(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Peursen, Cees van



Verlichting voor dummy'sCitatenFilosofie > Cees van Peursen

Deze pagina: Citaten over niet weten van de postmoderne filosoof Cees van Peursen.
Samensteller: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
De titels van de citaten zijn van mij, tenzij anders vermeld.




Uit Na het postmodernisme, C.A. van Peursen, 1994

Geen ware werkelijkheid
Ernstiger is nog dat men, hoe weldenkend ook, geen 'ware werkelijkheid' meer kent. Werkelijkheid gaat op in de tekst, zoals de postmodernen zeggen. Neem bijvoorbeeld de dood van J.F. Kennedy. Lees wat er werkelijk allemaal plaats gevonden heeft in het uitvoerige en officiële Warrenreport. En daarna in het zeer gedocumenteerde werk van Mark Lane, Rush to Judgment ... : twee geheel verschillende, elk overtuigende, werkelijkheiden, waarachter geen 'echte' werkelijkheid ... terug te vinden is. (11)

Het postmodernisme
Het postmodernisme is postkoloniaal en luidt het tijdperk in van de relativering van de Westerse waarden, de erkenning van een cultureel pluralisme en de doorwerking van een bevrijdende zelfironie. Het zoeken naar een universele waarheid, die eventueel afgedwongen kan worden volgens algemene rechtsregels, wordt opgegeven. Er is geen universele Rede meer, noch een diepere ('transcendentale') legitimatie ... (14)

Deconstructie
Men moet betekenissen niet in de diepte maar aan de oppervlakte zoeken, in de teksten die niet buiten zichzelf naar iets anders, iets 'diepers' of 'hogers' verwijzen. Het ontcijferen (decoderen) van teksten kan pas via een 'deconstructie' plaatsvinden. Dat wil zeggen dat de tekstuitleg ontdaan moet worden van zoiets als een 'auteur', een 'subject', een cartesiaans 'ego'. (14)

Geen hiërarchie
Er is bovenal de overtuiging dat wij in een plurale wereld gaan leven. Daaruit vloeit voort het afwijzen van elke opklimmende of afdalende structuur (geen: hiërarchie). Of men nu van Plato's metafysica vertrekt en van de eeuwige ideeën afdaalt tot de gewone wereld, of van die van Kant en terugvraagt naar hetgeen zich bij voorbaat al in het algemene menselijke bewustzijn voordoet als mogelijkheden om de gewone wereld te leren kennen, elke vorm van dergelijke metafysica moet verworpen worden. (15)

De verdwenen mens
De ... mens als centrum van taal en denken is verdwenen en ook het object heeft dan zijn afzonderlijke bestaansrecht verloren. Het subject-object schema is verouderd en zelfs misleidend. (18)

Ongefundeerd
De oude legitimaties zijn niet meer aanvaardbaar. De fundering van wat veranderlijk is in iets blijvends, van wat toevallig (contingent) is in iets noodzakelijks en absoluuts is onmogelijk gebleken (tegen elk 'foundationalism'). (21)

Afbouwen
In plaats van de opbouw van een groots, alomvattend filosofisch, of ander, systeem komt de 'deconstructie': het afbouwen, het aan de kaak stellen van al die vergeefse pogingen. De emancipatie van de rede is onmogelijk gebleken, evenzeer als de sociale en politieke emancipatie. (21)

Verbrokkeling
In plaats van algemene leuzen en universele waarden, moet men juist bij het incidentele, het plaatselijke beginnen ... Het gaat erom, als bij een film, korte stukjes aan elkaar te monteren, willekeurige citaten aan elkaar te plakken. Er is immers niet één verhaal, maar slechts de talloze en onderscheiden fragmenten. Deconstructie en verbrokkeling vormen een positieve vervanging van de traditionele metafysische poging om het geheel in de greep te krijgen. (22)

De waan van een legitimering
De rationaliteit wordt in de gebruikelijke vorm afgewezen; gebleken is immers dat de rationaliteit zelf niet te beredeneren is. Rationaliteit wordt alleen 'lokaal' erkend, als een specifiek vertoog, als het op elkaar inwerken van teksten, als het resultaat van een deconstructie die de waan van een legitimering van aanspraken doet verdwijnen. (22)

Dynamische openheid
De overkoepelende metafysische eenheid, het grote verhaal, is onmogelijk geworden. In plaats van spanningen op te lossen, moet men hen juist doormaken. Dit geeft de zo onmisbare instabiliteit. Jazeker, 'instabiliteit' wordt als positieve doelstelling aangemerkt. Want stabiliteit is log en verraadt een gesloten systeem in plaats van de dynamische openheid. (22)

Pluraliteit
Openheid is er alleen in een relativering die ons van elke kramp kan bevrijden. We raken los van de dwangidee dat wij steeds anderen moeten overtuigen. Wij moeten de andere in haar of zijn goed recht laten. Maar dit 'goed recht' wil niet zeggen dat er een standpunt gehuldigd wordt dat men op een of andere grond zou kunnen legitimeren. Over en weer is er de erkenning van de pluraliteit van overtuigingen, vertogen, vocabulaires. (22)

Altijd anders
Juist ook in het menselijke subject mag men de identiteit niet zoeken. Dit subject, dus de rol van de menselijke persoon begrijpen, kan pas wanneer men inziet dat hij telkens anders is dan zichzelf, dat hij steeds 'differeert'.

Dissensus
Het is niet te doen ... om de homologie van de experts maar om de paralogie van de ontdekkers. ... De moderne wetenschap ... produceert niet het bekende, maar het onbekende. Het gaat er in wetenschap, kunst en filosofie, overal om de valse stabiliteit te onderdrukken, om oog te krijgen voor het heterogene, om onverwachte 'zetten' die geen consensus beogen - dat zou binnen de homologie passen - maar dissensus, verschil van meningen die vruchtbaar zijn. (54)

Geen universum buiten ons
Het vocabulaire kan niet gefundeerd worden op, of gelegitimeerd worden door, een beroep op een erbuiten staande, in taal gespiegelde 'natuur': geen gegeven materiële wereld, geen eigen zelf, geen bewustzijn. Daarom kan men niet stellen dat S. Freud doordrong tot de verborgen natuur van het menselijk zieleleven in ons, of I. Newton tot die van het universum buiten ons. Men moet zelfs zeggen dat in dit opzicht de theorieën niets verklaren, want er bestaat geen 'waarheid' in die zin van talige beweringen die zouden overeenstemmen met iets dat zich buiten die taal bevindt. (61)

In ons vocabulaire
Woorden als 'werkelijkheid' en het eigen 'zelf' zijn ontstaan in een langdurig gebruik van de taal in plaats van dat taal ze tot uitdrukking brengt. Talen worden niet gevonden maar gemaakt. De wereld is 'daarginds', maar de 'wereld' zoals wij erover spreken is 'hier', in ons vocabulaire. (61)

De grote metaforen
De grote metaforen [zijn] bijvoorbeeld 'substantie' (ousia) bij Aristoteles, de zelfopofferende liefde (agapè) bij Paulus, de zwaartekracht (gravitas) bij Newton en in de moderne tijd metaforen als Big Bang, DNA, Laat Kapitalisme. Geen van deze metaforen duidt een werkelijkheid aan ... (63)

Geen eindvocabulaire
Er blijkt dan geen Waarheid, geen Zijn, geen Geschiedenis, kortom, geen eindvocabulaire te zijn. (64)

Zedelijke beslissingen
Men kan niet op grond van de gegevens van de evolutie van de mens voorschrijven wat hij wel of niet moet of mag doen. Uit de evolutie valt niet af te leiden of de mensheid tot grotere eenheid moet komen of juist niet. Evenmin of oorlogen verkeerd zijn of bijdragen tot instandhouding van de mensheid door overbevolking tegen te gaan. Zedelijke beslissingen zijn niet van een feitelijk verhaal, zoals dat van de natuurlijke evolutie, af te leiden. (73)

Contingentie
Een centraal punt van de aanval op alle bestaande filosofie bestaat uit de verwerping door het postmodernisme van elke legitimatie, iedere blijvende fundering en elke eeuwige waarheid. In plaats van de universele theorie of idee komt de contingentie van de tekst of van de gebeurtenis. (92)

Afbouwen
Een nieuwe manier van communicatie, en in die zin van 'rationaliteit', is vereist: het afbouwen (deconstrueren) van de oude waarheden, het afzien van een wezen van de mens, inclusief van zijn subjectiviteit. God is dood volgens Nietzsche, de mens is uitgewist, aldus Foucault, het subject dat betekenissen voortbrengt, bestaat evenmin als de zaken in de werkelijkheid waarheen betekenissen zouden moeten verwijzen. (98)

Postmodernisme zelf een groot verhaal?
Ligt er in het postmodernisme toch niet zoiets van een (open) eindvocabulaire, een relativerend vertoog dat definitief niet meer op zijn kop gezet kan worden?

Ongrijpbaar
Het kenmerk van elke manier van skeptisch filosoferen is dat zij ongrijpbaar wordt; skepsis is waar noch onwaar, want beide criteria worden gedeconstrueerd, aan de kaak gesteld. ... Elk goed doordacht skepticisme wordt ongrijpbaar omdat het als een helikopter boven het slagveld van de filosofiegeschiedenis hangt. De centrale vraag is dan of dit werkelijk nog als een nieuwe vorm van rationaliteit aangemerkt kan worden. (100)

Geen scheiding
Het postmodernisme verwerpt de subject-object spanning in voorgaande filosofieën en daarmee ook de scheiding tussen menselijke ervaring (taal, tekst) en een er tegenover staande werkelijkheid (wereld). Er is geen objectieve werkelijkheid waarop een menselijk-subjectieve ervaring zou kunnen slaan. (126)

A priori of a posteriori?
Sommigen, zoals Plato, leren dat eigenlijk alle kennis a priori is, want de fundamentele ideeën ... liggen in de kiem al bij onze geboorte in ons. Andere, zoals de empiristen, leren dat alle kennis op ... ervaring berust. Kant leerde dat sommige zaken a posteriori gekend worden, bijvoorbeeld dat een kamer 3 meter hoog is, andere zaken echter a priori  geweten worden, bij voorbeeld dat elke gebeurtenis een oorzaak heeft. Postmoderne denkers bestrijden beide vooronderstellingen ... (129)