T
-
T- bonestak: Het houtachtige harde stuk dat uit geroosterd vlees
steekt.
-
T-bonestek: Manier van vegetatieve vermeerdering van koeieheupen.
-
T-skirt: Rokje met korte mouwen.
Ta
-
Taalaunie: Organisatie die telkens pijnlijke veranderingen doorvoert
in het Nederlands.
- Taalballen: Bekakte kletskousen.
-
Taalpoets: Middel om woorden meer glans te geven.
-
Taalvirtudoos: Woorddanseres.
-
Taalzeveraar: Iemand die altijd zeurt over verloedering van het
Nederlands.
-
Taasjeskruid: Plant met penisvormig zaad. Zie ook Blosjeskruid*.
-
Taasschaaf: Werktuig om knopkaas mee te verwijderen.
-
Taboek: Boek waarover niet gepraat mag worden.
-
Taboereet: Achterwerk waar je nooit op mag zitten.
-
Taboerijn: Verboden slaginstrument.
-
Taekwond: Koreaanse sportblessure.
- Teatjerker: Engelsman met weinig respect voor het vrouwelijk schoon.
-
Tafelijzer: Door meubelmakers gebruikte mal.
-
Takfiets: Vervoermiddel voor sportieve vogels.
-
Talefoon: Electronische tolk.
-
Talentennacht: Avond waarop mooie meisjes de regisseur mogen bewijzen
wat ze waard zijn.
-
Tamboerin: Platte landsvrouw waarop geslagen mag worden.
-
Tamfetamine: Speed met kalmerende werking.
-
Tampagne: Geliefd Frans sperma.
-
Tampelier: Zuiglap.
-
Tampenfilm: Homopornomovie.
-
Tampenplan: De regels voor wat te doen in geval van een erectie.
-
Tampion: Bloedstelpend middel met kaarsverlichting.
-
Tampoes: Katje dat gebruikt wordt om bloedingen mee te stelpen.
-
Tampoline: Apparaat waarop vrouwen graag gymnastische toeren
uithalen.
-
Tampoon (Rode ~): Bepaalde zeevis gekenmerkt door uithangend touwtje.
-
Tampspoed: Vreselijk falen van fallus.
-
Tamptoerist: Iemand die speciaal in de auto stapt om naar een lul te
gaan kijken.
-
Tangamuziek: Tweekwartsmaat in string.
-
Tangaverlossing: Chirurgische ingreep om vermiste onderbroekjes uit
spleten en gaten te verwijderen.
-
Tangoslipje: Zuid-Amerikaanse danskleding.
-
Tankvlees: Dat wat na een veldslag van rupsbanden moet worden
geschraapt.
-
Tantaluskweling: Gezang dat men gedwongen is om aan te horen.
-
Tantanuskwelling: Jeuk aan de kont op een ongelegen moment.
-
Tante Pedo: Vrouwelijk familielid dat er als de kippen bij is als er
neefjes of nichtjes geknuffeld kunnen worden.
-
Tappelaarster: Barmeid.
-
Tappist: Broeder barmannerste.
-
Tararaboom: Fanvaren.
-
Tarbotaal: Zo'n modieuze platte paling.
-
Taspijt: Vloerbedekking die je beter niet had kunnen kopen.
-
Tassenrellen: Breken altijd uit tijdens de uitverkoop.
-
Tastbaars (1): Zoetwatervis die zijn handen niet thuis kan houden. (2): Vissueel gehandicapte.
-
Tastbeer (1): Roofdier dat zich met de ogen dicht voortbeweegt. (2): Lievelingsknuffel die je mee naar bed neemt.
-
Tastosteron: Gevoelshormoon.
-
Tastpost: Blinde die voortdurend misbruik maakt van zijn of haar
handicap.
-
Taxioma: Grootmoeder die tegen betaling mensen vervoert met haar
rollator.
Te
-
Teekhoorn: Bloedzuigend zoogdier.
-
Teelbalen: Geen zin meer hebben in neuken voor de voortplanting.
-
Teeltknobbel: Daar begint de voortplanting meestal mee.
-
Teenbeitel: Teenhouwersgereedschap.
-
Teenboor: Teenhouwersgereedschap. (zie afbeelding)
-
Teenhouwer: Pedicure. (zie afbeelding)
-
Teenjager: Voetesjist.
-
Teenvingersysteem: Methode om een vrouw met de voeten te bevredigen.
-
Tegenboog: Het ondergrondse deel van een regenboog.
-
Tegenkunst: Het vermogen om controversieel te zijn.
-
Tekstverweker: Programma dat jouw mooie proza ontkracht door allerlei
onterechte correcties.
-
Tekstverwekker (1): Programma dat lukraak artikelen produceert. (2): Schrijver.
-
Tekstverwelker: Slechte redacteur.
-
Telechinese: Het verplaatsen van bepaalde Aziaten zonder ze aan te
raken.
-
Teledigen: Iemand op afstand pijnlijk in zijn eergevoel treffen.
-
Telefantiasis: Geestesziekte waardoor mensen in het openbaar zeer luid tegen zichzelf
gaan praten.
-
Telefoonheks: Toverkol met mobieltje, zodat ze geen bezem meer nodig
heeft.
-
Telefoonhoestel: Communicatieapparaat
dat kuchend om aandacht vraagt. (zie afbeelding)
-
Telehoppen: Zappen.
-
Telorgaan: Hand.
-
Teluidsinstallatie: Apparaat dat hevig gebonk uit auto's veroorzaakt.
-
Tenekinese: Het vermogen om de tenen te bewegen zonder ze aan te
raken.
-
Tentenkramp: Kampeerkwaal. Zie ook Kramperen*
-
Tenteritis: Gemoedstoestand op camping tijdens langdurige regenval.
-
Tepelaar: Reigerachtige vogel die van borstvoeding leeft.
-
Tepelier: Aan moedermelk verslingerde zuiplap.
-
Tepellijm: Bij apotheker en drogist verkrijgbare kleefstof.
-
Tepelzetter: Assistent van vrouwelijke sekssymbolen. Ook:
Tietularis*.
-
Teraardebesteling: Begrafenis die je een rib uit het lijf kost.
-
Terrorpist: Iemand die de boel stevig in de zeik neemt.
-
Terugstootdoos: Lekker ding dat zich niet onbetuigd laat.
-
Testanus: Klootkramp.
-
Testiculeren: Wulpse gebaren maken met het kruis door mannen.
-
Têt-à-têt: Lesbische liefde.
-
Tetland: Baltische staat met rondborstige vrouwen.
-
Tetnograaf: Instrument dat tepelbewegingen registreert.
-
Tetpil: Figuurverbeterend medicijn dat onder de borsten moet worden
geklemd.
-
Tetsenist: Bespeler van vrouwenborsten.
-
Tevenacademie: Voorheen huishoudschool (spinazieacademie).
-
Tevenfilm: Animatiefilm vol met lekkere reuen.
-
Tevenstander: Iemand die bezwaar heeft tegen vrouwen.
-
Tevenzin: Loopsheid.
-
Tevolutie: Keerpunt in de ereusipatie van vrouwelijke honden.
Th
-
Thansfusie: Ogenblikkelijke samensmelting.
- The great bowel shit: Engelse broekbraak.
-
The great vowel shit: Een zeker soort woordbraak.
-
Thee-eiig: Bijsmaakje aan waterig drankje.
-
Theemometer: Temperatuurregelaar voor theepotten.
-
Theoerotisch: Seks volgens de regels. Zie ook ISBn*
-
Thermosflex: Rubberen warmwaterkruik.
-
Thermostoot: Mokkel waarin hij heerlijk warm blijft.
Ti
-
Tietanium: Stevig materiaal om borstweringen van te maken.
-
Tietularis: zie Tepelzetter*.
-
Tildo: Kunstpenis waardoor je je opgelicht voelt.
-
Tilspleet: Benaming voor prostituee die te hoog tarief berekent.
Tj
-
Tjongedame: Meisje waar je wel even van moet slikken.
-
Tjongeheer: Pik waar je wel even van moet slikken.
To
-
Tobambtenaar: Maakt zich zorgen over plannen om op de overheid te
bezuinigen.
-
Tobatleet: Sporter die geen geld heeft voor doping.
-
Tobconferentie: Vergadering over de wereldvrede.
-
Tobje: Op- of neersukkelend truitje van jong meisje. Zie ook
Naveltrutje*
-
Tobografie: De kunst van het verdwalen.
-
Tobspin: Achtpotige ongewervelde die telkens in eigen web verward
raakt.
-
Tobsport: Bewegingstherapie voor sukkelaars in de zorgsector.
-
Tochthuis: Reisbureau.
-
Toegangsplasje: Preventieve dopingcontrole.
-
Toekon: Tropische vogel met snavel die echt niet meer kan.
-
Toeschijtelijk: Geneigdheid om zich te laten onderpoepen.
-
Toevalk: Kleine roofvogel die net zo goed arend had kunnen zijn.
- Toevallid: Penis die soms zomaar flauwvalt.
-
Toiletpoot: Pisbakflikker.
-
Toileutpapier: Slap materiaal om zich op de WC mee te vermaken.
-
Tolberoerte: Eerste tegenvaller op weg naar het zuiden.
-
Toleander: Voortdurend ronddraaiende plant uit het Middellandse
Zeegebied.
-
Tolkcubine: Vertalende onechtgenote.
-
Tolkerant: Vrij vertaald.
-
Tolueend: Zwemvogel met groot oplossend vermogen.
-
Tomatitis: Ontsteking van appeltjes der liefde.
-
Toog-Duits: Germaanse barpraat.
-
Toogarts: Dokter die alleen alcoholische drankjes voorschrijft.
-
Toonadder: Muzikaal soort reptiel.
-
Toonbroek: Kledingstuk dat niets aan de verbeelding overlaat.
-
Toonderij: Gallerie.
-
Toondorp: Openluchtmuseum.
-
Toonfladder: Opeenvolging van tonen die alle kanten op kan gaan.
-
Toonkabouter: Potloodventje. Exhibitionistische dwerg.
-
Toonkladder: Herrie.
-
Toonlader: Geluidsopnameapparaat.
-
Toonman: Exhibitionist.
-
Toplosmiddel: Manier om vrouwen uit de bloes te krijgen.
-
Toppositiepartij: Partij die de beste baantjes verdeelt.
-
Toprapen: Zijn het laatste gaar.
-
Toproerkraaier: Haantje-de-voorste.
-
Toprotpremie: Gouden handdruk.
-
Torgasme: Klaarkomst van kevertjes.
-
Torsprong: Genesis der Coleoptera.
-
Torteldoof: Tijdens het minnekozen nergens anders oor voor hebben.
-
Tortelfuif: Intiem feestje met veel knuffelbieren.
-
Total bloss: Schaambloot.
-
Toupijttegel: Goedkoop haarstukje.
-
Toupoetje: Haarstukje om buit onder te verbergen.
-
Touringbar: Mobiel café.
-
Tournado: Biefstuk van de haast.
-
Tournados: Biefstuk van de poes.
-
Tournalist: Iemand die verslag doet van grote wielerrondes.
-
Touwerij: Hangplek.
-
Tovergrootmoeder: Ouwe heks.
-
Toverspel: Huwelijkse ontrouw die op miraculeuze wijze onopgemerkt
blijft.
-
Tovertuiging: Geloof (in sprookjes).
Tr
-
Traagbaak: Telefonische helpdesk.
-
Tracist: Kieskleurige* spoorzoeker.
-
Tragebol: Geen studiehoofd.
-
Traktatiet: Vrouwenborst met slagroom en aardbeien.
-
Tramboos: Onvriendelijk soort stadsbraam die een bovenleiding nodig
heeft.
-
Trambose: Stagnatie in het stadsrailvervoer.
-
Trampet: In het stadsrailvervoer noodzakelijk hoofddeksel.
-
Trampetampen: Seksen in openbaar railvervoer.
-
Tramponline: Homepage van daklozenorganisatie.
- Tramsportfiets: Rijwiel voor wedstrijden tegen het openbaar vervoer.
-
Tranquillijzer: Metalen staaf om iemand mee tot rust te manen.
-
Transferlust: Behoefte aan verandering van bedpartner.
-
Transpiratieguur: Schraalheid ontstaan door overmatig
deodorantgebruik.
-
Travestet: Namaakborst.
-
Travestier: Nepos*.
-
Tredetwisten: Ruzie maken over wie voor mag gaan op de trap.
-
Tredmollen: Vertrappen.
-
Treefje: Vrouwtjeshond waarvoor de reu een opstapje nodig heeft.
-
Treegesprek: Toevallig praatje met iemand in het trappenhuis.
-
Treformatie: Het opzetten van iemands maatschappelijke ladder.
-
Treineren: Altijd te laat komen.
-
Treiteur: Pesterige cateraar.
-
Trekbaak: Doel waarop mannen zich kunnen richten bij het masturberen. Zie ook Noordernicht*
-
Trektatie: Verjaardagslekkernij.
-
Trekwisiet: Masturbatiehulpstuk voor mannen.
-
Trekzeug: Vrouwtjesvarken dat de beer een handje helpt.
-
Tremateam: Opsporingsapparaat van de Taalunie dat teksten controleert
op correcte accenten. (zie afbeelding)
- Trematorium (1): Instituut dat de puntjes op de e zet.
- Trematorium (2): Door de Nederlandse Taalunie beheerde installatie om door het Tremateam* gevonden foute accenten te vernietigen.
-
Tremhuisje: Plek waar men zich tijdens het wachten op vervoer
inelkaar kan laten slaan.
-
Tremolol: Het plezier dat men beleeft aan een vibrator.
-
Treuzelaars: Lichamelijke handicap waardoor de verblijftijd op de WC sterk
toeneemt.
-
Tribanaal: De laagste rechtbank.
-
Trigonomerrie: Wiskundig paard.
-
Trilfiets: Damesrijwiel.
-
Triljant: Duizend keer zo geniaal als briljant.
-
Triogie: Eendelig verhaal over seks tussen drie personen.
-
Trionometrie: Wetenschap die zich verdiept in de wiskundige figuren
die te maken zijn bij seks met een tweeling. Zie ook Trigonometrio*.
-
Troepseks: Neuken in militair verband.
-
Troglomiet: Holbewoner.
-
Trollenspel: Het reageren op trolmopsen* om je lekker boos te
kunnen maken.
-
Trollenvanger: Jarenvijftig-filter om trolmopsen* mee te
plonken.
-
Trolmops: Zuur zuigertje op Usenet dat je beter niet kan voeren.
-
Trolpatroon: Herkenbare stijl van treiterende trolmops*
-
Trombose: Verstopte schuiftrompet.
-
Tromconducteur: Tambour-maître.
-
Trommelmemmen: Strak gespannen borsten.
-
Trommelvlieg: Insect dat roffelende geluiden maakt in de gehoorgang.
-
Trompiet: Jongeheer die een schetterend geluid maakt als er op
geblazen wordt.
-
Tromptet: Koperen blaastet*
-
Troonconducteur: Lakei die bij audiënties de kaartjes knipt.
-
Troonreder: Uitbater van koninklijke zetels.
-
Trouwbroekje: Kledingstuk dat meestal zo snel mogelijk weer wordt
uitgetrokken.
-
Trouwslager: Huwelijksmakelaar.
-
Truila: Trut in trui.
-
Truipoli: Libanese stad, beroemd om het breiwerk.
Ts
-
Tsoebami: Overvloedige hoeveelheid oosterse deegwaar.
Tu
-
Tubas: Laagtonig blaasinstrument.
-
Tubisex: Pijpen.
-
Tuchtverfrisser: Heropvoeder.
-
Tuinbonk: Stoere hoveniersknecht.
-
Tuinladder: Carriërebegeleider voor klimplanten.
-
Tukki-tukki: Indonesich dutje.
-
Tuliban(d): Afghaanse hasjcake met blauwe bonen.
-
Tulpbehoevend: Wat de vele buitenlandse toeristen zijn die ieder
voorjaar naar Nederland komen.
-
Turbolentie: Zware storm.
- Turfmol: In de grond levend zoogdierje dat het aantal gevangen wormen
administreert.
- Turker: Uit Twente afkomstige inwoner van Urk.
-
Tuurboord: De kant van een schip waar men altijd op de uitkijk staat.
-
Tuurpruim: Dameskruisje dat alleen is om naar te kijken. Zie ook Preutoogjes*
Tw
-
Tweedehonds: Kenmerk van herkauwde drol.
-
Tweekamerkoning: Bescheiden staatshoofd.
-
Tweepitsbank: Zitplaats met dubbele penetratie.
-
Tweetrapsracket: Nieuwste ontwikkeling op tennisgebied.
-
Tweeverdiender: Bijklussende politieagent.
-
Twinslet: Del in tweedelig kostuum.