Verlichting voor dummy's > Interviews > Gebakken licht Deze pagina: Gesprek met de auteur over de gouden bergen van de verlichting. Auteur: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Gouden bergenInterviewer: Veel spirituele leraren en schrijvers beloven gouden bergen. U doet dat niet. Waarom niet? Hans van Dam: Gouden bergen, zeg dat wel. Eenheid, harmonie, onverstoorbaarheid, innerlijke vrede, blijvend geluk, universeel mededogen, onvoorwaardelijke liefde, volmaaktheid, spontaniteit, authenticiteit, absolute waarheid, onsterfelijkheid, onbevreesdheid, zorgeloosheid - het kan niet op. Ik gun iedereen een gouden berg. Ik gun iedereen een zoektocht naar een gouden berg. En iedereen die een afkeer heeft van gouden bergen gun ik zijn kruistocht. Maar: geen rozen zonder doornen. Welke doornen? Dat hangt ervan af. Wie gevonden heeft en bovenop een gouden berg zit, heeft veel te verliezen. Op een kwade dag kan je zomaar naar beneden tuimelen. Misschien is het niet al goud wat er blinkt. Misschien is je berg alleen maar verguld. Aan jezelf en aan anderen moeten toegeven dat je op het verkeerde paard gewed hebt, valt om de drommel niet mee. Uit het paradijs gezet worden, terug het vagevuur van de realiteit in - een vreselijk vooruitzicht. Stel dat je dit interview leest, of een van mijn dwaalteksten, en je krijgt ineens het gevoel dat je jezelf al die jaren maar wat hebt wijsgemaakt. Dat wil je toch niet meemaken? Of misschien juist wel. Maar dan ben je de uitzondering. Dan de zoeker. Wie een gouden toekomst najaagt, meent in een blikken heden te leven. Dat doet zeer. Je leven voldoet niet. Jijzelf voldoet niet. En steeds is er die angst. Zoek ik wel op de juiste plaats? Heb ik mij wel bij de juiste traditie aangesloten? Weet mijn leraar waar hij het over heeft of lult hij maar wat? Ben ik wel zuiver in de leer? Kan ik dit wel of zal ik door de mand vallen? Doe ik mijn oefeningen wel goed? Zullen mijn inspanningen uiteindelijk beloond worden? Wat als er helemaal geen gouden bergen zijn? Per slot van rekening vaart de zoeker per definitie blind op andermans kompas. Jammer nou dat er net zoveel kompassen als mensen zijn, en dat al die kompassen een andere kant uit wijzen. Ten slotte de afkerige. Wie gelooft dat gouden bergen luchtspiegelingen zijn, moet dat steeds voor zichzelf bewijzen. De gedachte dat je in dit korte leventje de boot mist door je eigen halsstarrigheid is immers niet te verdragen. Dus ga je verhalen verzamelen over goeroes die de boel oplichten, speur je spirituele teksten na op tegenstrijdigheden - altijd prijs! - en word je lid van de Anonieme Atheïsten of de Vereniging Tegen Kwakzalverij, om je grondeloze ongeloof bevestigd te zien in andermans grondeloze ongeloof. Ik noem maar wat. Wat zou u tegen hen zeggen? Tegen degenen die gevonden hebben zeg ik: Van harte gefeliciteerd! Tegen degenen die op zoek zijn zeg ik: Doe je best! Tegen degenen die ten strijde trekken zeg ik: Houd moed! Bespeur ik daar enig cynisme? Dat hoor jij erin. Ik meen het oprecht. Ieder zijn meug. Mij ontbreekt de grond en het wereldbeeld om wie dan ook te bekritiseren of ongevraagd op alternatieven te wijzen. Uiteraard ontbreekt mij ook de grond om wie dan ook aan te moedigen, en ook de grond om mijn aanmoedigingen terug te nemen of mijn kritiek in te houden. Wat zegt u tegen uzelf? Tja. Ik bedoel, heeft u gevonden, bent u op zoek of gelooft u er niet in? Tja. Op die manier. Nou. Voor de draad ermee. Waarmee? De reden dat je hier bent. Wat wil je echt van me weten? Wat is je meest brandende vraag? Grijp je kans! Zijn er gouden bergen? Of jaag ik schimmen na? Ik kan niet zeggen dat ze er zijn. Ik kan ook niet zeggen dat ze er niet zijn. Dat moet je voor jezelf uitmaken. Tenzij je een ander wilt napraten. Mij bijvoorbeeld. Dat mag ook. Heeft u het voor uzelf uitgemaakt? Ja. En? Dat zeg ik net. Ik weet het niet. Wat niet? Ik weet niet of er gouden bergen zijn. Ik weet niet wat goud is. Ik weet niet wat een berg is. Ik weet niet wat de wereld is. Ik weet niet of de wereld is. Ik weet niet wie ik ben. Ik weet niet wat ik ben. Ik weet niet of ik ben. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik moet laten. Ik weet niet of ik het wel voor het zeggen heb. Ik weet het allemaal niet en ik weet ook niet of ik het allemaal niet weet. Allemachtig. Integendeel. En u blijft er nog vrolijk onder ook. Dit is mijn gouden berg. Mij lijkt het meer een gouden put. Een einde aan het lijdenHans van Dam: Wat is jouw gouden berg?Interviewer: Een einde aan het lijden. Oei! Meteen de Mount Everest maar. Vandaar dat ik u wil vragen: maakt niet weten u immuun voor ieder lijden? Niet dat ik weet. Ik bedoel, maakt het u... Luister goed. Niet weten maakt mij niet positief, zacht, heel, harmonieus, goddelijk, liefdevol, dankbaar, luchtig, optimistisch, extatisch, dynamisch of onkwetsbaar. Het maakt me niet neutraal, onverstoorbaar, gelijkmoedig, onpartijdig, open, onbevangen, ontvankelijk, verdraagzaam, wijs, realistisch of stoïcijns. Het maakt me niet negatief, opstandig, defaitistisch, fatalistisch, wanhopig, dwaas, rusteloos, cynisch, onverschillig, pessimistisch, moe, melancholiek, verdrietig of gelaten. Hoor je me? Wat maakt het u dan wel? Niet weten maakt me niets. Het maakt u niets? Iets weten maakt je iets. Niets weten maakt je niets. Zo simpel is het. Natuurlijk weet ik dit ook niet, maar als benadering van hetzelfde niet weten dat me dit doet zeggen, is het nauwelijks te overtreffen. Heeft u weleens iemand ontmoet die vrij van lijden was? Niet dat ik weet. Maar wat bewijst dat? Wat zou iemand in hemelsnaam kunnen doen of zeggen om mij daarvan te overtuigen? Volstaat het als iemand van zichzelf beweert dat hij het lijden voorbij is? Natuurlijk niet. Mensen zeggen zoveel. Is het genoeg als iedereen om hem heen het bevestigt? Natuurlijk niet. Mensen zijn het over de gekste dingen eens. Stel dat ik een week, een maand, een jaar lang intensief met zo iemand samenleef en al die tijd geen spoor zie van pijn, angst, boosheid, verdriet, jaloezie of enige andere vorm van geestelijk lijden. Bewijst dit dat hij in die periode niet geleden heeft? Nee, het bewijst hoogstens dat ik er niks van gemerkt heb. Of dat ik het alweer vergeten ben tegen de tijd dat ik conclusies moet trekken. Laat staan dat het iets zegt over de periode voorafgaand aan dat jaar, of de periode erna. Hoe zou ik dus ooit moeten vaststellen of iemand het lijden overwonnen heeft? Los daarvan heb ik nog nooit iemand ontmoet die mij de indruk gaf vrij van lijden te zijn, mezelf inbegrepen. Ik heb ook nog nooit iemand ontmoet die volmaakt was, of onbevreesd of zorgeloos. Ik kan me er niet eens iets bij voorstellen. Zelf ben ik in elk geval nergens vrij van. Ook niet van weten. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd. Niets is mij vreemd. En niets is mij bekend. Osho maakte destijds een volkomen serene indruk. Op het podium wel ja. Maar achter de schermen kon hij naar verluid kibbelen als een oud wijf. In zijn laatste decennium was hij ronduit paranoïde. Bovendien leed hij aan een breed spectrum van kwalen die terecht of ten onrechte bekend staan als psychosomatisch. Wat dat bewijst weet ik niet, dat is aan jou. Mij maakt het niet uit. Zen-meesters staan erom bekend dat ze onder alle omstandigheden... Jan-Willem van de Wetering vertelt in een van zijn autobiografische boeken over een congres voor zen-meesters in Japan dat in het honderd liep door een tyfoon. Die zen-meesters waren helemaal in paniek en vluchtten met de eerste trein naar huis. Tot verbijstering van de monniken, die hun meester voor onverstoorbaar hielden. Hoe nu? Was de meester toch verstoorbaar of speelde zijn onverstoorbaarheid zich af op een dieper niveau? Aan jou de keus. En als de keus aan u was? Wat mij betreft, als je zo meteen bijvoorbeeld onverwachts probeert mijn ogen uit te steken dan zal ik je een levendige demonstratie van verstoorbaarheid geven. Mijn zak zal samentrekken van angst en ik zal ontwijkend of offensief reageren, al dan niet met succes. Ik zal woedend worden, of verdrietig, of huilen van schrik. Misschien moet ik ook wel heel hard lachen of probeer ik jou je ogen wel uit te steken. Zou u in een neerstortend vliegtuig... Zet mij in een neerstortend vliegtuig of in een stadion vol vechtende hooligans of op een plein vol panikerende pelgrims, en er zal adrenaline vloeien. Voor een ongetraind iemand als ik betekent adrenaline: eerst een ondoordachte en ongetwijfeld onhandige poging om te vechten of te vluchten. Dan bibberen. En daarna pas nadenken. Zelfs als ik er zonder kleerscheuren vanaf kom, duurt het ongetwijfeld een hele tijd voordat ik een beetje ben bijgekomen en weer lekker in mijn vel zit. Maar lijden zit niet alleen of primair in grote emoties of gebeurtenissen. Je zou het aan mijn al te kalme exterieur misschien niet zeggen maar ik ben nogal schrikachtig van aard. Er hoeft alleen maar een baby te janken of een hond te blaffen en ik verkeer subiet in verhoogde staat van paraatheid, wat nou niet direct aangenaam is. Dat was al zo toen ik nog iets meende te weten, dat bleef zo toen ik niets meer meende te weten en dat is nog steeds zo nu ik iets noch niets meen te weten. Ook ben ik niet vrij van dorst, vermoeidheid, frustratie en verveling, om maar eens wat voorbeelden van klein leed te noemen. Huilt u weleens? Soms. Meestal probeer ik het weg te slikken want huilen doet zeer. Sommige mensen lucht het op om te huilen, mij niet. Natte ogen vind ik nog wel eens prettig, zolang ik het traanvocht maar weg kan knipperen. Lukt dat niet meer dan probeer ik mij af te wenden, als de situatie het tenminste toestaat, bijvoorbeeld bij het televisie kijken. Kennelijk mijd ik sterke emoties. Waarom? Ik weet het niet. Zwakke zijn mij sterk genoeg. Misschien ben ik wat te fijn afgesteld. Wat doet het ertoe. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat u nog steeds zou huilen. Betekent dat niet... Voor mij niet. Voor mij betekent het niets. Maar... Het staat je vrij er conclusies aan te verbinden. Mij interesseren ze niet. Ze zeggen dat U.G. Krishnamurti nooit om zijn overleden zoon heeft gehuild. Byron Katie heeft naar eigen zeggen vredig glimlachend vastgesteld dat haar pasgeboren kleinzoon geen adem haalde. Ze zeggen ook dat Nisargadatta regelmatig om zijn overleden vrouw huilde. Nou, én? Misschien heb je er ook nog moeite mee dat ik televisie kijk? U hoeft niet zo defensief te doen. Ik doe niet defensief. Wel waar. Wat verdedig ik dan? Hm. Oké. In de toekomst kijkenInterviewer: Wat is lijden?Hans van Dam: Wat niet. Wat wel? Een feit. Een persoonlijke ervaring. Een gevoel. Een hypothese. Een wet. Een noodzakelijk kwaad. De keerzijde van vreugde. Een uitdaging. Een zienswijze. Een kokervisie. Een religie. Een motief. Een verhaal. Een sprookje. Een nachtmerrie. Onze natuur. Tegennatuurlijk. Een illusie. Een gesel Gods. De poort naar de hemel. Willen. Niet willen. Hoop. Wanhoop. Onwetendheid. Wetendheid. Iets geloven. Niets geloven. Een concept. Een teken. Een aanleiding. Een weg. Een wegversperring. Wat je denkt dat het is. Niet wat je denkt dat het is. Wat je denkt dat het niet is. Niet wat je... Maar wat is het nou echt? Daar is geen beginnen aan. We gaan er voor de duur van dit gesprek van uit dat er op grote schaal geleden wordt zodat we een reden hebben om de vraag te stellen: zijn er mensen die niet lijden? Kan men het lijden overwinnen? Kan men er vrij van zijn? Ook gaan we uit van een ik, zodat we tenminste zelf antwoord kunnen geven. Op grond van deze - volstrekt ongegronde - uitgangspunten zeg ik onbevangen: Ik ben niet vrij van lijden. Jij? Ik ook niet. Nog niet. Maar iemand als Byron Katie misschien wel. Volgens haar is lijden een keuze en kun je een einde maken aan je verdriet, angst en boosheid door je gedachten te onderzoeken. Ja. Het Werk, cognitieve therapie, neurolinguïstisch programmeren, je gedachten niet geloven, je Jantjes negeren, je e-mails niet openen, dat soort dingen. Ach, wat zal ik er vandaag weer eens over zeggen... Voor een gezwel ga je naar de dokter, voor een fobie naar de psycholoog en voor een piekergedachte doe je The Work. Soms lijkt het net of het werkt, soms lijkt het net of het niet werkt. Soms lijkt het net of je alles onder controle hebt, soms lijkt het net of je niks onder controle hebt. Wie zal het zeggen. Wie wil het horen. Rationeel-emotieve therapie - onrealistische gedachten onderzoeken en vervangen door realistische - maakte ergens in de vorige eeuw zelfs deel uit van mijn opleiding. Nu vraag ik je: is het realistisch om te denken dat lijden een keuze is, dat er nog tijdens je leven een definitief einde aan kan komen? Ik denk van wel. Dit is mijn ervaring: ieder niet weten in mij is een reactie op een weten in mij. Hoe sneller het niet weten hoe kortstondiger het lijden - en de vreugde - waarmee de voorafgaande gedachte gepaard ging. Maar wie schiet er sneller dan zijn eigen schaduw? Bovendien kan een fysiologische stressreactie op een gedachte minuten tot uren aanhouden. Veel langer dan de gedachte zelf, want zoveel tijd kost het om al die rare stofjes in je bloed weer af te breken. Ik heb gelezen dat het ware niet weten de gedachte al bij haar schepping ontmoet. Ik ook. Maar dat is niet uw ondervinding? Het zal wel aan mij liggen, maar ik weet niet wat het verschil is tussen het ware niet weten en het onware. Dat daargelaten. Dan zeg ik: soms wel, soms niet. Het is altijd afwachten. En dan bedoel ik overdag. 's Nachts hoef ik niet af te wachten. In mijn dromen ben ik als vanouds op de vlucht, gefrustreerd, woedend, angstig, jaloers, teleurgesteld, druk, agressief, hebberig, te vroeg, te laat, de hele mikmak. In mijn dromen weet ik nog altijd precies hoe het allemaal zit, wie ik ben, wat ik wil, wat goed is, wat slecht is, hoe het hoort, wat ik moet doen, wat ik moet laten. Met alle ellende van dien. En alle vreugde van dien. Dat ik in mijn dromen een keertje niet weet is een zeldzaamheid. Wat stel je voor dat ik daaraan doe? Wilt u daarmee zeggen dat Katie het lijden niet overwonnen kan hebben? In elk geval niet het nachtelijke? Wat weet ik van Katie? Misschien heeft ze alleen haar dagelijkse lijden voorgoed overwonnen. Misschien heeft ze al haar lijden voorgoed overwonnen. Misschien heeft ze het alleen tijdelijk overwonnen. Misschien betekent overwinnen voor haar alleen maar: zonder weerstand ondergaan, aanvaarden of omarmen. Misschien weet ze alleen maar niet meer waar het lijden ophoudt en de vreugde begint. Misschien heeft ze niets overwonnen maar vertelt ze sprookjes om de mensen of zichzelf gerust te stellen. Misschien is ze een geweldige actrice. Misschien is ze een gewiekste zakenvrouw. Misschien is ze een begenadigd therapeute. Misschien is ze een oplichtster. Misschien is ze een verlichtster. Misschien is ze alleen maar een gedachte in mijn hoofd. Misschien dit, misschien dat. Wat maakt het uit wat ik denk dat zij is of doet of beweert of ervaart? Ik spreek uitsluitend voor mezelf. Moet je ook eens proberen. Zelf heeft u het lijden in elk geval niet overwonnen. Stel dat ik je nu zou vertellen dat ik het lijden overwonnen heb, dat ik nooit meer bang, boos of verdrietig ben of zal zijn. Wie zegt dat die gedachte waar is? Misschien lieg ik wel om mezelf voor de gek te houden of om jou te intimideren of je bewondering te wekken. Misschien ben ik wel oprecht maar geef ik alleen maar uitdrukking aan de waan van het moment. En zelfs als ik inderdaad mijn lijden overwonnen zou hebben - ik veronderstel nu even een wereld en een tijd en een persoon - wie garandeert me dan dat daar zo direct geen einde aan komt? Hoe kun je ooit weten dat je lijden voorbij is tenzij je in de toekomst kunt kijken om de rest van je leven te overzien? Kunt u in de toekomst kijken? Ik kan niet in de toekomst kijken. Ik kan niet in het verleden kijken. Ik kan niet eens in het heden kijken. Omdat ik niet weet wat dat is. Misschien wel omdat u het bént. Wat. Het heden. Eerst maar eens vaststellen of ik wel ben. PijnInterviewer: Dus persoonlijk gelooft u niet dat er een einde aan het lijden kan komen?Hans van Dam: Sowieso gaat het bij dit soort heilsboodschappen altijd alleen maar om wat ik denkleed noem: lijden veroorzaakt door gedachten. Zelfs als ik volledige zeggenschap had over mijn denken, en het perfect op orde zou weten te krijgen, zou dat niet het einde zijn van mijn lichamelijke pijn. U gelooft ook niet dat lichamelijke pijn overwonnen kan worden? Er zijn weliswaar mensen die weinig of geen lichamelijke pijn kennen, maar die zijn er medisch gezien ernstig aan toe. Ze kauwen hun lippen en hun wangen en hun tong stuk, lopen ernstige breuken, snij- en brandwonden op, merken ziektes pas op in een laat stadium en hebben een aanzienlijk lagere levensverwachting. Het gaat hierbij om een aandoening, niet om verlichting. Ieder ander mens, wetend of niet wetend, gelovig of ongelovig, verlicht of niet, lijdt pijn. Als ik jou knijp doet het zeer en als ik jou heel hard knijp doet het heel zeer. Leven is ook pijn lijden. Of je nou in de tijd leeft of in het eeuwige heden of in welk verhaal dan ook. En of ik nou aan mijn lichaam lijd of aan mijn gedachten, lijden is lijden. En een fakir dan? Dat moet je aan een fakir vragen. Of er zelf een worden. Mijn theorie is dat fakirs de pijn uithouden, niet dat ze hem overwonnen hebben. Voor wat het waard is. Sommige mensen zeggen dat je lichaam alleen maar uit gedachten bestaat. Wat kan mij dat nou schelen als ik crepeer van de pijn? Mensen die verlicht zijn zeggen dikwijls: er is wel pijn, maar die is niet van mij. Dat kan best wezen, maar zeer doet het evengoed. Even zeer. Dus wat heb je nou helemaal gewonnen? Nisargadatta had keelkanker in een vergevorderd stadium. Hij zei: Hier is verschrikkelijk veel pijn, daar niet. Maar je bent niet alleen maar daar. Je mag dan wel denken dat je met één been aan gene zijde staat, in de non-dualiteit, in het absolute, in het bewustzijn, in de bron of hoe je het ook noemen wilt, maar met je andere been, natuurlijke net het zere, sta je gewoon aan deze zijde, in de wereld, in het relatieve, in de dualiteit. In je graf. Daaraan kan niemand zich onttrekken. Behalve - misschien - door zelfdoding. Misschien? Misschien, want ik weet niet of je er wel voor kunt kiezen om jezelf te doden, want ik weet niet of je wel een vrije wil hebt. Misschien, want ik weet niet of de dood wel het einde van de pijn en van het lijden is. Heb je er weleens bij stil gestaan dat dit al het leven na de dood zou kunnen zijn? Gelooft u dat werkelijk? Ik zeg maar wat. Waarom? Wat zou ik anders moeten zeggen? U zou kunnen zwijgen. Alleen maar als ik het voor het zeggen had. Staat u zelf met één been aan gene zijde? Ik heb het verschil met deze zijde nooit begrepen. Misschien ligt dat wel aan u. De tijd dat ik het als een tekortkoming kon zien, ligt achter me. Ziet u het als een inzicht? Die tijd ligt ook achter me. Voor Jezus was het koninkrijk der hemelen... Ja, die kennen we. Denk je soms dat Jezus genoot van zijn doornenkroon? Hoe zou het voelen om aan een houten kruis te hangen met dikke spijkers door je handen en voeten en een gat in je zij? Wat riep Jezus ook alweer? Wat waren zijn laatste woorden volgens Marcus? "Always look on the bright side of life"? Nee, grapjas, dat was Brian. Jezus riep Eloï, Eloï, lema sabachtani: "Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten." Juist. Wat zou jij geantwoord hebben als je erbij was geweest? "Hé Jezus, doe The Work en verlos je van je kwade gedachten, amen"? Dan veronderstel je dat hij leed aan de gedachte dat God hem verlaten had, terwijl die gedachte misschien alleen maar een willekeurige uitdrukking was van een overweldigend lichamelijk lijden. Dat is niet onaannemelijk. Als er tenminste al iets uitgedrukt werd. Als Marcus dat lema sabachtani al niet verzonnen heeft. Als hij de kruisiging al niet verzonnen heeft. Als hij Jezus al niet verzonnen heeft. Als Marcus al meer is dan mijn projectie op grond van het Nieuwe Testament. Als het Nieuwe Testament al meer is dan een projectie van mijn geest. Als mijn geest al meer is dan een projectie van mijn huidige gedachte. Als mijn huidige gedachte al van mij is. Als er al een mij is... Maar ik dwaal af. En dan nog verderInterviewer: Ik begin te begrijpen waarom u geen gouden bergen wilt beloven.Hans van Dam: Gouden bergen beloven is makkelijk. Niets beloven, dat is pas moeilijk. Wie wil er nou luisteren naar iemand die alleen maar roept dat hij het allemaal niet weet? Naar dat kulverhaal dat ik verkondig. Dat ik niets te vertellen heb. Het wegwergpverhaal dat niet weten heet. Het Lege Verhaal. Maar hoe groot mijn behoefte aan inhoud, aan een trekpleister, aan een clou ook is, ik geef er niet aan toe. Ik weiger iets te beweren of te beloven. Ik kan het gewoonweg niet. Ik krijg het niet uit mijn strot. Ik geef nog liever bloed op. Zelfs als ik daardoor al mijn lezers - vreemd genoeg zijn dat er heel wat - van mij vervreemd. Niet weten is niets verwachten? Dat is nog steeds een verwachting. Nou u het zegt... Zo gaat dat met verwachtingen. Ze schieten als paddestoelen uit de grond. En beloftes zijn olie op het vuur. Wat je jezelf niet toe-eigent, hoef je ook niet af te staan. Maar ja, beloftes kun je op iedere hoek van de straat krijgen. Per pond of per dozijn. In een discrete bruine zak of met een opzichtige roze strik eromheen. Dat ik niets beloof legt daarom geen enkel gewicht in de schaal. Zit dat u dwars? Het zij zo. Zijn we volgens u beter af zonder beloften? Dat kan ik niet beloven. U geeft geen krimp, hè? Omdat ik geen krimp te geven heb. U klinkt al met al niet bepaald... hoe zal ik het zeggen... Verlicht? Verlicht ja. Hoe klinkt iemand die verlicht is? Tja... Heel goed! Even serieus. Ik ben serieus. U suggereert toch... Heb ik gezegd dat ik verlicht ben? Wat bent u dan wel? Wie zegt dat ik ben? Ik weet alleen maar niks. Zelfs niet dat ik niks weet... Kijk niet zo sip! Ik had me er meer van voorgesteld. Gouden bergen ja. Of zwarte desnoods. Versteende verwachtingen. Weten op zijn zwaarst. Ik krijg nu toch echt het gevoel dat u niet in gouden bergen gelooft. U zegt wel dat u het niet wéét maar volgens mij bedoelt u dat u het niet gelóóft. Voor u is het allemaal gebakken lucht. Gebakken licht. Ja. Haha! Is dat zo? Is het voor u allemaal gebakken licht? Nee... Ja... Ik weet het alleen maar niet... Ik weet alleen maar niet. En als u nou even uit uw rol stapt? Zal ik de recorder uitzetten? Niet-weten is geen rol waar je in en uit kunt stappen. Niet-weten is geen-rol. Stel dat ik zou zeggen: ja, voor mij is het allemaal gebakken lucht. Of: volgens mij bestaan gouden bergen wel degelijk maar zelf ben ik helaas nog steeds verdwaald. Of: ik woon al jaren bovenop de hoogste. Is het dan waar? Omdat ik het zeg? Voor jou misschien wel. Voor mij niet. Voor mij is het alleen maar de gedachte van het moment. En dat het de gedachte van het moment is, is op haar beurt de gedachte van het moment. Ik heb nog niet met mijn ogen geknipperd of de gedachte van het moment, hoe scherpzinnig of stompzinnig, hoe vreugdevol of ellendig ook, is alweer voorbij. Zo gaat het maar door. Het is net een lichtkrant. Kijk, daar heb je de volgende alweer! Hoe weet ik wat ik werkelijk denk? Wanneer kun je zeggen: dit is mijn mening? Als je tien keer per dag hetzelfde denkt? Hoe dacht ik er dan over tussen de herhalingen in, toen ik ergens anders aan dacht of nergens anders aan dacht? Zelfs als ik ergens werkelijk, bestendig, iets van zou vinden, zou kúnnen vinden, hoe weet ik dan of ik er over tien seconden nog steeds zo over denk? Ik kan nog verder gaan. Is de tijd eigenlijk wel echt, de "afgelopen dag" waarop ik "tienmaal" iets gedacht heb, die "tien seconden" die moeten verstrijken voordat ik kan verifiëren of ik iets "nog steeds" vindt? Of zijn dat ook alleen maar gedachten? En de gedachte dat het misschien alleen maar gedachten zijn, is dat niet opnieuw een gedachte? Is het niet altijd nu? Jij met je nu! Ik ben anders niet de enige. Nee, was dat maar waar... Wat is er? Waar denkt u aan? Dat mensen elkaar eindeloos napraten. Dat ik het niet eindeloos kan aanhoren. Sorry. Sorry. Wat was je vraag ook alweer? Of het niet altijd nu is. Wie zal het zeggen. Ik niet. Mij zegt het niks. "Nu" is een woord. "Het is altijd nu": vier woorden. Vier luchtbellen. Je kunt er nog geen blad mee in beweging brengen. En weg is die gedachte alweer. Pfff! Zie je? Ik kan nergens houvast vinden. Alleen maar in de actuele gedachte. Die ik uitsluitend op gezag van de actuele gedachte zelf moet aannemen. Maar dat kan ik niet meer. Zo komt het mij nu voor. Voor de duur van deze gedachte. Vandaar dat u zegt... Vandaar dat ik zeg: ik weet het niet. Ik weet niet of gouden bergen uit gebakken licht bestaan. Ik kan er werkelijk geen zinnig woord over zeggen. Nergens kan ik een zinnig woord over zeggen. Omdat ik niet over een fundament, een wereldbeeld, een wereld beschik. Zelfs dat ik daar niet over beschik is teveel gezegd. Dat is nog steeds een soort fundament, een soort wereldbeeld, een soort wereld. Hoe marginaal ook. Ook dat ik nergens een zinnig woord over kan zeggen, kan ik eigenlijk niet zeggen. Dat is nog steeds een zinnig woord. U heeft zichzelf aardig in de hoek geverfd. Niet weten is een doodlopende weg. Of ie doodloopt in een hoek, in een gouden put, op een hoge bergtop, in een zwart gat, op een blinde muur, in een uitgestrekte woestijn, in de oneindige ruimte of in het universum als geheel, laat ik in het midden. In het midden laten is mijn metier. Maar doodlopen doet ie. Dus hoe je het ook wendt of keert, ik sta met lege handen. Niet met een leeg hoofd, dat niet. Maar wel met lege handen. Is dat dan wat u ontdekt heeft? Niet weten is niet iets wat je ontdekt. Het is niet ontdekken. Wat u bereikt heeft? Niet weten is niet iets wat je bereikt. Het is niet bereiken. Vastzitten. Opgeven. De handdoek in de ring gooien. Niet weten is de terminale mislukking van het denken. Wat in zekere zin de absolute triomf van datzelfde denken is. Hè? Omdat het zichzelf eindelijk tot de orde roept. Omdat het uiteindelijk zichzelf tot de orde roept. En niet door iets anders tot de orde wordt geroepen. Hoewel het in mijn ervaring niet zo is dat het denken zichzelf op een historisch moment voor eens en voor altijd op zijn plaats zet. Eerder raakt het zijn plaats met iedere wetende gedachte weer kwijt, om hem vervolgens met een niet wetende te heroveren. Maar pas op! Dit zijn opnieuw gedachten. Weg ermee. Zo blijft er niks over! En toch valt er niets weg. Zien, horen, voelen, doen, praten, denken, alles gaat gewoon door. Als we deze gedachte tenminste mogen geloven. Wat is dan het verschil? Dat je niet meer weet of het allemaal wel echt is. Dat je niet meer weet wat het ten diepste, of ten hoogste, of op welk niveau dan ook, te betekenen heeft - als het al iets te betekenen heeft. Zo fluistert deze gedachte mij tenminste in. Bedoelt u dat het allemaal niets te betekenen heeft? Dat weet je niet. Ik bedoel, dat alles een illusie is? Dat weet je niet. Nee... nee, natuurlijk niet! Want het enige wat je weet is dat je niets weet... Waarom schudt u nou uw hoofd? Dat weet je ook niet. Dit gaat wel heel ver. En dan nog verder. Het Laatste InzichtInterviewer: Is niet weten uw thuis geworden? Is dit waar u verblijft, in niet weten? Is dit onze oorspronkelijke natuur? Zou je niet weten kunnen omschrijven als het wáre...Hans van Dam: Maak het nou niet mooier maken dan het is. Ik weet alleen maar niet. Dat stelt niets voor. Niet weten heeft geen enkele inhoud of betekenis. Het is geen thuis. Het is geen dogma of geloof. Het is geen vaardigheid of verworvenheid. Het is geen plaats of functie of proces of gebeurtenis of ervaring. Het is geen oorzaak en geen gevolg. Het is geen ding of toestand. Het is geen hogere of diepere werkelijkheid. Noch het tegendeel daarvan. Noch de afwezigheid daarvan. Klinkt spannend. Dat zou je wel willen. Ik zeg dit niet om te mystificeren maar om te demystificeren. Om te voorkomen dat je er weer iets bijzonders van maakt. Bent u zelf... Kijk, misschien denk jij dat er hier iemand is, ene "Hans van Dam" die het allemaal niet meer weet, maar ik niet. Ik denk ook niet van niet. Ik weet het alleen maar niet. Dat "Hans van Dam" zijn "ware aard" heeft ontdekt en zijn intrek in "niet weten" genomen heeft, is daarom voor mij niet zozeer onwaar als wel onzinnig. Het is koeterwaals. Het lijkt alleen maar iets te betekenen, zolang je er niet bij stilstaat en de woorden voor lief neemt. Net als iedere andere gedachte. Inclusief deze. U woont niet in niet weten, begrijp ik. Woont niet weten in u? Het woont mij uit, zou ik haast zeggen, maar daarmee verklaar ik mezelf impliciet opnieuw tot fundament, en dramatiseer ik wat maar al te gewoon is. Niet weten leidt niet tot een groots en meeslepend leven en ook niet tot een miezerig en vergeefs bestaan. Niet weten leidt tot niets en dat is het enige bijzondere eraan. Niet weten is gewoon niet weten. Maar wat is dat illustere niet weten dan toch. Wat is het wezen ervan. Leg me dat nou eens uit! Er valt niets uit te leggen. Daarom heet het niet weten. Kom op, zeg! Ik ken niemand die niet weet wat niet weten is. Alleen al door te zeggen dat je niet weet wat het is, geef je toe dat je het van binnenuit kent. Je hoeft niet te vernémen wat het is en je kúnt het ook niet vernemen. Vernemen is de antithese ervan. Is niet weten in wezen... Zolang je nog denkt dat niet weten in wezen dit of dat is, weet je nog iets. Niet weten wordt dikwijls omschreven als onvoorwaardelijke liefde. Gaan we op de jubeltoer? Wat vindt u van die gedachte? Hetzelfde als van alle gedachten. Nou? Zie je niet weten als onvoorwaardelijke liefde? Dan wéét je nog iets. Zie je het als de hoogste vorm van intimiteit? Dan weet je nog iets. Zie je het als het toppunt van nederigheid of bescheidenheid of deemoed? Dan weet je nog iets. Zie je het als totale kwetsbaarheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als blind vertrouwen? Dan weet je nog iets. Zie je het als de laatste zekerheid of als totale onzekerheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als kinderlijke onschuld? Dan weet je nog iets. Zie je het als spontaniteit of vrijmoedigheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als authenticiteit? Dan weet je nog iets. Zie je het als... Maar niet weten betekent toch dat je overal voor open staat? Zie je het als openheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als een keuze? Dan weet je nog iets. Zie je het als een weg? Dan weet je nog iets. Zie je het als overgave? Dan weet je nog iets. Zie je het als genade? Dan weet je nog iets. Zie je het als een onbemiddelde blik op de werkelijkheid zelf? Dan weet je nog iets. Zie je het als een eeuwig nu? Dan weet je nog iets. Zie je het als zelfverwerkelijking? Dan weet je nog iets. Zie je het als eenwording met het geheel of met god? Dan weet je nog iets. Zie je het als het zijn zelf? Dan weet je nog iets. Zie je het als het einde van de werkelijkheid, als de leegte of als het niets? Dan weet je nog iets. Zie je het als... U wilt toch niet ontkennen dat niet weten bevrijdend werkt? Zie je het als vrijheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als het oog van de orkaan? Dan weet je nog iets. Zie je het als het paradijs van voor de zondeval? Dan weet je nog iets. Zie je het als volledige aanvaarding van al wat is? Dan weet je nog iets. Zie je het als neutraliteit, onpartijdigheid, niet-oordelen? Dan weet je nog iets. Zie je het als keuzeloos gewaarzijn? Dan weet je nog iets. Zie je het als... Maar een heleboel leraren beweren dat niet weten... Wie iets beweert over niet weten is een praatjesmaker. Zelfs al beweert hij alleen maar dat er niets over te zeggen valt. Je kunt een leraar toch niet kwalijk nemen dat hij de mooie kanten... Niet weten is niet mooi en het heeft geen kanten. Wie van niet weten iets moois probeert te maken is een handelaar en zijn niet weten handelswaar. U maakt het niet weten helemaal stuk! Daarvoor zou het eerst heel moeten zijn en om heel te zijn zou het eerst moeten zijn. Ik dacht dat ik hier met een goed gevoel vandaan zou gaan. Niet weten is geen zoete koek. Nee, eerder een bittere pil. Dan weet je meer dan ik. Als het geen zoete koek is en geen bittere pil, wat is het dan wel? Je denkt nog steeds dat niet weten iets is. Dat het je iets maakt. Dat je er iets aan kan ontlenen. Dat je er bijzonder van wordt. Je denkt nog steeds dat iemand die niet weet, benijdenswaardig is. Betreurenswaardig desnoods. Maar bijzonder. Dat... kan ik niet ontkennen. Je ziet niet weten als een voetstuk of een podium om je boven de gewone man te verheffen. Je wilt een mijter op je kop. Een aureool. Een titel. Een toga. Een stempel op je voorhoofd: Goedgekeurd door de Vereniging van Wijsneuzen. Je wou dat je lichtgevend werd. Of niet soms? U zegt het nou wel heel cru. En dan de rest van je leven tot de uitverkorenen behoren. Eén zijn met God. De Leraar of de Meester of de Goeroe of de Gids of de Priester of de Heilige of de Vriend uithangen. Veelbetekenend glimlachen. Mystieke taal uitslaan. Orakelen over het Mysterie. De Weg wijzen. Zegenen. Troosten. De biecht afnemen. Vergiffenis schenken. Verlossen. Deemoed en dankbaarheid prediken. Allemaal projectie! Want wat moet je anders? Je kan ook niet uit je neus gaan zitten eten. Je bent er vol van. Je bent zo vol van je leegheid. Dus ga je de boer op om je non-verhaal aan de man te brengen. Om de mensen hun verhalen af te nemen. Maar mensen willen hun verhalen niet afstaan. Ze willen verhalen horen. Mooie verhalen. Ja, en dan moet je wel. Dan moet je wel wat? Er een draai aan geven. De grootste draai die je ooit ergens aan hebt gegeven. Daarmee in het voetspoor tredend van alle andere mij bekende Wijsneuzen uit de geschiedenis, de Boeddha incluis. Datgene verloochenen waar je zo vol van bent, precies om er vol van te kunnen blijven. Verloochenen? Er een verhaal van maken. Een mooi verhaal. Daar ben jij toch een expert in, in mooie verhalen? Welke mooi verhaal? Het sprookje van de kikker die eigenlijk een koning is. Ik doel op het verhaal van het niet weten als de hoogste vorm van weten. Dat ken je toch wel? Niet weten als de wijsheid zonder wijsheid, of de wijsheid voorbij alle wijsheid? Prajnaparamita... Precies. Niet weten als datgene wat geen oog kan zien en geen oor kan horen. Niet weten als je Oorspronkelijke Gezicht. Niet weten als de Waarheid voorbij alle woorden. Niet weten als het Laatste Inzicht. Een inzicht godbetert. Niet weten! Wat een giller. Meent u dat nou? Ik gooi alleen maar een balletje op. Een gouden balletje. Ja! Die is goed! Maar waarom? Dat zou ik ook weleens willen weten. Godsamme! Zeg eens eerlijk. Zie je mij op dit moment als benijdenswaardig of betreurenswaardig? Tot nog toe zag ik u als benijdenswaardig. Heel diplomatiek. En nu? Nu weet ik het niet meer. Dan kunnen we elkaar de hand schudden. En toch... Kijk nou eens goed naar me. Zie je die grijze haren? Die roodomrande ogen? Die ingevallen wangen? Die gele tanden? Dat uitgeteerde lijf? Heb ik soms geen jeuk of aandrang of honger of praatzucht, net als de eerste de beste papagaai? Loop ik niet overal tegenaan? Maak ik niet de hele dag inschattingsfouten? Weet ik ooit waar ik het over heb? Moet je mijn aambeien zien? Ik bedoel, ben ik niet reddeloos onvolmaakt? Ben ik niet uitzonderlijk gewoon? Ben ik niet net... Een mens? Nou? Hm. Aan de andere kant: wat is een mens. Tja. Wat is een woord. ... Hoelang is een Chinees. ... O jee... Moet je een glaasje water? Jongen toch! Dus dit is nou uw gouden berg... Oogverblindend, vind je niet? |
