Empire Betsy, sleepboot, 274 BRT, in 1944 gebouwd door
Cochrane & Sons, Selby en in dienst van het Ministry of War Transport. Empire Connie, sleepboot, 232 BRT, in 1945 gebouwd door A, Hall & Co., Aberdeen en in dienst van het Ministry of War Transport voor marine werkzaamheden in India en Singapaore. In 1946 gekocht door de Koninklijke Marine als Mies. In 1947 overgenomen door de Nederlandse regering voor werkzaamheden in Nederlands-Indië. In 1953 overgenomen door de Indonesische marine. In 1958 over naar de Indonesische regering. In 1961 over naar de havenauthoriteiten van Tandjung Priok als Teluk Ambon. Empire Dyke, kustvaarder, 489 BRT, in 1942 gebouwd door Cleland, Wallsend en in dienst van het Ministry of War Transport. In 1943 aangekocht door de Nederlandse regering als Prinses Margriet. In 1954 verkocht aan South Coast Shipping Co. en in 1955 omgebouwd tot hopperzuiger. In 1966 gesloopt te Grays, Essex. Empire Ford, kustvaarder, 312 BRT, in 1941 gebouwd door J.S. Watson, Gainsborough en in dienst van het Ministry of War Transport. In 1943 aangekocht door de Nederlandse regering als Noorderhaven. In 1947 verkocht naar Senegal als Saint Honorat. In 1965 verkocht naar Griekenland als Korali. In 1966 herdoopt Maria S, in 1967 Sofia Gogi, in 1975 Konstantios Gaviotis en in 1976 Agios Georgios. Empire Gnome, sleepboot, 233 BRT, in 1942 gebouwd door A. Hall & Co., Aberdeen, in dienst van het Ministry of War Transport voor marine werkzaamheden in Ceylon. In 1949 aangekocht door de Nederlandsch-Indische Steenkolen- & Handelsmaatschappij als Jacobs. In 1959 overgenomen door de Indonesische regering als Laut Jamdena. In 1972 verkocht aan Bahadjas Raya, Indonesie, niet herdoopt. Empire Humphrey, sleepboot, 274 BRT, in 1944 gebouwd door
Cochrane & Sons, Selby en in dienst van het Ministry of War Transport Escaut, kustvaarder, 363 BRT, in 1929 gebouwd door J. Smit, Alblasserdam voor Wm. H. Müller & Co. In 1944 in dienst bij het Ministry of War Transport als Empire Leech. In 1948 terug naar Wm. H. Müller & Co. als Seine. Op 16 juli 1955 bij Dungeness gezonken na een aanvaring met de Russische tanker Drogobitz.
Empire Lily, kustvaarder, 327 BRT, in 1942 gebouwd voor het Ministry of War Transport. In 1946 aangekocht door de Nederlandse regering en Pampus gedoopt. In 1946 verkocht naar Frankrijk als Petit Frère. In 1962 verkocht naar Griekenland als Dadalos. In 1962 herdoopt Nikiforos en in 1973 herdoopt Gagnant. In 1988 nog in Lloyd’s Register, daarna geen verdere gegevens.
Empire Mead, sleepboot, 254 BRT, in 1942 gebouwd door Ferguson Bros, Glasgow en in dienst van het Ministry of War Transport voor marine werkzaamheden in Singapore. In 1948 gekocht door de Nederlandsch-Indische Steenkolen- & Handelsmaatschappij als Bodeker. In 1959 overgenomen door de Indonesische regering. In 1964 over naar de havenauthoriteiten van Tandjung Priok als Laut Belawan. Empire Nicholas, sleepboot, 258 BRT, in 1944 gebouwd door J. Crown & Son, Sunderland en in dienst van het Ministry of War Transport voor marine werkzaamheden in Japan en de Indische Archipel. In 1947 gekocht door de Nederlandsch-Indische Steenkolen- & Handelsmaatschappij als Asta. In 1957 overgenomen door de Indonesische regering. In 1961 over naar de havenauthoriteiten van Tandjung Priok als Laut Arafura. Empire Reynard, kustvaarder, 321 BRT, in 1943 gebouwd door Richards Ironworks, Lowestoft voor het Ministry of War Transport. In 1943 gekocht door de Nederlandse regering en Westerhaven gedoopt. In 1946 verkocht naar Frankrijk als Orsuro S; in 1949 herdoopt Chassiron. In 1951 verkocht naar Ierland als Kilbride; in 1973 verkocht naar U.K. als Joyce. In 1974 gesloopt te Hull. Empire River, kustvaarder, 320 BRT, in 1941 gebouwd door
J.S. Watson, Gainsborough voor het Ministry of War Transport. In 1943 Empire Sound, kustvaarder, 315 BRT, in 1941 gebouwd door J.S. Watson, Gainsborough voor het Ministry of War Transport. In 1943 gekocht door de Nederlandse regering en Zuiderhaven gedoopt. In 1946 verkocht naar Frankrijk als Tamise II; in 1950 herdoopt Cimcour II. In 1953 verkocht naar Noorwegen als Sjaholm; in 1965 herdoopt Pokal, in 1968 Bjerkosund, in 1972 Eidsvag. In 1983 verkocht naar U.K.; in 1985 naar Honduras. Meuse, kustvaarder, 209 BRT, in 1928 gebouwd door J. Koster, Groningen voor Wm. H. Müller & Co., Rotterdam. In 1935 naar Wm. H. Müller & Co., London als Swallow. In 1940 zwaar beschadigd in Duitse handen gevallen in Parijs en Schwalbe gedoopt. In 1945 door de geallieerden in beslag genomen en als Empire Swallow in dienst gesteld van het Ministry of War Transport. In 1946 terug naar Wm. H. Müller, London als Swallow. In 1958 verkocht naar W-Duitsland als Lies en in 1962 vergroot tot 249 BRT. In 1969 verkocht en herdoopt Mariana. Sinds 1987 verdwenen uit Lloyd’s Register. Pallas, 288 BRT, in 1939 gebouwd door Sander, Delfzijl voor N. Engelsman, Delfzijl. In 1945 in dienst gesteld bij het Ministry of War Transport als Empire Tulip. In 1947 verkocht naar Engeland als Goldgnome. In 1952 verkocht en herdoopt Insistence. In 1970 gesloopt te Rochester. Amsterdam, 379 BRT, in 1918 gebouwd door Fikkers, Muntendam voor Zeevaart Mij. Groningen. In 1925 verkocht en herdoopt Zeester. In 1940 als Empire Zest in dienst gesteld bij het Ministry of War Transport. Tot 1957 onder management van John S. Monks Ltd., waarna ze werd overgedragen aan The Admirality. In 1962 gesloopt.
|