Tip

Klik op een driehoekje hierboven om het in of uit te vouwen.

Niet-weten (home)



Deze pagina: Startpagina; speelse inleiding tot het niet-weten.
Auteur: Hans van Dam.
Deze website: NIET-WETEN.NL.
Voor overname, zie de pagina Copyright.
Subpagina's: 1. Thema's; 2. Citaten



Welkom
Welkom, dwaalgast, in mijn dwaaltuin, een uitgebreide website over niet-weten.
Wat je insteek ook is - psychologie, filosofie, religie, spiritualiteit, levenskunst, kunst, cultuur, literatuur, geschiedenis, natuurwetenschap  - met duizenden eigen teksten en citaten over niet-weten ben je hier aan het juiste adres.



Geen antwoord
Niet-weten betekent: geen antwoord hebben op de grote levensvragen.
Ook niet - laat ik er maar geen doekjes om winden - op de kleine.
Zelfs niet - dan hebben we het ergste meteen maar gehad - op de allerkleinste.
Niet-weten betekent: geen antwoord hebben.*

Misschien wel voorgoed
Niet-weten.
Ruik eraan, snoep ervan of ga ervoor.
Je zult versteld staan.
Misschien wel voorgoed.



* Zelfs niet dat er geen antwoorden zijn; dat zou immers nog steeds een antwoord zijn.





Tradities

Niet-weten vind je overal.



In filosofische en politieke tradities en stromingen zoals
  • het scepticisme
  • het pyrrhonisme
  • het cynisme
  • het nihilisme
  • het irrationalisme
  • het relativisme
  • het existentialisme
  • de analytische wijsbegeerte
  • het structuralisme
  • het postmodernisme
In spirituele tradities zoals
  • het non-dualisme
  • mindfulness
  • het taoïsme
  • het (zen)boeddhisme
In religieuze tradities zoals
  • het hindoeïsme
  • het christendom
  • de mystiek
  • de theosofie
  • het quiëtisme
  • het chassidisme
  • het soefisme
In kunstzinnige en literaire stromingen zoals
  • het dadaïsme
  • het surrealisme
  • het absurdisme
  • het postmodernisme
  • het deconstructivisme
  • het minimalisme
  • fluxus
Tao, Zen, Dada en soortgelijke woorden, verwijzen elk op hun eigen manier naar niet-weten.


Grootste gemene deler

Mantel der wijsheid
Soms wordt het niet-weten openlijk beleden.
Veel vaker is het verstopt.
Een goed bewaard geheim, toegedekt met de mantel der wijsheid
Alleen herkenbaar voor de goede verstaander.
Je moet het dan tussen de regels door lezen.
Een woordje hier, een zinnetje daar.
Alsof het eigenlijk een schande is om niet te weten.
Maar dat is het helemaal niet.
Integendeel.
Niet-weten is een rode draad van ons bestaan.
Misschien wel de grootste gemene deler van ons gedachtegoed.
Ouder dan de weg naar Rome, actueler dan het laatste nieuws.

Essentie
Om het beter voor het voetlicht te brengen, heb ik het niet-weten uit de traditie gesneden.
Ik heb het ontdaan van grootspraak, kleinspraak, mooispraak en kwaakspraak.
Ik heb het onder een vergrootglas gelegd en teruggebracht tot zijn essentie.
Tot wat ik als essentie zie.


En wat mag de essentie van niet-weten dan wel wezen?
Niet het niet-weten zelf.
Althans niet de milde variant die zichzelf tersluiks ontziet.
Die zegt: Ik weet niets, behalve dat ik niets weet.
Dit type niet-weten is immers nog altijd een vorm van weten.
Weten van niet-weten.
Terwijl het niet-weten pas tot volle wasdom komt in het paradoxale

Zelfs niet weten van niet-weten.

Ik herhaal:

Zelfs niet weten van niet-weten.

Dit is het wormgat waar het in het niet-weten om draait.
Het wormgat waardoor men ontsnapt aan wetendheid en onwetendheid.
De poortloze poort die uit deze en gene zijde voert.


Disclaimer

Gunst
Hoewel niet-weten te simpel is voor woorden, nee,
doordat niet-weten te simpel is voor woorden,
kan ik niet beloven dat je het zult begrijpen.
'Begrijpen' is in dit verband sowieso een raar woord.
Wat valt er te begrijpen aan een leeg begrip?
Wat valt er te weten aan niet-weten?
Wat valt er te leren aan een lege leer?
Niet-weten is afleren.
Daarom wil ik geen hoge verwachtingen wekken.
Ik wil niet eens lage verwachtingen wekken.
Ik wil helemaal geen verwachtingen wekken.
Eerder wil ik de verwachtingen uit je schudden.
Als vruchten uit de boom van de kennis van goed en kwaad.
Niet-weten en verwachtingen zijn geen vriendjes.
Niet-weten slokt verwachtingen op.
Verwachtingen slokken niet-weten op.
Ik kan je niets beloven.
Geloof me, dat is een gunst.

Niet-weten als sleutel
Als niet-weten al een sleutel is,



dan een zonder slot.
De gedachte dat je er een deur mee opent,
  • naar de waarheid
  • naar gelukzaligheid
  • naar onverstoorbaarheid
  • naar innerlijke vrede
  • naar onvoorwaardelijke liefde
  • naar onbegrensde vrijheid
  • naar onsterfelijkheid
  • naar het Ene
  • naar God
  • naar wie of wat dan ook
is precies dat: een gedachte.


In niet-weten geloof je je gedachten niet.
Zelfs niet de gedachte dat je je gedachten niet gelooft.
Ook niet de gedachte dat niet-weten een sleutel zonder slot is.
Of de gedachte dat je van je verwachtingen af moet.
Dat je er vanaf kunt.
Dat dat ergens goed voor zou zijn.
Of dat het nergens goed voor zou zijn.
Ook dat geloof je niet.
En geloof dat ook maar niet.


De schat van niet-weten

Als niet-weten al een schat is ...




dan een lege.
Zo leeg, dat is gewoonweg niet te bevatten.
Behalve door niet-bevatten.

Op deze site valt niets te halen.
Er valt alleen maar iets achter te laten.
O ja?
Wat dan wel?
Alles wat je meent te weten.
Maar ook alles wat je niet meent te weten.
Ik bedoel, wat je meent niet te weten.
Alles wat je meent dus eigenlijk.
Wat er dan nog overblijft?
Nou, eh ...
Niet-weten dus.
Niet weten ... te onderscheiden.
Niet weten ... te oordelen
Niet weten ... uit te sluiten.
En zelfs niet-weten van niet-weten.
Niets dus eigenlijk.

De schat van niet-weten is niet bijna leeg.
Niet-weten is niet bijna niets weten.
Het is niet:
  • weten van niet-weten (scepticisme)
  • weten dat wij het oordeel moeten opschorten (pyrrhonisme)
  • weten dat wij beter zo min mogelijk kunnen weten (obscurantisme)
  • weten dat de waarheid subjectief is (subjectivisme)
  • weten dat de waarheid relatief is (relativisme)
  • weten dat de waarheid een kwestie van afspraak is (consensustheorie)
  • weten dat wij hypothesen alleen maar kunnen falsifiëren (falsificationisme)
  • weten dat de werkelijkheid bestaat uit de verhalen erover (postmodernisme)
  • weten dat algemene begrippen slechts namen zijn (nominalisme)
  • weten dat de werkelijkheid een illusie is (maya)
  • weten dat alleen het hier en nu reëel is (nu-isme)
  • weten dat de werkelijkheid een mysterie is (crypticisme)
  • weten dat alles bewustzijn is (idealisme)
  • weten dat het leven absurd is (absurdisme)
  • weten dat we geen zin kunnen vinden maar moeten geven (existentialisme)
  • weten dat er geen grondwaarden zijn (nihilisme)
  • weten dat iedere moraal willekeurig is (immoralisme, amoralisme)
  • weten dat alles waardeloos is (cynisme)
  • weten dat je net zo goed bij de pakken neer kunt gaan zitten (defaitisme)
  • weten dat wij uitgeleverd zijn aan onbeheersbare krachten (fatalisme)
  • ...


Niet-weten is niet bijna niets weten.
Niet-weten is helemaal niets weten.
Zelfs niet van niet-weten.
De schat van niet-weten is helemaal leeg.
Helemaal!
Laat dit goed tot je doordringen.
In niet-weten zit nog geen spoortje weten.


'Bewijs' van niet-weten


Grondeloosheid
De meeste mensen nemen zonder meer aan dat hun gedachten waar zijn.
Ze geloven erin.
Blindelings.
Ze laten zich er volledig door leiden.

Pieter Brueghel, Parabel van de blinden

Maar zijn gedachten eigenlijk wel waar?
Als je probeert te bewijzen dat een gedachte waar is, doen zich ...
nieuwe gedachten voor.
Die op hun beurt bewezen moeten worden.
Ai.
Een oneindige regressie!
Gedachten hebben geen wortels.
Geen grond om in te wortelen.
Gedachten zijn grondeloos.
Proberen een gedachte te bewijzen met andere gedachten is net zoiets als jezelf aan je haren uit het moeras trekken.
Dat kon alleen Baron Von Münchhausen.



Het regressie-argument

Steeds als de betrouwbaarheid van kennis in het geding is, doet zich een vicieuze cirkel of oneindige regressie voor:
  • Om voor jezelf een gedachte te bewijzen, moet je je uiteindelijk beroepen op onbewezen gedachten (zie boven).
  • Om een filosofische stelling te bewijzen moet je je uiteindelijk beroepen op onbewezen premissen.
  • Om een wiskundig theorema te bewijzen zijn moet je je uiteindelijk beroepen op onbewezen postulaten.
  • Om een wetenschappelijke theorie te bewijzen zijn waarnemingen nodig die ingegeven worden door de theorie zelf.
  • Om een algemene wet te verklaren is een nog algemenere wet nodig.
  • Om te weten wat je zegt moet je je begrippen definiëren met behulp van andere begrippen, die op hun beurt definitie behoeven.
  • Om te weten of een redenering geldig is, moet je een logica toepassen (tweewaardig, driewaardig, meerwaardig, discreet, fuzzy, intuïtionistisch, modaal, dialogisch, et cetera) die alleen maar gerechtvaardigd kan worden door middel van een achterliggende logica.
  • Om zekerheid te verkrijgen over een autoriteit (bijbel, kerk, god, empirie, ratio, instinct, intuïtie, ervaring, opleiding), moet het gezag daarvan bevestigd worden door een andere autoriteit.
  • Om uit toetsbaarheidscriteria (verifieerbaarheid, falsifieerbaarheid, waarschijnlijkheid, voorspelbaarheid, bruikbaarheid, toepasbaarheid, consensus) te kunnen kiezen, is een hoger criterium nodig.
  • Om een gebeurtenis te verklaren moet je een oorzaak opvoeren, maar wat veroorzaakt de oorzaak?
  • Om een (mis)daad of handeling te verklaren bedenk je een motief of reden, maar wat is het motief van het motief, de reden van de reden?
  • Om ergens het nut, de functie of zin van aan te geven, moet je naar iets hogers verwijzen, maar wat is het nut, de functie of de zin van dat hogere?
  • Om te weten of je herinneringen kloppen moet je ze staven aan de hand van andere herinneringen of memorabilia waarvan je je meent te herinneren dat ze terzake zijn.
  • Om de aard en betrouwbaarheid van het kennisapparaat - verstand,  zenuwstelsel en zintuigen - vast te stellen moet je gebruik maken van datzelfde kennisapparaat.
  • Om het gebruik van natuurlijke taal voor het uitdrukken van kennis te rechtvaardigen, moet je gebruik maken van diezelfde taal.
  • Om het gebruik van een kunsttaal voor het uitdrukken van een wiskundige of wetenschappelijke waarheid te rechtvaardigen, moet je gebruik maken van ... natuurlijke taal.
  • Om normen te rechtvaardigen zijn waarden nodig, die alleen maar rechtvaardiging kunnen vinden in hogere waarden.
  • ...
Zoeken naar eerste of elementaire gedachten, premissen, postulaten, begrippen, oorzaken, waarden et cetera, is net zoiets als zoeken naar elementaire deeltjes: fysici 'vinden' weliswaar steeds meer deeltjes, maar elementaire, ho maar. En zijn het nog wel deeltjes?



Het illusie-argument

Stel dat je er ondanks de onvermijdelijke regressies op de een of andere niet-vicieuze manier toch in zou slagen je begrippen helder te krijgen, je logica gefundeerd, je premissen bewezen, je autoriteiten geautoriseerd, je toetsstenen getoetst, je verklaringen verklaard, je redenen beredeneerd. Volkomen zeker van je zaak zit je na afloop te genieten van een welverdiende rust, tot je geweten, dat verdomde geweten, ineens begint te fluisteren: Hé! Suffie!
  • Misschien droom je alleen maar.
  • Misschien zit je wel te hallucineren.
  • Misschien ben je eigenlijk onder hypnose.
  • Misschien zit je wel diep in een psychose.
  • Misschien bestaat dit alles uitsluitend in en uit jouw solipsistische* geest.
  • Misschien ben je alleen maar een gedachte in de geest van god.
  • Misschien is dit alles slechts een illusie (maya) in het onveranderlijke en eeuwige Brahman (advaita vedanta).
  • Misschien leef je zonder het te weten in een trompe-l'oeil.
  • Misschien ben je alleen maar een verschijning in andermans bewustzijn.
  • Misschien ben je slechts een karakter in een animatie, game of verhaal (de Wereld van Sofie, Jostein Gaarder).
  • Misschien zit je voortdurend naar een eeuwenoud bewustzijnsfilmpje van een dode te kijken.
  • Misschien kijk je alleen maar mee naar de actuele bewustzijnsfilm van iemand anders (Being John Malkovich).
  • Misschien wordt je ongemerkt steeds van het ene bewustzijnsfilmpje naar het volgende geschakeld.
  • Misschien ben je niets dan een eenmalige, aan zichzelf verschijnende gedachte.
  • Misschien ben je alleen maar een brein in een vat (beroemd filosofisch gedachte-experiment).
  • Misschien is je zogenaamde wereld virtueel en hangt je lichaam ondertussen onbeweeglijk in een soort baarmoederbad (The Matrix).
  • Misschien is je hele belevingswereld wel als chip in je hoofd geplant (Total Recall).
  • Misschien speel je zonder het te weten de hoofdrol in een speciaal voor jou geschreven soap (The Truman Show).
  • Misschien ...
Al met al ziet het er dus niet zo best uit voor het weten. Ofwel het berust op het drijfzand van vicieuze cirkels en oneindige regressies, ofwel het is illusoir. Wat we ook menen te weten, te bewijzen valt het niet.

Laten we deze stelling vrij naar Heisenberg maar even het onzekerheidsprincipe noemen en het tweeledige 'bewijs' ervoor, bestaande uit het regressie-argument en het illusie-argument, het onzekerheidsbewijs.



* solipsisme: leer dat je alleen zeker kunt zijn van je eigen bewustzijnsinhouden


Wetend niet-weten

Wat hebben we nou eigenlijk bewezen?
Niks.
Niks!
Het onzekerheidsbewijs heeft zichzelf in het vizier.

  • Het beroept zich zonder verdere rechtvaardiging op een tweewaardige logica.
  • Het maakt schaamteloos gebruik van ongedefinieerde termen als 'gedachte' en 'bewijs'.
  • Het stipuleert zonder enige bewijs dat een gedachte pas waar kan zijn nadat zij bewezen is.
  • Enzovoort.
Maar stel nou dat het onzekerheidsbewijs toch deugt. Dan hebben we bewezen dat we niets kunnen bewijzen en weten we dat we niets weten. Maar als we niets kunnen bewijzen, dan ook niet dat we niets kunnen bewijzen. Zodat het onzekerheidsbewijs toch niet deugt en we zelfs niet weten dat we niets weten.

Waar noch onwaar
Hebben we hiermee bewezen dat we zelfs niet weten dat we niets weten?
Of het tegendeel?
Natuurlijk niet.
Ook dit bewijs gaat aan regressies en vicieuze cirkels ten onder, zoals je zelf eenvoudig kunt nagaan.
Het is dus niet eens waar dat we zelfs niet weten dat we niets weten.
Noch is het onwaar.
Denk dus maar niet dat ik weet dat ik zelfs niet weet dat ik niets weet.
Slimmerik!
Nee,

Het is waar noch onwaar dat ik zelfs niet weet dat ik niets weet.

Is dit dan wel waar?
Of onwaar?
Nee, ook deze met zorg geconstrueerde formulering moet ik corrigeren:

Het is waar noch onwaar dat het waar noch onwaar is dat ik zelfs niet weet dat ik niets weet.

En zo kan ik maar doorgaan.


Tot Sint-Juttemis.
Tot pasen en pinksteren op één dag vallen.
Tot het koninkrijk kome.
Want het ligt nou eenmaal in de aard van een bewering dat ze steeds een of ander weten uitdrukt.

Niet-weten
Wat is het dat zich zelfs met een oneindige bewering niet laat uitdrukken?
Inderdaad.
Niet-weten.
Precies dit grondeloze, onbevestigbare, onbewijsbare, zelfvernietigende niet-weten.
Dat dus eigenlijk een niet-weten tussen aanhalingstekens is.

Een 'niet-weten'.

Zelfs van niet-weten weet het niet en zo keert het weten als een boemerang terug.
Maar niet het voormalige, het vanzelfsprekende, het verleidelijke, het meeslepende, het grootse, het onweerstaanbare weten.
Slechts de schaduw daarvan.


Een weten tussen aanhalingstekens.

Een 'weten'.

Voorgoed gegijzeld door het 'niet-weten'.
Dat zelf ook al tussen aanhalingstekens stond.

Wetend niet weten
Niet-weten is dus eigenlijk 'weten' en 'niet-weten' tegelijk.
Het is het smeltpunt ervan.


Niet-weten is het punt waarop je niet langer iets meent te weten en niet langer niets meent te weten.
Het is wetend niet-weten. (Daodejing hoofdstuk 71)

Niet-weten is het punt waarop je niet langer iets meent te zeggen en niet langer niets meent te zeggen.
Het is zeggend niet-zeggen.

Niet-weten is het punt waarop je niet langer iets meent te doen en niet langer niets meent te doen.
Het is doende niet-doen (wei wu wei).

Niet-weten is het punt waarop je niet langer meent op een of ander punt te zijn.

Noem dat maar een punt.


Niet-weten tot de macht niet-weten

Hèhè.
Nou nou.
Gaat het nog een beetje?
Ik zei het al: met poespas.
Niets aan te doen.
Men reinigt het schip nou eenmaal met hetzelfde water dat het vervuilt.
Ik hoop niet dat ik je intussen ergens van heb overtuigd.
Dat is wel het laatste wat ik wil.
Ik hoop wel dat je nu inziet wat het scharnierpunt van niet-weten is:

Zelfs niet weten van niet-weten.

Noem het maar het kwadraat van niet-weten.
De macht van niet-weten:

niet-wetenniet-weten

Als we 'niet-weten' met een vraagteken noteren dan kunnen we de macht van niet-weten ook zo schrijven:
De macht, de clou, de crux van niet-weten is dus zijn reflexiviteit.
Niet-weten is zelfverwijzend.
Net als de beruchte leugenaarsparadox:
"Deze zin is gelogen."
De vinger van het niet-weten wijst niet naar de maan.
Niet naar je voorhoofd.
Niet naar je slaap.
Maar naar zichzelf:


Blanco sta je tegenover al je gedachten.
Met lege handen en een mond vol tanden.


Ook tegenover de gedachte dat je niet zou weten.
Weg ermee!


Vrije val

Misschien lees je dit en denk je:
Theoretisch gedoe.
Daar heb ik geen boodschap aan.

Doet me denken aan mijn favoriete cartoon.
Die waarin de held onbekommerd over de rand van de afgrond wandelt.
Recht zo die gaat, dwars door de lucht!


Totdat hij naar beneden kijkt ...

Zelf heb je vast weleens naar beneden gekeken.


Misschien al zo vaak.
In redeloze liefde of geluk.
In radeloosheid.
Bij de dood van een dierbare.
Hoofdschuddend van onbegrip.
Het niet-weten voor het grijpen.
Maar je dacht:
Het leven is een mysterie.
Of:
Het enige wat ik weet is dat ik niets weet.
Of:
Ik moet in overgave leven.
Of:
Daar heb ik geen boodschap aan.
Of iets anders, wat dan ook.
En je geloofde het.
Of je geloofde het juist niet.
Je geloofde het tegendeel.
Wat op hetzelfde neerkomt:
Je gedachten grepen jou weer.

Wie weet kijk je op een dag weer naar beneden.
Misschien wel vandaag.
En je denkt: Tja.
Je haalt je schouders op.
Geen conclusies.
Zelfs niet dat je geen conclusies hebt.
En HOP, daar ga je.
Je valt.
En valt.
En valt.


Een eindeloze vrije val.
En niets om op te pletter te slaan.
Dat is niet-weten.


Tussen haakjes

Welke gedachte er ook in je opkomt,
je neemt niet aan dat hij waar is.
Je neemt niet aan dat hij onwaar is.
Niets neem je erover aan.
Zelfs niet dat je er niets over aanneemt.

Als je niets meer aanneemt over je gedachten
dan is het alsof ze hun uitroeptekens kwijtraken.
Alsof ze in een kleinere letter staan.
Alsof ze tussen aanhalingstekens staan.
Tussen vraagtekens.
Tussen haakjes.


Niet GEDACHTEN!
Maar gedachten.
'Gedachten'.
?Gedachten?
(Gedachten).

Misschien denk je dat je met haakjes om je gedachten
voortaan wel de onverstoorbaarheid zelve zult zijn.
Heerlijke gedachte, niet?
Zo zonder haakjes.
Maar tussen haakjes?
Hm.


Geen gedachtenloosheid



In niet-weten ben je niet vrij van gedachten.
Je geest is niet leeg.
Het is niet stil van binnen.
Er zijn niet alleen maar prettige gedachten.
Of mooie.
Of diepe.

Zijn er gedachten, dan zijn er gedachten.
Zijn ze er even niet, dan zijn ze er even niet.
Zijn ze er helemaal niet meer dan ben je dood.

Gedachtengum
Niet-weten betekent dus niet dat je geen gedachten meer hebt.
Het betekent dat ze jou niet meer hebben.
Je wordt een soort gedachtengum.

Voortaan lach je om je gedachten.


Ook om de gedachte dat je gedachten jou niet meer hebben.
Ook om de gedachte dat je voortaan om je gedachten zult lachen.
Dat dat waar zou zijn.
Dat je voortaan een vrolijke Frans zult zijn.
Dat dat verlichting is.
Je lacht om de gedachte van een gedachtengum.
en zelfs om de gedachte hoe jammer het is daarom te moeten lachen.

Is me dat lachen.


Dwijsheid

Steeds maar niet-weten zeggen gaat ook vervelen.
Mij in elk geval wel.
Het klinkt ook zo serieus.
Daarom een paar lichte alternatieven.
Aan jou de keus.

De wetende is wijs.
De onwetende is dwaas.
En de niet-wetende?
Die zelfs niet weet dat hij niet weet?
Die wijs is noch dwaas?
Wat is die?
Waas?
Nou nee.
Dwijs?
Welja.
Dwijs.

Niet-weten is dan dwijsheid.
Wie niet weet een dwijsneus.
Geen wijze maar een dwijze.
Geen dwaas maar een dwijs.


Of zelfs een heuse dwijsgeer.
Die dwijsbegeerte bedrijft.
(Of erdoor bedreven wordt.)
En dwijselijk zijn gang gaat.


Tja

Korte woorden zijn handig.
Hoe korter hoe beter.
Dada.
Niks.
Zero.
Zen.
Tao.
Wat kan daar tegenop?
Hadden we maar zo'n kort woord voor niet-weten.
Hadden we in het Nederlands maar een woord dat ...
Maar wacht even ...
Dat hebben we!

Ziehier niet-weten in slechts drie letters.

tja

Korter kan niet.
Nou ja, bijna niet.
Als iemand je weer eens vraagt wat verlichting is


dan weet je dus wat je moet zeggen.

Mu
Chanmeester Wumen (Mumon, 1183 -1260) schreef op de dag na zijn ontwaken het volgende gedicht:

MU MU MU MU
MU MU MU MU MU
MU MU MU MU MU MU

(Mu is Chinees voor neen of niet)
Vertaald naar de geest:

TJA TJA TJA TJA
TJA TJA TJA TJA TJA
TJA TJA TJA TJA TJA TJA

Niet-weten.
Je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.


Het lege boek

Als je niets weet, heb je niets te zeggen.
Je innerlijke boek is leeg.
Het boek met al je opvattingen en overtuigingen.
Al je normen, waarden en leefregels.
Al je idealen en principes.
Alles wat je meent te weten.
Alles wat je meent niet te weten.
De hele bliksemse boel.


Niets staat erin.
Niets heb je te zeggen.
Zelfs niet dat je niets te zeggen hebt.
Zelfs niet dat je innerlijke boek leeg is.
Zelfs niet dat ...

Hyperleeg
Is jouw innerlijke boek leeg?
Niet bijna leeg maar helemaal?
Zelfs van leegte ontdaan?
Hyperleeg, zogezegd?
Heb je echt niets meer te zeggen?
Zelfs niet dat de waarheid niet bestaat?
Zelfs niet dat je niets weet?
Zelfs niet dat je niet eens weet of je niets weet?
Zelfs niet dat ...?
Zeker weten?

Dan mag je jezelf gerust verduisterd noemen.
Verduisterd.
Zie je het al voor je?
"Moeder, ik ben verduisterd!"
"Och jongen (meisje) toch, kom maar even hier!"
Toch maar liever verlicht?
Nou goed dan.
Voor mijn part.
Als je het maar niet opschrijft.
Waarom niet, vraag je nog?
Omdat je boek dan niet meer leeg zou zijn natuurlijk ... dummy!


dummy
1. het lege boek
2. [metonymisch] iemand wiens boek leeg is


De lege leer

Als niet-weten een leer zou zijn, dan een lege.
Een lege leer bevat niet één doctrine.
Zelfs niet de doctrine dat zij geen doctrines bevat.


Laat de nul daarom ons symbool zijn voor de lege leer.
Voor het lege boek.
Voor niet-weten.
Voor dwijsheid.
Voor tja.
Of hoe je het maar noemen wilt.

De lege leer
Een lege leer is enig in haar soort.
Er kan maar één leer zonder inhoud bestaan.
Ik bedoel, jouw lege leer is mijn lege leer.
Jouw niet-weten is mijn niet-weten.
Jouw tja is mijn tja.
Waarin zouden ze van elkaar moeten verschillen?
Kijk eens,

0 = 0

en daarmee basta.
We kunnen dus gerust spreken van de lege leer.
Hoezeer we als mens ook verschillen,
we zijn allemaal even dwijs.



Klaar ben je


Wat moet je met de lege leer?
Wat kun je ermee?
Niets natuurlijk.
Helemaal niets!
Dat is nou net het mooie ervan.

De lege leer kun je niet kennen en niet ontkennen.
Je kunt haar niet verstaan en niet misverstaan.
Niet aanleren en niet afleren.
Niet uitdragen en niet overdragen.
Niet opleggen en niet verbieden.
Niet bewijzen en niet ontkrachten.
Niet aanhangen en niet afwijzen.
Niet aanvallen en niet verdedigen.


Uit de lege leer valt niets afleiden.
Je kunt er niets aan ontlenen.
Je kunt er niets mee rechtvaardigen.
Geen enkele theorie.
Geen enkel doel.
Geen enkele maatregel.
Niets kun je met de lege leer.
Klaar ben je.
Snap je?

Klaar ben je!
Tenminste ...
Dat zeg ik nou wel.
Maar wat zegt de lege leer daar zelf over?
Even het lege boek raadplegen ...
Inderdaad:
Niets.
Niets!
Zelfs niet dat je klaar bent.
Begrepen?
Zo leeg is nou de lege leer.



> Thema's
> Citaten

Naar boven



  Sign in   Terms   Report Abuse   Print page  |  Powered by Google Sites