Verlichting voor dummy's > Het leven > Ethiek Deze pagina: Dwaalteksten over normen en waarden. Auteur: Hans van Dam. Deze website: NIET-WETEN.NL. Lekker makkelijkLeerling: Stop dierenleed! Draag geen bont!Meester: Zou je liever te jong sterven of nooit zijn geboren? Leerling: Te jong sterven. Daar hoef ik echt niet over na te denken. Meester: Waarom zou dat voor pelsdieren anders zijn? Leerling: Bent u dan voor het gebruik van bont? Meester: Niet dat ik weet. Leerling: Dan moet u er wel op tegen zijn. Meester: Niet dat ik weet. Leerling: Dan moet u wel neutraal zijn. Meester: Niet dat ik weet. Leerling: Het zou een mooi zootje worden als iedereen zich zo opstelde. Meester: Ik stel mij niet op. Leerling: Lekker makkelijk. Meester: Niets zo moeilijk. Leerling: Hebt u dan helemaal geen medelijden? Meester: Met wie? Leerling: Met de dieren die geslacht worden om hun pels natuurlijk! Meester: Ook. Leerling: Met wie dan nog meer? Meester: Met jou. Leerling: Waarom in godsnaam? Meester: Omdat jij aan dierenleed lijdt. Leerling: Schei nou toch uit! Meester: En met de fokkers, daar heb ik ook medelijden mee. Leerling: Nou wordt 'ie helemaal mooi! Meester: Denk je soms dat het leuk is om bedreigd te worden? Leerling: Ze vragen er toch om? Meester: Ik heb nog nooit iemand om een dreigement horen vragen. Leerling: U weet best wat ik bedoel. Meester: En met de liefhebbers van bont natuurlijk. Leerling: Wat? Meester: Omdat ze zich steeds schuldiger voelen. Leerling: Dat is ze verdomme geraden ook! Meester: En zomaar ineens uitgescholden kunnen worden. Leerling: En dan komen ze er nog goed vanaf! Meester: Ben je zelf ooit in die positie geweest? Leerling: Ik draag geen bont! Meester: Ben je weleens gepest? Leerling: Op school. Jarenlang. Zijn gezicht betrekt en zijn kin begint te trillen. Meester: Nou dan. Leren schoenenLeerling: Draag geen bont!Meester: Waarom niet? Leerling: Dat is zielig voor pelsdieren. Meester: Hou je van pelsdieren? Leerling: Nou en of! Meester: Zou je ook niet van ze kunnen houden? Leerling: Ondenkbaar! Meester: Is dat de reden dat je actie moet voeren? Leerling: Ongetwijfeld. Meester: Sommige mensen houden van bont. Leerling: Nou én? Meester: Zouden ze er ook niet van kunnen houden? Leerling: Ze, eh... Meester: Zou dat de reden kunnen zijn dat ze bont moeten dragen? De leerling zwijgt. Meester: O ja, wat ik nog zeggen wou... Leerling: Wat? Meester: Je draagt leren schoenen. GemeenLeerling: Waarom kopen mensen in hemelsnaam nog bont?Meester: Misschien wel omdat ze zo van pelsdieren houden. Leerling: Een dodelijke liefde. Meester: Ze weten ze in ieder geval te waarderen. Leerling: Ze zitten helemaal vast in hun eigen voorkeuren. Meester: Ook dat hebben jullie gemeen. MedeplichtigheidLeerling: Ik ben veganist!Meester: Wat houdt dat in? Leerling: Dat ik niets dierlijks eet en niets gebruik waarvoor dieren nodig zijn. Meester: Dat zou je wel willen. Leerling: Ik gebruik zelfs geen gelatine meer. Meester: Maar je eet nog wel? Leerling: Uitsluitend plantaardig en biologisch. Meester: Je eet gewassen? Leerling: Is daar iets mis mee? Meester: Arme planten. Leerling: Planten hebben geen gevoel. Meester: Wat eten die planten eigenlijk? Leerling: Hè? Meester: Wat eten de planten die jij eet? Leerling: Planten eten niet. Meester: Kunstmest? Leerling: Ik ben tegen kunstmest! Meester: Poep dus. Leerling: Wat heeft dat er nou weer mee te maken? Meester: Waar komt die poep vandaan? Leerling: O. Meester: Nou? Leerling: Van koeien, en zo. Meester: En waarvoor worden die koeien nog meer gebruikt? De leerling zwijgt. Meester: Of denk je dat ze uitsluitend voor de poep worden gehouden? De leerling kijkt naar de grond. Meester: Dacht je soms dat een boer van mest alleen kan leven? De leerling schudt zijn hoofd. Meester: Koeien leveren melk en als ze niet genoeg melk meer leveren gaan ze naar het slachthuis. Leerling: Maar niet voor mij! Meester: Zonder zuivelliefhebbers en vleeseters geen veganisten. De praktijkLeerling: Wat is ethiek voor u?Meester: Geen moralisme, geen immoralisme, geen amoralisme. Leerling: Wat is democratie voor u? Meester: Niet voor zijn, niet tegen zijn, niet neutraal zijn. Leerling: Wat is kiezen voor u? Meester: Niet stemmen, niet blanco stemmen, niet thuisblijven. Leerling: Hoe brengt u een en ander in de praktijk? Meester: Dat hoeft niet. Leerling: O? Meester: Het is de praktijk die het in mij brengt. Voor je het weet
Leerling: Oordelen is verkeerd!Meester: Dat was een oordeel. Leerling: Ik ben een slecht mens. Meester: Waarom? Leerling: Omdat ik anderen veroordeel. Meester: Dat waren twee oordelen. AannamesLeerling: Hoe kom ik van dat oordelen af?Meester: Wie zegt dat je er vanaf moet? Leerling: Hoe kom ik van dat oordelen af? Meester: Wie zegt dat je er vanaf kunt? Leerling: Hoe kom ik van dat oordelen af? Meester: Wie zegt dat het van jou is?
Hoe je er vanaf komtLeerling: Hoe kom ik van dat oordelen af?Meester: Je komt er niet vanaf. Leerling: Wat moet ik er dan mee aan? Meester: Dat onder ogen zien. Leerling: Maar ik kan het gewoon niet aanzien. Meester: Omdat je erover oordeelt. Leerling: Hoe kom ik van dat oordelen af? Meester: Je komt er niet vanaf. Leerling: Wat moet ik er dan mee aan? Meester: Dat onder ogen zien. Leerling: Maar ik kan het gewoon niet aanzien. Meester: Omdat je erover oordeelt. Leerling: Hoe kom ik van dat oordelen af? HeerlijkLeerling: Het lijkt me heerlijk om niet meer te oordelen.Meester: Als je niet meer oordeelde, zou het je niets meer kunnen schelen. De hoogste deugdLeerling: Niet oordelen is de hoogste deugd.Meester: Dat is nog steeds een oordeel. Leerling: De hoogste deugd heeft geen maatstaf nodig. Meester: Dat is nog steeds een maatstaf. De werkelijkheidMeester: Oordelen maken deel uit van de werkelijkheid. Leerling: Oordelen maken deel uit van de werkelijkheid. Meester: Oordelen scheppen de werkelijkheid. Leerling: Oordelen scheppen de werkelijkheid. Meester: Oordelen vernietigen de werkelijkheid. Leerling: Oordelen vernietigen de werkelijkheid. Meester: Welke werkelijkheid? Een demonstratieTwee leerlingen groeten op dezelfde
respectvolle wijze de meester.Meester: De houding van de ene leerling is goed, die van de andere niet. De leerlingen in kwestie verstijven van hoop en angst. De andere leerlingen spitsen de oren. De meester zegt niets meer. De spanning is om te snijden. De meester begint zacht neuriënd heen en weer te wiegen. Een leerling die het niet meer uithoudt, roept: Wie is de ene, wie de andere? De meester haalt zijn schouders op. Leerling: Nou? Meester: Jullie geloven ook alles. De werkelijkheid zelf
Meester: Als je iets "gemeen" noemt...Leerling: Iets? Meester: Een gedachte, een opmerking, een daad, een mens. Leerling: Ja? Meester: Beschrijf je dan de werkelijkheid zelf of spreek je alleen maar een oordeel uit? Leerling: Je beschrijft de werkelijkheid zelf. Meester: Stel, je wordt onder bedreiging van een mes beroofd van je portemonnee. Leerling: Nou, dat mag je gerust gemeen noemen. Meester: Ook als je een rijke vrek bent die bestolen wordt door de mensen die hij zelf uitperst? Leerling: Dan niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Gerechtigheid. Meester: En als de dader Robin Hood heet en de buit verdeeld onder de armen? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Solidariteit. Meester: En als degene die jou beroofd eerder op de dag door jou beroofd is? Leerling: Dan al helemaal niet. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Een koekje van eigen deeg. Meester: En als de dader een figurant is en jij een politieman-in-opleiding tijdens een arrestatie-oefening? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Een simulatie. Meester: En als het mes van plastic is, de portemonnee Monopoly-geld bevat en de dader je vriendje is waarmee je boefje speelt? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Kinderspel. Meester: En als het een scène in een misdaadfilm is? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Spannend. Meester: En als de beroving een grap is met een verborgen camera? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Leedvermaak. Meester: En als de dader het geld steelt als laatste redmiddel voor zijn doodzieke kind? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Goed vaderschap. Meester: En als de beroving in scène is gezet om iemand van zijn naïviteit af te helpen? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Therapeutisch. Meester: En als de dader zelf is opgevoed met geweld en nooit geleerd heeft te werken voor zijn geld? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Onmacht. Meester: En als de dader wordt gechanteerd om te stelen voor een bende? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Overmacht. Meester: En als het allemaal droomt? Leerling: Dan ook niet natuurlijk. Meester: Hoe zou je het dan noemen? Leerling: Een illusie. Meester: Als je oordeel wisselt naar gelang de omstandigheden, wat heeft het dan nog met de gebeurtenis zelf te maken? Leerling: Niets, denk ik. Meester: Dus als je iets gemeen noemt, beschrijf je dan de werkelijkheid zelf of spreek je alleen maar een oordeel uit? Leerling: Je spreekt alleen maar een oordeel uit. Meester: Is dit een oordeel of een beschrijving van de werkelijkheid zelf? Leerling: Ik... zou het echt niet weten. Meester: Nou dan. ExpresMeester: Als een boom omwaait en op een voorbijganger valt, heeft de boom het dan gedaan? Leerling: Sleep hem voor de rechter! Meester: Zou je de boom gemeen noemen? Leerling: Natuurlijk niet! Meester: Als een dakdekker uitglijdt en op een voorbijganger valt, heeft de dakdekker het dan gedaan? Leerling: Onzin! Meester: Waarom niet? Leerling: Omdat hij het niet expres deed. Meester: Zou je hem gemeen noemen? Leerling: Hij gleed toch zeker uit? Meester: Als iemand vanaf een viaduct een tegel op een passerende auto... Leerling: Dat is gemeen! Meester: Waarom? Leerling: Omdat er boos opzet in het spel is! Meester: Stel nou dat de dader in een psychose handelt. Leerling: Dat... zou wat anders zijn. Meester: Stel dat hij om een andere reden op dat moment echt niet anders kon. Leerling: Ik kan het me nauwelijks voorstellen. Meester: Er is iets gebeurt of hij heeft bepaalde gevoelens, herinneringen of gedachten die hem onafwendbaar tot zijn daad aanzetten. Zou je hem dan nog steeds gemeen noemen? Leerling: Als hij echt niet anders kon... Meester: Weet je ooit of iemand op enig moment anders kon? De leerling zwijgt. Meester: Dus vraag ik je nogmaals, kan men iemand ooit een dader noemen? Leerling: Als je zo redeneert moet je voortaan iedereen een slachtoffer noemen. Meester: Weet je ooit of iemand op enig moment niet anders kon? Een diploma
Leerling: Wat is de toegevoegde waarde van niet weten?Meester: Niet weten voegt geen waarde toe. Leerling: Is het dan een soort ontwaarding? Meester: Niet weten neemt geen waarde weg. Leerling: Maar wat is niet weten dan? Meester: Dat wat alles in zijn waarde laat. Leerling: In het bijzonder? Meester: Dat wat nergens de waarde van kent. Leerling: Ik dacht dat u op iets moois aanstuurde. Meester: Zoals? Leerling: Onvoorwaardelijke Liefde. Meester: O, dat. Leerling: Nou? Meester: Daar weet ik niks van. Leerling: Dit klinkt meer als een brevet van onvermogen. Meester: Wou je nog een diploma ook? Schuld
Leerling: Hoe kom
ik van dat oordelen af?Meester: Je veronderstelt dat jij er verantwoordelijk voor bent. Leerling: Wie anders? Meester: Is het jouw schuld dat je blauwe ogen hebt? Leerling: Natuurlijk niet. Meester: Is het jouw schuld dat je iedere dag moet eten? Leerling: Natuurlijk niet. Meester: Is het jouw schuld dat je je moerstaal spreekt? Leerling: Nee, maar ... Meester: Is het jouw schuld dat je de normen en waarden van je cultuur met je meezeult? Leerling: Ik neem aan van niet, maar... Meester: Is het dan jouw schuld dat er voortdurend allerlei oordelen in je opkomen overeenkomstig de normen en waarden van je cultuur? Leerling: Wilt u beweren dat ik er niets aan kan doen? Meester: Wie? Leerling: Wat? Meester: Is het jouw schuld dat je denkt dat ik iemand ben. De leerling kijkt hem aan of hij gek geworden is. Meester: Is het jouw schuld dat je denkt dat jij iemand bent. De mond van de leerling zakt open. Meester: Is het jouw schuld dat je denkt dat je een vrije wil hebt. Leerling: Wilt u soms zeggen dat... Meester: Is het jouw schuld dat je denkt dat ik niet in de vrije wil geloof. Leerling: Mag ik hieruit opmaken... Meester: Is het jouw schuld dat je altijd maar conclusies trekt. Leerling: Ik zal het nooit meer doen! Meester: Dat had je gedroomd. Leerling: Bedoelt u dat ik er niets over te zeggen heb? Meester: Zie je wel? Verkeerd
Leerling: Waarom is oordelen
verkeerd?Meester: Als oordelen verkeerd is, dan ook het oordeel dat oordelen verkeerd is. Leerling: En als oordelen niet verkeerd is? Meester: Dan ook niet het oordeel dat oordelen verkeerd is. Leerling: Nou weet ik nog niks. Meester: Is dat verkeerd? HoogEen leerling loopt recht op de meester af en smijt zijn vaandel op de grond. Meester: Wat krijgen we nou? Leerling: Ik weiger nog langer met dat belachelijke ding rond te lopen. Meester: Oh? Leerling: Bovendien heb ik mijn lesje onderhand wel geleerd. Meester: Welk lesje? Leerling: "Draag niets hoog in het vaandel" natuurlijk. Meester: Geloof je dat werkelijk? Leerling: Nou en óf! De meester raapt het vaandel op, slaat het stof eraf en geeft het terug aan de leerling. Meester: Schrijf het dan maar gauw in je vaandel. GrassprietjesLeerling: In het hele universum ligt nog geen grassprietje verkeerd.Meester: In het hele universum ligt nog geen grassprietje goed. Leerling: In het hele universum ligt nog geen grassprietje goed of verkeerd. Meester: In welk universum? Leerling: Nergens ligt ook maar een grassprietje goed of verkeerd. Meester: Heb je ze allemaal gecontroleerd? Leerling: Zelfs over het kleinste grassprietje heb ik niets te melden. Meester: Waarom doe je het dan toch? Valse wijsheid
Leerling: Wat is optimisme?Meester: Valse hoop. Leerling: Wat is pessimisme? Meester: Valse wanhoop. Leerling: Wat is realisme? Meester: Valse zekerheid. Leerling: Wat is scepticisme? Meester: Valse twijfel. Een dag later wil de leerling bewijzen dat hij zijn lesje geleerd heeft. Leerling: Optimisme is valse hoop, pessimisme is valse wanhoop, realisme is valse zekerheid, scepticisme is valse twijfel! Meester: Valse wijsheid. Leerling: Maar dat heeft u zelf gezegd! Meester: Wanneer dan? Leerling: Gisteren! Meester: Gisteren moest ik iets anders rechtzetten. Een waardeloze meester
Leerling: Gaat u weleens stemmen?Meester: Volgens mij wel Leerling: Maar u weet toch niets? Meester: Dat weet ik eigenlijk niet. Leerling: Hoe kunt u dan stemmen? Meester: Is niet stemmen soms beter dan wel stemmen? Leerling: Dat weet ik niet. Meester: Nou, ik ook niet. Leerling: Dus u gaat stemmen omdat er geen reden is om niet te stemmen? Meester: Ik weet niet of dat de reden is. Leerling: Wat is dan de reden? Meester: Ik weet niet of er wel een reden is. Leerling: Dus u zou net zo goed niet kunnen gaan stemmen? Meester: Dat weet ik ook niet. Leerling: Het is een wonder dat u nog in beweging komt. Meester: Beweging is niet wonderlijker dan stilstand. Leerling: Wat bent u toch een waardeloze meester! Meester: Hoezo? Leerling: Ik leer helemaal niets van u! Meester: En een moeite dat het kost. Het belangrijksteMeester: Wat is het belangrijkste aan een wiel?Leerlingen:
Meester: Waarom zou iets het belangrijkste zijn? Leerling: Bedoelt u soms van niet? Meester: Waarom zou niets het belangrijkste zijn? Een rampLeerling: Niets heeft nog betekenis!Meester: En? Leerling: Het is een ramp! Meester: Toch weer betekenis gevonden? Vanuit ieder opzichtLeerling: Ik wil het goede doen en het kwade laten. Meester: Niets is louter goed of kwaad. Leerling: Hoe bedoelt u? Meester: Wat goed is in het ene opzicht, is kwaad in het andere. Leerling: Ik wil alleen maar doen wat goed is in ieder opzicht. Meester: Dan moet je alles laten. Leerling: Ik wil alleen maar laten wat goed is in geen enkel opzicht. Meester: Dan moet je alles doen. Leerling: Erg behulpzaam bent u niet. Meester: Bekijk het eens zonder opzicht. Leerling: Hè? Meester: Bekijk het dan maar vanuit ieder opzicht. De een zijn dood...
|

















