Het Orgel

Het orgel is gebouwd en ontworpen door L. van Dam en Zonen te Leeuwarden en is in 1904 in gebruik genomen. Het is een mechanisch zogenaamd sleepladenorgel met aanvankelijk 22 stemmen, 10 stemmen op het hoofdwerk, 7 op het bovenwerk en 5 op het pedaal.
In de jaren 50 van de vorige eeuw is een sesquialter bijgebouwd en in 1972 is een register op het pedaal bijgebouwd, namelijk een 16-voets tongwerk (fagot).  
 
Manuaal I:
1. Prestant 8 voet
2. Bourdon 16 voet
3. Violon 8 voet
4. Holpijp 8 voet
5. Octaaf 4 voet
6. Octaaf 2 voet
7. Roerfluit 4 voet
8. Cornet 5 sterk
9. Mixtuur 4-6 sterk
10.Trompet 8 voet (gehalveerd)

Manuaal koppel:

Koppel pedaal I
Tremulant op II

Manuaal II:
1. Salicionaal 8 voet
2. Prestant 4 voet
3. Flute dolce 8 voet
4. Melaphone 8 voet
5. Sesquialter 2 sterk
6. Fluit travers 4 voet
7. Woudfluit 2 voet
8. Mixtuur 3-4 sterk
 
 
Werktuigelijke Registers:
1. Klavierkoppeling.
2. Koppel pedaal manuaal I.
3. Tremblant (Céleste zweving)
4. Ventiel of Windlozer.
Pedaal:
1. Subbas 16 voet
2. Violoncello 8 voet
3. Fluitbas 8 voet
4. Octaaf 4 voet
5. Fagot 16 voet
6. Trombone 8 voet