|
ammoniet, nautilus
Door stilte in de ogen
en leegte van een stem
zijn de sterren gemakkelijk te bereiken
Ga door Nautilus' gangen en volg
de golven mee de diepte in, waar ruimte
geen ruimte meer is
Zodra je niets meer herkent, leg je
dan neer bij de onuitstaanbare verte
Zo ontwaak je in de stilte van haar ogen
door de leegte van haar stem
en volgt de weg der ammonieten
Verlangend naar de toekomst reikend
verbijten zij nietszeggendheid en
zijn verbetenheid
Maar zoals de zachtheid van haar hand
en de hardheid van haar woorden beletten
zien, of horen, smorend stof na stofdeel
in je kloppend hart
kijk je diep in de stilte van haar ogen
en luistert naar de leegte in haar stem
want voor zien is gezien en voor
horen gehoord, noodzakelijk
oneindig, eeuwig
ad ibidem
Krijger, of As is vruchtbaar
Eindelijk rijst de zon zo denken de onbeholpenen de legen, de verdronkenen dat ze gered zijn zwaaiend hun vaandels victorie
Nú is de tijd aangebroken om te bevolken, te leven waarvoor hij leeft met woorden de vrijheid bevechten, schoppend zijn onmacht te schrijven, zijn hart te vertolken. Wie of waar hij is? Te simpel voor één woord
Hier
gesneuveld op een eerloos veld waar hij alleen zichelf nog hoort
|



