(klik op ▼, ► om in / uit te klappen)

Citaten daoïsme

Opdracht

Vlak voor haar dood zei mijn eenentachtigjarige moeder tegen me: Wil je geloven dat ik geen idee heb hoe ik hier gekomen ben?
En mijn even oude vader: Ik ben helemaal kapotgeschoten. Begrijp je wat ik bedoel? Ik sta de hele dag versteld.
Ik zei: Ik begrijp precies wat je bedoelt.

Deze website draag ik op aan iedereen die het net als ik, om wat voor reden dan ook, niet meer weet - in het bijzonder aan mijn moeder die op 25 juli 2011 en mijn vader die op 21 april 2012 ook het niet weten voorgoed achter zich lieten.

Disclaimer

Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor de auteur of het werk in kwestie.

Ik ben het nergens mee eens of oneens, ook hiermee niet. Ik erken of ontken niets, ook dit niet. Dat geldt niet alleen voor de citaten maar ook en vooral voor alles wat gezegd moest blijven in mijn dwaalteksten.

Advaita a-z



Verlichting voor dummy'sCitaten >  Spiritualiteit > Advaita vedanta a-z

Deze pagina
(Neo-)advaitistische citaten over niet weten.
Samensteller: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
De titels van de citaten zijn van mij, tenzij anders vermeld.

Meer citaten advaita
> Delden, Jan van
> McKenna, Jed
> Nisargadatta Maharaj
> Oever, Jan van den
> Parsons, Tony
> Ralston, Peter
> Smit, Alexander
> Unmani Liza Hyde






Alle Amigocitaten zijn terug te vinden op de amigosite: http://www.ods.nl/amigo/


Bogaard, Han van den


Uit InZicht; wegen van radicaal zelfonderzoek, jaargang 13, nummer 1, februari 2011, pp 3 en 17-19:

Nog steeds acht jaar
Toen ik acht jaar werd, kreeg ik mijn eerste fiets. Het was een doortrappertje. Ik wist niet wat ik ermee aan moest, maar in al mijn onbevangenheid stapte ik erop en maakte ik me uit de voeten. We waren met ons gezin net van de grote stad naar het platteland verhuisd en voor me lag een onbekende wereld die erom vroeg ontdekt te worden. Ik trapte me wezenloos, van huis naar school en van de boerderij van het ene vriendje naar die van het andere. Mijn niet-weten vormde geen enkele belemmering. Integendeel, het verschafte me oneindig geluk om alles voor het eerst te zien, te horen en te ruiken: de boerenkool die 's winters langs de weg groeide, de honden die de ervan van hun bazen bewaakten, de tractor waarmee ik over de velden mocht baggeren, de jongenshutten die we zo diep mogelijk onder de grond bouwden. Ik wilde alles zien, alles meemaken, alles weten. Het was een niet te stillen honger die zo snel mogelijk gelenigd diende te worden. Maar hoe meer ik te weten kwam, hoe meer mijn oorspronkelijke onbevangenheid verloren ging. Ik moest er later noodgedwongen naar op zoek in verre oorden waar alles weer nieuw en onbekend was, net als toen. Maar alle kennis die ik inmiddels vergaard had legde in no time een sluier over de meest prachtige landschappen en interessante mensen. Meestal trok ik na een paar dagen alweer verder, opnieuw op zoek naar dat niet-weten dat me zo dierbaar was geworden, maar dat me steeds sneller leek te ontglippen. Tot ik zag dat de dingen altijd nieuw en onbekend zijn als ze worden waargenomen en beleefd zonder die sluier. Tijd bestaat niet. Ik ben nog steeds acht jaar, alleen rijd ik nu op een Gazelle.

Lascaux II
De grot is schaars verlicht en kleiner dan verwacht. Op de wanden van de smalle gangen en de wat grotere ruimten die kamers genoemd worden, zijn tekeningen aangebracht in aardkleuren: bruin, oker, geel, zwart, donkerrood en wit. De gids vertelt dat hier duizenden jaren geleden jagers hebben geschuild en vermoedelijk religieuze rituelen hebben uitgevoerd. Dieren die allang zijn uitgestorven vullen samen met stieren en paarden het grootste deel van het wandoppervlak. Ik bevind me in de grotten van Lascaux. De afgebeelde taferelen bezitten een levendigheid en gratie die hun grote faam rechtvaardigen. Maar als de gids over de recente geschiedenis van de grot vertelt, doet een zekere vervreemding haar intrede. Want we blijken ons niet in de originele grotten te bevinden, maar in een exacte replica ervan, Lascaux II genaamd. De oorspronkelijke tekeningen waren in de beginjaren na de ontdekking van de grotten zodanig aangetast geraakt dat besloten werd om Lascaux II te maken en de oorspronkelijke grotten, die zich enkele tientallen meters verderop bevinden, niet langer toegankelijk te houden voor het publiek.

Behalve het verhaal
Als het verhaal van de gids tot me doordringt, lijken de tekeningen hun levendigheid en gratie kwijt te raken. De kleuren lijken fletser, de vormen minder mysterieus. Tot ik besef dat er niets veranderd is, behalve het verhaal over wat ik zie. Wat ik meende te zien was een prehistorische grot vol rituele tekeningen met een fascinerende geschiedenis, waarin mensen net als wij in uiterst primitieve omstandigheden probeerden te overleven en betekenis aan hun leefwereld trachtten te geven. En aan dat verhaal zaten weer talloze andere verhalen vast over de evolutie van de mens en de dieren waarmee hij leefde. Maar wat ik werkelijk zie is het nu in de vorm van wanden en vloeren en lampen en mensen die gedempte geluiden maken. Alle verhalen vervagen, ook de verhalen over mijzelf. Er blijft slechts een niet-weten over, een vormloos gewaarzijn gevuld met kleuren en geluiden zonder betekenis.

Doelloos ronddrijven in niet-weten
Het nu bevat geen verhaal, geen geluidsband met ondertiteling. Het is onverstoorbaar en altijd zichzelf. Het komt nergens vandaan en gaat nergens heen. Het ervaart altijd alleen maar zichzelf, zonder te weten wat het is. Vragen als wat, hoe en waarom hebben nergens betrekking op. Ze kunnen niet verbonden worden aan een verhaal. In het ongedefinieerde en onbenoembare nu blijft elke betekenisgeving doelloos ronddrijven in niet-weten.

Alleen verwondering
Verwondering vormt het basisingrediënt van elke waarneming. Goed noch slecht, mooi noch lelijk hangen als loden gewichten aan de kat die een muis vangt en aan stukken scheurt, met huid en haar verorbert en alleen de galblaas op de deurmat laat liggen. Geen onrecht zit er in dat tafereel, en ook geen wreedheid, alleen verwondering.

Onbegrensde verwondering
Het nu is onbegrensde verwondering, drijvend in een zee van niet-weten. En tegelijk is een zin als deze niet waar, want hij maakt van die onbegrensde verwondering een verhaal over onbegrensde verwondering, drijvend in een zee van niet-weten. Zo'n zin maakt deel uit van de geluidsband die denken genoemd wordt en als ondertiteling fungeert bij de verschijnselen die zich op dat moment voordoen. Maar zelf is die geluidsband ook slechts een van die verschijnselen. Hij kan nooit het geheel overzien waarop hij denkt commentaar te leveren. Het enige wat hij doet is het niet-weten omzetten in een ogenschijnlijk weten en begrijpen. Weg verwondering, weg niet-weten. De val uit het paradijs vindt opnieuw plaats, en met de volgende zin, met het volgende verhaal nog eens. Als de woorden en verhalen gezien worden als dat wat ze in werkelijkheid zijn, zullen ze zich nog steeds blijven aandienen. Maar ze zullen gewoon niet meer geloofd worden.

Een onontwarbare kluwen
We weten gewoon niet waar de dingen vandaan komen, waar ze uit voortkomen. We veronderstellen dat ze ergens vandaan en uit voortkomen, maar we weten het niet. We verzinnen verhalen over waar ze uit voortkomen, in de hoop dat de ogenschijnlijke verstoring van de rust waaruit we bestaan, zal verdwijnen. Maar juist die verhalen vormen de ogenschijnlijke verstoring die ze trachten op te heffen. De verhalen verwijzen alleen maar naar zichzelf en draaien zichzelf vast in een onontwarbare kluwen.


Doorn, M. van


Uit Flitsen van het Sublieme, M. van Doorn, 2000:

Niet te weten of...
Leven vanuit leegte vraagt van ons om al onze kennis, al onze ideeën en meningen los te laten en niets te weten. Niet te weten of het leven wel of geen zin heeft, of gebeurtenissen een betekenis hebben, of er wel of geen scheppende god bestaat. Niet te weten of er leven na de dood is. (28)

Goddelijke opluchting
We weten het uiteindelijk allemaal niet en wat is dat een goddelijke opluchting. We weten niet of het leven een zin heeft. En evenmin weten we of het leven géén zin heeft. (30)


Foster, Jeff


Uit Amigo 11:

Onbegrijpelijk
De schoonheid van waar het hier om gaat, is dat het niet begrepen kan worden, het kan niet door het intellect gevonden worden. Het is in het mysterie van alles, in het niet-weten, het is waar we zijn. De mind zal rondjes blijven draaien om te proberen te begrijpen wat niet begrepen kan worden. Bij mij viel het proberen te begrijpen weg. En dan is het niets wat je ooit had kunnen denken.

Alleen maar een gedachte
Het ik, het verleden en de toekomst, waar is dat? Ik kon die persoon Jeff gewoon niet meer vinden. Het was alleen nog maar een gedachte. Het is een soort dood om dat te zien: dat ik eigenlijk niet besta, dat ik alleen maar een gedachte ben.


Frank, Susan


Uit Amigo 8:

Leven in vrije val

Laten we maar nooit een eindstation maken, en alert blijven, leven op het scherp van de snede, leven in vrije val, leven in nederigheid, leven in niet weten, niet-wetendheid leven, leven in Gods armen...


Harding, Douglas E.



Uit Open voor de Bron, 2007:

Geen kijkgaatje
Ik loop vrij rond in de wereld.
Ik kan hier geen kijker ontdekken, noch daarginds iets dat bekeken wordt, geen kijkgaatje op de wereld, geen vensterruit, geen grens. (23)

Mysterie
Waar je vandaan komt, vanwaar je kijkt, is geen product van de wereld maar de oorsprong van de wereld, het mysterie. (26)

Centrum én periferie
Ik vind het onzin één van deze twee - het centrum of de periferie - uit te maken voor echt en het andere voor onecht, of anders voor iets minder echt en fundamenteel, minder echt IK, dan het andere. (27)

Basis noch projectie
Ik vind het ook weinig zin hebben te zeggen dat een van beide afhangt van het andere.
Dat mijn onlichamelijke bewustzijn hier die lichamelijke wereld als zijn basis heeft.
Of, andersom, dat die wereld een toevallige uiting - een onwillekeurig en onnodig spel of projectie - van dit bewustzijn is dat hieraan ten grondslag ligt. (27)

De diepten van het onkenbare
Juist uit die diepten van dat onkenbare stroomt het gekende zonder rede en zonder beperking, dat onvoorstelbare zaad van ieder leven en ieder denken - ook deze gedachte erover. (31)

Geen geest
Hoe ik ook zoek, ik kan geen beslissing of beslisser vinden, geen ideeën, gevoelens of indrukken die van mij zijn - geniaal of dom - helemaal geen geest, maar alleen dit naakte bewustzijn of wakker zijn, waarvan je zou kunnen zeggen dat het volmaakt stom, waardeloos, incompetent en idioot is. (31,32)

Tegelijkertijd
Dit betekent noch jezelf verliezen in je leegte, noch in dat wat haar vult, maar het iets waar je naar kijkt en het Niets van waaruit je kijkt, tegelijkertijd waarnemen. (39)

Teruggeven
Eigenlijk is de moeilijkheid met mijn geest de overtuiging dat ik er een heb.
Hem in zijn geheel teruggeven aan het Universum is genoeg om de situatie recht te trekken. (41)

Drijfzand
De gigantische bovenbouw van ons leven stort in omdat ze in hoge mate op drijfzand gebouwd is - op niet onderzocht drijfzand bovendien. (45)

Aannames
In klare taal, het zijn de fundamentele aannames die jij en ik hebben over onszelf en onze status in de wereld - en vandaar over de wereld zelf - die de moeilijkheid zijn. (46)

Vraagtekens zetten
[Ontwaken] is vraagtekens zetten bij alle denkpatronen en conventionele aannames, hoe verstandig en gewettigd ook.
Het is totale openheid van geest, transparantie, eenvoud, en niets vanzelfsprekend vinden. (57)

Helemaal opnieuw beginnen
Niet meer zo verdomde zeker dat ik weet hoe het is mij te zijn, durf ik helemaal opnieuw te beginnen en buig voor het bewijs - letterlijk en figuurlijk.
Ik buig en onderwerp me zo diep dat ik helemaal aan het eind van mij en mijn wereld geraak [...]. (87)

Onkenbaar
Het komt erop neer dat ik mezelf ken als onkenbaar.
Ik ben geworteld en gegrond in volledig mysterie, onkenbaarheid, onuitsprekelijkheid, onbewustheid. (88)

Verbijsterend
Hier, waar ik mijn onderwerping aan het bewijs afsluit, kom ik tot de meest vergeten en ondergewaardeerde plaats ter wereld, de plaats die vervangen wordt door geen plaats, de eindbestemming van alle bestemmingen, uniek, verbijsterend, het mysterie dat mijn nederigste gehoorzaamheid meer dan waar is. (88)

Goochelaar
Het is geen wonder dat ergens anders gebeurt.
Het vindt precies hier plaats, hier, voor je neus.
Jij bent een goochelaar die zichzelf uit deze hoed van niet-zijn tevoorschijn tovert, en je hebt geen flauw idee hoe je het doet. (97)

Onbegrijpelijk
Ik spreek mij uit over wat ik niet kan begrijpen. (97)

Wonder
Ik ben dankbaar voor het wonder van zijn. (97)

Waarom niet niets?
In laatste instantie ben je dankbaar en verbijsterd dat er niet alleen maar niets is, een donkere nacht van niet-bestaan. (97)

Onmond
Ik weet niet wat ik denk tot ik hoor wat ik zeg - de woorden hoor die uit mijn on-mond komen. (98)

Niets weten
Het kost ons een leven van studie om ons ervan te overtuigen dat we hoegenaamd niets weten. (98)

Onbegrijpelijk
De mystici bevestigen deze conclusie en besluiten haar door te stellen dat volmaakte kennis van het object van de hoogste orde is: weten dat het volmaakte onbegrijpelijk is. (98)

Mysterieus maken van het alledaagse
De eerste taak is, als je iets wilt uitleggen, van het mysterieuze iets alledaags maken; maar dan volgt het mysterieus maken van het alledaagse; en het uitleggen is niet klaar zolang we nog het gevoel hebben dat we ook maar íets weten. (98)

Totale onwetendheid
Pas als we onze totale onwetendheid kennen overwinnen we haar. (98)

Cogito ergo non sum
[...] als ik denkend riet ben is het omdat ik, net als riet, geen kern heb. Cogito ergo NON sum. (107)

Einde van je Latijn
Het grote geheim van het leven, de belangrijke knowhow, is niet weten, je geen raad weten - nu juist aan het einde van je Latijn zijn [...]. (145)

'Keuze'
Elke 'keuze' die vanuit niet weten gedaan wordt, vanuit het niet allemaal doorhebben, vanuit het niet allemaal op een rijtje hebben, vanuit het niet hebben van een script of regel, maar vanuit de helderheid hier en wat haar vult, lijkt mij iets heel anders te zijn, de echte overgave. (145)

Maar weet het niet
Je zou de authentieke kunnen beoordelen als niet wetend.
Maar weet het niet. (146)

Neutraal
[Dit eenvoudige zien] is op zich zeker geen mystieke of religieuze ervaring, niet euforisch, geen plotseling opgaan in universele liefde of kosmisch bewustzijn, zeker niet een soort gevoel of gedachte of intuïtie.
Integendeel, [het] is volslagen vlak, kleurloos, neutraal. (151)

Vóór zijn
Je kunt je volledige aandeel aan mystieke of spirituele ervaringen zeker stellen, niet door er achteraan te gaan, maar alleen door te merken dat je ze eeuwig vóór bent [...]. (152)

Geen principes
Als men van mij ziet dat ik naar 'principes' leef, is dit een toevallige en uiterlijke visie, want de Ene hier is onschuldig aan principes - en aan de rest. (155)

Geen wet
De leegte hier, die de bron is, niet alleen van liefde maar ook van het tegendeel, kent geen wet. (155)

A-alles
De eerste persoon is onvermijdelijk amoreel, a-alles, want mijzelf regels voorschrijven is een zaak maken van mezelf, een gezicht of imago cultiveren, mezelf in een hokje plaatsen, een herinnering worden, een derde persoon, iets aparts dat natuurlijk op zichzelf betrokken is. (155)


Harrison, Steven


Uit Amigo nr. 7 januari 2004:

Getrouwd met het non-duale?
Steven: Misschien ontdekken we dat het universum duaal is, en de godin Kali aanbeden moet worden omdat ze op het punt staat ons te vernietigen. Als je dat ontdekt, sta je dan klaar voor de verschijning van de godin? Of ben je getrouwd met het non-duale? Als de godin verschijnt, zal je haar dan aanbidden omdat ze je hoofd afslaat als je dat niet doet? Ben je bereid op te geven wat je weet?
Kees: Ik zou het niet weten.
Steven: Ik ook niet, en dat is alles wat we elk moment weer kunnen ontdekken.

Alles nieuw
Kees: [...] Ergens schrijf je: 'We leven in het onbekende als het onbekende'. Dat betekent dat we niets weten en alles nieuw is.

 

Hartong. Leo


Uit Amigo 9:

Woorden schieten tekort
Doordat we het als bloem kunnen benoemen, denken we al snel dat we precies weten wat het is. Alles wat er over gezegd kan worden, schiet altijd tekort. Indien deze essentiële onbeschrijfelijkheid (in)gezien wordt, is er ruimte voor de verwondering dat er überhaupt iets is.


K. Bor

Uit InZicht; wegen van radicaal zelfonderzoek, jaargang 13, nummer 1, februari 2011, p32:

Een authentieke leraar is zeldzaam en heeft je in feite niets te zeggen en niets te bieden. Waarom houdt hij dan niet gewoon zijn mond en gaat hij wat anders doen? Goede dualistische vraag en ook gelijk de pointe van dit verhaal. Een niemand weet helemaal niet waarom hij de dingen nog doet die hij doet. Bewustzijn weet helemaal niets, en dat hoeft ook niet, want Bewustzijn is alles al en kan niet aan de hand van zijn eigen bespiegelingen verklaard worden. Niet-weten is de enige zekerheid die achterblijft als de ik-illusie zijn tijd heeft gehad.


Keers, Wolter


Uit Amigo 2:

Volmaakt niet-weten

Je leeft in een soort afwachtende houding. Dat is de Leegte van het Niet-Weten die zich aankondigt. Zolang er nog een spoor is van een idee dat ik een meneer ben die ..... en de rest kunnen we invullen — is die leegte niet volledig. Maar op een gegeven moment komen we tot een helemaal volmaakt Niet-Weten [...].



Uit Amigo 42:

Nederigheid
Nederigheid is het diepe inzicht dat ik niets weet...... en dit in de meest letterlijke zin. Er is noch binnen dit vel, noch daarbuiten ook maar één man, één vrouw of één God te vinden die iets weet.

Mantra
Ik weet niets, ik weet niets, ik weet niets ....... Als een mantra dat zichzelf herhaalt blijft dit ene, schokkende, alles omverwerpende, alles met zich meeslepende inzicht over.



Uit Amigo 11:

Maar een dansje
We hebben geleerd te geloven, dat het denken iets weet. Denken kent helemaal niks. Het denken is maar een dansje. Het denken wordt gekend.



Uit Vrij Zijn, Wolter Keers, Amsterdam 2004:

Film
Het denken leert ons niets. Het denken is een film die voor ons wordt afgedraaid. (55)

Niets te vatten
Als ik mocht, zou ik hier op de muur met grote letters de zin van Lin Tzi willen opschrijven: 'Neither on the outside, nor on the inside is there anything that you might grasp.' Noch aan de buitenkant, in de wereld, noch aan de binnenkant, in het denken, het voelen, is er wát dan ook, dat je zou kunnen begrijpen. Begrijpen in die zin, bestaat niet. (89)



Uit de inleiding van ik ben, 1982:

De verzamelaar en de begrijperd
We leggen allemaal prachtige verzamelingen aan van wijze en vrome uitspraken - en begrijpen niet waarom we dan nog steeds maar niet verlicht zijn. We zijn nu toch echt al een heel eind gevorderd en in alle bescheidenheid mogen we toch wel zeggen dat we al heel wat begrepen hebben...
   Maar 'verlicht' worden zou je kunnen omschrijven als het ontdekken van het verblindende feit dat er helemaal niets te begrijpen valt. En dat de 'verzamelaar' en de 'begrijperd' en het 'toch-nog-niet-verlichte-ik' allemaal nog thuishoren in de wereld van begrippen. (iv)


Klein, Jean


Uit Amigo nr. 4 juli 2002:

verblijf in niet-weten

Als je werkelijk serieus zoekt in iedere richting, raak je uitgeput en ga je psychologisch gesproken failliet. Je voelt je volstrekt hulpeloos; je bent wanhopig; je weet niet meer waar je naar toe moet; elke straat loopt dood; je denken kan je niet langer helpen. Deze crisis is het belangrijkste moment in je leven. Je komt in een staat van volledig niet-weten. Je hebt geen hoop of verwachtingen meer. Het is een zeldzame gelegenheid waar het denken met zijn beperkingen wordt geconfronteerd, en omdat het als zodanig nutteloos is, geeft het denken op, dan ben je open, open voor niets, alleen maar open voor de openheid. Deze openheid is de drempel van je ware natuur. Verblijf daar in niet weten en je zult zien wat er gebeurt.



Uit een bespreking van Open voor het Ongekende, Jean Klein, 1998:

Open voor het ongekende
Het vermijden van de ontdekking wat en wie we werkelijk zijn, lijkt voornamelijk voort te komen uit het diepgewortelde gevoel dat een serieus onderzoek de dood betekent van iets waar we ons angstvallig aan vastklampen. Dit 'iets' is de idee dat we van onszelf hebben, onze persoonlijkheid, het ego en de door onze persoonlijkheid gefilterde werkelijkheid. Als we in staat zijn de gefilterde werkelijkheid los te laten en het 'ik weet het niet' als feit te accepteren, wordt alle energie die tot op dat moment 'naar buiten' was gericht in het zoeken naar een antwoord, vrijgemaakt en ontstaat er ruimte. Ruimte voor wat het Leven en ons wezen is. Dit boek is ontstaan uit gesprekken van de auteur met zijn bezoekers en kenmerkt zich door het gezamenlijk onderzoeken, vrij van verwachtingen, met een openheid voor het ongekende.


Kooij, Johan van der


Uit Amigo 5:

Mentale leegte
Van welke kant ik het ook bekeek, ik kon alleen maar accepteren: ik weet het niet. Elke gedachte over de toekomst was een concept, een verzinsel. Dit besef van niet-weten werd sterker, ik schrok en belandde in een mentale leegte. Ik kon niets anders doen dan die leegte accepteren [...].


Lams, Tom


Uit zijn weblog, zachterevolutionair.blogspot.com:

Donderdag 18 juni 2009
Wat je ook ervaart
vraag je zelf af
wie ervaart?
Als je je afvraagt
wie zich dat moet afvragen
heb je het door.
Vraag je zelf ook af
wie het door heeft.
Uiteindelijk is er niks meer om je af te vragen
niks meer om door te hebben,
het enige dat gebeurd is,
is dat de grens die je om je heen hebt opgetrokken
is opgelost.

Zaterdag 1 mei 2010
Ik heb al mijn theorieën
verloren en heb
nederigheid
gevonden.
Met lege handen hou ik van jou.

Donderdag 7 juli 2011
?

Vrijdag 8 juli 2011
...


Laurentius, Hans


Uit Amigo 9:

Ik hoef het niet te weten

Wat is goed?
Niemand van ons weet dat eigenlijk. Niemand weet waarom ie doet wat ie doet. Daar kunnen we weer allerlei theorieën over opbouwen, maar ik verblijf liever in het niet-weten. Ik hoef het ook niet te weten.

Geen enkele grond
Ik kan wel van alles fantaseren over wat goed voor iemand zou zijn of niet, maar dat is allemaal denken, feitelijk weet ik er niets van. En ik blijf gewoon in dat niet weten en dat, schijnbaar, doet iets. Oké. Anderen zeggen dan: 'Dank je wel, Hans', of 'Hans is zo tof', of 'Hans is zo’n klootzak.' Die vinden er wat van. Dat zijn allemaal hun verhalen. Daar heb ik ook niets mee te maken, het zegt niets over mij. Het zegt iets over hoe zij mij zien. Dus strikt genomen is er geen enkele grond waarop we welke uitspraak dan ook kunnen doen. Het is onmogelijk. Ik weet nooit wat goed is of niet goed. Ik weet alleen maar wat is op dit moment.

Opgeslokt
Niets meer om je aan vast te houden. Dan moet je erkennen dat je niets weet. We roepen veel en we verklaren veel, maar het verklaart eigenlijk niets. Dat te erkennen, is vooral voor iemand die onzeker is een heel akelige zaak. In eerste instantie ga je naar een leraar voor zekerheid. Die zegt dan: 'Die is er niet, meneer of mevrouw'. Maar ik weet niet hoe het zit!' Tja, ik ook niet. Het enige verschil is dat ik mij daar uitstekend bij op m 'n gemak voel en jij er bang van wordt. Dat is alles. Het spel is iemand bij de hand nemen en in eerste instantie wat schijnzekerheden geven: 'Het gevoel van zijn, daar kun je op vertrouwen, dat is er altijd, ook als je bang bent. Doe maar een stapje terug, voel het even... ah ja, daar is het.' Dat geeft vertrouwen. Vervolgens word je door dat zijn opgeslokt. Dat moet je er niet te vroeg bij vertellen, anders zal de angst de overmacht nemen.


Oostendorp, Ad


Uit Amigo 11:

Elk besef verdwenen
In en door Werkelijk Ontwaken en 'daarna' is elk besef verdwenen, elk besef van zijn en niet-zijn, van Liefde, van ego-loosheid, van Waarnemendheid, van Stilte, Vrede en Centrumloosheid.
Jij bent verdwenen en daarmee de behoefte om je met iets, zelfs met Zelf, Zijn, of BewustZijn of wat dan ook, te identificeren.

Turiya
Dit wordt ook wel eens, de vierde staat, Turiya, genoemd: dat wat voorbij gaat aan waken, dromen en diepe slaap. Dat wat vooraf en voorbij gaat aan leven en dood, dualiteit, Verlichting en Realisatie.

Oorspronkelijke glans
Onvermogen op zich is pijnlijk en er zit weinig schoonheid in.
Maar wanneer de mind zijn eigen onvermogen, om werkelijk het leven te be-grijpen, herkent én daarbij, niet tijdelijk maar definitief en onomkeerbaar, zijn autoriteit spontaan opgeeft, dan krijgt het leven en alles in het leven weer zijn oorspronkelijke glans terug.

'Dus'
Door begrijpen, inzichten, ervaringen stopt de mind niet, nooit, bij niemand, integendeel. Met het woordje 'dus' herrijst de mind steeds weer.
Maar wanneer de pijn van het niet-begrijpen diep doorleefd wordt, brandt de mind vanzelf op.

Alles kwijt
Ik heb niets gevonden, juist alles verloren, ik weet niets meer, heb niets meer, ben niets meer, richtingloos, utterly lost. Er is alleen nog de hartslag van het leven, intens, in al zijn grootsheid én pijnlijkheid, waarin zelfs het ‘ikje’ zijn onvolmaakte dansjes mag doen.
En eerlijk gezegd, dit is al veel te veel gezegd.


Remmerswaal, Henk


Uit InZicht; wegen van radicaal zelfonderzoek, jaargang 13, nummer 1, februari 2011, pp 36-38:

De Grote Vragen
Als kind werd mij al vroeg duidelijk dat bevestiging, instemming en goedkeuring verbonden waren met 'weten'. Het juiste antwoord, een triviaal weetje, een foutloos opgezegd 'Onzevader' leverde applaus, schouderklopjes of een aai over de bol op. Bijgevolg ontwikkelde ik mij tot een leergierig en bijdehand ventje dat ter meerdere eer en glorie van (zijn ouders en) zichzelf, 'veel wist'. De keerzijde van deze identificatie was dat adel verplicht: wie veel weet, moet nog veel méér weten, want hij kan de antwoorden niet 'schuldig' blijven... En wie zoekt naar kennis en veel wil weten, komt onvermijdelijk een keer uit bij de Grote Vragen van het leven: 'Wie ben ik?' en 'Wat is de zin van het bestaan?'

Aan de goden overgeleverd
Omdat ik het niet zeker wist, heb ik het even gecheckt en ja hoor, nog steeds staat het op de zijkant van de (Nederlandse) euromunt gegraveerd: God zij met ons. Oppervlakkig bezien kun je dit afdoen als een ceremonieel relikwie van onze joods-christelijke samenleving. Als je er wat meer gedachten op loslaat, zou je ook kunnen zeggen dat we in de miljoenen betalingshandelingen die we dagelijks verrichten stilletjes tot uitdrukking brengen wat bijna niemand meer hardop zegt, maar iedereen ergens wel weet: we zijn aan de goden overgeleverd. ... Is dit welbeschouwd niet een van de nog weinig tastbare uitingen van wat in vroeger tijden ongetwijfeld meer en waarschijnlijk ook oprechter aanwezig was in het openbare leven: deemoed, nederigheid en onwetendheid in het besef dat het leven onvoorspelbaar en onmaakbaar is?

We doen maar wat
'We weten het niet, dus we doen maar wat.' Als vrije vertaling van de eerder aangehaalde spreuken zou dit eigenlijk net zo goed onze munten kunnen sieren. En misschien ook wel het hoofdredactioneel commentaar in de krant, het colofon van een opinieweekblad of de aftiteling bij een lijsttrekkersdebat op tv. Want hoe zit het ook al weer? We weten niet wie we zijn, want we kunnen door zelfonderzoek achterhalen dat we niet onze gedachten, gevoelens, rollen, ervaringen, lichamelijke gewaarwordingen, persoonlijke kenmerken en zintuiglijke sensaties zijn.

Ter discussie
Maar als het ik niet bestaat, of in elk geval onvindbaar is, wat zegt dat dan over de dingen om ons heen? Voor mij betekent het zoiets als dat die dingen wel bestaan, gebeuren, er zijn, maar blijkbaar niet door mij als persoon gezien worden; 'ik' besta immers niet. Dus de dingen bestaan, maar dan alleen in mijn ogen, en ze krijgen betekenis in de context van mijn ervaringen, meningen en verwachtingen. Maar omdat ook 'ik' niet meer dan een ervaring, mening en verwachting ben, staat de werkelijke, de intrinsieke betekenis der dingen meteen weer ter discussie.

Domweg
De gevolgen voor mijn mens- en wereldbeeld zijn verstrekkend: als elke tussenkomst van een ego verdwijnt, vervalt hiermee ook iedere uitleg, betekenis en reden van het leven! In het dagelijks bestaan krijgen de gebeurtenissen ogenschijnlijk kleur door onze persoonlijkheid 'wij zien de wereld niet zoals die is, wij zien haar zoals wij zijn' - maar in werkelijkheid ontbreekt die kleur en gebeuren de dingen dus gewoonweg en domweg zonder dat duidelijk is waarom of waartoe.

Confronterend
Als dat inzicht door begint te breken, is dat in eerste instantie confronterend, verwarrend en beangstigend. Ons zorgvuldig opgebouwde en vaak hardnekkig in stand gehouden zelfbeeld (immers als belangrijkste 'ding' ook 'ingekleurd'!) komt hiermee onder vuur te liggen en uiteindelijk tast dit ontnuchterende zelfinzicht de grond van ons bestaan aan. Want wat blijft er dan nog van ons over? En trouwens, gebeurt er eigenlijk nog wel iets?

Een denkconstruct
Ook denkbaar is dat we onze munt voorzien van het opschrift 'We weten het niet en we maken er maar wat van'. Dat moet je zowel letterlijk als figuurlijk nemen. Van wat zich om ons heen aandient - aan gebeurtenissen, ervaringen, gevoelens, beelden en gedachten - bouwen we een zo logisch en plausibel mogelijk denkconstruct. ... De leegheid en betekenisloosheid van het bestaan kunnen we er echter niet mee vullen, inkleuren of verklaren. Toch proberen we onszelf continu met duiding, interpretatie en zingeving op de been te houden. Want zonder zin kunnen we niet leven, een zinloos bestaan kunnen we ons (ook letterlijk) niet voorstellen. Het leven moet toch betekenis hebben, lees vooral: eerlijk en rechtvaardig zijn?

Houvast houdt vast
Het bestaan is echter amoreel en niet gevuld met welk oordeel dan ook en de angst voor deze nietsontziende feitelijkheid brengt ons ertoe het leven te willen controleren en (be)grijpen. Elke verklaring geeft echter maar even houvast, tot we ontdekken dat die ons vasthoudt en het denken zich weer roert om nieuwe vragen te gaan stellen - vragen die niet bevredigend kunnen worden beantwoord, omdat het antwoord nooit in de veranderlijke vorm ligt besloten.

We weten het gewoon niet
Waarom word ik verliefd? Hoe ben ik eigenlijk precies in deze baan beland? Waarom voel ik me aangetrokken tot x en niet tot y? Waarom krijg ik nooit genoeg van sperziebonen en walg ik van spruiten? Wat maakt dat ik a denk en geen b? Hoe komt het dat iemand die jaren gedisciplineerd  en toegewijd traint voor een olympische medaille, in de cruciale race de verkeerde afslag neemt? Voor al deze en vele andere vragen geldt hetzelfde antwoord: we weten het gewoon niet.

Krabbelen
In een roman die ik recent las werd beschreven hoe twee personen "...aan de oppervlakte van de dingen krabbelen, om maar geen stilte te laten vallen." Voor mij een mooie metafoor voor wat we als mensheid voortdurend doen. Om de stilte, de leegte, de betekenisloze ruimte en diepte die we werkelijk zijn niet in de ogen te hoeven kijken, krabbelen we aan de oppervlakte der dingen.

De meningenfabriek
En we weten: juist als we ons bedreigd voelen in onze standpunten, gooien we er vaak nog een schep bovenop om ons gelijk te halen. De volcontinu werkende meningenfabriek van de media laat zien dat de waarheid onophoudelijk wordt beleden én weer bestreden met andere waarheden. Hoe fanatieker de verkondigde mening, des te groter de onzekerheid over wat we vinden en wie we zijn. De verklaringen voor ons bestaan zijn talrijk en divers. Ze kunnen medisch-biologisch, geschiedkundig of juridisch van aard zijn, ze kunnen religieus, ze kunnen ook 'spiritueel' zijn. "Het is je karma", "Het is bewustzijn dat zichzelf wil ervaren", "Het is het kosmische spel van eenheid in verscheidenheid" zijn voorbeelden van de laatste soort.


Ruysbeek, Erik van


Uit Het kleine Thomas-evangelie in Het Evangelie van Thomas, Erik van Ruysbeek, Marcel Messing, Ankh-Hermes, 1990:

Eindeloos zinkend
Wanneer ge gevonden hebt
en de wonderen uit deze openbaring weet,
begeleid dan uw verbijsterde verbijstering,
in de afgrond eindeloos zinkend,
want steeds is het wonder uzelf
(uit logion 2, p73)

Ongrond
Word in de ongrond mee geboren
en wat ge ziet is ongrond
(uit logion 5, 75)

Geen zichtbaar vuur
Geen zichtbaar vuur
dat steden zengt
maar het intieme laaien
dat mij tot ongrond pulvert
(uit logion 10, p79)

Voorbij het weten
Van niets vertrok uw weten
en werd de wereld.
Nu voert het u
voorbij het weten.
(logion 20, 89)

Handelend uit de ongrond
Handelend uit de ongrond
weet zijn rechterhand niet meer
wat zijn linker deed.
(uit logion 62, p123)

Tuimel in het niets
Durf in de afgrond springen,
verblind, verbijsterd en u ledigend.
Laat los uw aardse banden,
verlies uzelf en tuimel in het niets.
Wie grensloos stort is grensloos reeds
geworden
(uit logion 74, p135)

Blindgeslagen
Maar dringt door de schemer der vormen
door het waas der vermoedens
onaangekondigd het afgrondelijke visioen,
zonder plaats, zonder naam, zonder vorm,
waarin wij alles herkennen,
dan weten wij,
blindgeslagen,
in één ontploffend weten,
het oerbeeld dat wij zijn
het wonder dat wij met de afgrond delen.
(uit logion 84, p145)

Uw afgrond kennen
Als gij uzelf zult kennen
zult gij uw diepte kennen.
Als gij uw diepte kent
zult gij uw afgrond kennen.
(uit logion 92, p149)

Iets bestaat!
Stof en geest
zijn geest en stof.

O wonder!
Wat is, is!

En wonder boven wonder:
iets bestaat!
(logion 112, p163)


Tiemersma, Douwe


 Uit InZicht; wegen van radicaal zelfonderzoek, jaargang 13, nummer 1, februari 2011, pp 30-31:

Het hoogste is niet te kennen
De hoogste werkelijkheid is geen object. Dus het kennen met de standaardstructuur van een ik die iets kent als object, gaat hier niet op. Je kunt het hoogste niet passen in het geheel van je aanwezige kennis. Dus in die zin is het hoogste niet te kennen.

De situatie van het niet-weten
In de situatie 'ik ken Het niet', de situatie dus van het niet-weten, moet je maar eens langer blijven. Wat gebeurt er dan? Je ervaart heel duidelijk wat het betekent: ik ken de basiswaarheid van bestaan en niet-bestaan niet. Het meest fundamentele is geen object. Het is niet dit, het is niet dat. Je kunt nog zo'n mooie voorstelling maken of een bepaald besef hebben van het allermooiste, het allerhoogste, maar je kent het niet. Met al je kennis zit je fout. Wat betekent het dat je Dat niet kunt kennen? Als je in die leegte blijft, komt er een ontwikkeling op gang in je eigen sfeer, die iets totaal nieuws laat manifesteren.

Oneindig doorschieten
Als je bij het niet-weten blijft, wat gebeurt er dan? In het kennen ben je gericht op iets anders, op een object. Helemaal bij een intense spirituele zoektocht ben je sterk gericht op iets wat je zoekt. Wat gebeurt er als dat object ineens wegvalt?
Het wordt meer transparant.
Ja. En als het proces doorgaat?
Dat is nou net niet te kennen.
Nu, je kunt wel iets zeggen.
Het ik schiet ook oneindig door.

Wegvallen
De gerichtheid vliegt oneindig door, doordat er geen object is dat haar tegenhoudt. Daarbij schiet je zelf oneindig door. Wat gebeurt er met de hele structuur 'ik ken dit en ik ken dat'? Je zoekt hartstochtelijk naar de waarheid. Je hebt een heel sterke gerichtheid daarop. En ineens: het is niet te kennen! Het object valt weg, de gerichtheid die zo sterk was, schiet oneindig door en vindt nergens houvast. Het ik van die gerichtheid valt weg in het oneindige. Zelf val je weg.

In de wolk van niet-weten
Ja, wanneer het gekende object oplost, lost ook het kennende subject (ik) op. Dat is wat je nog kunt zeggen. Dus je raakt in een wolk van niet-weten en daarin lost het ik op. Het ik is een gerichte spanning met een centrum. Het moet zich altijd ten opzichte van iets anders een positie geven en handhaven. Wanneer het ik geen houvast meer in iets heeft, verdwijnen de spanning en het ik. In de ontspanning is er voor dat ik niets meer om zich op te richten of zich tegen af te zetten. Als je in de wolk van niet-weten komt, kan dat ik zich niet handhaven. Wanneer het gekende object wegvalt, heeft het ik geen poot meer om op te staan. In de oneindigheid van het niet-weten kan het ik niet blijven bestaan. In dat niet-weten verlies je dus je laatste houvast. En dat betekent het einde van het ego. Het is een grondeloos niet-weten. En zelfs de verwijzing naar het weten en het niet-weten vervalt.

Een ander soort weten
Misschien is er nog iets te zeggen over die overgang. Die overgang is een volledig oplossen. Als het ik, het beperkte zelf-zijn, zijn beperking verliest, wordt het een zelf-zijn zonder grenzen, oneindig, zonder vormen, zonder afscheiding. Toch zit er in dat oneindige ik-ben nog een zekere kennis, een bepaald soort weten, een ander soort weten. Dat is niet meer een weten met een dualistische structuur, een kennen van iets, want er is geen scheiding. Als je nog spreekt van wetn, is het weten waarin het subject en het object van het kennen zijn samengevallen. Dus datgene wat je daarin nog weet en kent, ben je zelf. Het is een zijnskennis waarin geen dualiteit zit. Het is een non-duale vorm van kennen, een oneindig zijn-bewustzijn zonder object van kennen. Dat was er altijd al, maar nu kun je dit objectloze zijn zelf op bewuste wijze zijn. Alleen voor zover je dit bewust zelf bent, blijft die 'staat' stabiel, tot het oplost in het absolute.


Waarsenburg, Richard van de



Uit Amigo 6:

Welke berg?

Met lege handen sta ik aan de voet van de berg. Alles heb ik achter me gelaten. Ik weet niet meer welke weg ik gegaan ben. Ik ben niet teruggekomen, ik ben de berg nooit opgegaan.