Alle afbeeldingen © Akin Düzakin All rights reserved Gewoon maar wachten is het verhaal over het hazejongetje Klumper, die helemaal alleen aan de rand van het bos moet blijven wachten tot de avond valt. Aan de andere kant van het gemaaide korenveld ligt het veilige hazenhuis maar het is te gevaarlijk om bij daglicht het veld over te rennen; Klumper is gewaarschuwd voor de vos en de uil, van wie je maar nooit weet of ze trek hebben in een jong haasje. Gewoon maar wachten tot het donker wordt om ongezien thuis te komen, is dus de boodschap. Het verhaal wordt volledig verteld vanuit het bewustzijn van het hazejongetje Klumper. Uit zijn onafgebroken stroom van gedachten merken we geleidelijk aan hoe Klumper zich steeds meer zorgen maakt of zijn vader hem nog wel op zal komen halen; hij weet immers dat die zelf ook bang is voor de vos. ("Zonder conditie ben je nergens", is het motto van de hazevader, en hij oefent zich wekelijks in het hardlopen...)
De telegramstijlachtige formuleringen van Klumper weerspiegelen de nervositeit die zich van het haasje meester maakt. De spanning neemt toe naarmate het donkerder wordt; prachtig is hoe daarbij in de tekeningen aan de hemel het verloop wordt gevolgd van de door de ondergaande zon beschenen wolken naar het avondblauw waarin de eerste sterren verschijnen. Herinneringen aan het leven thuis, aan zijn jongere broertje, aan de nuchtere, door schade en schande wijs geworden hazevader (één criticus noemde hem zelfs afgestompt...) en de bezorgde, positieve, warme hazemoeder wisselen elkaar af. Die "helpende gedachten" aan thuis houden Klumper op de been in zijn benarde positie; het is grappig om te zien hoe hij zich verliest in details en hele gezinsdialogen reproduceert... Natuurlijk komt op het eind alles goed. Het is misschien even wennen aan dit procedé van vertellen in een kinderboek, maar al gauw ben je eraan gewend dat je als het ware in het hoofd van de hoofdpersoon zit. Je wordt meegezogen in het verhaal, en de sfeer in de tekeningen draagt daar niet weinig toe bij. Tegenover de grote, steeds schemeriger wordende platen van Klumper aan de rand van het bos staan kleinere tekeningen in meer heldere en vrolijkere kleuren, die weergeven hoe Klumper zich voorstelt hoe het er bij hem thuis aan toegaat, maar ook hoe hij zich voelt.
Een mooi voorbeeld is de tekening waarop het bos waarin Klumper zich bevindt (zie afbeelding aan de kop van deze tekst) in zijn beleving is veranderd in een gevaarlijke jungle met giftige slangen. Hij wordt er nu afgebeeld met een mobieltje; daar weten we intussen van dat hij het nu wel erg graag bij zich zou hebben gehad om naar huis te kunnen bellen.
Deze bijzonder geslaagde samenwerking tussen tekenaar en schrijver werd in Noorwegen direct opgemerkt en bekroond met de Unni Sand prentenboekenprijs. Het boek is vertaald in het Deens, Duits, Spaans en Zweeds. Gewoon maar wachten (oorspronkelijke uitgave: 1998) behoort tot de canon van de Noorse kinderliteratuur en is verplicht object van studie op lerarenopleidingen en universiteiten. De twee zelfstandige vervolgdelen zijn zo mogelijk nog mooier. Deel 2 werd genomineerd voor de belangrijkste Noorse literaire prijs, de Brage-prijs, categorie kinderboeken.
|
Gewoon maar wachten door Oddmund Hagen (tekst) en Akin Düzakin (beeld) Uit het Noors vertaald door Willem Ouwerkerk Omvang: 32 pagina's Formaat: ca. 27 x 21,5 cm Prijs: € 9,95 Leeftijd: vanaf 3 jaar ISBN 978-94-90035-01-3
|






