O
-
Oberin: Vrouwtjesdier dat honing rondbrengt.
-
Objectiet: Belangrijk onderwerp van mannelijke attentie.
-
Obligamie: Verplicht samenleven.
-
Obligatielenig: Openbare lening gedekt door obligaties zonder vaste
rente.
-
Obscheen: Onderbeen dat maar beter bedekt kan blijven.
-
Obschuur: Onverlicht houten bouwwerk.
-
Obstinaad: Halsstarrige reet.
-
Obstineut: Halsstarrig gedrag bij dronkaards.
-
Obstructiet: Tegenstribbelende borst.
Oc
-
Occupatiet: Mineraal dat alleen wordt aangetroffen in bezette
gebieden.
-
Ochtendknevel: Ongemak van snordragers.
-
Ochtendkrent: Vrouwelijk equivalent van een ODOL.
-
Octopoes: Flamoes met dubbel stel schaamlippen.
Oe
-
Oedipoes: De kat van Freud.
-
Oegandoos: 'Black box'. Vrouw uit bepaald Afrikaans land.
-
Oeniaal: Uitzonderlijk dom.
-
Oenitaal (1): Uitzonderlijk dom geslachtsdeel. (2): Dom gelul.
-
Oenkraïne: Zeer domme, voormalige Sovjet-republiek.
-
Oenos: Stier die zo stom was om zijn ballen uit te lenen. (Zie afbeelding)
-
Oenrichting: Tehuis voor onverbeterlijke domoren.
-
Oenros: Paard dat zich achter de wagen laat spannen.
-
Oenschede: Twentse stad vol domoren.
-
Oentelligentiequotient: IQ minder dan 100.
-
Oentrappen: Populair volksspel.
-
Oenvalide: Iemand die wegens vergaande domheid ongeschikt is voor
enige zinnige bezigheid.
-
Oeraal: Palingsoort (Anguilla rustica) met grote bek, endemisch in
het grensgebied tussen Europa en Azie.
-
Oeranus: Zwart gat in het centrum van het heelal.
-
Oerbekistan: Turkse staat die terug naar de roots wil.
-
Oergasme: De eerste ejaculatie.
- Oergisteren: De prehistorie.
-
Oerhemd: Moeder aller kledingstukken.
-
Oerspel: De op één na oudste sport der wereld.
-
Oertijdpil: Chemische tijdmachine.
-
Oesterogeen: Chemische stof in schelpdieren die verondersteld wordt
seksueel opwekkend te zijn, maar waar je alleen maar smerig van gaat
slurpen.
-
Oeverhemd: Kledingstuk dat matrozen dragen als ze gaan passagieren.
Of
-
Oferhemd: Amsterdams kledingstuk.
Ok
-
Okapik: Aan de basis bruin-wit gestreept mannelijk lid.
-
Oktobber: Lijder aan najaarsdepressie.
-
Oktobier: Gedevalueerde meter bier.
-
Okutober: Kreet van afkeuring richting barpersoneel.
Ol
-
Oliefant: Afrikaanse benzinepomp die tevens dienst doet als
autosloperij.
-
Olieneut: Drankje om de keel te smeren.
-
Olienood: Heeft de Ford Pinda vaak last van.
-
Oliesjeuk: Syndroom van Dagobert. Vorm van zwemmerseczeem die
wordt veroorzaakt door veel teveel geld.
-
Olijfteak: Houtsoort waarvan vredespijpen worden gemaakt.
-
Ollie B. Boemel: Legendarisch kasteelheer die veelvuldig aan de rol
ging met zijn jonge vriend Stom Poes.
-
Olympis: Vloeistof die moet worden onderzocht op stimulerende
middelen.
Om
-
Omaberen: Bezigheid van grootmoeder waar je maar beter niet aan kunt
denken.
-
Omagneet: Stuk staal dat grootmoeders aantrekt.
-
Omaillot: Onderbroek met aangebreide steunkousen.
-
Omalaise: Plaatsvervangende postnatale depressie. Bedrukte
gemoedstoestand die vooral bij oudere vrouwen voorkomt.
-
Omalaria: Door muskieten overgebrachte ziekte waardoor oude dametjes
onzin gaan uitkramen.
-
Omalet: Eiergerecht volgens grootmoeders recept.
-
Omalië: Land vol ouwe wijven.
-
Omanagement: Besturing van bejaarde dames.
-
Omdrekkende beweging: Het afbakenen van een territorium.
-
Omissionaris: Nalatige zendeling. Zie ook misionaris*.
-
Omlulsel: Condoom.
-
Omeleut: Limburgs eiergerecht.
On
-
Onaberen: Krom lopende en bleek uitziende roofdieren, nauw verwant
aan de masturberen.
-
Onanas: Ter aarde gevallen sappige tropische vrucht.
- Onanger: Soort Aziatisch trekpaard.
-
Onanieten: Geestelijke orde die elke vorm van verspilling afwijst.
Zie ook Aftrekpot*.
- Onanteressant: Lustopwekkend.
- Onasneren: Zelfbespotting.
-
Onbesteldheid: Ongeadresseerde periodieke reclame.
-
Onbevallenverzekering: Verzekering die uitkeert als vrouwen geen
kinderen kregen. Zie ook Kroosteloos*
-
Onbezondigd: Grote onwaarschijnlijkheid. Verwant aan Onbelekt
ontvangen.
-
Onblaatzuchtig: Kenmerk van zeldzaam schapenras, dat niet alleen maar
aan zichzelf denkt.
-
Onderaannicht: Degene die bij het beoefenen van de herenliefde
onderop ligt.
-
Onderboek: Ligt altijd onderop de stapel als je het nodig hebt.
-
Onderbraak: Diarree.
-
Onderbroekenlul: Klootzak die lingerie verzamelt. Zie ook Slipjanus*
en Sliprover*.
-
Onderbroekenmol: Zuigdiertje dat in ondergoed op zoek is naar wormen.
-
Onderhond: Sub-woefer*.
- Onderhuidsbeurt: Liposuctie.
-
Oneetbaar voorstel: Voor mannen onaantrekkelijke liefdesverklaring.
-
Onformeren: Nietszeggend antwoorden.
-
Ongasme: Niet-klaarkomst.
-
Ongegoorloofd: Te smerig voor woorden.
-
Ongenaaktbaar: Iemand die niet uit de kleren wil gaan.
-
Ongenept: Authentiek.
-
Ongesteeld: Transseksueel met periodiek haperend lid.
-
Onhoosbaar: Kenmerk van vrouwen die oorspronkelijk niet uit de
omgeving van Sliedrecht komen. Zie ook Hoospik*.
-
Onkruisheid: Richting in de Gereformeerde kerk.
- Onnaspeurbaas: Leidinggevende die nooit op het werk is te vinden.
-
Onnaspeurbaars: Zeer goed gecamoufleerde zoetwatervis.
-
Onomatopezen: Neukgeluiden nadoen om eenzame buurman te pesten.
-
Onroepster: Meisje dat voor radio of tv verkeerde aankondigingen
doet.
-
Onsceniteit: Keurige taal.
-
Onschrijving: Beschrijving van het tegendeel.
-
Onsportiet: Borst die zich niet aan de spelregels houdt.
-
Ontbeffen: Een vrouw voor de eerste keer met de tong genitaal
bevredigen.
-
Ontbeffing: Vrijstelling van orale seks.
-
Ontboezeman: Man die geen moeite heeft om van zijn gevoelens blijk te
geven.
-
Ontharingmiddel: Methode om gehakte uitjes van haring te ontdoen.
-
Ontkleedkunde: Zou al op de lagere school moeten worden onderwezen om
ongewenste schade aan dure merkkleding te voorkomen.
-
Ontkutselen: De kunst om een ongenaaktbare* vrouw over te
halen.
-
Ontlullen: Iemand de mond snoeren.
-
Ontlusten: Uitpuffen, traditioneel met behulp van een sigaret.
-
Onvereenkomst: Contract waar men achteraf spijt van heeft.
-
Onvoelaatbaar: Ongewenste handtastelijkheid.
-
Onvolzoende: Iemand die niet genoeg liefde heeft gekregen. Zie ook
Medikus*.
Oo
-
Oogstenrijk: Belangrijk Europees landbouwgebied.
-
Ooievaart: Reis van abortusboot.
-
Ooktober: Maand om erbij te horen.
-
Ooraal: Palingsoort (Anguilla vollenhoviana) die zeilend naar de
Sargassozee gaat.
-
Oorganisme: Levensvorm in de gehoorgang.
-
Oorhel: Houseparty.
-
Oorkaan: Hevige suizing in gehoororgaan.
-
Oorogenitaal: Contact tussen gehoor- en geslachtsorgaan hebbend.
-
Oorthografie: Spelling op het gehoor.
-
Oostindische duif: Vogel die net doet of hij de weg terug niet weet te vinden.
Op
-
Opakhuis: Tehuis voor bejaarde mannen.
-
Opapoea: Stamoudste op Nieuw Guinea.
-
Oparade: Jaarlijkse tentoonstelling van bejaarden.
-
Opblaaspoep: Levensgrote opblaasbare drol of kont (m.n. als seksueel
hulpmiddel).
-
Opblaaspup: Hulpmiddel voor liefhebbers van seks met jonge hondjes.
-
Openthouse: Uitjedakwoning.
-
Opkutten: Zijn/haar vrouwelijk geslachtsdeel opmaken. Zie ook Pruimenkam* en Pruimstrijker*
-
Oplaaspop: Rubber Lady voor liefhebbers van SM.
-
Opoep: Uitscheidingsproduct van incontinente bejaarden.
-
Oppervlek: Moeder aller smetten.
-
Opraar: Vreemde beweging tegen het openbaar gezag.
-
Opruiling: Periode waarin men miskopen van het prijzenfestijn
kan inwisselen.
-
Opslurppen: Instrument om handschrift mee te verwijderen.
-
Optimitsme: Neiging om bij positieve beschouwingen altijd een maar te
vinden.
- Opwindding: Geslachtsdeel.
Oq
-
OQ: Oentelligentiequotient*.
Or
-
Oraalgraf: Laatste rustplaats van befaamde sprekende paling.
-
Oraalvis: Kleurig zeedier met grote zangkwaliteiten.
-
Oradiator: Iemand die een hartverwarmende toespraak houdt.
-
Orchanist: Muzikant die bijzondere bloemen naar zijn pijpen wil laten
dansen.
-
Ordinoir: Openbare scheetinrichting voor de gewone man.
-
Oreikel: Uiting van goddelijk lid.
-
Organosatie: Instelling waar transplantaties worden verricht.
- Organs: Ziek van het klaarkomen.
-
Orgaste: Logee die graag komt.
-
Orgrasme: Waar tennissters op Wimbledon naar streven.
-
Originalitiet: Onbehandelde borst.
-
Ornithologies: Tijdelijk onderdak voor vogels.
-
Orogeniaal: Perfect contact tussen mond en geslachtsorganen
hebbend.
Os
-
Osmologier: Aasetende vogel met voorkeur voor hevig stinkende lijken.
Ou
-
Oude Klara: De weduwe Bols.
-
Ouderwet: Artikel of gebruik uit de tijd dat er nog naar ouders
werd geluisterd.
-
Oudewijvenpreut: Gedroogde pruim.
- Oudfit: Kleding van personen die niet met de mode zijn meegegaan.
- Oudhaarsavond: De dag voordat je naar de kapper gaat.
-
Outkast: Bergplaats voor cryptohomofielen.
Ov
-
Overbeglasting: Teveel aan tuinbouwkassen.
-
Overbetasting: Een vooral onder vrouwen voorkomende beroepsziekte.
-
Overheenkomst (1): Onvereenkomst waarvan de nadelige gevolgen,
materiëel en emotioneel, zijn weggeëbd.
-
Overheenkomst (2): Contract waar men achteraf toch geen spijt van heeft.
-
Overheidprojector: Rijksbeamer.
-
Overheidsbetastingen: Preventive fouilleringen.
-
Overliefdheid: Het gevoel geen vlinders meer in de buik te hebben
maar gewoon weer rupsen.
-
Overstromini: Kleine lekkage.
-
Overtijdpik: Penis waarvan de uiterste consumptiedatum is verstreken.
-
Overwekker: Iemand die altijd meerlingen produceert
Ox
- Oxidatiet: Corrosieve vrouwenborst..