H
Ha
-
Haaiekinnensoep: Chinese lekkernij gemaakt van dikke oude haaien. Zie
ook Foejonghaai*
-
Haalangst: Kwaal van iemand die alleen maar gebracht wil worden.
-
Haalbaars: Soort vis die kan apporteren.
-
Haanbidster: Hen.
-
Haanfluiting: Mannetjeskip die een potje maakt van zijn taak.
-
Haanschouwing: Dagelijkse controle van de wekker.
-
Haardbewoner: Koolaap.
-
Haardvarken: Zwijn dat 's avonds gezellig knapperend voor de radiator
ligt.
- Haaremmer: Afvalbak van kappers.
- Haarkluis: Veilige bergplaats van bontwerker.
-
Haarnemer: Inhalige kapper.
-
Haartemmer: Dappere Noord-Hollandse kapper.
-
Haartje-de-voorste: Vooraanstaand baard- of schaamhaar.
-
Haartukje: Kort slaapje tegen kaalhoofdigheid.
-
Haasketting: Waarmee een koe een haas vangt.
-
Haast-liefdeverhouding: Dat waar vluggertjes uit voortkomen.
-
Haastkarbonade: Fastfood van 't varken.
-
Haastenliefde: Vluggertje met buurman of buurvrouw.
-
Haatstochtelijk: Passionele haat.
-
Hadsji: Verkouden Mekkaganger.
-
Hageldis: Maaltijd van kleine, in de zon gestoofde ijsballetjes.
-
Hagevis: Diertje dat zich zeer thuisvoelt in zonbeschenen heggen.
-
Haikut: Gedicht van drie rijmloze regels waarin een intense
sekservaring wordt uitgedrukt.
-
Hakenbar: Café waar je heengaat om iemand te versieren.
-
Hakenkluis: Fascistische brandkast.
-
Hakfiets: Vervoermiddel van gabbers.
-
Hakkeloptocht: Een stoet die maar niet opschiet.
-
Halfblond: Dochter van blonde moeder en intelligente vader.
-
Hallelujas: Kledingstuk waarin de Here wordt geprezen.
-
Hallochtoon: Vriendelijke vreemdeling.
-
Hallocinatie: Ontmoeting met iemand die niet bestaat.
-
Hallofiel: Iemand die aan zijn gerief komt door iedereen op straat
gedag te zeggen.
-
Hallogeen: Soort lamp die vriendelijk gedag zegt als je hem aandoet.
- Hallucinasi: Rijstgerecht met zeer vreemde ingrediënten.
-
Hallulcinatie: Waanvoorstelling dat je pik allerlei vreemde kleuren
en vormen aanneemt.
-
Halsbrandparkiet: Kromsnavelige schreeuwer die altijd dorst heeft.
-
Haltaar: Tafel of verhoogde plaats om godsdienstige plechtigheden te
verhinderen.
-
Haltviool: Snaarinstrument waarmee alleen rusten kunnen worden
gespeeld.
-
Hamsterdam: Hoofdstad van de Ardennen.
-
Handenasiel: Broekzak.
-
Handenbelasting: Fiscale manier om ruggemergverweking te
voorkomen.
-
Handengte: Pols.
-
Handentrouw: Onanist die niet vreemd gaat. Zie ook Handverrader*.
-
Handenuitlaatplaats: Manchet.
-
Handiet: Zakkenroller.
-
Handmacht: Ongewapend legeronderdeel.
-
Handrogeen: Hormoon dat alleen voorkomt bij eenzame mannen.
-
Handrot: Vrouwenkwaal als gevolg van veelvuldig masturberen.
-
Handtast: Draagbare bergruimte die de eigenaresse bepotelt.
- Handveest: Charter dat een hoop stank en gepruttel oplevert.
-
Handverrader: Iemand die vreemd gaat met zijn secondaire hand. Zie
ook Handentrouw*
-
Hanenbal: Stagparty in de nok van het kippenhok.
-
Hangbuikzwaantje: Lelijk eendje dat het is gebleven.
-
Hangfestival: Feestelijke collectieve opknoping.
-
Hanglangers: Lotgenoten van Jezus.
-
Hangslaper: Vleermuis.
-
Hangslet: Galgebroed.
-
Hangsnol: Tippelaarster.
-
Hangsop: Kledingstuk voor tehangenen.
-
Hangtamp: Lid in ruste.
-
Hangworst: Vleesproduct dat nodig water moet hebben.
-
Hannibaal: Veldheer die het veel te koud vond in de Alpen.
-
Hans en Grootje: Sprookje over oud vrouwtje dat met broodkruimeltjes
jongetjes in bed lokt.
-
Haperventilatie: Storing in de ademhaling.
-
Hapsalon: Snackbar met hapsones*.
-
Hapsones: Modern voedsel met veel kouwe drukte. Zie ook Hapsalon*.
-
Hapstokje: Lekkernij voor dames
- Hapstrings: Draadjes die tussen je tanden blijven zitten.
-
Harddick: Zeer tijdelijk geheugen.
-
Hardhoerig: Moeilijk van prositueebezoek af te brengen.
-
Hardioloog: Specialist die contant wil worden betaald.
-
Hardneukig: Niet te stoppen tijdens de copulatie.
-
Hare majestiet: Vrouwenborst van koninklijke alure.
-
Hare majestoot: Zeer aantrekkelijk lid van het koninklijk huis.
-
Hare mojesteit: Aantrekkelijk lid van het koninklijk huis.
-
Haren majesteit: Ruig lid van het koninklijk huis.
-
Harenclub: Kapsalon waarvoor lidmaatschap vereist is.
-
Harend: Grote roofvogel zonder vering.
-
Harenhuis: Groot kappersbedrijf.
-
Haret: Natuurlijk behaard hoofddeksel.
-
Harig hapje: Poesje.
-
Haringkakken: Volksvermaak op Vlaggetjesdag.
-
Harkies: Edelman die geen geld heeft voor een tuinman.
-
Harmonikak: Zig-zag vormige drol. Zeldzaam. Zie ook Drolpatronen*.
-
Haroïne: Verslavend aftreksel van hoofdbegroeiing. Belangrijke
bron van inkomsten voor kappers.
-
Hartbekwaking: Vorm van hartgeneeskunde volgens de filosofie der
Kwakersbeweging*.
-
Hatchee: Stoofpot, vnl bestaande uit gehakt vlees, nieskruid
(Helleborus) en uien.
-
Hatsjiesjhond: Beginnende politiehond, die nog denkt dat hasj moet
worden gesnoven.
-
Hazedis: Razendsnel reptiel met lange oren.
-
Hazelaars: Schoeisel van bepaalde knaagdieren die in vochtige
weilanden leven.
He
-
Hebreïden: Eilandengroep waarom door Israël en Groot
Britannië wordt gevochten.
-
Heentuin: Lusthof waarin je voor eeuwig verdwaalt. Hiernamaals
-
Heerbarium: Plakboek waarin vrouwen delen van hun veroveringen
bewaren.
-
Heerlem: Provinciehoofdstad waar zeer keurig wordt gesproken.
-
Heerroom: Zie slagoom(spuit)*
-
Heerschaap: Dominante lesbische ooi.
-
Heftruc: Het ogenschijnlijk met de penis optillen van een
vrachtwagen.
-
Heggenschaaf: Specialistisch tuingereedschap.
-
Heigerkolonie: Hangplek voor mannen die voor hun genot vreemde
vrouwen opbellen.
-
Heikneiter: Iemand die ver buiten het dorp gaat poepen.
-
Heildoos: Opvolgster van Majoor Bosshardt.
-
Heilige Veest: De ernstige luchtvervuiling die altijd op de zevende
zondag na Pasen op christenen nederdaalt.
-
Heiligenschijt (1): Kwalijk riekend relikwie.
-
Heiligenschijt (2): Astranaal lichaam.
-
Heiligheidsspeld: Broche ten bewijze van strenge gelovigheid.
-
Heineuter: Eenzame drinker.
-
Heinwachter: Iemand die voorbereid is op de dood.
-
Heksclub: Club die gewijd is aan het maken van een pact met de
duivel.
-
Heldendrol: Als relikwie vereerde uitlating van dapper persoon.
-
Heldennaad: Bips van een dapper iemand.
-
Helgrimstocht: Toeristisch uitstapje naar het hiernamaals.
-
Helikaan: Grote watervogel die een rotor op zijn kop heeft om het
opstijgen te vergemakkelijken.
-
Helikoptei: Product van wentelkieken.
-
Helikotter: Wentelwiek die voor de visserij wordt gebruikt.
-
Hemafiel: Lijder aan hemafilie*.
-
Hemafilie: Ziekelijke behoefte aan onderbroeken met sappige
rookworsten.
-
Hemafrodiet: Tweeslachtig persoon die van de weeromstuit een
rookworst naar binnen schuift.
- Hematogriet: Verkoopster van gerookte bloedworst.
- Hematogrietwaarde: Maat voor de seksuele geaardheid.
-
Hemelbedstormer: Bedartiest met revolutionaire denkbeelden of
plannen.
-
Hemikopter: Vliegtuig met aan slechts één kant een
motor.
-
Hengstel: Handvat van mannelijk trekdier.
-
Hennenvrucht: Ei.
-
Henschede: Bekakte kippekut.
-
Herbicider: Alcoholisch kruidendrankje.
-
Herborium: Warenhuis in de hemel waar je kunt uitzoeken als wat je
wil reïncarneren. Zie ook Karma sutra*
-
Herdershand: Is niet zo gauw gevuld .Een lam is wel het minste.
-
Heregoed: Keurig.
-
Herenbloeding: Manstruatie.
-
Herengymnastiek: Beschaafd sjorren.
-
Herenmiet (1): Nicht uit de betere kringen.
-
Herenmiet (2): Escortboy.
-
Herenschudding: Aandoening bij mannen die teveel aan herengymnastiek*
doen.
-
Herfstboos: Uiting van seizoensdepressiviteit.
-
Herharen: Repileren.
-
Herharing: Hollandse ouwe.
- Herklauwer: Kleptomaan.
-
Hermafrodieet: Methode om te vermageren door het eten van onbestemd
voedsel.
- Hernia diapragmatica: Breuk die alleen opspeelt als het nodig is.
-
Herpers: Riooljournalisten.
- Hersenafdeling: Deel van een warenhuis waar men modieuze originele gedachten kan aanschaffen.
-
Hersenenkelspel: Binnenvetten.
-
Hersenhuis (1): Psychiatrische inrichting. (2): Psychiatrische inrichting.
-
Hersenhumor: Ernstige aandoening waardoor mensen zich doodlachen.
- Hersenjas: Schedel.
-
Hersenkapper: Lobotomist.
-
Hersenkier: Opening in het hoofd waardoor een lichtje kan opgaan.
- Hersenschort: Flexibel bord voor de kop.
- Hersentoilet: Braindrain.
-
Hertroerend: Bambie.
-
Heruïne: Langdudig verslaafde aan bepaald opiumderivaat.
- Hervaring: déjà vu.
-
Heteluchtballen: Kloten die opstijgen als ze warm worden.
-
Heulmeester (1): Virtuoze samenspanner. (2): Magistraat die voor de onderwereld werkt.
-
Heveltoerist: Iemand die gevaarlijke capriolen uithaalt in een paar
communicerende vaten.
Hi
-
Hijgenblad: Schaamlapje van moderne ademende stof.
-
Hijgerbalsem: Smeersel voor de keel van een telefoonperverseling.
-
Hijglaars: Schoeisel dat heel moeilijk is uit te krijgen.
-
Hijgnaad: Opwindende spleet.
-
Hijgwerktuig: Fitnessapparaat.
-
Hijskraai: Grote zwarte drankvogel.
-
Hijsvogel: Torenkraanmachinist.
-
Himalaga: Iberisch hooggebergte.
-
Hinderbescherming: Vereniging tot Behoud van Overlast.
-
Hinderhoofdjes: Bestrating waarvan je ribben rammelen.
-
Hinderjaren: Pubertijd.
-
Hinderlokker: Iemand die problemen lijkt aan te trekken.
-
Hinderoppas: Babysitter van wie men alleen maar last heeft.
-
Hinderporno: Overlast veroorzakende seksuele handelingen op openbare
plaatsen.
-
Hindervalide: Persoon die te hard rijdt met een rolstoel.
-
Hintermediair: Persoon die bij een triootje in het midden ligt om
aanwijzingen te geven.
-
Hippopootamus: Homofiel nijlpaard.
-
Hitaliaan: Succesvolle Zuid-Europese crooner.
-
Hivaliteit: Ongezonde wedijver tussen Reteranen*
Ho
-
Hobofilie: Met een sterke voorkeur voor bepaalde houten
blaasinstrumenten.
-
Hoede-uitbarsting: Ontploffend hoofddeksel, veroorzaakt door een lumineus
idee.
-
Hoefwijzer: Hulpje van onervaren hoefsmid.
-
Hoeneloper: Publiekekippenneuker.
-
Hoerberg: Uitspanning waar je je ter ontspanning kan inspannen. Zie
ook Uitspatting*.
-
Hoerenboer: Vrouwenhandelaar. Pooier.
-
Hoerenbedrijf: Het beroep van de hoer, het hoereren.
-
Hoerenbedrog: Kwakkiezalverij.
-
Hoerenkas: Westlands opleidingsinstituut voor prostituees.
-
Hoerenkat: Poesje van prostituee.
-
Hoerenkist: Laatste rustplaats met afwerkiruimte en uitzicht op straat.
-
Hoerenoorlog: Historische strijd tussen Amsterdamse raam- en
stoephoeren.
-
Hoerenrijwiel: Tweewielig voertuig voor prostituees. Zie ook
snolfiets*.
-
Hoerenwinkel: Prostitutieraam.
-
Hoerisme: Vreemdelingenverkeer naar de walletjes.
-
Hoerist: Vreemdeling die de Walletjes als bezienswaardigheid
beschouwt.
-
Hoerknal: Optater van een prostituee.
-
Hoerling: Prostituee, inbedded in het leger.
-
Hoermelijn: Koninklijke prostituee die tweemaal per jaar van kleur
verschiet.
-
Hoernia: Beroepsziekte van prostituees.
-
Hoeroïne: Opiumderivaat waaraan je je lichaam verkoopt.
-
Hoerprincipe: Voorschrift uit "Aloude Beschrijvinghe der
Betaelde en Betaelende Lyfde".
-
Hoestenij: Ongezonde rimboe.
-
Hoester: Schelpdier met chronische kriebel in de keel.
-
Hoesterie: Waanzinnig kuchen.
-
Hoestrogeen: Hormoon dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van
keelkriebel bij vrouwen.
-
Hof van Heden: Zo'n moderne tuin die in niets op het Paradijs lijkt.
-
Hogerukgebied: Opgewonden atmosfeer.
-
Hoikoorts: Allergie voor bepaalde groeten.
-
Hoïtus: Het voortijdig ontwaken uit de bijslaap. Coïtus
interruptus.
-
Hokaas: Woning door uitkeringsinstanties gebruikt om illegaal
samenwonen uit te lokken.
-
Hokhouding: Bedienend personeel van Haantje-de-voorste.
-
Hoktober: Maand om te gaan samenwonen.
-
Holand: Europese staat waar immigratiestop geldt.
-
Holgewas: Achterwerkbegroeiing die zeer in trek is bij buitenlandse
toeristen.
-
Holikopter: zie Relikopter*
-
Hollage: Samenvoeging van verschillende gaten tot één
geheel, zoals bij een visnet.
-
Hollandse Nauwe: Jonge pijpvis. De eerste aanvoer wordt traditioneel
gevierd op Vluggertjesdag.
-
Hollectief: Trimclubje.
-
Hollisme: Biologisch-filosofische leer betreffende het achterwerk.
-
Holomiet: Italiaanse nicht.
-
Holporteur: Iemand die langs de deuren gaat om zijn lichaam te
verkopen.
-
Homburger: Broodje vissensperma, veelal gegeten met mustard*.
-
Homo apiens: The missing link.
-
Homo rapiens: Prehistorische verkrachter.
- Homo slapiens: De tegenhanger van Homo erectus.
-
Homofielt: Zeer nare nicht.
-
Homofobiel: Auto voor echte mannen.
-
Homogen: Drager van erfelijke eigenschappen dat verantwoordelijk is
voor homofilie.
- Homoniet: iemand die liever in de kast blijft.
-
Homopathie (1): Kwakzalverij die zich richt op herstel van
heteroseksualiteit. (2): Zeer op zichzelf gesteld zijn.
-
Homorarium: Salaris van broodpoot.
-
Homorisch gelach: Gegiechel.
-
Homorist: Iemand die heel hard om zijn eigen grappen moet lachen.
-
Homotrainer: Fiets waar men vooral achterop op rijdt.
-
Hondaar: Iemand die alles met bepaalde huisdieren doet wat god
verboden heeft.
-
Hondain: Van de wereld raken bij het zien van een hondje.
-
Hondbagage: Zak met stront.
-
Hondsdrolheid: Iets waar huisdieren schijtziek van worden.
-
Hondsnuffelen: Onsmakelijke sport.
-
Hondtekening: Bruine knijter op de stoep.
-
Hondwassing: Rituele handeling bij moderne afgodsverering.
-
Hondwerkje: Stukje vlijt van huisdier.
-
Hongerije: Land in Oost-Europa met groot voedseltekort.
-
Honingraad: Adviesorgaan voor imkers.
-
Honoraarium: Zonderling ereloon.
-
Hoofddrol: De grootste bolus in de pot.
-
Hoofdleuter: De grootste lul in het gezelschap.
-
Hoofdmuis: Opperknaagdier.
-
Hoogbehaard: Met teruglopende haargrens.
-
Hooligans: Amokmakende eendvogel.
-
Hoopwiegen: Verleidelijk met het onderlijf bewegen.
-
Hoorloge: Polsuurwerk voor blinden en slechtzienden.
-
Hooskraan: Tappunt dat ineens een geweldige hoeveelheid water
uitspuwt.
-
Hoospik: Mannelijk lid met emmervormige eikel. Zeer zeldzaam, maar
algemeen in de omgeving van Sliedrecht.
-
Hoosstandje: Sliedrechts bedspecialisme.
-
Horbonen: Peulvruchten die je voor het raam hangt tegen de vliegen.
-
Horgasme: Klaarkomst in een klamboe.
-
Horlogé: Overnachter waar je de klok op gelijk kunt zetten.
-
Hormonium: Klierafscheiding door tongen i.p.v. door pijpen.
-
Hosmonaut: Fuifnummer in de ruimte.
-
Hospiktaal: Jargon van militaire verplegers.
-
Hostiet: Tepel die danst in de mond.
-
Hotelet: Karbonade met typische Van de Valk-kwaliteit.
-
Hottentottentintententoonstelling: Publiek overzicht van de
kleurnuances bij een bepaald Afrikaans volk.
-
Hoverhemd: Kledingstuk dat Jezus droeg bij het lopen over water.
Hu
-
Huidhondje: Hijgend haarloos huisdiertje.
-
Huiggenoot: Iemand aan wie je het achterste van je tong laat zien.
-
Huigstandje: Fellatio.
-
Huigzoen: Uit de hand gelopen tongkus.
-
Huilbuil: Onschuldige kinderziekte.
-
Huilenpest: Besmettelijke ziekte die de dood door vochtverlies tot
gevolg heeft.
-
Huilverkaveling: Landruiling waarmee niemand blij is.
-
Huiskanker: Afzichtelijke uitbouw aan woning.
-
Huiskut: Moeder-de-vrouw.
-
Huismuts: Doos die nooit gaat stappen.
-
Huisschelder: Lelijke taal uitslaande internettroll waar niet vanaf
is te komen.
-
Huisterie: Ernstige vorm van heimwee.
-
Huiver: Griezeleiber.
- Humeurus: Bovenarmbeen dat kuren vertoont.
-
Hunkebed: Gedroomde reisbestemming van menig vrouw.
-
Huntingtong, (Ziekte van ~): Aandoening die o.a. onwillekeurige
bewegingen van het likorgaan veroorzaakt.
-
Hurkentrekker (1): Chirurgisch gereedschap. (Zie afbeelding)
-
Hutmarokkaan: Kleinbehuisde Noord-Afrikaan.
-
Hutsnot: Neusvocht met harde stukjes.
-
Huurbloempje: Meisje dat alleen tegen betaling wil dansen.
-
Huurmeisje: Dochter van huurvrouw.
-
Huurpruim: Prostituee.
-
Huwelijksmist: Begint gewoonlijk als een lichte nevel na de eerste
huwelijksnacht.
-
Huzaren van Bordeel: De Geile Rijders.
-
Huzarentukje: Kenmerkend ingrediënt van zeker soort salade.
Hy
-
Hyasint: Heilig verklaard bolgewas.
-
Hydralulica: De leer der zaadlozingen.
-
Hygiëna: Iemand die op verachtelijke wijze van de vuiligheid van
een ander gebruik tracht te maken.
-
Hyperbol: Tulp met ADHD.
-
Hyperboot: Overdrijvend vaartuig.
-
Hypoteneusa: Bovenkant van het menselijk reukorgaan.
-
Hypothee: Warme kruidendrank. met onderpand.
-
Hysteriekus: Overdreven opgewonden zoen.
-
Hysteriemus: Overdreven opgewonden tjilpend vogeltje.