Maar wacht eens even...
Wat hebben we nou eigenlijk bewezen?
Niets!
Niets?
Niets!
Waarom niet?
Omdat het onzekerheidsbewijs
zichzelf ontkracht.
Ga maar na:
- het maakt zonder enige rechtvaardiging gebruik van ongedefinieerde termen als "regressie" en "illusie" en "bewustzijn" en "bewijs"
- het stelt zonder enige rechtvaardiging dat een gedachte pas waar kan zijn als ze bewezen is
- het beroept zich zonder enige rechtvaardiging op een tweewaardige logica
en zo verder langs onze lijst met vicieuze cirkels en regressies.
Om nog maar te zwijgen over het illusie-argument.
Waarmee ook het onzekerheids
principe op losse schroeven komt te staan.
Eigenlijk weet ik zelfs niet dat ik niets weet.
Allemachtig.
Hoe moeten we dit nog noemen.
Het on-onzekerheidsprincipe?
Het on-on-onzekerheidsprincipe
Maar de vraag is niet hoe we het moeten noemen.
De vraag is: kunnen we het on-onzekerheidsprincipe dan wel bewijzen?
Nee, natuurlijk niet.
Ook hierop zijn het regressie- en illusie-argument van toepassing.
Of het tegendeel?
Kunnen we bewijzen dat het on-onzekerheidsbewijs onwaar is?
Nee, natuurlijk niet.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:
Het is waar noch onwaar dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.
Tjemig.
En dan moeten we dit zeker het on-on-onzekerheidsprincipe
noemen.
Dat is geen spreken meer.
Dat is stotteren.
Het on-on-on-...
Is het on-on-onzekerheidsprincipe dan tenminste wél waar?
Of onwaar?
Nee, natuurlijk niet.
Ook hierop zijn het regressie- en illusie-argument van toepassing.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:
Het is waar noch onwaar dat het waar noch onwaar is dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.
En zo kunnen we maar doorgaan.
Tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen.
Tot sint-juttemis.
Tot het Koninkrijk kome.
Want het ligt nou eenmaal in de aard van een bewering
dat ze steeds een of ander weten uitdrukt.
Een oneindige bewering net zo goed.
Hoe we dit nog moeten noemen?
Gewoon.
Het on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-...
"Weten" en "niet weten"
Wat is het dat zich in geen enkele bewering laat vangen?
Zelfs niet in een oneindige?
Zelfs niet in een eeuwig stamelen?
Inderdaad.
Niet weten.
Precies dit onbewijsbare, zelfvernietigende van-niets-weten.
Dat dus eigenlijk een niet weten tussen aanhalingstekens is.
Een "niet weten".
Zelfs van niet weten weet het niet, en daarmee keert het weten als een boemerang terug.
Maar niet het voormalige, het vanzelfsprekende, het verleidelijke, het grootste, het meeslepende weten.
Slechts de schaduw daarvan.
Een weten tussen aanhalingstekens.
Een "weten".
Voorgoed gegijzeld door niet weten.
Dat zelf ook al tussen aanhalingstekens stond.
Wetend niet weten
Eigenlijk is verlichting dus geen niet weten.
Het is geen hoger weten.
Het is "weten" en "niet weten"
tegelijk.
Het is het smeltpunt van "weten" en "niet weten".
Verlichting is het punt waarop je niet langer meent iets te weten en niet langer meent niets te weten.
Het is
wetend niet weten.
1
Verlichting is het punt waarop je niet langer meent iets te doen en niet langer meent niets te doen.
Het is
doende niet doen.
2
Verlichting is het punt waarop je niet langer meent iemand te zijn en niet langer meent niemand te zijn.
Het is
zijnde niet zijn.
Het is denkend niet denken.
Oordelend niet oordelen.
Sprekend niet spreken.
Voelend niet voelen.
Hebbend niet hebben
Willend niet willen.
Verlichting is het punt waarop je niet langer meent op een of ander punt te zijn.
Het is het punt waarop je niet langer méént.
Noem dat maar een punt.
Noem dat maar verlichting.
Dan toch maar liever niet weten?
3
1.
Daodejing hoofdstuk 71
2.
wei wu wei; Daodejing hoofdstuk 37
3.
Maar wat zegt een naam? Dat wat wij een roos noemen zou met elke andere naam even heerlijk ruiken. (Shakespeare,
Romeo en Julia, 1595). Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor een drol.
Tja
De onmacht van het weten
In het begin heb ik gezegd:
Verlichting is niets weten.
Zelfs niet wat verlichting is.
Dat kan ermee door.
Je moet roeien met de riemen die je hebt.
Een andere omschrijving van verlichting is
Zelfs niet weten van niet weten.
Dat wil zeggen:
Niet weten in het kwadraat.
In formulevorm:
niet-wetenniet-weten
en als we een vraagteken schrijven voor niet weten:
Oftewel:
Verlichting is de macht van niet weten.
Geestig hè?
Maar laat je niet misleiden.
De macht van niet weten is een eufemisme.
Een naam ontleend aan een wiskundige vorm.
De macht van niet weten is niets anders dan de onmacht van het weten.
Verlichting is de onmacht van het weten.
Ook dat kan ermee door.
Je moet roeien met de riemen die je hebt.
Vrije val
Misschien lees je dit en denk je:
Theoretisch gedoe.
Daar heb ik geen boodschap aan.
Doet me denken aan mijn favoriete cartoon.
Die waarin de held onbekommerd over de rand van de afgrond stapt.
Recht zo die gaat, dwars door de lucht!
Totdat hij naar beneden kijkt...
Zelf heb je vast weleens in de afgrond gekeken.
Misschien al zo vaak.
In redeloze verliefdheid.
In diepe rouw.
In totale ontreddering.
Verbijsterd door de gebeurtenissen.
In de greep van je onbegrip.
Het niet weten voor het grijpen!
Maar je dacht: het leven is een mysterie
Of: eigenlijk weet ik niets.
Of: ik moet in overgave leven.
Of: hier heb ik geen boodschap aan.
Of iets anders, wat dan ook.
En je
geloofde het.
Of je geloofde het juist niet.
Je geloofde het
tegendeel.
Wat op hetzelfde neerkomt:
je gedachten grepen jou weer.
Wie weet kijk je op een dag wéér naar beneden.
Misschien wel vandaag.
Misschien wel nu.
Je denkt: Tja.
Je denkt: Wat zal ik er eens van zeggen.
Je haalt je schouders op en HOP, daar ga je.
Je valt...
en valt...
en valt...
een eindeloze vrije val
met niets om op te pletter te slaan.
Niet gedachtenvrij
In niet weten ben je niet vrij van gedachten.
Het is niet stil van binnen.
Je geest is niet leeg.
Er zijn niet alleen maar goede gedachten.
Of mooie.
Of diepe.
Zijn er gedachten dan zijn er gedachten.
Zijn ze er even niet dan zijn ze er even niet.
Zijn ze er helemaal niet meer dan ben je dood.
Maar welke gedachte er ook in je opkomt,
je neemt niet aan dat hij waar is.
Je neemt niet aan dat hij onwaar is.
Niets neem je erover aan.
Zelfs niet dat je er niets over aanneemt.
"Tussen aanhalingstekens"
Als je niets meer aanneemt over je gedachten
is het alsof ze hun uitroeptekens kwijtraken.
Alsof ze in een kleinere letter staan.
Alsof ze tussen haakjes staan.
Tussen vraagtekens.
Tussen aanhalingstekens.
Niet
GEDACHTEN!
maar
gedachten
of