Men zegt wel dat de klank van de viool op de zangstem lijkt. Je kunt de viool heel zangerig laten klinken, maar het duurt wel even voordat je dát kunt. Soms wordt beweerd dat de viool het allermoeilijkste instrument is, maar eigenlijk is ieder instrument even moeilijk of makkelijk om goed te leren bespelen. Als je het maar graag wilt en regelmatig oefent zal het uiteindelijk lukken! Met een viool kun je allerlei soorten muziek spelen: van klassiek (Janine Jansen) tot pop (Vanessa Mae) en alles er tusssenin (André Rieu). De viool hoort tot de familie van de strijkinstrumenten. Als je naar een concert van een symfonie-orkest gaat, vallen de strijkers meteen op: ze zitten vóór de andere instrumenten, het zijn er heel veel, en je ziet ze van groot (contrabas) tot klein (de viool). Op de Muziekschool wordt lesgegeven op de viool, de altviool en de cello. Er bestaan grotere en kleinere versies van de viool zoals achtste, kwart, halve en drie-kwart violen. Oudere kinderen en volwassenen bespelen een 4/4 - dit heet een hele viool.
Een goede hele viool kost €800,-, de kleinere maten zijn meestal goedkoper: ongeveer € 500,- inclusief kist en stok. Overleg bij aanschaf altijd met je docent. Bij de Muziekschool kun je ook huren: € 80,- per jaar voor alle maten. Je hebt in de loop van het jaar wel hars en snaren nodig.
Beginleeftijd: 4 jaar (zie cursus: ‘kleuter en ouder’), maar ook volwassenen kunnen het leren.
Docent: Marleen van Wilgenburg
| |
|