R
Ra
- Raadlid: Mannelijk geslachtsdeel waarvan het nog niet duidelijk is of het eigenlijk wel bestaat.{pa}
- Raamborstig: Met de juiste tietelatuur voor de walletjes.
-
Raamgenoot: Collega waarmee op de Wallen een werkplek wordt gedeeld.
-
Raamoverheenkomst: Afspraak met etalageprostituee.
-
Raamsbonk: Branbantse plaats met grote rosse buurt.
-
Raardos: Vreemd kapsel. Raar haar.
-
Rabips: Kontsdolheid.
-
Radionalisme: Denkrichting waarbij alleen datgene aanvaard wordt wat
in de ether verkondigd wordt.
-
Rafella: Uitschuifbare bergplaats waarin arme mensen hun afgedragen
kleding bewaren.
-
Raketoe: Pijlsnelle papegaai.
-
Ramadam: Nuchtere mohammedaanse dame.
-
Rambonees: Gewelddadige Molukker.
-
Rambulant: Mobiele vandaal.
-
Ramburger: Broodje met stuk vlees dat bont en blauw is geslagen.
-
Ramerika: Land dat met geweld zijn zin doordrijft.
-
Rampenpan: Kookvat waarin altijd alles aanbrandt.
-
Rampestampen: Gabberseks.
-
Rampetampon: Desastreuze prop watten.
-
Rampetappen: Dansend vrijen met klikschoenen aan.
- Rampkraak: Mislukte inbraakpoging.
-
Ramprostitutie (1): Noodzakelijk voor het schapenstamboek.. (2): Wat een hoerenloper doet die niet door de deur
maar door de ruit naar binnen gaat.
-
Rampspoep: Zie kakastrofe*.
-
Ramsel: Zie Rukzak*
-
Randengeknars: Het geluid van een droog sneetje.
- Rantzoen: Schamel kusje.
-
Rarabië: Geheimzinnig schiereiland in het Midden-Oosten.
-
Rarend: Vreemde roofvogel.
-
Raritietenkabinet: Verzameling vreemd gevormde borsten.
-
Raspedaal: Extra trapper in auto voor hoge snelheid.
-
Raspetampen: Zelfbevrediging met een opgeruwde dildo.
-
Rassimilatie: Volledige vermenging der erfelijke eigenschappen.
-
Rattenmoord: Gigantische genocide die nog steeds voortduurt.
-
Rauwcentrum: Opslagplaats voor onverwerkt vlees.
Re
-
Reageerhuis: Woning waarin een verzameling mensen wordt samengebracht
om te zien wat er gebeurt.
-
Realitiet: Borst waar de meeste van ons het mee moeten doen.
-
Reanimatig: Niet geheel gelukte poging een schijndode weer tot leven
te wekken.
-
Rechtgehaard: Met haardos zonder krullen.
-
Rechtgenoot: Medeverdachte.
-
Recidivis (1): Waterdier dat het zwemmen niet kan laten. (2): Waterdier dat zich telkens weer aan de haak laat
slaan.
-
Reclamekolder: Onzin die vertolkt wordt in reclameboodschappen.
-
Reclamevagina: Vrouwelijk geslachtsdeel dat de daad regelmatig
onderbreekt met commercials.
- Rectaas: Flexibel voortplantingsorgaan.
-
Rectoparasieten: Diertjes die de anus penetreren.
-
Reczeem: Schilferende anus.
-
Redelaar: Armzalige spreker.
-
Redewerker: Breedsprakige collega.
-
Reeanimeren: Het vermaken van hijgende hertjes.
-
Reetcafé: Kantine op nudistencamping.
-
Reetdekker: Anaalist.
-
Reetgelegenheid: Snakbar* voor andersgeaarden.
-
Reetinol: Dierlijk vitamine A, verwerkt in zalfjes tegen een schrale
naad.
-
Reetirade: Schijthuis.
-
Reetmop (1): Aarsrager. (2): Anale humor.
-
Reetorica: De kunst van de anale conversatie.
-
Reetoriek: Langdurig op de wc zitten zonder iets substantieels te
produceren.
-
Reetrospectie: Navelstaren voor gevorderden. Zie ook
Kontdekkingsreiziger* en Kontraadselen*.
- Regelworm: Overpunctuele ongewervelde.
- Regelwoud: Doolhof der regelneven.
-
Regenwind: Natte scheet.
-
Rehabilitatiet: Herstelde mem.
-
Reisgezelschaap: Herder.
-
Reismograaf: Instrument dat vakantie-indrukken registreert en
weergeeft.
-
Rekbaars: Zeer populaire vis bij slechte hengelaars.
-
Rekenaars: Anus die kan optellen en aftrekken.
- Rekenschaap: Hulpmiddel om klanten mee af te leggen.
-
Rekwind: Ruft die zo hard is dat de aars er van uitlubbert.
-
Rekwitiet: Toneelborst.
- Relibaat: Geloofsonthouding.
- Relica: Nepgeloof.
- Relicatesse: Hosti.
- Relicitatie: Gelovige gelukswens.
- Reliegie: Geloofsovertuiging die op leugens is gebaseerd.
-
Reliehaantje: Abt in een nonnenklooster.
-
Religineuzen: Zoeken naar het ware geloof.
-
Religrant: Iemand die terugkeert naar eerder geloof.
- Relikopter:
Pauselijke wentelwiek.
- Relischopper: Antigeloofsactivist.
- Relitiviteitstheorie: Leer omtrent de betrekkelijkheid van het geloof.
- Relmops: Wild om zich heen slaande haring.
-
Relreiger: Vanwege de zeldzaamheid ophefveroorzakende vogel.
-
Rembolie: Verstopping van remleiding van motorvoertuig.
-
Remdier: Hertachtige die op het juiste moment weet te stoppen.
-
Remdierjager: Schiet zijn doel meestal voorbij.
-
Remedief: Iemand die steelt voor zijn gezondheid.
-
Remesis: Godin van de herhaling.
-
Remplacement: Terrein voor uitgerangeerde treinen.
-
Remplooi: Ribbel in het asfalt bij stoplichten, onstaan door
veelvuldig remmen en optrekken.
-
Remschaap: Stadium in het tellen van schaapjes bij slapeloosheid.
-
Rendez-vies: Ontmoeting met smeerlapperij als oogmerk.
-
Repeteerbeweren: Veelgebruikte, maar weinig overtuigende
discussietechniek.
-
Repileren: Herharen.
-
Respecht: Ontzag afdwingende klimvogel.
-
Retalagepop: Legale exhibitionist.
-
Retaleur: Iemand die op ongepaste momenten de blote kont toont.(Eng.:
Mooner).
-
Reteloos: Niet te kieren. Niet te gleuven.
-
Retenschap: Kennis der kieren en spleten.
-
Reteranen: Oudgediende homopielen.
-
Reteranenziekte: Aids.
-
Reterselie: In kieren en spleten groeiend onkruid. Zie ook
Peuterselie*
-
Retrospectiet: Vrouwenborst waarvoor een man nog een keer omkijkt.
- Retueel: Traditionele WC-gewoonte.
-
Reukmatiek: Auto-immuunziekte, gepaard gaande met pijnlijke
ontsteking en misvorming van de neus.
-
Reukwind: Laag-bij-de-grondse uitdrukking die op de hielen gericht is
maar bij de neus uitkomt.
-
Reüniek: Reünie waar alleen de organisator komt opdagen.
-
Reuorgaan: Orgaan dat neus en penis direct met elkaar verbindt.
-
Reupa: Schoonvader van mevrouw hond.
-
Reusarium: Verblijfplaats voor grote mensachtigen.
-
Reutelslang: Gevaarlijk reptiel dat die bij nadering doet alsof het
op sterven ligt.
-
Revaluatiet: Borst die bij nader inzien toch wel meevalt.
-
Revangelist: Deelnemer aan een religieuze strafexpeditie.
Ri
-
Ridderaal: Paling te paard.
-
Riectum: Stinkende aars.
-
Rigoor meurtis: De stinkende staat van een kadaver.
- Rijmaken:
Rivierschepen die aan de achterkant erg op elkaar lijken.
-
Rijmschaaf: Dichtersgereedschap.
-
Rildo: Kunstpenis die dringend op zoek is naar een warm plekje.
-
Rilslang: (Naja bibberans) Reptiel dat erg uitkijkt naar de opwarming van het klimaat. (zie afbeelding)
-
Rilspleet: Klappertandend achterwerk.
-
Rimpeldoos: Pruim die nodig op sap gezet moet worden.
-
Rinkeldiefstal: Ramkraak.
-
Rinocerus: Kippige Oost-Europeaan met door alcoholgebruik sterk
misvormde neus.
-
Riologie: Leer van de levende wezens in onderaardse afvoerkanalen.
-
Rioolbetasting: Prostaatonderzoek.
-
Rioolmuziek: Het product van André Rieul.
-
Riooltje: Geliefd plantje met stinkende bloemen.
-
Risicodoos: Soaslet.
-
Ritmester: Taxichauffeur die veel omrijdt.
-
Rits-jumeaux: Tweepersoons broeksluiting.
-
Ritsnaald: Kniptorlarvesoort die in gulpen leeft.
Ro
-
Robbepoes: Jong zeehondje.
-
Robotomie: Het chirurgisch vervangen van de hersenen door een
computer.
-
Rochelbaan: Zeer glibberig circuit voor sleetjes.
-
Rochelpers: Fluimstrijkerij.
-
Rockworst: Vleesproduct dat de pan uit swingt.
-
Rode Koon: Smakelijke zeevis met felgekleurde wangen.
-
Rodeodendron: Plantengeslacht waarvan enkele wilde soorten zeer
geliefd zijn op rodeo's.
-
Rododendrog: Plastic tuinversiering.
-
Roedekool: Afzichtelijke Venerische Ziekte (AVZ).
-
Roedenplank: Plek in auto om penissen op te leggen.
-
Roerboot: Scheepje met de riemen aan de binnenkant.
-
Roesbak: Auto met draaiende motor in afgesloten garage.
-
Roesbestendigheid: Goed tegen drank en andere drugs kunnen.
-
Roesmenië: Land waar de mensen nooit goed wakker zijn.
-
Roestaureren: Het in de oorspronkelijke staat terugbrengen van
oude metalen.
-
Roestbonbon: Corrosieve praline.
-
Roestbui: Zure regen.
-
Roestdrank: Cola.
-
Roester (1): Slecht onderhouden schelpdier. (2): Handlanger van handelaar in nepantiek.
-
Roestrogeen: Verouderingshormoon.
-
Roetdomp: Pikzwarte rietvogel (Botaurus nigrus).
-
Roetlul: Schoorsteenveger.
-
Roetmenië: Oosteuropees steenkoolgebied.
-
Roggengraat: Bot van een kraakbenige zeevis met schijfvormig lichaam
en dunne staart.
-
Rokkenpiloot: Iemand die telkens een blauwtje loopt.
-
Roktober: De maand dat vrouwen bepaald kledingstukken verliezen.
-
Roktor: Kever die omhooggluurt als je eroverheen stapt.
-
Rokvlees: Vrouw.
-
Rokwind: Damesscheetje.
-
Rolmade: Goed vastgebonden vliegenlarve.
-
Rolstoeper: Invalide die op het trottoir moet blijven.
-
Rondborstje: Eerlijk en braaf jongetje.
-
Rondvee: Koeien die speciaal gefokt worden om gehaktballen van
te maken.
-
Rondvlaag: Wervelwindje.
-
Ronkcoupé: Kenmerkend deel van een slaaptrein.
-
Ronketafelconferentie: Slaapverwekkende bijeenkomst.
-
Ronkwandelen: Genoeglijk lopen met hulpmotor.
-
Ronkweg: Lawaaierige verkeersader.
-
Ronkworst (1): Kunstlul met buitenboordmotor. (2) Tweetaktvibrator.
-
Roodwandelen: Ongetraind hard lopen om af te vallen. Zie ook
Mesjogger*.
-
Roodworstje: Vogeltje dat op naaktstranden leeft.
-
Roofhuttenfeest: Jaarlijkse viering van de bezetting van Palestina.
-
Roofkapje: Sprookjesfiguur dat oude omaatjes van hun handtasje
beroofde.
-
Rookborst: Chronische amechtigheid waar vooral verkoopsters bij de
Hema last van hebben.
-
Rookkapje: Meisje dat door oma aan de tabak werd gebracht.
-
Rookvogel (1): Vogelsoort die hoog in de lucht witte strepen
achterlaat. (2): Blower.
-
Rookwekker: Instelbare brandmelder.
-
Roomborstje: Melkblanke boezem van jonge vrouw.
-
Roomsmoes: Uitvlucht die er gemakkelijk in gaat.
-
Roosvoorn: Zoetwatervis met met witte spikkeltjes op de schouders.
-
Rosbef: Gebraden paardenkut.
-
Rotande: Indiaas verkeersplein.
-
Rotgangs: Zeer snelle eendvogel.
-
Rotomodel: Voorbeeldige vrouw die van hand tot hand gaat.
-
Rotweiler: Kolerehond.
- Roulatiebemiddelaar: Iemand die ervoor zorgt dat je elke twee maanden een nieuwe partner hebt.
-
Rouletter: Rondzwervend leesteken dat volstrekt normale woorden
verbastert, waarna een handvol malloten er maandenlang onder de
noemer 'synonieten' absurde betekenissen bij verzint.
-
Rouwbeklad: Bepaalde vorm van grafschennis.
-
Rouwdoos: Weduwe.
-
Rouwfeest: Begrafenis.
-
Rouwmiss: De treurigste weduwe.
-
Rouwstoot: Weduwe die er in het zwart fantastisch uitziet.
-
Rovenier: Iemand die tuinen leeg steelt.
-
Rovergooier: Body-guard.
-
Roverhemd (1): Kledingstuk van dieven.
-
Roverspel: Het vreemdgaan van bandieten.
-
Roversteekplaats (1): Plek waar dieven mogen worden neergestoken. (2): Toernooiveld voor dieven.
-
Rozenborrel: Geurig drankje met prikkelende werking.
Ru
-
Rubberaars: Rekbaar rectum.
-
Ruftbaarheid: Blijk geven van darmgasoverschot.
-
Rufterij (1): Gifgaseenheid van het leger. (2): Windhandel.
-
Ruggengriet: Meisje waar iedereen op kan.
-
Ruigharing: Ongeschoren zeevis.
-
Ruigzwemmen: Wildwatervaren zonder vaartuig.
- Ruiksmuseum: Openbare verzameling van waardevolle geurtjes.
-
Ruinbonen: Wat een hengst moet inleveren als hij wordt gedegradeerd.
- Ruinkool: Brandstof die een bijproduct is van het castreren van hengsten. Zie ook Paardnotenolie*
-
Ruisland: Land waar goedkope geluidsapparatuur wordt vervaardigd.
-
Ruitautomaat: In België bij elke glashandel aan te treffen.
-
Ruitbarsting: Spontane glasbreuk.
-
Ruitenflikker: Man die op zijn eigen spiegelbeeld geilt.
-
Ruitenwissel: Extra handeling die in de pits wordt verricht om
autoraces spannender te maken.
-
Ruitvlieg: Plat insect dat op voorruiten van auto's leeft.
-
Ruitzuiger: Walletjesbezoeker die alleen maar kijkt.
-
Rukaard: Man die voortdurend de hand aan zichzelf slaat.
-
Rukas: Belangrijkste onderdeel van een Wankermotor*
- Rukbom: Trekslet.
-
Rukby: Typische mannensport.
-
Rukdalf: Smeerpaal.
-
Rukkepuk: Klein piemeltje.
- Rukking gag: Beweging die pas door herhaling echt leuk wordt.
-
Rukklachten: Indicatoren voor ruggemergverweking. Zie ook
Sjortering*.
-
Rukorgaan: Penis.
-
Rukstok: Apparaat waarmee vaak heel kleine meisjes adembenemende
gymnastische toeren uithalen.
-
Rukverband: Zwachtel voor lijders aan rukspierinstabiliteit
(RSI).
-
Rukvlees: Afbeeldingen in vieze boekjes.
-
Rukwisiet: Masturbatiehulpstuk voor mannen.
-
Rukwond: Bloederige slijtplek aan lid door veelvuldig masturberen.
-
Rukzak: Waarmee men op trektocht gaat.
-
Rukzijde: Voorkant.
-
Rumbenen: Zwalkend loopje na het eten van teveel bonbons.
-
Rundslingeren: Friese volkssport.
-
Rustaurant: Eetzaal in bejaardenhuis.
-
Ruwelijksaangifte: Formele klacht betreffende onbeheerst gedrag van
levenspartner.
-
Ruziezeiker: Iemand die over je schoenen begint te pissen zodra het
gezellig wordt.