steinbachhuizen

Historie van Steinbach

(vertaling van het hoofdstuk "Steinbach" uit "Gouvy: 23 villages" met toestemming van I.D. Gouvy asbl)

175 inwoners
Etymologie: Steinbach ontleent zijn naam uit het Duits: Steenbeek

Dit typisch boerendorp getuigt nog steeds van zijn rijke historie door de aanwezigheid van opmerkelijke herenboerderijen uit de 17e en 18e eeuw, die zorgvuldig zijn gerestaureerd.

Gedurende lange tijd was het dorp de vestiging van de "Laiterie de Steinbach", een coöperatie die de melk en room van de boerderijen in naburige dorpen verzamelde. Het gebouw is tegenwoordig buiten gebruik.

Steinbach is zonder twijfel een van de dorpen met het rijkste erfgoed, waarbij zonder twijfel het kasteel van "de Beurthé" een hoogtepunt van het arrondissement vormt. Daarnaast bezit het dorp verscheidene opmerkelijke boerderijen en woningen.

Uit meerdere opgravingen in de regio, kan men concluderen dat het dorp reeds in de derde eeuw van onze jaartelling bewoond was. Daarvan getuigt een Romeins graf dat in 1890 in het domein van Lihérain [tussen Cetturu en Steinbach] werd gevonden. Bovendien werd nabij de oude Romeinse weg Reims-Keulen [die ongeveer het tracé van de voormalige spoorlijn Bastogne-Gouvy volgde] een belangrijke klassieke Romeinse villa gevonden.

De heerlijkheid van Steinbach werd in 1626 aangekocht door Martin de Stimbai van de koning van Spanje, Filips IV. Op 9 februari 1723 werd de familie "de Beurthé"eigenaar van de heerlijkheden van Steinbach, Limerlé en Rouvroy, door deze te ruilen tegen de heerlijkheid van Aspelt, eigendom van Charles Joseph "de Beurthé". De familie de Beurthé verwerft daarmee de bevoegdheid tot hoge, middel en lagere rechtspraak voor deze plaatsen, en behouden deze tot aan de Franse revolutie.

De galg

Volgens een document uit die tijd, werd nadat Martin de Stimbai de heerlijkheid Steinbach - Limerlé met daarbij de bevoegdheid tot rechtspraak had aangekocht, in 1627 een galg opgericht vlakbij een beuk op een hoge heuvel met de naam Béolette [2 km ten zuiden van Steinbach aan de Route de Rouvroy]. Een akte uit 1729 leert ons dat de galg, inmiddels vervallen, onderwerp van een twist was tussen de heer en de inwoners over de onderhoudsplicht hiervan, evenals over het ambt van beul. 

Het kasteel "de Beurthé"

De eerste constructie dateert uit de 17e eeuw. Het feitelijke kasteel dateert uit 1766, zoals de windvanen aantonen die op de twee torentjes prijken. Deze windvanen hebben de vorm van een olifantenkop met daarin de initialen van de bouwers. Het kasteel is een groot gebouw in zandsteen uit de tijd van Lodewijk XV, met daarvoor boerderij vleugels met schuren uit de 19e eeuw.

Het interieur bevat een ruime hal met leien vloer en salons van harmonieuze afmetingen. De fraaie voordeur in de stijlen Louis XIV en Louis XV staat in een monumentaal kader van Recht-zandsteen met daarin de gebeeldhouwde wapens van de Beurthé.

Gelegen in het centrum van het dorp, op een lichte verhoging boven een beek, bezet het kasteel de Beurthé een uitzonderlijke plek. De aanleg van de tuinen, de beekoever en de terrassen maken het tot een opmerkelijk monument. Het gebouw is met zorg en liefde onderhouden door de respectievelijke eigenaren gedurende een trots verleden. Het is in het algemeen voor het publiek toegankelijk gedurende de erfgoeddagen [elk jaar gedurende een weekend in September].

Het kasteel "du Mesnil"

Gebouwd in 1686 en gerenoveerd in 1886 en 1986, is het kasteel de Mesnil feitelijk een gesloten hoeve met een dak van chèrbins [grote afgeronde leistenen]. Achter het gebouw is een waterplas aangelegd. De boerderij is nog altijd in bedrijf. Het woongedeelte ligt achter een mooi schaduwrijk park wat met zorg en smaak is onderhouden.

Domaine La Ferme

De "Domaine La Ferme" is een oude hoeve op Rue du Centre #27 die is opgenomen op de Belgische rijksmonumentenlijst. Hij ligt vlakbij het kasteel de Beurthé, aan de andere kant van de weg. Zijn witte volumes zijn een blikvanger in het dorp dat verder wordt gekenmerkt door goed onderhouden traditionele lintbebouwing. Het aanblik van de hoeve geeft een overzicht van de bouwwijzen die Ardenner boeren rond 1860 ter beschikking stonden: plaatsing van de bouwvolumes en metselwerk, constructiedetails, eenvoud van bouwvormen. Het geheel drukt een stevige stempel op het aanblik van het dorp.

De grote schuur wordt tegenwoordig gebruikt voor allerlei culturele manifestaties zoals exposities, muziekopvoeringen, theatervoorstellingen, optredens, etc.

De kleine schuur zal, na een verbouwing in samenwerking met het Ministerie van het Waalse Gewest, een VVV, vakantiewoningen en een sauna bevatten.

Parochiekerk Saint-Paul

Steinbach is pas een parochie sinds 1808. Voordien werd de kerk bediend door kapelaans en plaatsvervangers van de parochie te Limerlé.

Het huidige gebouw, recent gerestaureerd, dateert uit 1904. Op dezelfde plaats wordt in 1611 melding gemaakt van een kapel, die in 1722 werd herbouwd en gerestaureerd in 1865. De kerk bezit een monumentaal orgel van buitengewoon historisch en muzikaal belang. Het staat op de erfgoedlijst van het gewest Wallonië. Opmerkelijk is verder, ingezet in de muur bij het portaal, een tegel met het wapen van Martin Stenbais, overleden in 1633.

Het kerkhof van Steinbach is zeer rijk aan oude grafmonumenten.

Le Pré des Dames

Over de Pré des dames is het volgende volksverhaal bekend:

In de buurt van Steinbach, op de hoogte tussen Rouvroy, Cetturu en Steinbach, bevond zich het dorpje Saint-Martin. Niet ver daarvandaan was een plek die de Pré des dames (vrouwenwei) heette. De bewoners leefden vreedzaam en gelukkig rond hun kerktoren totdat het land in oorlog werd gestort. Weldra werd de nadering van de vijand bekendgemaakt, die dood en verderf zaaide.

De pastoor van Saint-Martin, die de kerkklokken van zijn kerk voor de plunderende troepen wilde behoeden, haalde ze uit de toren en bracht ze naar de bron van de "Pré des Dames" waar hij ze verborg. Deze bron had een kwade naam want hij zou aantrekkingskracht uitoefenen op jongetjes, en zodra ze in de buurt kwamen, deze verzwelgen. 

De vijandelijke hordes hielden halt in Saint-Martin, en ondanks de smeekbeden van de bevolking werd het dorp geplunderd en in brand gestoken, zodat er tegenwoordig nog slechts ruines van resteren. Alleen de klokken van de "Pré des Dames" ontsnapten aan dit bloedbad. Elk jaar met Allerheiligen, om middernacht, op dezelfde tijd waarop iedereen bid voor de arme zielen in het vagevuur, luiden ze uit volle macht vanuit de bodem van de bron, zodat de liefdevolle christenen niet het treurige verleden van Saint-Martin vergeten

Andere opmerkelijke gebouwen en interessante punten

  • Route de Rouvroy #9: "De hoeve van boven" (la "ferme d'en haut), belangrijke achttiende-eeuwse hoeve onder monumentenzorg met opmerkelijke schuur. Op het midden van de binnenplaats bevindt zich een stellage om trekpaarden te beslaan. De hoeve is tegenwoordig niet meer in bedrijf.
  • Route de Rouvroy #8: Langgevelboerderij uit 1829 onder een zadeldak van chèrbins (grote afgeronde leistenen).
  • Route de Rouvroy #4: Oud schoolgebouw uit 1876, bedekt met okerkleurig pleisterwerk met een arcade met ramen van arkose [steensoort], contrasterend met de lokale architectuur.
  • In de somberste dagen van de Tweede Wereldoorlog riepen de dorpsbewoners de hulp van de maagd van Lourdes in. Een kunstmatige Lourdes-grot werd onderaan het dorp gebouwd en opengesteld op 22 Augustus 1943.

(laatste update: 29/01/2006 )