V
Va
-
Vaaggesprek: Interview waar je niets wijzer van wordt.
- Vaagteken: Leesteken waarvan de functie onduidelijk is.
-
Vaargerecht: Scheepsbeschuit.
-
Vaarmoeder: Schippersvrouw.
-
Vaartwasmachine: Ouderwetse naam voor gemotoriseerd wasapparaat.
-
Vaasgier: Aasetende vogel die crematieresten eet. Syn.Asgier*
-
Vacaturen: Ingespannen uitkijken naar een baantje.
-
Vadermecum: Handboek voor papa's.
-
Vagehond: Zwerfdier.
-
Vagille: Geurige en smakelijke doosvrucht.
-
Vaginaald: Naaigereedschap.
-
Vaginaar: Kutkut.
-
Vaginar: Kutkomiek.
-
Vaginat: Vrouwensap.
-
Vaginering: Bedrijfsmatige exploitatie van het vrouwelijk
geslachtsdeel.
-
Vagiografie: Levensbeschrijving die veel te raden over laat.
-
Vakantiedrugte: Aanloop bij coffeeshops gedurende het
toeristenseizoen.
-
Vakantiet: Comfortabele borst voor in de vrije tijd.
-
Valentuinsdag: Nationale feestdag waarbij men met geheime liefdes
seks bedrijft in de open lucht.
-
Valsaris: Pleger van nepilepsie*
-
Valschelm: Jochie dat mensen laat struikelen.
-
Vamppier: Een zich verleidelijk gedragende regenworm.
-
Vanitast: Iemand die over vergankelijke dingen fantaseert.
-
Vanzelfprekend: Kenmerk van autodominee.
-
Varend: Zwemroofvogel.
-
Variadel: Slet die voor alles is te porren.
-
Varkensmoeder: Zeug.
-
Vastbesnoten: Gedecideerde verkoudheid.
-
Vatsig: Tonrond.
-
Vazeulstaat: Land dat gebukt gaat onder de overheersing door een
andere staat.
Ve
-
Vedelsmid: Vioolbouwer.
-
Vederhose: Lichtgewicht broekje, zoals b.v. in Beieren door
jongemannen gedragen.
-
Vederwaren: Vogelkleding.
-
Veebonk: Cowboy.
-
Veehikel: Vervoermiddel voor koeien.
-
Veehouwerij: Slachthuis.
-
Veemeermin: Sirene die cowboys verleidt.
-
Veenerische ziekte: Door seks met schapen overdraagbare
aandoening (SSOA).
-
Veerfokkerij: Bedrijf waar pontjes worden gekweekt.
-
Veerkont: Veelgeprezen bips.
-
Veerwolf: Pontbaas die aan de ene kant van de rivier mens is en aan
de andere kant beest.
-
Veestaal: Soort vis die zich al borrelend door het water beweegt.
-
Veestappel: Soort vrucht waar je vreselijk van gaat ruften.
-
Veestavond: Uitbundig samenzijn na hacheediner.
-
Veesteelt: Hoornachtige verdikking van de bilspleet veroorzaakt door
het veelvuldig laten van winden.
-
Veestenstal: Volière om er meer dan eentje te laten vliegen.
-
Veestgedruis: Incidenteel burengeruft*
-
Veestibule: Ruftruimte.
-
Veestingwerk: Gifgasfabriek.
-
Veestneus: Compact en selectief gasmasker.
-
Veestral: Geheimzinnige moerasvogel die
karakteristieke baggergeur verpreidt.
-
Veestrede: Smerig praatje.
-
Veestvarken: Windenlatend zwijn.
-
Veestverruimend middel: Darmgasopwekkende drug.
-
Vellatio: Pijpen tot de blaren breken.
-
Velocipedo: Iemand die op kinderfietsjes geilt.
-
Veloslag: Wielerwedstrijd.
-
Veluwte: Beschutte landstreek in Gelderland.
-
Venneutschap: Rechtsvorm in de horecabranche.
-
Ventfiel: Iemand die alleen op echte kerels valt.
-
Ventilatio: Afzuiginstallatie. (zie afbeelding)
-
Venuskeuvel: Gezellig pruttelend schaamdeel.
-
Verarmingsketel: Stookapparaat dat direct op de portemonnee is
aangesloten.
-
Verbandrommel: Wat nodig is voor eerstehulpverlening.
-
Verderinnetje: Plattelandsmeisje met grote diepgang.
-
Verdomper: Instrument om de goede stemming mee te bederven.
-
Verdonkeremannen: De historische slavenhandel.
-
Verdrog: Overeenkomst waarvan je weet dat hij niet wordt nageleefd.
-
Verenigde Stoten: Imperialistische belangenorganisatie van knappe
domme blondjes.
-
Vergaderring: Sieraad van beroepsmatige kletskousen.
-
Vergroetelen: Iemand tot vervelens toe beleefdheid betuigen.
-
Verguisdoos: Verachtelijk vagijn.
-
Verjaardagsveest: Extra geurige en melodische scheet waarmee kaarsjes
worden uitgeblazen.
- Verkauwer(1): Iemand die met lange tanden eet. (2): Iemand die zijn kaak verrekt op een taai stuk vlees.
-
Verkeersknalpunt: Onoverzichtelijke wegkruising.
-
Verkeersnicht: Stoplicht dat op roze springt ipv op rood.
-
Verklachting: Het valselijk aangifte doen van gedwongen
geslachtsgemeenschap.
-
Verknieling: Typisch katholieke blessure.
-
Verkussen: Het zoenen van de verkeerde persoon.
-
Verkwakken: Er opgelucht naast spuiten.
-
Verlangsnoer: Trek eraan en er valt een cadeautje uit de boom.
-
Vermakelijkheidsbetasting: Recreatieve visitatie.
-
Vermicello: Strijkinstrument met wormvormig aanhangsel.
-
Verneukelen: Zich verheugen op de daad.
-
Verrekbonus: Door helpdesks verstrekte premie om vragen niet
beantwoord te krijgen.
-
Verrekhal: Opvangruimte voor vliegtuigpassagiers die door niemand
zijn opgehaald.
-
Verrekkijker: Iemand die graag van dichtbij ziet hoe anderen sterven.
Ramptoerist. Zie ook Kermofiel*
-
Verrezijker: Hulpstuk om over grote afstand te kunnen pissen.
-
Versheld: Popidool.
-
Verslapgever: Journalist van het lokale sufferdje.
-
Verslavink: Het verschijnsel dat iemand het eten van bepaalde
vleeswaren niet kan laten.
-
Versnellingsspook: Plaaggeest die je tegen je wil de maximumsnelheid
laat overschrijden.
-
Versnikkelen: Wat een piemel doet in koud water.
-
Versnolling: Het verschijnsel dat meisjes zich hoeriger gaan gedragen
naarmate ze ouder worden.
-
Verspelig: Overmatig vreemdgaan.
-
Vertieping: Opeenstapeling van verkeerde aanslagen op een
toetsenbord.
-
Verwijfbriefje: Advies van huisarts om maar naar een andere vrouw uit
te zien.
-
Verzamelaars: Kont die alles inslikt wat er wordt ingestoken.
-
Vespaalse maagd: Ongerepte Italiaanse op een scooter.
-
Vetfrommelen: Het wegmoffelen van vetkwabben.
-
Vetisjist: Iemand die seksueel kickt op zeer dikke mensen. Ook:
Dikdekker*
-
Vettrekken: Als liposuctie niet meer helpt.
-
Veulendam: Vissersplaats in Noord-Holland waar jonge paarden als
platvis worden verpakt.
Vi
-
Viaduit: Brugpensioengeld.
-
Viafragma: Indirect instelbare beeldopening.
-
Viagraf: Laatste rustplaats met rechtopstaande steen. Last stand.
-
Vibrafohn: Multi-functionele schaamhaardroger.
-
Vikling: Waar vijanden van de Noormannen over gejaagd werden.
-
Vildo: Kunstpenis met afstroopbare voorhuid.
-
Vinderporno: Erotische uitgaven die op straat liggen.
-
Vingergoedje: Substantie die op de vingers achterblijft. Zie ook
Vaginat*.
-
Vingervlieg: Insect dat op uittredend vaginat* afkomt.
-
Viscommunicatie: Blupblup? Blup!.
-
Visdrijf: Hengelen zonder vergunning.
-
Viskus: Heffer van aquariumbelasting.
-
Visplay: Aquarium.
-
Vistrine: Aquarium.
-
Vitnesscentrum: Centrum voor de evrouwcipatie van de man.
Vl
-
Vlakscheermachine: Door barbier gebruikt gereedschap.
-
Vlakscheurmachine: Door professioneel schuinsmarscheerder* gebruikt apparaat.
-
Vlamenwerper: Waal.
-
Vleerlooier: Ambachtsman die vliegende nachtdiertjes verduurzaamt.
-
Vleesbril: Instrument om door kleding heen te kijken.
-
Vleesmuis: Knaagdiertje dat voor de consumptie wordt geweekt. Zie ook
Melkmuisje*.
-
Vlekgom: Gummetje dat een knoeiboel teweeg brengt.
-
Vlekkerbek: Iemand die dol is op knoeien.
-
Vleselijk gemeenschaap: Huisdier voor collectief gebruik.
-
Vliegdeukschip: Neergestort luchtvaartuig.
-
Vliegerveest: Scheet die met een touwtje in bedwang wordt gehouden.
-
Vliegerzwam: Paddestoel door het eten waarvan je zeer grote hoogten
bereikt.
-
Vlieswond: Niet fatale -vnl geestelijk- maagdaandoening*.
- Vliezenmepper: Foetus die probeert uit te breken.
-
Vlijbuiter: Piraat die gezellig aan je voeten komt liggen nadat ie je
veroverd heeft.
-
Vloekentest: Manier om uit te maken of men wel nette taal gebruikt.
-
Vloektegel (1): Steen waaraan je je telkens stoot. (2): Wandplavuis met volkswijsheid.
-
Vloermuis: Zoogdiertje dat overdag rechtop aan de vloer hangt.
-
Vloertepel: Uiteinde van hangborst.
-
Vlokkendoos: Schuimbeffende dame.
- Vlootstelling: Verzameling opgelegde schepen.
-
Vluchtaanval: Gevechtstactiek.
-
Vluchtballon: Luchtvaartuig om stilletjes mee te ontsnappen.
-
Vluchtdoelraket: SAM die doel mist en er daarom vandoor gaat.
- Vluchtstimulator: Middel om mee in hoger sferen te komen.
Vo
-
Voelbescherming (1): Vereniging tot bescherming van Masseurs en
Masseuses.
-
Voeldaan: Bevredigd door handtastelijkheden.
-
Voeldoening: Tevreden zijn met handtastelijkheden.
-
Voelelement: Vinger.
-
Voelewapper: Handtastelijke eikel.
-
Voelganger: Blinde wandelaar.
-
Voelmuis: Knaagdiertje dat nooit zijn handen kan thuishouden.
-
Voelstuk: Handtastelijke kanjer.
-
Voelumeknop: Regelaar van bass booster.
-
Voergeul: Mond.
-
Voetafrukken: Masturbeertechniek die vereist dat de penis tussen de
tenen van beide voeten wordt geklemd.
-
Voetbaalwedstrijd: 0-0.
-
Voetbellen: Methode van handsfree telefoneren in de auto.
-
Voetenbonkje: Ruige massage volgens het teenvingersysteem*.
-
Voetengel: Pedicure.
-
Voetgangersnicht: Tippelpoot.
- Vogelbefdier: Viervoeter (Ornithorhynchus cunnulingus) met een bek vol veren
-
Volbloes: Vrouw met flinke bos hout voor de deur.
-
Volgpot (1): Po die automatisch in de buurt van behoeftigen blijft. (2): Stalkende lesbienne.
-
Volgspat: Stalkende spetter.
-
Volkorenmoord. Weinig geraffineerde genocide.
-
Voluptuneus: Zeer groot reukorgaan.
-
Volwassende: Oudere pubere.
-
Voodoos: Religieuze toverkol.
-
Voorharig: Reeds op jeugdige leeftijd beschaamhaard.
-
Voorjaarsdoeheid: Onbedwingbare zin in de Grote Schoonmaak.
-
Voorlogsmonument: Gedenkteken voor slachtoffers van een oolog die nog
niet heeft plaatsgevonden.
-
Voortstuwind: Scheet die voor de aandrijving zorgt. Zie ook
scheetsvaart*.
-
Voorvacht: Eikelbeharing.
-
Voorziendheid: Oogafwijking waardoor men in de toekomst denkt te
kunnen zien.
-
Voos alarm: Dringende waarschuwing voor een liegramp*.
-
Voosfilm: Als smoes gebruikte bioscoopvoorstelling.
-
Voosnaampje: God ('Oh God ik kom').
-
Vorkheftruc: Kunstje om dinergasten mee te vermaken.
Vr
-
Vragiel: Een heel voorzichtig verzoek.
- Vraude: Overspel.
-
Vrectum: Zuinig pruimekontje.
-
Vreesbank: Meubel waar niemand op durft te zitten.
- Vreesgerecht: Bange maaltijd van dierlijke oorsprong. Zie ook Sidderlapje 2*
-
Vreestomaat: Vrucht die vegetariers niet durven eten.
-
Vrekvogel: Gierigarend.
-
Vreselijke gemeenschap (1): Activiteit die taboe is onder veganisten. (2): Verkrachting.
-
Vretespaleis: Bekend Haags fat-food restaurant*. (zie afbeelding)
-
Vretestichter: Kok.
-
Vrijbouter: Iemand die alleen in de open lucht poept.
-
Vrijhandelszonde: Overdraagbare normovertreding.
-
Vrijvaardigheidsbewijs: Wiploma.
-
Vriviool: Lichtzinnig strijkinstrument.
-
Vroomdeling (1): Onbekende met ander geloof. (2): Kerkelijke afscheiding.
-
Vrouwfiets: Rijwiel dat zo kan worden ingeklapt dat het in een
handtasje past. Zie ook Zakfiets*
-
Vrouwwagen: Truttenschudder.
Vu
-
Vuiligheidsbroek: Designluier.
- Vuiligheidsgordel: Voorbinddildo.
-
Vuiligheidspolitie: Staatsapparaat dat de seksuele moraal in de gaten
houdt. Zie ook Staatskuishoudkunde*
-
Vuilva: Ongewassen schaamspleet.
-
Vulvak: Schap met louter kutproducten.
-
Vulval: 'Spleet fatale'.
-
Vulvla: Zoet, dikvloeibaar nagerecht in schaamspleet. Zie ook
Wipsaus*.
-
Vunzeug: Vuilbekkend vrouwtjesvarken.
-
Vuurpruim: Pluk tabak die brandend in de mond wordt gestoken.
-
Vuursubsidie: Financiële ondersteuning voor een executiepeloton.