|
Het belang van de Belgische vlasindustrie
► Teelt
Vezelvlas is een gewas dat zijn afzet vindt op de markt van de natuurlijke grondstoffen. Tussen de jaren 2001 en 2005 schommelde de Belgische vlasuitzaai tussen 16.000 en 20.000 hectaren. Sindsdien werd het areaal stelselmatig afgebouwd, om voor de oogst 2010 uit te komen op 11.400 hectaren. Aan de basis van die evolutie lag de oproep tot matiging van de productie, met het doel het evenwicht op de vlasvezelmarkt te herstellen, en zodoende de negatieve prijsspiraal te stoppen. Een derde van de Belgische uitzaai situeert zich in Vlaanderen, en twee derde in Wallonië. Alles samen zijn een kleine 2.000 landbouwbedrijven bij de vlasteelt betrokken. Ruim een derde van het vlasareaal maakt het voorwerp uit van vlasteeltcontracten, d.w.z. een systeem van seizoenpacht, waarbij het teeltinitiatief en -risico genomen worden door de eerste verwerker (vlasser-vezelbereider).
► Vezelproductie
De verwerking van het strovlas tot lange en korte vezels gebeurt in een 50-tal zelfstandige bedrijven, waarvan 99% in Vlaanderen zijn gevestigd, meer bepaald in de provincies West- en Oost-Vlaanderen. Naast het eigen, nationale areaal, verwerken deze bedrijven nog ca. 3.000 ha strovlas uit Frankrijk en ca. 600 ha uit Nederland. Het jaarlijks verwerkte grondstoffenpakket van de Belgische Vlasvezelbereiding totaliseert de laatste jaren bijgevolg ca. 15.000 ha. Als gevolg van de hogergenoemde maatregelen voor een betere beheersing van het aanbod, situeert de jaarlijkse vlasvezelproductie in België zich de laatste jaren tussen 15.000 en 25.000 ton lange vezel (gezwingeld vlas) en tussen 7.000 en 13.000 ton korte vezel (klodden), dit naargelang de opbrengsten van de respectievelijke oogst. Naast de bedrijven uit de eerste verwerkingsfase van het strovlas, telt Vlaanderen nog een 15-tal ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de verdere bewerking van de korte vezel.
► Exportboni
België is een belangrijke draaischijf voor de internationale handel in vlasvezels. Het handelsverkeer bleef echter evenmin gespaard van de diepe recessie, die de wereldeconomie de voorbije jaren in haar greep hield. 2008 in het bijzonder betekende voor de sector een absoluut dieptepunt. Dankzij de prijshausse, kreeg het herstel in 2010 een meer uitgesproken karakter. Toch werd het niveau van vóór de crisis nog niet terug geëvenaard. In 2010 werd door de Belgische vlassector voor 106 miljoen euro aan vlasvezels uitgevoerd, tegen 67,4 miljoen euro het jaar voordien. Het resultaat werd vooral beïnvloed door het prijsherstel; in volume (125.000 ton) bleef de meerexport beperkt tot 18%. Niettegenstaande ook aan de invoerzijde een toename in volume en waarde werd opgetekend, groeide het saldo op de handelsbalans terug aan tot 50,2 miljoen euro, het beste resultaat van de afgelopen drie jaar. Het exportboni wordt traditioneel volledig gerealiseerd op markten buiten de EU, met als absolute koploper China. Andere belangrijke verre exportbestemmingen zijn India, Brazilië, de Verenigde Staten, Japan, Egypte en Rusland.
► Tewerkstelling
In Vlaanderen zijn ca. 3.000 personen betrokken bij de teelt, de vezelproductie, de handel, de spinnerij, de weverij en de veredeling van het linnen weefsel. Daarbij rekenen wij dan nog niet alle bedrijven en personen die onrechtstreeks afhangen van onze nijverheid, zoals de constructeurs van oogst- en verwerkingsmachines, de handelaars en verwerkers van lijnzaad, de leemplatenfabrikanten, de hekel- en kardeerbedrijven enz. Doorgaans wordt ervan uitgegaan dat in de Europese textiel- en kledingindustrie de onrechtstreekse tewerkstelling 2/3 vertegenwoordigt van de rechtstreekse tewerkstelling. Zodoende zou de bedrijfskolom "vlas" in Vlaanderen goed zijn voor in totaal ca. 5.000 arbeidsplaatsen.
► Investeringen
Uit de enquête 2010, die het Algemeen Belgisch Vlasverbond jaarlijks onder de actieve vlasvezelproducenten organiseert, bleek dat tijdens het jaar 2009 in totaal voor 2,5 miljoen euro aan investeringen werden gerealiseerd. Ook dit cijfer had duidelijk te lijden onder de tegenvallende situatie op de vlasvezelmarkt. Behalve in oogstmachines, met het doel het risico zoveel mogelijk te drukken, werd vooral geïnvesteerd in oprolsystemen voor gezwingeld vlas, alsook in materieel voor het transport en de verhandeling van het strovlas en de producten van de vezelbereiding. De automatisering van de zwingelinstallaties en de uitbreiding van de opslagruimte namen op hun beurt een aanzienlijke hap uit het investeringsbudget.
|
