009
GRIEPVACCIN : JA OF NEE ?

WAT DOKTERS U NIET VERTELLEN 

In het verschiet van de wintermaanden worden we jaarlijks geconfronteerd met de obligate griepprik-posters in dokterskabinetten, ziekenhuizen of lokalen van ziekenfondsen. De massamedia lichten ons plichtsbewust in over de nakende griepepidemie (die maar niet wil komen) of proberen ons met schrikbarende berichten over het jaarlijkse aantal griepslachtoffers te overhalen om ons en onze dierbaren te laten vaccineren.

 

            Diverse firma’s wedijveren om zoveel mogelijk nieuwe patiënten te recruteren. De inzet is dan ook bijzonder hoog. Een ‘gewoon’ griepvaccin vertegenwoordigt een wereldwijde omzet van 3.5 miljard dollar. De verwachting is dat tegen 2012 de markt zal stijgen tot meer dan 4 miljard dollar.  De financiële belangen scheren dus hoge toppen. Hoe staat het evenwel met de belangen van de patiënt?

 

            Steevast vinden we in de populaire media verwijzingen naar onderzoeken die de deugdelijkheid van het griepvaccin aantonen. Officiële instanties zoals World Health Organisation (WHO) en Centers for Disease Control (CDC) verstrekken ons gegevens omtrent het jaarlijks aantal griepslachtoffers. Gesterkt met deze cijfers wordt door de overheid een jaarlijkse campagne gevoerd om zoveel mogelijk burgers er van te overtuigen om zich het griepvaccin te laten prikken. Om dat doel te bereiken ziet men dat het aantal risicogroepen steevast wordt uitgebreid. Er wordt op aangedrongen dat de volgende categoriën potentiële griepslachtoffers zich laat inenten :

 

-         kinderen tussen 6 maand en 19 jaar.

-         patiënten ouder dan 50 jaar.

-         personen met bepaalde chronische aandoeningen (diabetes, astma, HIV en hartkwalen).

-         werknemers in ziekenhuizen of personen die in verzorgingsinstellingen verblijven.

 

Medische vakbladen spreken populaire media en officiële instanties tegen.

 

         Vreemd genoeg is er weinig overeenkomst tussen de berichtgeving in vakbladen en de beweringen van massamedia en officiële instanties. Zo wordt in de Brittish Medical Journal de vraag gesteld of de cijfers over het gepubliceerde dodenaantal moeten geklasseerd worden onder public relation of onder wetenschap. (Peter Doshi. Are US flu death figures more PR thand science. BMJ  december 10. 2005;331:1412 ).

De site van CDC vertoont effectief enkele vreemde gegevens. Zo zou de Hong-Kong griep pandemie in 1968-69 34.000 Amerikanen hebben gedood. Op dezelfde site kan men lezen dat jaarlijks 36.000 Amerikanen overlijden aan de gevolgen van griep.  Als we deze cijfers mogen geloven beleven we elk jaar opnieuw een grieppandemie.

            Bij nauwkeurig onderzoek van de site blijkt dat het hoge aantal doden wordt bereikt door de cijfers van echte griep-doden aan te vullen met het aantal doden ten gevolge van ziekten geassocieerd met griep zoals longonsteking. Hierbij wordt niet nagegaan of de longonsteking het gevolg is van het griepvirus dan wel een andere oorzaak heeft zoals een secunaire infectie of bvb. het gebruik van (voorgeschreven of niet voorgeschreven) maagzuurremmers (Robert J.F et al. Risk of Community-Acquired Pneumonia and Use of Gastric Acid–Suppressive Drugs JAMA october 27  2004; 292:1961-1968)

Met griep geassocieerde symptomen kunnen zich voordoen zonder dat het virus in het lichaam te vinden is. Toch worden deze symptomen, die op griep lijken, in de officiële cijfers opgenomen als daadwerkelijke griepgevallen

            De term “griep geassocieerde ziekte” werd trouwens niet gedefinieerd. Telkens een patiënt symptomen heeft die op griep lijken wordt er door de dokter zonder meer veronderstelt dat het effectief om griep gaat. Fibromyalgie, chronisch vermoeidheidsyndroom, ziekte van Lyme, spier- en gewrichtspijn, vermoeidheid, koorts... zijn slechts enkele voorbeelden die griepsymptomen kunnen oproepen zonder dat er een griepvirus aan te pas komt.

 

            Het National Center for Health Statistics (HCHS), een onderafdeling van de CDC, geeft meer inzicht omtrent de verdeling van het aantal doden. Hier kan men lezen dat bvb. in 2001 zo’n 62.034 Amerikanen officieel stierven aan de griep. Niet minder dan 61.777 waren overleden longonsteking terwijl slechts 257 effectief overleden aan het griepvirus. Van deze 257 doden werd bij  slechts 18 het griepvirus effectief geïdentificeerd. Dit betekent dus dat van de 62.034 gemelde griepslachtoffers slechts bij 0,029% werd aangetoond dat ze werkelijk besmet waren met het griepvirus. Dergelijke cijfers zijn niet van aard om veel mensen te stimuleren om zich een griepvaccin te laten aanmeten. 

           De beweringen van de Wereld Gezondheid Organisatie, die aangeven dat vaccinatie  bij ouderen het risico met 70 – 85% doet dalen  is dan ook een onverantwoorde overdrijving te noemen. (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12143096?dopt=Abstract)

 

            De cijfers waarop zowel de reguliere pers als de professionele publicaties zich op steunen, zijn dus compleet onwetenschappelijk en overdrijven het aantal griepdoden met zo’n slordige 24.000 % (!) door zowel het aantal patiënten die effectief overleden aan het griepvirus aan te vullen met patiënten die overleden aan griep-geassocieerde ziekten, zonder dat het verband tussen beiden is aangetoond.

William Thompson van het National Immunization Program van de CDC geeft ook zijn twijfels te kennen omtrent de gebruikte methode en stelt dat er niet noodzakelijk een verband is tussen de secundaire ziekte en het griepvirus. (Mortality Associated With Influenza and Respiratory Syncytial Virus in the United States en
William W. Thompson et al. Mortality associated with influenza and respiratory syncytial virus in the US. JAMA. januari 8, 2003;289:179-186).

 

 

In 2004 werd tijdens de Nationale Top van Griepvaccinatie gesteld dat :

-         de media moeten worden ingezet om de vraag naar griepvaccins te doen toenemen;

-         medische experts en openbare gezondheidsdiensten openlijk hun bezorgdheid omtrent het optimaliseren van griepvaccinatie moeten bekendmaken en het publiek moeten aanzetten om zich te laten vaccineren.

-         er voortdurend moet bericht worden over de ernstige ziekten die met griep gepaard gaan en dat heel veel mensen er het slachtoffer kunnen van worden;

(http://www.ama-assn.org/ama1/pub/upload/mm/36/2004_flu_nowak.pdf).

De combinatie van bezorgdheid en bangmakerij worden gebruikt om de verkoop van griepvaccins aan te zwengelen. Maar hoe staat het nu met de kwaliteit van deze vaccins?

 

 

Werkzaamheid.

 

            Als zoveel wetenschappers en onze overheid, met zoveel middelen ons er wil toe overhalen om, voor ons eigen bestwil, jaarlijks een griepspuit te laten toedienen, dan vertrouwen we erop dat we onze gezondheid inderdaad beveiligen tegen griep.

 

            Jammer genoeg maken ook hier de cijfers ons een desillusie rijker. De effectiviteit verschilt van jaar tot jaar. Omdat men elk jaar opnieuw moet gissen welk type virus zich zal ontwikkelen wil het wel eens gebeuren dat men op een fout type heeft gegokt zodat het nieuw ontwikkelde vaccin nauwelijks enige effectiviteit heeft. Daarom vinden we in de litteratuur effectiviteitsratio’s tussen 63 en 14%.

 (http://www.cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/mm5301a3.htm).

 

            Toen de WHO cijfers publiceerde waaruit moest blijken dat griepvaccinatie bij ouderen het risico met 70 – 85% vermindert, kregen ze antwoord van Thomas Jefferson, coördinator van Cochrane Vaccines Field in Rome. In zijn artikel “Influenza vaccination : policy versus evidence.” In de Brittish Medical Journal (BMJ 2006;333(7574):912 (28 October) weerlegde hij deze cijfers met de volgende argumenten :

-         het gros van de onderzoeken waarop het WHO zich heeft gebaseerd zijn niet gerandomiseerd en bevatten zelden gegevens over het virustype of het toegepast vaccin. De effectiviteit van het vaccin variert tussen 0 en 60%;

-         het ontwerp van de onderzoeken is vaak ontoereikend. Zelden wordt rekening gehouden met de algemene toestand bij ouderen zoals algemene gezondheidstoestand, mobiliteit, welstand....

-         er zijn weinig onderzoeken gevoerd (5 van de 2.963) die zochten naar de ongewenste bijwerkingen die zich kunnen voordoen binnen een week na vaccinatie. Dr. Jefferson vindt dit verdacht weinig bij een middel dat zo massaal voorgeschreven en gebruikt wordt.

-         er wordt zelden onderscheid gemaakt tussen influenza en op influenza lijkende aandoeningen. Alles wordt onder dezelfde griepnoemer geschoven. Ook als deze griep-achtige aandoeningen niets te maken hebben met het griepvirus.

 

Dr Jefferson komt tot het nuchtere besluit dat er geen deugdelijk wetenschappelijk bewijs bestaat dat vaccineren een positief effect zou hebben op de volksgezondheid en stelt dat een vaccin dat influenza niet voorkomt ook de gevolgen van influenza (longontsteking) niet kan voorkomen. Dr Jefferson zegt hierover : “Je ziet dat marketing de respons op influenza regelt en dat wetenschappelijk onderzoek slechts op de vierde of vijfde plaats komt. Mensen zouden zich moeten afvragen of de investering van honderden miljarden dollar of euro in deze vaccins wel de moeite waard zijn.”

Een recente studie bevestigt de bewering van Dr. Jefferson dat, hoewel er geen verband is tussen influenza en op influenza gelijkende aandoeningen,  deze laatste groep 90% uitmaakt van de cijfers die gebruikt worden om de bevolking te wijzen op het gevaar van griep.  (Mortality Reduction with Influenza Vaccine in Patients with Pneumonia Outside "Flu" Season Pleiotropic Benefits or Residual Confounding? Dean T. Eurich1, Thomas J. Marrie2, Jennie Johnstone2 and Sumit R. Majumdar. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine Vol 178. pp. 527-533, (2008))

 

Immuniteit en vaccins.

 

         Een belangrijk argument om de effectiviteit van een vaccin te benadrukken is gebaseerd op een foute voorstelling van de wetenschappelijke feiten, namelijk dat de immuniteit recht evenredig is met het aantal geproduceerde antilichamen. Het is nochtans wel bekend in de immunologie dat de hoeveelheid antilichamen die in het lichaam circuleren niet noodzakelijk een maat zijn voor de immuniteit tegen deze ziekte.

            Dr Demicheli merkt in de Canadian Medical Association Journal op dat veel van de  hoge effectiveitsclaims voor griepvaccins tegelijk fout en misleidend zijn. In plaats van na te gaan wat het werkelijke effect van het vaccin is op het voorkomen van de ziekte, heeft men het voortdurend over de ‘verwachtingen’ om de ziekte te voorkomen. Deze verwachtingen worden afgeleid uit de hoeveelheid antilichamen die onder invloed van het vaccin in het lichaam tegen het virus worden aangemaakt. (Vittorio Demicheli Mass influenza vaccination in Ontario. . Can Med. Ass. J. jan 9, 2001; 164(1)).

 

 

 

Nutteloze maatregelen.

Hoewel de werkzaamheid van griepvaccins niet ondersteund wordt door deugdelijk wetenschappelijk bewijs, worden we nog steeds overspoeld met misleidende mediacampagnes. Niet alleen de farmaceutische industrie is hiervoor verantwoordelijk, maar ook de politiek. Politiekers die zichzelf in de belangstelling werken door ‘vooruitziende’ maatregelen om de volksgezondheid te beschermen, kennen het electorale voordeel van deze campagnes. (Cfr. de miljarden aankoop in 2004 van Tamiflu door de overheid om de bevolking te beschermen tegen de voorspelde vogelgrieppandemie. Een formidabele uitgave voor een niet werkend medicijn tegen een ziekte die zich niet heeft voorgedaan).

 

Tamiflu : het succesvolste vogelgriepvaccin voor de industrie.

De gemeenschap heeft massa's geld verloren 

aan dit nutteloze medicijn

Bovendien worden wetenschappers verrast door de snelle aanpassing van het virus aan de bestaande medicijnen. (Resistance to Anti-Flu Agents Increasing Worldwide, and Flu Vaccines Have Modest Effectiveness in Elderly People. The Lancet, Press Release September 20, 2005). Het opslaan van antivirale medicijnen is dus een nutteloze bezigheid : tegen de tijd dat het middel kan gebruikt worden is het niet meer werkzaam tegen de gemuteerde virussen. Alle H5N1 stammen (vogelgriep) die bij mensen werden gevonden bleken resistent tegen de bestaande geneesmiddelen. Tot overmaat van ramp blijkt nu, dat hoe meer geneesmiddelen worden voorgeschreven hoe meer de resistentie virussen zich gaan ontwikkelen. Dit scenario was voorspelbaar toen men merkte dat door overvloedig gebruik van antibiotica zich superbacteriën gingen ontwikkelen die bestand zijn tegen zowat alle gekende medicijnen.

 

 

Doelgroepen

            Personen ouder dan 50 jaar zijn, wereldwijd, een belangrijke doelgroep voor griepvaccinatie. De redenering is dat hun immuunsysteem te zeer verzwakt is om een griepaanval te weerstaan. (De omzet van griepvaccins werd hier kunstmatig opgedreven door deze risicogroep van +65 jaar naar +50 jaar te brengen in 2000.)

            Als de immuniteit van de ouderen inderdaad zwakker is, dan zal datzelfde immuunsysteem ook te zwak zijn om voldoende antilichamen aan te maken als reactie op het griepvaccin. Zo blijft  de patiënt toch nog het risico lopen een griepslachtoffer te worden. Naarmate er steeds meer onderzoeken over dit onderwerp uitgevoerd worden komt men steeds meer tot de conclusie dat het vaccin op deze doelgroep geen enkele uitwerking heeft.

            Na uitgebreid onderzoek bevestigde Dr. Lone Simonsen van de National Institute of Health (NIH) dat het griepvaccin niet zo effectief is als ons werd voorgehouden.  (Lone Simonsen et al. Impact of Influenza Vaccination on Seasonal Mortality in the US Elderly Population.  Arch. Internal Med. 2005;165:265-272). Hoewel deze risicogroep in 2000 werd uitgebreid (van 65+ naar 50+) en de vaccinatiedensiteit tussen 1980 en 2001 steeg van 20% naar 65%, worden veronderstelde gunstige effecten niet weerspiegeld in de resultaten : in plaats van een vermindering van het aantal doden t.g.v. influenza kreeg men te maken met een toename.

            CDC verantwoordelijken wezen evenwel de resultaten van de hand omdat :

-         Simonsen geen onderscheid had gemaakt tussen gevaccineerde en niet gevaccineerde patiënten.

-         geen rekening hield met de algehele gezondheidstoestand van de senioren  

Beide argumenten werden weerlegd (Glezen W.P. and Simonsen L. Commentary Benefits of Influenza Vaccine in US Elderly - new studies raise questions. Int. J of Epidemiology 2006 35(2):352-353), zodat het verweer van CDC slechts kan beschouwd worden als een zielige poging om het eigen gezicht (en dat van de farmaceutische industrie) te redden.

De onderzoeksresultaten zijn zo uiteenlopen en inconsistent dat men moet concluderen dat deze dure studies slechts uitmonden in een ordinaire welles-nietes discussie een wetenschapper onwaardig.

            Op zijn beurt kwam het Engelse Health Protection Agency in oktober 2007 tot de conclusie dat griepvaccins beter kunnen vervangen worden door anti-rookklinieken, betere huisvesting en behandeling van de griep-achtige aandoeningen.

            Hoe meer onderzoek hoe groter de twijfel over de effectiviteit van het griepvaccin bij ouderen (Jackson M.L. et al. Influenza vaccination and risk of community-acquired pneumonia in immunocompetent elderly people : a population-based, nested, case-control study. Lancet 2008. 372;9636:398-405 en Mortality reduction with Influenza Vaccine in Patients with Pneumonia Outside “Flu” Season : Pleiotropic Benefits or Residual Confounding. Am. J. Respir. Crit Care Med. 2008 178;527-533).

Het establishment blijft evenwel onverminderd dezelfde koers varen en tracht steeds meer mensen in hun vaccinatieprogramma’s op te nemen. Daarom wordt steeds meer aandacht geschonken aan een andere belangrijke risicogroep : kinderen. Door de leeftijd voor vaccinatie regelmatig te verlagen wordt het vaccinatiepotentiëel uitgebreid. Maar ook hier blijken er problemen te ontstaan, deze keer staat niet alleen de werkzaamheid ondere verdenking maar ook de bijwerkingen.

 

 

 

 

Bijwerkingen

 

 

           Tijdens zijn onderzoek merkte Dr. Jefferson op dat er weinig onderzoek werd gedaan naar de bijwerking van dit massaal voorgeschreven geneesmiddel. Bovendien kreeg hij geen toegang tot de onderzoeksgegevens van diverse farmaceutische firma’s. Dit doet vermoeden dat zij wel op de hoogte zijn van bijwerkingen maar deze gegevens wensen geheim te houden. (Paediatrics & Child Health 2004;9(7):283-284). 

           Er is al veel inkt gevloeid over één van de toegevoegde conserveringsmiddelen : thiomersal, een kwikverbinding. Dat kwik een zeer giftige stof is die zich bij voorkeur afzet op zenuwcellen is onze lezers reeds langer bekend. Ons lichaam kan kwik zeer moeilijk verwijderen zodat we door de jaren heen een opstapeling van kwik krijgen die onvermijdelijk naar neurologische storingen  moet leiden (geheugenstoornissen, bevingen, irritaties, oogproblemen, Alzheimer, ADD, autisme, ALS....). Het is bijgevolg noodzakelijk om deze stof zo veel mogelijk te vermijden.

          

           Wetenschappers zijn zeer goed op de hoogte van de giftigheid van kwik. Wanneer in hun labo een instrument stuk gaat waarbij kwik vrijkomt dan dienen zij onmiddelijk het lokaal te verlaten en te verzegelen tot een gespecialiseerde firma het goedje heeft opgeruimd.  Als wetenschappers zo omzichtig omgaan met kwik, dat ze zelfs beducht zijn om de eventuele kwikdampen in te ademen, waarom maakt men dan in vaccins gebruik van een kwikderivaat als ontsmettingsmiddel. Dat thiomersal aan het vaccin werd toegevoegd zal je niet op de bijsluiter lezen, deze informatie is bestemd voor vaklui. Bovendien spreekt men steevast van “sporen” thiomersal.

 

           Kinderen zijn de meest kwetsbare groep. Niet alleen hebben ze minder lichaamsgewicht zodat de hoeveelheid kwik per kilogram groter is dan bij een volwassene die dezelfde dosis heeft genomen. Bovendien is hun zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling zodat permanente schade kan onstaan. De vermelding dat het om ‘sporen’ gaat is bedoeld als geruststelling, maar is dat geenszins. Als wetenschappers bang zijn om langer dan noodzakelijk in de buurt van vrijgekomen kwik te blijven omdat er mogelijks kwikdampen kunnen vrijkomen (die dan verspreid worden over vele kubieke meters lucht van het lokaal) waarom stelt men zich dan geen vragen wanneer men dit goedje, in veel hogere concentraties, bij kinderen inspuit? Temeer omdat kinderen van in hun prille jeugd tientallen vaccinspuitjes krijgen toegediend die allemaal kwik in hun lichaam accumuleren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tal van organisaties en wetenschappers de alarmklok luiden.

           Hun waarschuwingen worden evenwel onveranderlijk naar de fabeltjeskrant verwezen door alle farmaceutische firma’s, overheidsorganisaties en gezondheidsbureaus. Intussen gaat men onverwijld het stinkende putje toedekken met de mantel van misleidende informatie.

 

 

Welke alternatieven biedt de toxische geneeskunde?

 

           Hoewel ontkend wordt dat de kwikverbindingen in de huidige vaccins enige bijwerking kunnen hebben, zoekt de industrie toch naar alternatieven om de bovengenoemde problemen op te lossen. Bedrijven zoeken naar manieren om het gevaarlijke kwik uit hun vacins te houden (Novavax), of om de beweringen dat griepvaccins geen therapeutische waarde hebben te counteren.

 

Voor de oudere patiënten zoekt men zijn heil in een superdosis vaccin. Men zegt dat het immuunsysteem bij 50+ minder actief is en de effectiviteit afneemt naarmate men ouder wordt. In een onderzoek, dat gesponsord werd door Sanofi Pasteur, is men tot de vaststelling gekomen dat bij toediening van een viervoudige dosis vaccin het aantal antilichamen drastisch toeneemt (van 30 naar 80%). Vermits men aanneemt dat een groter aantal antilichamen een betere bescherming geeft, is men hoopvol om binnen afzienbare tijd ouderen niet één maar vier dosissen griepvaccin te kunnen toedienen. De bijwerkingen zijn dan ook viervoudig. (zie ook het Accor onderzoek) In het onderzoek spreekt men van zwellingen, roodheid en pijn op de plaats van de injectie en zwijgt men over de sterk verhoogde kans op Alzheimer en andere neurologische aandoeningen.

 

Om de kwikgevaren bij kinderen te omzeilen wil men vaccineren met een neusspray die geen kwikverbindingen bevat. Dit vaccin zou nog werkzamer zijn dan de traditionele griepspuit. (Robert B. et al. Live attenuated versus Inactivated influenza vaccine in infants and young children. NEJM feb 15  2007. 356:685-696). In tegenstelling tot de griepspuit gaat het hier om verzwakte maar levend virussen. Dit kan betekenen dat het virus, zich alsnog kan vermenigvuldigen in het systeem van de gevaccineerde en precies die symptomen uitlokt die het zou moeten bestrijden ! De fabrikant waarschuwt dan ook terecht dat patiënten die behandeld werden met FluMist® tenminste  21 dagen niet in contact mogen komen met mensen wiens immuunsysteem verzwakt is. Aangezien het hier gaat om kinderen is het niet onwaarschijnlijk dat het levende virus zich, via de gevaccineerde kinderen, overzet op de anderen zodat binnen de korste keren de hele school met het virus besmet is. Zeker als FluMist®  werd toegediend aan een kind wiens immuniteit niet optimaal was bestaat de kans dat een ware epidemie ontstaat binnen schoolgemeenschappen en gezinnen. 

 

Het FluMist vaccin bezit het potentieel om de lang voorspelde

vogelgriep te doen uitbreken; tot grote vreugde van de 

farmaceutische industrie.

Als het vaccin dan ook nog verzwakt vogelgriepvirus bevat kan de grote droom van de farmaceutische fabrikanten toch nog uitkomen en een wereldwijde pandemie veroorzaken. Alleen zijn dan niet de vogels de veroorzakers maar de dokters. Dit detail zal evenwel zorgvuldig worden doodgezwegen.

Onder de mogelijke immunodepressieve mensen, die kans lopen om het levende virus van een gevaccineerde op te lopen, vinden we heel jonge kinderen, 50+ ers, kanker-, eczeem-, HIV-patiënten, mensen bij wie organen werden getransplanteerd, alle patiënten die corticosteroiden gebruiken die o.a. voorgeschreven worden bij eczeem, astma, allergie, emfyseem, ziekte van Crohn, multiple sclerosis, hernia, acute spierpijnen en alle reumatoïde- en autoimmuunziekten. We mogen aannemen dat ongeveer 60% van de bevolking op een of andere wijze een verminderde immuniteit heeft als gevolg van een slechte levensstijl of medicijnen.  Dat wil meteen ook zeggen dat deze mensen FluMist®  niet zonder ernstige gevolgen kunnen gebruiken, maar ook dat ze ook gevaar lopen als iemand in hun omgeving het vaccin heeft gebruikt. Deze besmetting kan overal gebeuren : in restaurants, op het openbaar veroer, op het werk, in de bioscoop, in de huiskamer.....

Sommige onderzoekers stellen dat door toediening via de neus het risico van infectie van de hersenen sterk toeneemt en kan leiden tot encefalitis. De argeloze gebruikers zullen eens te meer als proefkonijn gebruikt worden. (zie ook Argentijnse overheid start onderzoek naar 14 dode baby’s van 7 sept. 2008).

Fabrikant (MedImmune) hoopt om zijn product zonder doktersvoorschrift tot bij de gebruiker te krijgen en op die manier van het middel een blockbuster te maken (meer dan 1 miljard dollar omzet per jaar). Zo heeft FluMist®  het potentiëel om binnen de korste keren een griep-epidemie te veroorzaken.

 

 

Griepvirus : oorzaak of gevolg?

 

           Lezers van onze site werden voorheen reeds ingelicht dat pathogenen wellicht niet aan de basis liggen van ziekte. (zie ook Zieken gijzelen met virussen) Dat wil zeggen dat de zogenaamde ziekteverwekkende organismen (bacterieën en virussen) wel eens het gevolg zouden kunnen zijn van ziekte en niet de oorzaak.

           Deze stelling werd onlangs onderzocht en de resultaten werden gepubliceerd in Virology Journal van februari dit jaar (Cannell J.J. et al. On the epidemiology of influenza. Virology Journal. 2008:5:29). De onderzoekers probeerden een antwoord te krijgen op de volgende vragen :

1.      Waarom breekt het griepvirus slechts gedurende een bepaald seizoen uit en komt het tijdens dit seizoen ook zo veelvuldig voor?

2.      Waar is het virus buiten het seizoen?

3.      Waarom zijn griepepidemies zo explosief?

4.      Waarom eindigen griepepidemies zo abrupt?

5.      Hoe komt het dat griep in een voorspelbare regelmaat terugkomt in landen op dezelfde breedteligging?

6.      Hoe komt het dat griepepidemies zich zo snel konden verspreiden, voor de moderne snelle transportmiddelen bestonden?

 

De antwoorden op deze vragen zijn verbluffend eenvoudig gebleken maar vergen nog verder onderzoek. Zou het kunnen dat griep een latente ziekte is die geactiveerd wordt als er te weinig zonlicht is en, daarmee overeenstemmend, er een vitamine D-gebrek in het lichaam is? (Vitamine D wordt in de huid aangemaakt onder invloed van het zonlicht). Deze stelling wordt nog ondersteund door de vaststelling dat personen met een verminderd vitamine D gehalte in het lichaam vatbaarder zijn voor luchtwegeninfecties. Het onderzoek wees ook uit dat een dagelijkse dosis van 2.000 IE (Internationale Eenheden) vitamine D per dag bij kinderen en 4.000 tot 5.000 IE voor volwassenen, griep voorkomt!

Deze cijfers staan in schril contrast met de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH) die door de toxische geneeskunde, en de instituten die in hun invloedssfeer liggen, worden aangehouden. Een dagelijkse dosis van  5 microgram of 200 IE zou, volgens hen, ruimschoots voldoende zijn om gezond te blijven.  Zoals bij alle officiële cijfers die de ADH van vitaminen en mineralen bepalen, zijn deze hoeveelheden suboptimaal waardoor het lichaam op termijn onvermijdelijk in de problemen komt. Dr John Cannell, die het verband tussen vitamine D en griep reeds jaren bestudeerd heeft en over dit onderwerp verschillende onderzoeken gepubliceerde, ontdekte dat met een hoge dosis vitamine D (2.000 IE/ kg lichaamsgewicht) gedurende drie dagen griep zelfs kan behandeld worden.

De bescherming tegen griep 

door vitamine D(in onze huid 

aangemaakt door zonlicht) 

doet de resultaten van 
griepvaccins verbleken.

Door het opvolgen van de ‘officiële’ ADH aabevelingen voor vitamine D is zowat 90% van de bevolking deficiënt voor deze belangrijke vitamine. Het is dan ook niet verwonderlijk dat griep zich zeer snel kan verspreiden.

 

Wat als vaccins niet helpen?

 

           Als vaccins niet helpen hoe kunnen we dan griepvrij blijven tijdens een griepepidemie? Gelukkig bestaan er eenvoudige middelen om dit doel te bereiken : effectief, niet duur  en compleet zonder bijwerkingen.

 

           1. Regelmatig bewegen of sporten is één van de meest effectieve middelen, niet alleen om griepvrij te blijven maar om, ook op oudere leeftijd, gezond te blijven. Een betere bloeddoorstroming zorgt ervoor dat de witte bloedlichaampjes en andere afweercomponenten sneller de ziekteverwekkers kunnen opsporen en het lichaam tot in de verste uithoeken schoonmaken. Wie regelmatig beweegt zal ook zeer snel het verschil voelen in een periode waarin helemaal niet getraind wordt : het lichaam verlangt naar beweging en gaat zwaar aanvoelen. Als de immuniteit optimaal werkt vermindert de kans op griep aanzienlijk.

 

Gezonde beweging versterkt niet alleen het immuunsysteem

maar het hele lichaam

 

           2. Als mensen sterven aan griep, dan was hun immuunsysteem niet optimaal door .... ondervoeding. We weten dat onze bevolking overgewicht heeft en tegelijk ondervoed is, omdat ons voedsel onvoldoende natuurlijke vitaminen, mineralen, antioxidanten.... bevat. Transvetten, in producten die ons in de reklame als ‘gezond’ worden aanbevolen, al dan niet verborgen suikers, toevoegsels in de vorm van kleur- geur-, smaak- en conserveringsmiddelen vormen een belasting die ons lichaam verzwakken in plaats van te versterken.

Bovendien volgen veel dietisten de officiële ADH-richtlijnen zodat het vitaminen- en mineralenpeil bij hun klanten suboptimaal wordt en ze, op termijn, onvermijdelijk ziek zullen worden. Gezonde voeding bevat alle ingrediënten die ons lichaam nodig heeft. Jammer genoeg wordt het steeds moeilijker om gezonde voeding te vinden. Onder commerciële druk leggen landbouwers steeds meer nadruk op kwantiteit en komt de kwaliteit in het gedrang. Op die manier heeft rauwkost, in de loop der jaren, veel van zijn waarde heeft verloren. Toch blijft gezonde voeding de levensnoodzakelijke peiler voor een gezond lichaam en een belangrijke voorwaarde om ziekte, en griep, te voorkomen en te bestrijden.

 

Groenten en fruit zorgen voor zuur-base evenwicht

en voeren levensnoodzakelijke enzymen, vitaminen, mineralen 

en andere onmisbare fytonutriënten aan.

 

           3. De toestand van de darmen bepaalt de kwaliteit van ons immuunsysteem! Het is aan te bevelen twee maal per jaar de dikke darm te reinigen. Bij veel mensen gebeurt dit niet zodat zich in de darm fecale resten opstapelen die permanent gifstoffen in het lichaam lozen en infecties veroorzaken. De massa van deze fecale resten kan tot 10 kg bedragen. Het hoeft geen betoog dat een dergelijke massa in de dikke darm tal van gifstoffen in behoorlijke dosis kan produceren. Deze ongewenste stoffen en de daaruit voortkomende onstekingen de baas te blijven is voor ons immuunsysteem al een hele opdracht waar nodeloos veel energie wordt verloren.

           De dunne darm heeft een opbouwende functie en neemt maar liefst 40% van onze immuniteit voor zijn rekening. Hier worden een aantal immuniteitsfactoren aangemaakt zoals Transfer Factor  en Lactoferrine... Alle medicijnen die de darmflora schaden (of het maagzuur remmen) werken immunodepressief en maken ons vatbaarder voor ziekte.

 

           4. Vaak gebeurt de vertering van eiwitten (zowel dierlijke als plantaardige) onvolkomen en ontstaan er immuniteitsbelastende complexen die door de bloedstroom worden meegevoerd en door de witte bloedcellen moeten worden afgevoerd. Hoe meer van deze complexen gevormd worden hoe meer het immuunsysteem moet worden ingezet. Op termijn zal deze toestand zo verwarrend worden voor ons immuunsysteem zodat ook lichaamseigen eiwitten worden aangevallen en afgevoerd. Zo ontstaan auto-immuunziekten.

Het is dus belangrijk dat de vertering van eiwitten optimaal gebeurt. Het gebruik van verteringseiwitten tijdens, en zelfs tussen, de maaltijden kan een overmaat aan eiwitcomplexen voorkomen.

 

5. Het gebruik van anti-oxidanten wordt door veel artsen nog als zinloos beschouwd. Zij gaan gewoon voorbij aan de talrijke onderzoeken die de rol van deze stoffen in onze immuniteit hebben aangetoond. Zo kan bijvoorbeeld een simpel kruid als geelwortel (curcuma) binnen 12 dagen het aantal witte bloedcellen met 50% verhogen en het aantal antilichamen die gevormd worden tegen pathogenen met 512% verhogen binnen dezelfde tijdspanne.  Een resultaat waar alle vaccin-fabrikanten jaloers mogen op zijn.

 

Geelwortel (curcuma) 

maakt 6 maal meer antilichamen aan 

dan de beste vaccins

Vitamine C is nog een treffend voorbeeld van een anti-oxidant dat de immuniteit drastisch kan verbeteren.

 

6. De zuurtegraad (pH) van het bloed speelt zo’n belangrijke rol in onze gezondheid omdat het de basis is voor de aanzet van vele ernstige en chronische ziekten. De pH is bij veel mensen te zuur. Dit kan makkelijk onder controle gehouden worden door alkalische voeding te nemen : groenten en fruit. Bijna alle andere voeding die we gebruiken is zuur of zuurvormend : granen, vlees, noten (met uitzondering van kastanjes).... Dat ook het immuunsysteem door te zuur bloed wordt gehinderd is duidelijk als men beseft dat de actieve elementen ervan via het bloed getransporteerd moeten worden. In een te zure omgeving verlopen de chemische reacties fout zodat zich nog meer gifstoffen in het bloed gaan opstapelen.

 

7.Medicinale planten kunnen ons immuunsysteem versterken. We denken hier aan Echinacea, Pau d’Aro, Aloe vera, maar ook colostrum, lactoferrine, glutathion of beta glucaan en vele andere ingrediënten.

 

8. Deze lijst zou nog aangevuld kunnen worden met tal van middelen en therapieën zoals coloïdaal zilver, etherische olie van tea trea of eucalyptus, die gebruikt worden als de griepsymptomen zich manifesteren.

 

 

 

5 goede redenen om griep- en andere vaccins te vermijden.

1. Er is geen sluitend bewijs dat een griepvaccin werkzamer is dan een placebo. Deze vaccins beschermen tegen drie mogelijke virusstammen waarvan men verwacht dat ze in het volgende griepseizoen zullen opduiken. Wordt je geconfronteerd met een andere stam dan heeft het vaccin geen enkel gunstig effect.

Er is evenmin eensgezind vastgesteld dat het vaccin het risico op secundaire infecties zoals longonsteking zou verminderen.

 

2. Vaccins bevatten gevaarlijke stoffen zoals kwik en aluminium die een aantal ongewenste neveneffecten kunnen veroorzaken zoals : depressie, geheugenverlies, ADD (Attention Deficit Disorder), spijsverteringsstoornissen, gedragsstoornissen,  cardiovasculaire problemen, hormonale disfunctie en.... aantasting van de immuniteit om er maar enkele te noemen.

 

3. Om bacteriële besmetting van vaccins te voorkomen voegt men er antibiotica aan toe zoals neomycine, polimyxine en gentamycine waardoor de immuniteit (nogmaals) aangetast wordt.

 

4. Eén van de toegevoegde stoffen is polysorbaat 80 (een emulgator) die er voor bekend staat de immuniteit aan te tasten (3e maal) en die een anafylactische shok kan veroorzaken die dodelijk kan zijn. Volgens het Material Safety Data Sheet (MSDS) sectie 11 zou polysorbaat 80 effecten kunnen hebben op het reproductie systeem (onvruchtbaarheid), is het kankerverwekkend en heeft het een mutagene werking.

 

5. Steeds meer onderzoeken wijzen op het verband tussen Alzheimer enerzijds en het aantal vaccinaties. Mensen die 5 opeenvolgende jaren een griepvaccin kregen bleken 10 maal meer ontvankelijker te zijn voor Alzheimer. De combinatie van aluminium, kwik en formaldehyde werkt hier synergisch zodat de negatieve impact op het lichaam aanzienlijk toeneemt.

 4 december 2008

home