idee van ik en niet-ik verloren.
Leerling: Wat wilt u daarmee zeggen?
Meester: Wie of wat zou er dan nog behandeld moeten worden?
Leerling, lachend: Ik noch niet-ik?
Meester: In niet weten gaat ieder idee van ziek en gezond verloren.
Leerling: Wat wilt u daarmee zeggen?
Meester: Wat zou dan nog het doel van de behandeling kunnen zijn?
Leerling: Ziek noch gezond worden.
Meester: Dus volgens jou is het doel van psychotherapie ik noch niet-ik ziek noch gezond te maken?
Leerling: Waarom niet.
Meester: In niet weten gaat ieder idee van doel en middel verloren.
Leerling: Ik geef me gewonnen.
Meester: In niet weten gaat ieder idee van winnen en verliezen verloren.
Leerling: Zo te horen gaat in niet weten ieder idee verloren.
Meester: 't Idee!


Een beter mens

Leerling: Word je van niet weten een beter mens?
Meester: In niet weten gaat het onderscheid tussen beter en slechter verloren.
Leerling: En?
Meester: Hoe zou je er dan beter van kunnen worden?
Leerling: Op die manier.
Even later: Misschien bedoelde ik niet zozeer beter als wel menselijker.
Meester: In niet weten gaat het onderscheid tussen menselijk en onmenselijk verloren.
Leerling: Zo te horen word je er geen heilige van.
Meester: In niet weten gaat...
Leerling: Het onderscheid tussen heilig en profaan verloren, ja ja.
De meester haalt een schouder op.
Leerling: Waar doe ik het dan allemaal voor?
Meester: Doen, laten...
Leerling: Ik was er al bang voor.


Een goede omschrijving

Leerling: Is heilig noch profaan een goede omschrijving van de staat van niet weten?
Meester: Wie zegt dat niet weten een staat is?
Leerling: Is heilig noch profaan een goede omschrijving van niet weten?
Meester: Hoe moet ik dat weten?
Leerling: U weet toch alles van niet weten?
Meester: Ik weet er minder van dan wie ook.
Leerling: En ik maar denken dat u de expert was.
Meester: Ik - weet - niets - van - niet - weten.
Leerling: Ach, natuurlijk!
Meester: Wat, natuurlijk?
Leerling: De waarheid ligt voorbij alle woorden!
Meester: Welke waarheid?
Leerling: De waarheid van niet-weten.
Meester: Hoor nou toch eens wat je zegt!
Leerling: Wat zeg ik dan?
Meester: Niet weten heeft niets met waarheid te maken. Geen bal. Geen jota. Geen sikkepit!
Leerling: Hoe bedoelt u?
Meester: Waarheid is iets wat je zeker weet, iets waarover geen enkele twijfel bestaat. Hoe kan niet weten nou waarheid zijn?
Leerling: De wijsheid van niet weten is...
Meester: Niet weten heeft niets met wijsheid te maken, uilskuiken!
Leerling: Zelfs niet met de wijsheid voorbij alle wijsheid?
De meester kijkt hem aan of hij het in Keulen hoorde donderen. Dan begint hij te lachen - eerst zachtjes, dan steeds harder, tot hij letterlijk schudt van het lachen. De tranen biggelen over zijn wangen.
Hij hikt: De wijsheid voorbij alle wijsheid? Zo zout heb ik het nog nooit gegeten!
Opnieuw barst hij in lachen uit.
Leerling: Ik snap er niets meer van.
Plotseling is de meester weer ernstig.
Hij zegt: Dát noem ik nog eens een goede omschrijving.


Nihilisme


Meester: Heb je voorkeur voor een bepaalde traditie?
Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.
Meester: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk het niet-graven.
Leerling: Bedoelt u dat u niets heeft gevonden?
Meester: Wie niets heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.
Leerling: Bedoelt u dat u hét niets gevonden heeft?
Meester: Wie hét niets gevonden heeft, is niet diep genoeg gegaan.
Leerling: Volgens mij heeft u het nihilisme gevonden.
Meester: Wie het nihilisme gevonden heeft, is niet diep genoeg gegaan.
Leerling: Misschien moest ik de spa maar weer ter hand nemen.
Meester: Bovendien heb ik geen voorkeur voor een bepaalde traditie.


Perennial wisdom

Meester: Heb je voorkeur voor een bepaalde traditie?
Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.
Meester: Ja dus.
Leerling: Ja, wat?
Meester: Een voorkeur voor een bepaalde traditie.
Leerling: Nee dus!
Meester: Ja dus!
Leerling: Ik hecht eraan aan geen enkele traditie te hechten.
Meester: Heel traditioneel.
Leerling: Hoe heet die traditie dan wel?
Meester: De traditie van de Eeuwige Wijsheid.
Leerling: Wat houdt de Eeuwige Wijsheid in?
Meester: Dat is helaas langs me heen gegaan.
Leerling: Hoe kan dat nou!
Meester: Ik was veel te hard aan het graven.


De grootste en de kleinste

Leerling: Wat is Eeuwige Wijsheid?
Meester: De Grootste Gemene Deler van alle religieuze, spirituele en filosofische tradities.
Leerling: Waaraan is de Grootste Gemene Deler van alle tradities gelijk?
Meester: Het Kleinste Gemene Veelvoud.
Leerling: Waaraan is het Kleinste Gemene Veelvoud van alle tradities gelijk?
Meester: De Lege Leer.
Leerling: Waaraan is de Lege Leer gelijk?
Meester: Tja.


Ten diepste

Leerling: Wat ten diepste is Eeuwige Wijsheid?
Meester: Onuitroeibare Dwaasheid.
Leerling: Wat ten diepste is Onuitroeibare Dwaasheid?
Meester: Valse Hoop.
Leerling: Wat ten diepste is Valse Hoop?
Meester: Bodemloze Wanhoop.
Leerling: Wat ten diepste is Bodemloze Wanhoop?
Meester: Zeker Weten.
Leerling: Wat ten diepste is Zeker Weten?
Meester: Niet weten.
Leerling: Wat ten diepste is niet weten?
Meester: Eeuwige Wijsheid?


Claims

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen de Eeuwige Wijsheid en het nihilisme?
Meester: Beide claimen ten grondslag te liggen aan alle tradities.
Leerling: En het verschil?
Meester: Het nihilisme claimt dat de waarheid niet bestaat terwijl de Eeuwige Wijsheid calimt dat de waarheid universeel maar onuitsprekelijk is.
Leerling: Zo zeggen ze beide in zekere zin niets.
Meester: Een claim is een claim.
Leerling: Een overeenkomst te meer.
Meester: Voor mij maakt het niet uit.
Leerling: Waarom niet?
Meester: Ik weet toch al niks uit elkaar te houden.
Leerling: Maar niet weten is toch zeker geen Eeuwige Wijsheid of nihilisme?
Meester: Ik zou het echt niet weten.


Objectiveren


Leerling: Het leven is een mysterie.
Meester: Je objectiveert je onbegrip.
Leerling: Hè?
Meester: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos object met als enige eigenschap dat het zich niet laat begrijpen.
Leerling: Welk object?
Meester: Schijnobject.
Leerling: Welk schijnobject?
Meester: Het schijnobject dat je mysterie of leven noemt.
Leerling: Wat zou u dan zeggen om uitdrukking te geven aan een, eh, tijdelijke ervaring van niet begrijpen?
Meester: Dat ik er geen kaas van kan maken, bijvoorbeeld.
Leerling: Alsof kaas geen object is.
Meester: Daarom zeg ik ook dat ik het er niet van kan maken.


Subjectiveren

Leerling: Ik ben niet-weten.
Meester: Je subjectiveert je onbegrip.
Leerling: Hè?
Meester: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos subject met als enige eigenschap dat het niet begrijpt.
Leerling: Welk subject?
Meester: Schijnsubject.
Leerling: Welk schijnsubject?
Meester: Het schijnsubject dat je ik noemt.
Leerling: Wat zou u dan zeggen om uitdrukking te geven aan een, eh, tijdelijke ervaring van niet begrijpen?
Meester: Joost mag het weten.
Leerling: Alsof Joost geen subject is.
Meester: Maar wie is Joost.


Water

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.
Meester: Weet je dat zeker?
Leerling: Nee.
Meester: Hoe komt dat?
Leerling: Omdat ik hem nog niet gevonden heb.
Meester: Stel dat je hem vindt, wat dan?
Leerling: Ik heb geen flauw idee.
Meester: Al die inspanning en je weet niet eens wat je ermee zou aanmoeten?
Leerling: Ik dacht dat u het wel zou weten.
Meester: Wat denk je dat er door die ader stroomt?
Leerling: De Hoogste Kennis?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: De Eeuwige Wijsheid?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Zuiver Bewustzijn?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Boeddhanatuur? Leegte? Brahman? God? Geest? Energie? Het Ene?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Blijvend Geluk, Innerlijke Vrede, het Zijn zelf, het Onuitsprekelijke?
De meester schudt zijn hoofd.
Leerling: Ik geef het op.
Meester: Water.
Leerling, ongelovig: Gewoon water?
Meester: De meest neutrale vloeistof op aarde.
De leerling laat zijn kin op zijn borst zakken.
Als hij weer opkijkt, heeft hij tranen in zijn ogen.
Hij jammert: Wat moet je daar nou mee!
Meester: Je ogen uitspoelen.
Leerling: En dan?
Meester: Je bril schoonmaken.
Leerling: En dan?
Meester: Je mond wassen.
Leerling: En dan?
Meester: Je dorst lessen.
Leerling: En dan?
Meester: Het weten van je afspuiten.
Leerling: En dan?
Meester: Het niet weten van je afspuiten.
Leerling: En dan?
Meester: Tja.


Magma

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.
Meester: Je zegt het maar.
Leerling: Wat stroomt er volgens u door die ader?
Meester: Jij bent hier de geoloog.
Leerling: Magma.
De meester zegt niets.
Leerling: Magma is de waarheid?
Meester: Magma is magma.
Leerling: Ik snap het niet.
Meester: Wat voor effect heeft magma op zijn omgeving?
Leerling: Het doet alles smelten.
Meester: Tot wat?
Leerling: Eh... magma.
Meester: En datgene wat het niet doet smelten?
Leerling: Dat gaat in rook op.
Meester: Nou dan.


De waarheid

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de waarheid.
Meester: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk de oppervlakte.


Een hoger weten

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk een hoger weten.
Meester: Als je dan nog even volhoudt vind je het niet weten.


Het niet-weten

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk niet weten.
Meester: Als je dan nog even volhoudt vind je niet vinden.


Klaar

Leerling: Als je maar diep genoeg graaft vind je uiteindelijk het niet-vinden.
Meester: Nou ben ik er klaar mee.
Leerling: Waarmee?
Meester: Dat geklets over graven en vinden.
Leerling: Gaat het erom overal klaar mee te zijn?
Meester: Wat zég ik nou!
Leerling: Alstublieft!
Meester: Ik blijf niet aan de gang!
Leerling: Gaat het erom niet aan de gang blijven?
Meester: Basta!
De leerling deinst achteruit.
Meester: Je probeert het nog steeds te pakken.
Leerling: Gaat het om niet pakken?
De meester doet zijn armen over elkaar en zegt niets meer.
De leerling doet zijn armen over elkaar en zegt ook niets meer.
Zo zitten ze een tijdje tegenover elkaar.
Plotseling schiet de meester overeind en slaat met zijn vuist op tafel.
Hij roept: En zwijgen is het ook niet!


Kansloos

Leerling: Ik ben de lege ruimte waarin mijn denkbeelden en gevoelens worden ingetekend!
Meester: Mooi gezegd!
Leerling: Patricia de Martelaere in haar boek over het daoïsme.
Meester: Wat denk je, is het waar of is het alleen maar een denkbeeld in je lege ruimte.
De leerling weet niets meer te zeggen.

Napraatje
Leerling: Wat zou u geantwoord hebben als ik had gezegd dat het waar was?
Meester: "Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld in je lege ruimte."
Leerling: En als ik had gezegd dat het alleen maar een denkbeeld was?
Meester: "Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld in je lege ruimte."


Als kwikzilver

Leerling: Wijsheid is beweeglijker dan alle weten!
Meester: Niet weten is beweeglijker dan alle wijsheid.


Katalysator

Leerling: Waarmee kun je niet weten vergelijken?
Meester: Een katalysator.
Leerling: Hoezo?
Meester: Het versnelt alle reacties zonder een verbinding aan te gaan.


Eruit

Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Waar wou je je in vredesnaam terugtrekken?
Leerling: Op het platteland, in de woestijn, in een klooster, op een pilaar, in een grot...
Meester: Dat is nog steeds de wereld.


Erin

Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Zie er eerst maar eens in te komen.




Wat?

Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Wereld?



Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Wie?



Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Realisatie?


De wereld

Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Men moet zich uit de realisatie terugtrekken om tot de wereld te komen.



Leerling: Moet men zich uit de realisatie terugtrekken om tot de wereld te komen?
Meester: Realisatie maakt deel uit van de wereld.


Een goede samenvatting

Leerling: Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot realisatie te komen?
Meester: Men moet niets.
Leerling: Maar men moet toch...
Meester: Men trekt zich als vanzelf terug.
Leerling: Waaruit?
Meester: Uit zichzelf.
Leerling: En dan?
Meester: Uit de wereld.
Leerling: En dan?
Meester: Uit de realisatie.
Leerling: En dan?
Meester: Uit het terugtrekken.
Leerling: En dan?
Meester: Uit het dan.
De leerling zwijgt verbijsterd.
Meester: Maar niet noodzakelijk in die volgorde.
Leerling: Nou ja zeg!
Meester: Goeie samenvatting!


Alles of niets

Leerling: Liefde zegt: "Ik ben alles". Wijsheid zegt: "Ik ben niets".
Meester: Lekker laten lullen.
Leerling: Volgens Nisargadatta Maharaj beweegt het leven zich tussen deze twee polen.
Meester: Lekker laten lullen.


Ontologie of epistemologie

Leerling: Liefde zegt: "Ik ben alles". Wijsheid zegt: "Ik ben niets".
Meester: Wat is de vraag?
Leerling: Ben ik nou alles of ben ik nou niets?
Meester: Ik druk mij niet uit in ontologische termen.
Leerling: Wat?
Meester: Ik zeg niet: "Ik ben dit" of "Ik ben dat niet".
Leerling: Hoe drukt u zich wel uit?
Meester: In epistemologische termen.
Leerling: Wat?
Meester: Ik zeg: "Ik weet dit" of "Ik weet dat niet".
Leerling: Waarom?
Meester: De epistemologie ligt ten grondslag aan de ontologie.
Leerling: Wat?
Meester: Het zijn verschijnt in het kennen.
Leerling: Op die manier.
Meester: Of verscheen het kennen nou in het zijn?
Leerling: Wat?
Meester: Of de ontologie ten grondslag ligt aan de epistemologie.
Leerling: Dit gaat me even boven mijn pet.
Meester: Mij ook.
Leerling: Maar wat is het epistemologische antwoord op de vraag of ik alles ben of niets?
Stilte.
Leerling: Noem dat maar een antwoord.
Meester: Noem dat maar een vraag.
Leerling: Misschien ben ik wel alles én niets.
Meester: Of alles noch niets.
Leerling: Of beide.
Meester: Of geen van beide.
Leerling: Of nog iets anders.
Meester: Mogelijkheden te over.
Leerling: Maar wat ben ik nou écht?
Meester: Tja.


Nog steeds

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.
Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.



Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.
Meester: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.


Conditionering

Leerling: We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen.
Meester: Heb je je eigen conditioneringen al doorzien?
Leerling: Nog niet helemaal.
Meester: Hoe weet je dan dat je ze kunt doorzien?
Leerling: Verdomd!
Meester: En hoe weet je dat je de Werkelijkheid onder ogen zult krijgen als je je conditioneringen hebt doorzien?
Leerling: Nou...
Meester: Ken je iemand die zijn conditioneringen heeft doorzien?
Leerling: U!
Meester: Dan weet je meer dan ik.
Leerling: O.
Meester: Hoe kom je trouwens aan die wijsheid?
Leerling: Gelezen.
Meester: Iets wat je leest voetstoots aannemen, hoe zou je dat noemen?
Leerling: Vertrouwen?
Meester: Dat lijkt mij een eufemisme.
Leerling: Goedgelovigheid?
Meester: Dat lijkt mij een dysfemisme.
Leerling: Hoe dan?
Meester: Wat dacht je van conditionering?


Een teleurstelling

Leerling: We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen.
Meester: De werkelijkheid?
Leerling: Met een hoofdletter.
Meester: In plaats van?
Leerling: De werkelijkheid met een kleine letter natuurlijk.
Meester: Ik wil niet vervelend doen...
Leerling: Maar?
Meester: Wat is het verschil?
Leerling: Ik hoopte dat u me dat kon vertellen.
Meester: Misschien is de werkelijkheid met een hoofdletter wel gelijk aan de werkelijkheid met een kleine letter.
Leerling: Dat zou een enorme teleurstelling zijn!
Meester: En als het nou een enorme opluchting blijkt te zijn?
Leerling, rillend: Dat zou pas écht een teleurstelling zijn.
Meester: Over conditionering gesproken.


Maar ja...


Was niet weten verlichting dan had het alle kleuren van de regenboog.

Was niet weten duisternis dan kon je erbij lezen.

Was niet weten bewustzijn dan zou het dat verliezen.

Was niet weten bewusteloosheid dan zou het dat beseffen.

Was niet weten eenheid dan was het in zichzelf verdeeld.

Was niet weten tweeheid dan wist het geen onderscheid te maken.

Was niet weten veelheid dan kon het niet tellen.

Was niet weten vreugde dan betreurde het dat.

Was niet weten loslaten dan liet het dat los.

Was niet weten een vogel dan was hij gevlogen.

Was niet weten logica dan schiep het de paradox.

Was niet weten scepticisme dan betwijfelde het dat.

Was niet weten zoeken dan vond het niets.

Was niet weten vinden dan zocht het niet.

Was niet weten een weg dan had het geen doel.

Was niet weten een doel dan had het geen weg.

Was niet weten doen dan deed het dat niet.

Was niet weten laten dan liet het dat na.

Was niet weten liefde dan hield het van haat.

Was niet weten haat dan was het zelfhaat.

Was niet weten aanvaarding dan accepteerde het afwijzing.

Was niet weten afwijzing dan verwierp het zichzelf.

Was niet weten neutraliteit dan neutraliseerde het zichzelf.

Was niet weten een opleiding dan bleef je zitten.

Was niet weten een diploma dan werd het aan iedereen uitgereikt.

Was niet weten transmissie dan werd er niets doorgegeven.

Was niet weten een standpunt dan liep het ervan weg.

Was niet weten een bewering dan nam het die terug.

Was niet weten een leer dan trok het die in twijfel.

Was niet weten een conclusie dan trok het die niet.

Was niet weten een aanname dan stelde het die ter discussie.

Was niet weten wijsheid dan had niemand die in pacht.

Was niet weten een hoger weten dan had het hoogtevrees.

Was niet weten niet weten dan was het daarvan niet op de hoogte.

Maar ja...


Tony Parsons

Leerling: Wat vindt u van Tony Parsons?
Meester: Volgens Tony Parsons is er geen Tony Parsons.
Leerling: En volgens u?
Meester: Ik weet niet of er wel een mij is.
Leerling: Maar dat weet u dan weer wel?
Meester: Dat ik dat niet weet?
Leerling: Nou?
Meester: Dat weet ik niet.
Leerling: Afgezien daarvan.
Meester: Wat was de vraag ook alweer?
Leerling: Wat u van Tony Parsons vindt.
Meester: O ja.
Leerling: Nou?
Meester: Wie wil dat eigenlijk weten?
Leerling: Ik.
Meester: Geen twijfel mogelijk?
Leerling: Hier niet.
Meester: Dus degene die denkt dat hij iemand is vraagt aan degene die niet weet of hij iemand is wat hij vindt van degene die denkt dat hij niemand is?
Leerling: Daar komt het wel op neer.
Meester: Ik zou het bij God niet weten.


Een grote sufferd

Leerling: Bent u van mening...
Meester: Nee.
Leerling: Maar ik was nog niet uitgesproken!
Meester: De rest doet er niet toe.
Leerling: Bedoelt u dat we onze meningen op moeten geven?
Meester: Geen mening.
Leerling: Bedoelt u dat u niet tegen meningen bent maar ze gewoon niet heeft?
Meester: Welnee!
Leerling: Niet?
Meester: Ik heb meningen te over...
Leerling: Maar?
Meester: Maar ja...
Leerling: Wat dan?
Meester: Moet dat?
Leerling: Niet zo bedeesd.
Meester: Ze... doen er gewoon niet toe.
Leerling: Niet?
Meester: Deze ook niet.
De leerling schrijft het gauw op in zijn aantekenboekje.
Hij zegt: Waarom niet?
Meester: Dat doet er ook niet toe.
De leerling schrijft het gauw op in zijn aantekenboekje.
Hij zegt: Als het er toch niet toe doet, kunt u ook wel zeggen waarom niet.
Meester: Moet dat?
Leerling: Niet zo bedeesd.
Meester: Omdat ze... grondeloos zijn.
De leerling schrijft het gauw op in zijn aantekenboekje.
Meester: Deze ook.
De leerling schrijft het gauw op in zijn aantekenboekje.
Meester: Dit waren allemaal meningen.
De leerling schrijft het gauw op in zijn aantekenboekje.
Meester, nadrukkelijk: Allemaal even grondeloos.
De leerling schrijft het met hoofdletters in zijn aantekenboekje.
Meester, met stemverheffing: Ik ben een grote sufferd!
De leerling schrijft het met koeienletters in zijn aantekenboekje.
Meester: Dat was het weer voor vandaag.
De leerling klapt tevreden zijn aantekenboekje dicht en bergt het op.
De meester aait hem over zijn bol en zegt: Lees dat vanavond nog maar eens rustig na.
De leerling maakt een buiging en zegt: Dank u wel, meester!


Vergelijkend warenonderzoek

Het oorspronkelijke boeddhisme is een verlossingsleer, een weg waarlangs je kunt ontsnappen aan de eeuwige kringloop van wedergeboortes, aan samsara en de karmische wetten.

In het zenboeddhisme is dit aspect van verlossing samen met de reïncarnatieleer grotendeels komen te vervallen. Net als de advaita vedanta is zen geen ingewikkelde verlossingsleer maar een eenvoudige realisatieleer. Er is geen doel, dus ook geen weg. Er is niets om je van te verlossen en niemand om te verlossen. Je hoeft niets te doen of te laten of te worden. Je hoeft alleen maar te beseffen dat je het onvergankelijke en ongeboren ene bent, altijd al was en eeuwig zult zijn. Realisatie is niets anders dan je realiseren dat er niets te realiseren valt.

Aangezien er in zen geen weg is, kun je gewoon gaan zitten wachten tot het inzicht zich spontaan aandient. Dit heet zazen. Je moet alleen niet bewegen want dan jaag je het inzicht weg, dat immers heel schuw is. Niet bewegen doet zeer maar pijn is goed voor je inlevingsvermogen en dat is weer goed voor je mededogen. Om de tijd te verdrijven, die anders wel erg langzaam gaat, krijg je raadseltjes op. Die heten koans. Ze hebben geen oplossing en dat is de oplossing maar dat ga ik jou niet aan je neus hangen. Al met al lijkt zen net een weg, maar daar kom je nog wel achter. Erachter komen heet realisatie en dat schijnt een opluchting van jewelste te zijn.

Niet weten dan. Daar wordt je ook niet vrolijk van. Aan de andere kant word je er ook niet verdrietig van. Je wordt er eigenlijk niets van. Het laat je in je eigen sop gaarkoken, en wie wil dat nou niet? Niet weten is geen verlossingsleer en ook geen realisatieleer. Niet weten is helemaal geen leer. Het is het zwarte gat waarin elke leer verdwijnt. Hoe kan het ook anders. Welk leren zou in hemelsnaam tot niet weten kunnen leiden?

Wil je niet weten toch graag als een leer zien? Dat kan. Dan noemen we het gewoon de lege leer.


Lachen

Leerling: Kent u de kosmische grap?
Meester: Wie niet.
Leerling: Hoe gaat ie dan?
Meester: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een kosmische grap is geweest.
Leerling: Wát?
Meester: Láchen!