BLUBJE, een waar meesterwerk met de origineelste titel ooit verzonnen! :-)
Dit verhaaltje is geen hoogstaande literatuur maar het was wel erg leuk om eraan te schrijven. Dit verhaaltje hebben mijn vriend, Domien De Groot, en ik compleet zonder de intentie om het online te zetten, geschreven tijdens de lessen die we samen hadden. Het opzet was dat we om de beurt een stuk van een verhaal zouden schrijven. Dat hebben we ook gedaan en het is een beetje de absurde kant op gegaan. De stukken werden ook steeds langer en het verhaal uitgebreider. Het staat nu volledig online ;-) Het verhaal komt een beetje traag op gang, wat een gevolg is van de manier waarop het is ontstaan. Maar het is ontzettend ontspannende (en toch ook een beetje spannende) lectuur. Ik zou zeggen: leun achterover en leef mee met Blubje op zijn avonturentocht!
De verschillende stukjes zijn duidelijk afgescheiden. De vette tekststukjes zijn van Domien en de cursieve zijn die van mij. De tussentiteltjes heb ik achteraf toegevoegd om er wat meer structuur in te brengen en het geheel wat vlotter leesbaar te maken. Studenten Filmstudies en de studenten van de Lerarenopleiding aan de UA zullen wellicht een aantal vaktermen uit de lessen herkennen... :-) En zoals je zal zien zijn de personages vaak geïnspireerd door (inter)nationale beroemdheden, andere personages of bestaande kennissen of vrienden.
Het verhaal van
BLUBJE
***

PERSONAGES:
Blubje
Prinses Asha(shaxarahamdaba) / Wibra
Koning Koi
Viva
Jos
Mboko
Smolk
(Grootmaarschalk) Rosbiv
Memnon (De Grote) / Igor (De Verschrikkelijke)
Bwooark
Fons de Spons
Zeeman
Casa
Bewaker
Alfred, de Kwakzalver
Daffy
100000 soldaatvissen
Vis Leterme
Thérèse Kabbeljauw
Nationale Sidderalenpolitiebrigade
Michel de Forel
Siskebab
Hakies Chalaal
Saddam Woestijn
de woestijnterroristen
Drollord
Kik, Kek en Kak
de andere Palindromen
Woestijnvis
Citizen Kreeft
Patrick Fishstick, de hypnovis
De Vissotaurus
en figuranten
***
DEEL I: BLUBJE'S MISSIE
DE ONTMOETING
Er was eens een moedig goudvisje genaamd
Blubje. Hij zwom in de vijver van Maarten rond en ontmoette
daar een prachtig Koi-meisje. “Hallo”, zei Blubje,
ken ik je van ergens? Heb ik je niet ontmoet op het zeewierfeest?”
Oh nee, dacht het Koitje, en ze rolde met haar bolle oogjes – weer zo’n versierder – en dan nog en goudvis ook! Beseft die niet dat ik een KOI ben en veel te goed voor hem?
Maar ze wist niet dat de goudvis eigenlijk de zoon was van de eerste minister.
“Wat is je naam?” vroeg Blubje vriendelijk.
“Mijn naam is Ashashaxarahamdaba” zei het koitje, “maar jij mag me gerust… mevrouw Ashashaxarahamdaba noemen hoor” voegde ze eraan toe.
Ik ga je toch maar Ashje noemen, zei Blubje en hij kuste teder haar sierlijke vin.
“Hou je van me?” vroeg Ashje. “Oh ja!” riep Blubje uit, al kwispelend met zijn oranje staart. “Bewijs het dan voor me” zei Ashje. “Ik heb een belangrijke queeste voor je.
Ten eerste moet je voor mij een gouden ring en een parel zoeken in het zwarte zeewierwoud...
“Dat is niet erg” zei Blubje. “En vervolgens…” ging Ashje verder, “zul je de verschrikkelijke Monti moeten wegjagen, het enorme landmonster dat soms in onze vijver springt.”
“Je laatste opdracht zal zijn...” - Hier moest Ashje een beetje grinniken. Die laatste opdracht is onmogelijk, dacht ze, dat haalt die loser nooit! – “Je moet”, vervolgde ze, “ de reuzensprong wagen uit de vijver in het zwembad en terug. Dan pas ben ik de jouwe.”
DE VIN VAN ASHA
Maar Blubje slaagde erin om elke opdracht te vervullen en kwam toen terug. “Wil je nu met me trouwen?” vroeg hij hoopvol.
“Verdomme,” dacht Ashje. “Nu moet ik trouwen met die armoezaaier. ’t Is niet omdat hij een laagje nepgoud over zijn schubben heeft dat hij goed genoeg is voor een klasse-Koi als ik!!! Wat moet ik nu doen?!”
“Vertel eens eerst, Blubje” vroeg ze, “hoe heb je al die opdrachten vervuld?”
Blubje glunderde. “Wel,” zei hij. “Eerst ben ik naar het Zwarte Zeewierwoud gezwommen. Het was er erg donker en ik was bijna mijn weg kwijt. Maar toen zag ik een vaag wit licht.
Dat bleek het zonlicht te zijn dat op een diamanten ring viel. Het was een zilveren. Daarna vond ik ook een gouden ketting maar dat was nog niet wat je had gevraagd. Maar toen zag ik iets goudkleurigs schijnen van onder het schild van een waterschildpad. Het was de gouden ring. De parel vond ik in een schelp. Ik heb alle vier de objecten meegebracht”, zei Blubje trots.
“Maar je andere opdrachten…” begon Ashje.
“Ja, die heb ik ook vervuld”, zei Blubje. “Nadat ik de voorwerpen gevonden had zwom ik uit het Zwarte Zeewierwoud. Plots stond er een enorme harige boomstam voor me die er eerst niet was geweest. Het was de poot van Monti! Voor ik het wist kwam er een gigantische roze tong op me af! Het reusachtige monster likte me op en spuwde me uit. Ik vloog uit zijn mond door de lucht en belandde in het zwembad! Het was de meest angstaanjagende ervaring die ik ooit had gehad!
Ik wist dat ik zo ver niet terug kon springen en ik had nog steeds het Montimonster niet verslagen. Maar ik kon wel op de luchtmatras springen. Monti zag me en sprong er ook op, vlak naast me. En toen vloog het ‘tsoepke’ eruit. De luchtmatras vloog door de lucht met mij erop. Monti volgde me en probeerde me te bijten terwijl ik terug richting vijver zoefde. Ik zette me af en sprong vlak naast een boom weer in de vijver. Montimonster knalde tegen de boom en ziet nu nog steeds sterretjes.
En zo vond ik de richting terug… naar jou, mijn lieve Koitje!”
Met een trotse glimlach toonde Blubje de juwelen die hij had gevonden.
“Hmmm…” zei Ashje. “Misschien val je nog wel mee… Maar dat betekent niet dat we kunnen trouwen! Want eerst moet mijn vader, Koning Koi, je officieel mijn vin schenken!”
Dus gingen ze samen naar de koning Koi. Ashje dacht: Mijn vader zal toch nooit goedkeuren dat zijn ‘beeldschone’, ‘aanbiddelijke’ dochter met een doodgewone goudvis trouwt.
De koningstroon was gebouwd op een reusachtig anker. Koning Koi zag zijn dochter in de verte aanzwemmen. Wat was ze toch beeldschoon! Ze leek natuurlijk op haar vader! Even leek hij in diepe verontruste gedachten verzonken toen hij Blubje opmerkte. Wat voor een prullenvisje zwom er nu naast haar?!
Koning Koi trok woedend aan zijn lange dunne snorretje toen Ashje met een zucht vertelde dat Blubje ‘per se’ met haar wilde trouwen. “Wie mag dit aquariumscharminkel dan wel zijn?!” bulderde de Koning. –“Blubje, zoon van Vis” zei het goudvisje. “Vis?” herhaalde de koning, “toch niet Vis Leterme, de premier van de vijver?”
“Jawel, oh machtige heer, mijn vader is Vis, premier van de vijver”.
Ahsje’s mond viel open. “Ja!” zei ze. “Ik zie de gelijkenis! Je bent minstens even knap! Oh paps! Mag ik met hem trouwen?! Mag ik? Mag ik?! Tooeeee?!”
“Natuurlijk mijn schatje!” riep de koning uit. Ashje pakte Blubje vast en gaf hem een dikke zoen. Maar Blubje begon te twijfelen. Plots drong het tot hem door dat Ashje eerst niks van hem moest hebben, tot ze te weten was gekomen dat zijn vader de premier was. “Ashje…” vroeg hij, “hou je écht van me…?”
VIVA
“Natuurlijk!” zei Ashje, “ik speelde gewoon ‘hard to get’, zoals alle vrouwen!” Ze haalde haar zoetste glimlach boven en knuffelde Blubje: “Mijn lieve premiertje” zei ze, “ik hou van je!” Op dat moment kwam Viva binnen, de kuisvis van het paleis. Ze was vuil van kop tot teen, droeg een lelijke schort maar had prachtige ogen. Haar zilverblauwe schubben trokken de aandacht van goudgeel Blubje Leterme.
Meteen begon de koning Viva uit te lachen en Ashje gebood haar om terug te keren naar haar kamer. “Die ‘viesvis’ hoort niet thuis in onze koninklijke living!”, riep ze uit.
“Vind je niet Blubje?”
Maar Blubje antwoordde niet. Enkel hij had de traan in Viva’s vissenoogjes gezien (wat overigens niet gemakkelijk was onder water) toen ze tussen de koralen was verdwenen.
“Ik… moet even weg, Ashje” zei hij, en hij zwom snel Viva’tje achterna. Hij vond haar stilletjes wenend in de lege schelp van een hoornslak. “Viva?” vroeg hij zachtjes.
Viva keek in zijn waterachtige groene oogjes – ah ja want ze zaten onder water- en herkende Blubje plots. Ze hadden samen in de kleuterklas gezeten. Viva was toen een keer haar lunch vergeten en Blubje had toen zijn overheerlijke viskorrels met chocolade met haar gedeeld. Toen herkende Blubje haar ook. Zij was het met wie hij altijd had gespeeld. En hij had altijd haar prachtige kleurpotloodjes mogen gebruiken. Ze glimlachten naar elkaar. “Blubje?” vroeg Viva aarzelend. “Viiiivaaaaah!” zei Blubje met een robotachtig stemmetje. “Wat doe jij hier?” vroeg Viva. “Ik had hier een ‘directive’” zei Blubje. Hij vond het nu jammer dat hij Viva uit het oog was verloren al die jaren. Viva vertelde dat de koning haar ouders onterecht in de gevangenis had geworpen en haar voor een glasscherf per maand in dienst had genomen op haar 7de verjaardag.
“Wat?!” riep Blubje uit. “Dit kán echt niet! Viva, laat me je helpen!” “Hoe kan je me helpen?” snotterde Viva. “Ik ben verloofd met de prinses!” riep Blubje. “Misschien kan ik haar overtuigen om je mama en papa te bevrijden!”
“Dat zal je nooit lukken”, zei Viva. “Wie zal dan al het werk doen? De prinses is trouwens de reden dat mijn ouders nu in de gevangenis zitten!” “Hoezo?!” vroeg Blubje. En Viva deed haar verhaal:
“Koning Koi is onvruchtbaar, Blubje, en prinses Asha is eigenlijk mijn zusje, Wibra. Maar toen ze geboren werd was ze al zo mooi dat de koning haar wilde adopteren. Mijn mama en papa wilden zusje niet afstaan, en daarom gooide de koning hen in de gevangenis!” Blubje was in de war. “Maar… hoe kan dit?!” vroeg hij zich af.
“Koning Koi had Asha wijsgemaakt dat ze zijn natuurlijke dochter was en dat mijn ouders smerige boeren waren die haar hadden gestolen. Zij is 5 jaar jonger dan ik dus zij was pas 2 toen ze gestolen werd. Zij herinnert zich niets meer van haar visnapping. Ik heb haar de waarheid proberen vertellen maar het was te laat. Ze was al zo verwend en vervelend dat ze riep: “Rot kreng!” en een bloempot naar mijn hoofd smeet (die ik gemakkelijk kon ontwijken voor die door het water mijn hoofd kon raken).”
“Dan…” verzuchtte Blubje, “is er maar één oplossing. We zullen je ouders moeten bevrijden uit de gevangenis!” Maar de gevangenis van Koning Koi heette de Mosselgevangenis en alle gevangenen werden er in onopenbare schelpen gehouden.
Maar Blubje had een plan. Hij nam Viva mee naar de plaats waar hij de ringen en de parel had gevonden. Misschien konden ze er daar nog meer vinden. Een onopenbare schelp opende enkel wanneer haar een parel werd voorgehouden. Dus probeerden Viva en Blubje samen twee parels te vinden, één voor de moeder en één voor de vader van Viva. Na uren zoeken, hadden ze er samen één gevonden, wat niet genoeg was want de schelp zou de parel meteen inslikken. Ze kwamen nog één parel te kort. “Terwijl de schelp de parel inslikt moeten we als de bliksem telkens één van je ouders naar buiten trekken” zei Blubje “en natuurlijk hebben we telkens maar één kans, dus we moeten met zekerheid weten in welke schelpen ze gevangen zitten. Maar eerst moeten we een tweede parel zien te vinden.” Ondertussen werd Asha ongeduldig en ging ze woest op zoek naar haar plots weggezwommen verloofde.
DE WRAAK VAN ASHA
“Ik weet waar we nog een tweede parel kunnen vinden” zei Viva’tje. “Ja?” zei Blubje. Viva staarde hem even aan en aarzelde. “Blubje…” zei ze toen, “diep op de bodem van deze verrassend grote vijver leeft… de Zeekomkommerdraak, Smolk! Hij bewaakt een enorme schat en het mooiste juweel van die schat is de Mirmasil, de zuiverste parel ooit… maar we geraken nooit voorbij die draak…” “Ach,” zei Blubje moedig “ik ben voorbij Monti geraakt dus ik geraak ook wel voorbij Smolk!” Maar terwijl Blubje en Viva praatten, wisten ze niet dat Asha hen al had gevonden en hen, verstopt achter een koraal, had afgeluisterd. Een duister plan begon te groeien in haar hart.
Terwijl Blubje nadacht over hoe hij Smolk zou verslaan, ging Viva’tje naar de bewaker in de gevangenis om informatie los te krijgen over de gevangenen
en haar ouders. Ze kende de bewaker goed omdat ze elke week de cellen moest schoonmaken. De gevangenen zelf had ze nog nooit gezien. Ze had geen idee waar die heen werden gebracht wanneer de cellen werden schoongemaakt…
Ondertussen had Asha een Roggenstaartslijmplant gevonden met een sterk gif. Ze viste de parel die ze van Blubje had gekregen van tussen haar schubben en smeerde hem met een blad in met het giftige Roggenstaartslijm. Dan toverde ze haar liefste glimlach boven en kwam vanachter een rots tevoorschijn. “Hey Blubje!” sprak ze enthousiast. “Ik hoorde toevallig dat jullie van plan zijn om de gevangenen te bevrijden en ik wil jullie graag helpen! Je hoeft Smolk helemaal niet te verslaan. Ik heb de parel nog die jij voor me hebt gezocht.” Ze glimlachte en haalde de parel vanachter haar rug op een blad. Blubje was verrast.
Het viel hem op dat Asha zulke vreemde handschoenen, sorry, vinschoenen droeg. “Ashje,” begon
Blubje “ik moet je iets vertellen…” “Ik zal luisteren, Blubje, maar ik wil je eerst de parel geven.” Blubje stak zijn vin uit en … nam de parel aan. Onmiddellijk drong het gif in zijn lichaampje en hij viel in een diepe, droomloze slaap. Met een stukje spons maakte Asha de parel schoon en nam hem weer mee naar huis. Even later kwam Viva terug. “Blubje, ik heb… BLUBJE?!” riep ze. Maar Blubje dreef roerloos in het water. “Blubje!!!” … Stilte.
Toen kwam een lelijk bruin gevaarte op haar af. Het leek wel een grote onder water drijvende rots maar het bleek een strontspikkelvis te zijn. Viva schrok en deinsde terug. Maar de vis zei kalm: “Wees maar niet bang Viva. Ik ben Jos, een oude vriend van je vader. Ik waak al over je sinds je ouders zijn opgesloten, maar in mijn eentje kan ik niet veel ondernemen. Ik kwam hier net iets vroeger aan dan jij en wat ik zag, heeft me diep geschokt.” Toen vertelde hij wat er zonet was gebeurd. Viva schrok. Dat had ze nooit verwacht van haar zusje! “Ik ook niet,” zei Jos, de strontspikkelvis. “Je zusje is niet slecht van nature, maar Koning Koi heeft haar zo opgevoed! “ zei hij boos. “Als baby was ze net zo vrolijk en lief als jij!” Plots begon Viva te huilen. “Gaat Blubje nu dood?!” vroeg ze in paniek. “Ik vind hem zo lief!” “Niet als we snel zijn!”, zei Jos kordaat. “Hij moet zich prikken aan de stekel van de stekelstaartmurmel. De adrenalinestoot zal het gif verdringen uit zijn lijfje en hem weer bij bewustzijn brengen …”
“Okee, we gaan er onmiddellijk heen!”, riep Viva’tje. “Waar is dat mormeldink?” - “In de Ravijn des Doods”, zei Jos “Daar leeft een stam van verwilderde, kannibalistische vissen. Zij aanbidden hun afgod, een monster: half plant, half dier. Dit monster is de stekelstaartmurmel. Hij kan zich niet verplaatsen want zijn wortels zitten vast in de bodem van het allerdiepste, donkerste stuk van heel de vijver. Hij heeft twintig stengels. Vijf daarvan zijn lichtgevende ogen, drie zijn gigantische monden met tientallen scherpe tanden, twee zijn grote klauwen negen zijn kleine klauwen en één ervan is de enorme stekelstaart. De klauwen en monden zijn dodelijk. Enkel de staart kan Blubje redden.” “Oei…, is er echt geen andere manier?”, vroeg Viva’tje.
DE STEKELSTAARTMURMEL
“Ja,” zei Jos “hij kan ook gewoon dit wonderzeewierpilletje nemen.” Hij voelde met zijn vin tussen zijn stinkende schubben en haalde een donkergroen pilletje tevoorschijn. Viva stak haar vin uit om het aan te nemen. Maar toen floepte het uit Jos’ vinnen en viel het in het zand. Meteen begon hij met Viva in het zand te graven op zoek naar het pilletje, maar het was verloren. Dus trokken ze naar de Ravijn des Doods. Ze droegen Blubje mee bij zijn vinnen.
Toen ze in de Ravijn des Doods kwamen, zagen ze een stok met een vissenkop op. “Dat is een symbool.” zei Jos “We zijn in het gebied van de kannibalen gekomen." Voorzichtig zwommen ze verder. Het was stil en eenzaam in de Ravijn… Maar plots hoorden ze achter zich een stem: “Boegoeboegoe!!!” Jos draaide zich om. “Yo, Mboko!” zei hij. “Jos!” riep de kannibaal uit. “Ik had u niet herkend!” De twee vissen gaven elkaar een knuffel. “Kennen jullie elkaar?” vroeg Viva. “Ah ja!” riep Jos enthousiast.” Want
mijn vorig lief was ook een kannibaalvis. Blubje keek Jos wantrouwig aan. “Ik eet alleen uitwerpselen van vissen en stukken rots, maak je maar geen zorgen.” zei Jos. “Gmoekoeblabibaliwan!” zei Mboko, de kannibaalvis. “De kanibaalvissen eten enkel andere vissoorten die ze niet kunnen uitstaan. Mij lusten ze niet dus zijn we vrienden geworden en mijn vrienden zijn hun vrienden. Ze willen ons zelfs helpen om de andere stengels van de stekelstaartmurmel af te leiden terwijl wij ons bezighouden met de stekelstaart.” vertaalde Jos. “Heeft hij dat allemaal gezegd in één woord?!” vroeg Viva verbaasd. “Ja.” zei Jos “Kannibaalvissen spreken maar een beetje Vis’. Ze spreken vooral Mbaloeboeloegees, de rijkste synthetische vissentaal in deze vijver.”
“Straf zeg!” zei Viva. Mboko verzamelde wat vrienden en vertrok naar de murmel voor hun ochtendlijke gebedsdienst. “Oh Murmelman; Padme Hum” mompelden ze. Gevleid keek het beestplantding de kannibalen aan. Intussen prikten Jos en Viva Blubje voorzichtig tegen de staart aan. Onmiddellijk sprongen de oogjes van Blubje open. “Viiivaaa!” riep hij uit. “En Jos!” - “Blubje!” riep Jos. “Kennen jullie elkaar?” vroeg Viva verbaasd. “Natuurlijk” zei Blubje “want
SMOLK, DE DRAAK
Jos is de raadgever van mijn vader, premier Vis Leterme.” - “Wat een toeval” zei Viva. “De vijver is toch klein he! Jos is ook een vriend van mijn vader. Misschien kent jouw vader de mijne ook dan?” “Wie weet.” zei Blubje. “Wat is er eigenlijk gebeurd daarnet? Ik herinner me dat ik aan het ijsbeerzwemmen was en nadacht over hoe ik Smolk zou verslaan maar ik herinner me verder niets.” Jos en Viva vertelden hem van de smerige streek van Asha. Blubje was serieus op zijn vin getrapt. Hij besloot meteen terug te gaan om Smolk te verslaan en de Mirmasil of Regenboogparel te bemachtigen. “Jammer dat we niet alle gevangenen kunnen bevrijden” zei Viva. Ik ben te weten gekomen van de bewaker dat slechts één inktvis terecht in de gevangenis zit. Alle andere gevangenen zijn ontschuldige vijverburgers!” Blubjes mond viel open. “En mijn ouders…” vervolgde Viva “zitten in de strengst bewaakte schelpen in de kelders van de gevangenis. Ze worden bewaakt door Bwooark, de Kwal des Doods.
“Maar ik help jullie wel” zei Mboko. “Goed!” zei Viva. “We shall be the Fellowship of the Blub!” En zo gingen Blubje, Viva, Jos en Mboko samen naar de Grot Van Vuur, waar Smolk leefde. Want in de vijver waren er veel grotten en één van die grotten gaf uit op een vulkaan. En daar, badend in het rode licht van de magma, lag Smolk op zijn schat. Het was gloeiend heet in de grot. “Okee… Wie gaat er binnen?” vroeg Jos. “Ik!” riep Blubje uit. “Dan ga ik mee!” zei Viva vastberaden en ze gaf Blubje een knuffel. De warmte die ze toen voelden, kwam niet enkel uit de vulkaan.

De vijverdraak lag briesend te spartelen op zijn schat. Hij sliep en had kennelijk een zeer spannende droom. Ons viertal had al snel door dat dit beest zich niet zomaar zou laten verslaan. Blubje haalde een hoop waterlianen en deelde ze uit. “Als we allemaal één van de vier poten vastbinden en heel hard trekken, dan kan iemand het monster met een rots op zijn kop kloppen.” Maar Viva merkte terecht op dat ze maar met vier waren. Wie zou er op zijn kop kloppen? “Ik denk dat het tijd is om hulp te roepen” zei Jos. “Mbalabala”, zei Mboko bevestigend. Jos nam zijn Swimmie Talkie en toetste de geheime emergency code in. Dan deed hij een oproep, die grootmaarschalk Rosbiv meteen beantwoordde. Het laatste dat hij zei tegen Jos was: “Ik kom er meteen aan buddy! … En ik breng een puntige hamervis mee. Dat komt harder aan dan een rots! OVER EN OUT!”
Maar op dit moment werd Smolk wakker. Viva zwom net vlakbij zijn enorme oog toen het onverwachts open ging. In het diepe zwart van zijn pupillen zag Viva haar spiegelbeeld en ze gilde van angst. De draak gilde ook: “Iiiiiii!!!” In een verwijfd stemmetje zei hij angstig: “Enge vissen! Wat doen jullie hier?” “Euhm…” Blubje bloosde. “Wij zijn eigenlijk zo’n beetje … aan het inbreken.” Hierop begon Smolk te huilen. “Waarom doen jullie toch zoiets? Wat heb ik jullie ooit misdaan?” - “Maar wij hebben de Mirmasil nodig”, zei Jos. “Boehamoegoebwaba”, bevestigde Mboko. Smolk snoot in zijn gigantische rode bolletjeszakdoek. “Maar als jullie het gewoon hadden gevraagd, dan had ik hem wel gegeven!” riep Smolk. “Maar, arm draakje toch!” zei Viva’tje vol medelijden. Net op dat moment kwam Grootmaarschalk Rosbiv binnen.

“Whaah!” riep hij en hij begon al vervaarlijk te slingeren met zijn puntige hamervis. “Waar zit da beest?!” - “STOOOP!!!” riep Blubje. Deze draak doet ons geen kwaad. Hij wil ons de parel gewoon géven! Hij is lief. “Oooooh,” zei Rosbiv “ik dacht dat de Grote Revolutie was begonnen. En ik had er net zo’n zin in! Ik dacht misschien kunnen we deze gemene draak aan onze kant krijgen nadat hij terug bij bewustzijn is gekomen na mijnen ‘toek’ op zijn kop, maar met zo een janet kunnen wij Koning Koi niet afschrikken.” Intussen had Smolk de parel aan Jos gegeven, die hem bewonderde. "Zo", zei hij, "We hebben de parel! Dat is het belangrijkste! Nu moeten we wachten tot het donker is en dan trekken we naar de mosselgevangenis!”
DE MOSSELGEVANGENIS
Smolk keek Rosbiv boos aan. “Maar ik bén geen janet!” riep hij uit. Er kwam rook uit zijn neusgaten. “Ge zijt zélf een janet, JANET!” brulde hij en hij stak zijn lange tong uit naar Rosbiv. “Och joenge, seut!” sprak Rosbiv verheven. “STINKSCHEET!” riep Smolk. “Pissebed!” – “Kakameneer!” … En zo bleef de discussie maar duren. “Genoeg!” riep Blubje toen. “Okee Blubje, sorry”, zei Smolk. “Maar ik wil graag mee met jullie King Koi gaan verslaan” “Zo zij het!” zei Jos. “Rosbiv? Ga jij ook mee?” vroeg hij. Rosbiv haalde zijn schouders op. “Okee dan…”
De inmiddels zes vrienden besloten dat Viva de parels mocht meedragen om haar ouders te bevrijden. Het was Rosbivs voorstel geweest, want lasten dragen was vrouwenwerk, vond hij. De anderen verspreidden zich om ongewenste bezoekers op afstand te houden. Toen de kust veilig was, ging iedereen mee naar binnen om Viva te helpen bij het volgende obstakel: Bwooark, de Kwal des Doods. Ze drongen dieper de gevangenis in en kwamen daar de hoofdbewaker tegen: Memnon De Grote, de sterkste en meest gerespecteerde bewaker, met zijn trouwe zeeduivel, Igor De Verschrikkelijke.

“Wat mag dit wel voorstellen?” vroeg Memnon. “Wie zijn jullie?” – “Ik ben Blubje, zoon van de Premier” zei Blubje. “En wat komt u hier doen met al uw vrienden?” – “Wel,” begon Blubje… “Ik … ben … eigenlijk … ook professor! Ja … professor Blubje, heheh, en … ik ben professor in de … criminologie! En dit zijn mijn studenten. Ik wil hen wat rondleiden in de gevangenis, ja, dat is het. Echt waar!” – “Ah, okee dan” zei Memnon. “Ga maar verder… Maar wacht eens!” voegde hij er onverwacht aan toe. “Waarom is er dan een enorme draak bij jullie?! Ik vertrouw dit niet! Alaaarm!!!” – “Sorry kerel, maar je vraagt erom” zei Smolk en met het vuur uit zijn neusgaten herleidde hij Memnon tot een aangebrand barbecueworstje. “Oef! Dank je!” riep Igor plots uit. “Door Memnon te doden heb je me bevrijd uit mijn betovering!” – “Huh?!” sprak Rosbiv wijselijk. “WTF?!”
“IK ben Memnon” sprak Igor (of Memnon dus blijkbaar). “De koning vond dat ik als zeeduivel niet genoeg gezag uitstraalde omdat mijn mond altijd zo dwaas open hangt dus heeft hij ¾ van mijn geest laten overbrengen in het lichaam van een stevige maar hersendode bewakersvis terwijl ¼ in mijn eigen zeeduivellichaam bleef. Nu mijn bewakerslichaam dood is, ben ik weer helemaal mijn oude vertrouwde zelf! Wat jullie ook van plan zijn, ik sta aan jullie kant! Ik wil jullie helpen!” – “Hoeraaah!” riep Blubje. Nu hebben we een duivel onder ons!
En toen gingen Blubje, Viva, Jos, Mboko, Smolk, Rosbiv met de hamervis en Memnon samen verder op weg. Nog één monster was te verslaan: de verschrikkelijke Bwoooark. Onze Fellowship trok door een lange tunnel tot ze in een grote, ronde kamer kwamen. De grond was slijmerig … héél slijmerig. Plots zonk Rosbiv weg in de slijmerige bodem, wat normaal niet kon aangezien ze een eind boven de bodem aan het zwemmen waren. Maar wat bleek… De grond was helemaal geen grond. Het was de bovenkant van Bwooark! En Rosbiv zat nu in de KWAL! “Rosbiv! Neeeee!!!” riep Jos uit, maar het was Smolk die met zin grote klauw in de kwal greep en Rosbiv hoestend en sputterend eruit haalde. “Smolk…” zei Rosbiv. “Jij hebt mij gered en ik was nog zo grof tegen je toen ik je ontmoette … Ik … Ik heb je onderschat!” – “Het is nikske” knipoogde Smolk. “Vrienden?” – “Vrienden!” En ze schudden de vin en klauw. Maar Bwooark was nog niet verslagen!
Ondertussen was Blubje op onderzoek gegaan in de bewakerskamer. Hij had daar zakken vol mosterdzaad gevonden en vond dat vreemd. Hij nam een zak
mee naar de anderen en vroeg aan Memnon-Igor of hij een idee had waar dat voor diende. “Natuurlijk!” riep deze uit. Bewakers gebruiken altijd een handvol mosterdzaadjes om Bwooark even ziek te maken zodat ze bij de gevangenen kunnen komen. Hey, maar wacht eens… Als we nu eens al die zakken uit de bewakerskamer naar hier haalden... en we gieten die allemaal uit over Bwooark! Misschien is hij dan veel langer dan tien minuten uitgeteld! Dat vond iedereen een fantastisch idee. De zakken werden gehaald en ze werkten samen om ze allemaal over Bwooark uit te gieten. De Kwal kreeg gele en paarse uitslag en moest vréselijk niezen. De kracht was zo enorm dat hij ontplofte! De muren plakten vol met stukjes Kwal.
Na dit walgelijke gebeuren konden onze vissen (en draak) verder zwemmen en zo kwamen ze uiteindelijk aan in een ruimte waar verschillende schelpen lagen. “Wel, één van deze schelpen bevat mijn mama en één mijn papa” zei Viva. “Maar hoe kunnen we ooit raden welke schelpen de juiste zijn?” vroeg Blubje.
DE BEVRIJDING
“Niet” zei Viva. “Ik vind het erg vreemd … Volgens de bewakers vallen de cellen van mijn ouders heel erg op omdat ze als enige extra bewaakt worden.” Op dat moment hoorden ze Memnon (die door zijn verward gezelschap en de al even verwarde auteurs van dit verhaal nog steeds geregeld Igor werd genoemd) een beetje verder roepen: “Joehoe!” Ze gingen op het geluid af en vonden Smolk bij een grote gouden kooi. De tralies van de kooi waren opgevuld met stevig onbreekbaar kristalglas, behalve waar het reusachtige slot zat. Het sleutelgat was groot, maar natuurlijk niet groot genoeg voor de leden van de Fellowship of the Blub om erdoor te zwemmen. In de kooi zag Viva twee gouden schelpen. “Dit is hopeloos!” huilde ze. “Nee!” zei Igor. “Dit is een klus voor mijne vriend, Fons de Spons! Ik ben namelijk een janet, zie je! Mijne Fons die wringt zich letterlijk in élk gat! Hij woont in de Korale Driehoek, niet ver hier vandaan en hij is zeer snel!” – “Hoera!” riep Blubje “We zijn er bijna!” – “Maar nog niet helemaal…” zei Rosbiv. “Kalamallafricadella…” sprak Mboko somber.

Op dat moment kwam Fons de Spons eraan. Hij was klein en geel en floot vrolijke nummers zoals “Prrrt Twiet Twiet!” en “Twiiiet prrrrr Twiet”. Maar ondanks zijn janettigheid was hij supermoedig en snel. Hij was aangenaam verrast door Igor-Memnons transformatie. Nu Memnon weer uit één vissenlichaam bestond, maakte dat hun relatie een pak minder gecompliceerd. “Ik ontving een sms’je van Igor en kwam meteen ter hulp!” sprak Fons tot de anderen. “Voor mijne schat doe ik alles!” En met die woorden kuste de gele fluitspons de vers geëxorceerde zeeduivel, wat overigens een zin is die niemand ooit eerder heeft neergeschreven! Maar goed, de schelpen die Memnon had aangewezen, moesten wel de cellen zijn van Viva’tjes ouders. Het werd tijd voor het grote parelritueel!
Zichtbaar opgewonden haalde Viva de twee parels van tussen haar schubben. Ze had er nu lang genoeg mee rond gezeuld! Fons, de held van de operatie, stopte ze tussen zijn sponzige huidplooien. Voor onze vrienden hem succes konden wensen, zat de spons al in de dichte lichte kooi van kristal en goud. Hij nam de eerste parel en onmiddellijk opende de eerste schelp zich. Ze hoefden verder niets te ondernemen want Viva’s vader kwam bliksemsnel uit de schelp gezwommen. Onmiddellijk sloot de schelp zich weer. Dan nam Fons de tweede parel, de Mirmasil. Hij bewonderde een laatste maal de prachtige kleuren van deze bijzondere parel en hield hem voor de tweede schelp. Deze opende zich meteen. “Mama!” riep Viva blij, terwijl haar vader nog op adem kwam. Viva’s moeder begon meteen te zwemmen en Fons trok uit alle macht aan haar linkervin, maar haar rechtervin zat vast. Uiteindelijk moest Fons opgeven. Het was te laat. De schelp had zich intussen weer gesloten en had de parel opgeslokt. Viva was erg blij haar vader terug te zien, ook al zat hij nog vast in de kooi. Maar ze beseft dat het lot van haar moeder verloren was, maakte haar verdrietig. Toch besloten Smolk en Blubje dat ze niet mochten opgeven! Plots kreeg Memnon een vreemd idee: “Zing Fons!” zei hij. “Zing in je hoogste janettenstem!”
En Fons zong: “Fwiiiiiiiiiiiii!!!!!” Hij zong zo hoog en luid dat het niet meer hoorbaar was. En toen verschenen er barstjes in de schelpen. “Krrrrrak” hoorden ze en de schelpen vielen uit elkaar in duizend stukjes: Viva’s mama was vrij! Terwijl Fons uitgeput neerviel begonnen Rosbiv en Blubje meteen te zoeken naar een manier om de gouden kooi te openen.
De moeder van Viva had intussen de Mirmasil opgeraapt en besloot hem te houden. De anderen zwommen naar de kooi om het sleutelgat te bestuderen maar Igor stond ervoor. “Ga es opzij vriend” zei Rosbiv kordaat. “Ssst” zei Igor “Ik zit met mijn staart in het slot. Ik probeer het open te krijgen.” Hij probeerde tien minuten maar het lukte niet. Toen kwam Viva aangezwommen. “Kijk eens wat ik in het bureau van een bewaker heb gevonden: deze prachtige glitterende roze schelp!” – “Ooooh, rozeeeh!” sprak Igor enthousiast en hij haalde meteen zijn staart uit het slot. Vanachter de tralies stotterde Viva’s vader (die blijkbaar echt moeite had om te bekomen van zijn gevangenschap): “M…m…maar dat is… DAT IS…!” Zijn mond was opengevallen en zijn ogen waren opengesperd. Aangezien hij er verder niks meer kon uitbrengen, besloot Viva hem de schelp te geven. Ze duwde haar in het slot. Ze kon er maar nauwelijks door… Maar toen plots…

kroop de unieke Sleutelneusslak uit de schelp. Deze slak was een extreeeeem zeldzame diersoort in die zin dat er maar één was. Ze had een neus en die neus had de vorm van een sleutel die op elk slot past. Maar de ongewervelde deugniet was ook supersnel en nu zijn huisvrede verstoord was, vluchtte hij gauw weg en zocht de veiligheid ergens anders op.
Viva’s vader besefte wat het verlies van de slak betekende en vond uiteindelijk de verbale kracht om het uit te leggen. Meteen begonnen onze vrienden de zeebodem af te zoeken. Ze keerden elk steentje om en keken achter elke zandkorrel, maar er was geen spoor van de sleutelneusslak. Het was dan ook een bliksemsnelle slakkensoort. Na uren zoeken, gaven ze het op. Viva drukte haar vissenneusje tegen het kristalglas van de kooi en huilde. Ook haar moeder en vader lieten traantjes rollen. Alleen Blubje had het opgemerkt. “En ik had nog wel zo’n hoop vandaag!” zei Viva’s vader. “Ik ook” zei haar moeder “Ik dacht dat we eindelijk weer naar huis zouden kunnen gaan.” – “Ja,” zei Viva’s vader “zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens!” – “Ooost Weeest Thuuis beeest!” huilde Viva’s moeder bitter. Bij die woorden begon de slak, die ver weg naast een bewakersbureau achter een anemoon verstopt zat, heimwee te krijgen naar haar huisje. Ze voelde zich naakt en flink gegeneerd. Ze wikkelde zich in de anemoon en kwam steeds dichterbij, tot ze vlak bij onze droevige vrienden stond…
“Piep!” zei ze en Smolkje riep: “Iii! Een eng beest!” Maar Rosbiv antwoordde: “Maak je geen zorgen, vriend” en hij raapte de slak op en ramde haar teder met haar snuit in het slot. Zo werd de deur van de kooi geopend en konden Viva’tjes ouders ontsnappen. Het weerzien was kei-emotioneel. Na veel geknuffel konden ze vertrekken uit de gevangenis. Onderweg vroeg Blubje aan Viva’tjes ouders wat hun namen eigenlijk waren. “Mijn naam is Zeeman” zei Viva’s papa. “En ik ben Casa” zei de mama. Nu begreep Blubje waarom Viva’s zusje eigenlijk Wibra heette in plaats van Asha. Zeeman, Casa en Wibra waren immers mythologische figuren uit de vissenwereld.
En zo werd ook duidelijk waarom Viva’s ouders tijdens hun gevangenschap zo naar huis hadden verlangd. ‘Casa’ betekent immers ‘huis’ en ‘Zeeman’ betekent eigenlijk ‘huisman’ want voor de vissen is de zee hun thuis. Het weerzien was een belangrijk moment voor Viva, Casa en Zeeman. Viva en haar ouders hadden elkaar al erg lang niet meer gezien. Maar dan werd dit innige moment van geluk verstoord door onaangenaam bezoek. Terwijl Jos zijn oude vriend zeeman knuffelde, stond hij plots oog in oog met een woeste Koning Koi en zijn venijnige gestolen dochter Ashawibra.
HET LEGER VAN KONING KOI
En wat nog erger was: achter hen stond een gigantisch leger van 100000 vissen (Maartens vijver is heel groot). Blubje slikte en nam bevend Viva’s vinnetje in de zijne. “Pfhuh!” bracht Asha uit. “Typisch! Meneer heeft al een ander vriendinneke!” – “Ashje, je moet iets belangrijks weten. Je bent niet wie je denkt dat je bent!” zei Blubje. “Jij ook niet, Blubje!” riep Koning Koi verwijtend. “Je bent een verrader die zijn verloofde in de steek laat en inbreekt in de gevangenis!” – “En jij bent een leugenaar, Koi! Jij bent niet Asha’s vader!” zei Viva. De 100000 soldaatvissen achter de koning verhieven gelijktijdig allemaal één wenkbrauw.
Toen sprak Casa: “Je bent mijn dochter Asha! En eigenlijk heet je Wibra.” – “Wat is dát voor een goedkope naam?!” onderbrak Asha bits. “Koning Koi heeft je GESTOLEN toen je nog te klein was om te beseffen wat er gebeurde!” vervolgde Casa. Ze pinkte een traan weg, maar niemand had het gezien. “Mboeloeboeloe?” vroeg Mboko. Toen werd Casa nog ondeugender: “Koning Koi was als Grote Koning niet eens in staat om de kleine kaviaartjes van zijn vrouw te bevruchten! Hij is niet alleen een leugenaar en een bedrieger, maar ook een ‘dikke prutser’! Nadat hij ons dochtertje had gestolen, kon zijn vrouw het helemaal niet meer aan en stierf van miserie!” Zeeman keek trots zijn vrouw aan en hield nog meer van haar dan voor en tijdens al die jaren dat hij haar kwijt was geweest in de gevangenis, ook al was ze eigenlijk vlakbij geweest. Koning Koi had al een tijdje gezwegen nu. Hij besefte dat hij naïef was geweest: een geheim als dit had hij nooit voor eeuwig verborgen kunnen houden. Maar Asha sprak nu wel: “WAAAT?! Wat insinueer jij wel mevrouwtje? Dat ik een doodgewone vis ben, de dochter van twee criminelen en geen PRINSES?!”
“Niet helemaal…” zei Viva plots. Alle aanwezigen keken haar aan. “Het is tijd om mijn geheim te onthullen… Zie je, koning Koi is eigenlijk niet de rechtmatige opvolger van de vorige koning, Clo-Vis. Want mijn papa, Zeeman, is de oudere broer van Koi, en dus hoort hij op de troon te zitten … en Asha, aangezien jij eigenlijk mijn zusje, Wibra, bent, ben je dus wél een prinses … alleen geen kroonprinses, want dat ben ik.” Asha zweeg.
“Maar… zelfs ik wist niet dat ik de oudere broer van Koi ben”, zei Zeeman “dus hoe kun jij het dan weten, Viva’tje?” – “Ik heb ooit een geheim gesprek afgeluisterd in het paleis van koning Koi (mijn oom dus)” legde Viva uit “en dat ging als volgt:”
Nu deed Viva iets heel Modernistisch. Ze maakte gebruik van een flashback:
Bewaker: “Het geneeskrachtige zeewier werkt niet majesteit.”
Koning Koi: “Dat is mijn probleem niet!”
Bewaker: “Maar hij is ziek! Je broer is ziek majesteit!”
Koning Koi: “Net goed! Als hij een natuurlijke dood sterft, zal niemand argwaan hebben! Trouwens, slechts een schelpvol vissen weten dat hij mijn broer is. Toen onze ouders stierven op jonge leeftijd, werd Zeeman als peuter achtergelaten door onze huishoudster bij bodembouwers en werd hij in het ‘ongevisse’ gelaten omdat hij bijna oud genoeg was om koning te worden. Onze huishoudster kroonde zichzelf koningin en toen ze zelf te oud was om nog verder te regeren, vertelde ze mij haar geheim en werd ik haar opvolger. Uiteraard ben ik mijn broer toen niet gaan opzoeken omdat hij ouder is en anders zélf de troon zou overnemen.
Bewaker: “Dat wil toch niet zeggen dat u hem moet laten sterven! Hij kan gemakkelijk genezen worden! Hij heeft slechts een zware vorm van vinfluenza! Men zal het toch verdacht vinden als hij daaraan sterft?!”
Koning Koi: “Stuur dan Alfred, de Kwakzalver! Dan geef ik toch een béétje de indruk dat ik bekommerd ben om zijn gezondheid.”
Bewaker: “Goed majesteit!”
(in het heden)
Viva: “Ik volgde de wachter tot achter een rots en zag dat hij zijn schelpmobieltje nam. Hij broebelde duidelijk iemand op en sprak:”
(flashback)
Wachter: “Daffy? Ik moet je om een gunst vragen: Kan jij je vermommen als je neef Alfred? Die is toch twee weken op vakantie naar het Zwembad. Kom dan onmiddellijk naar hier en breng je krachtigste medicijn mee. Onze goede vriend Zeeman is doodziek en zijn eigen broer Koi wil hem zomaar laten wegkwijnen!”
(in het heden)
Viva: “Daffy zei blijkbaar nog iets. Dan zette de bewaker zijn schelpmobieltje uit en zwom weg met een bezorgde blik. En zo wist ik het.”
Blubje had gespannen geluisterd en was nu helemaal verward: Dus Asha en Viva zijn zusjes en Koning Koi, die geen koning is, is hun oom… “En dat is niet de enige verrassing voor jou vandaag, Blubje” klonk plots een stem. Verbaasd zag Blubje zijn vader Vis Leterme en zijn moeder Thérèse Kabbeljauw. Thérèse sprak: “Wij moeten je ook iets vertellen, Blubje: jij bent als een echte zoon voor ons, maar eigenlijk was je een vondeling. Heb je je nooit afgevraagd waarom je niet tot dezelfde vissoort behoort als je vader en ik? Wij zijn kabeljauw en jij een goudvis.”
"THE COURSE" & THE BATTLE
“Mama…papa… Wat doen jullie hier plots?” vroeg Blubje. “Wij hebben gezien hoe het leger van Koi vertrok en zijn
erachteraan gegaan. En nu weet je het geheim … Wij zijn niet je echte ouders.” – “Maar dat wist ik al” zei Blubje “want zie je… ik heb ook een geheim. “Jeezes!” riep Fons uit. “Wie heeft er hier geen geheim zeg! Amai mijn voeten, euh, vinnen!” – “Het zit zo” ging Blubje verder. “Toen ik twaalf jaar was, werd ik opgezocht door een oude wijze inktvis genaamd Blubbi-Wan Kalamari. Hij zei dat ik eigenlijk een Jevis ben, een soort magische ridder, en dat mijn papa ook een machtige Jevis was, die al was gestorven. Maar in elk geval moest ik wachten tot ik oud genoeg was om dan te doen wat de profetie altijd al had voorspeld: “Mijn grootste vijand doden…of door hem gedood worden…” – “Wacht!” zei Fons… “Ik weet het al. Het is Koi! Blubje moet Koi verslaan in een duel!” – “Zwijg toch eens efkes, schat” zei Igor.
“A nondedju!” riep Rosbiv plots “Hoeveel visgraten gaan hier nog uit de kast komen gevallen?!” – “Er zijn nog nooit zo veel visverstanden aan het licht gekomen op één dag, denk ik” grinnikte Smolk. “Mboboliba Amajjakroketwasda-ammel?” trad Mboko hem bij. “Ik moet gebruik maken” vervolgde Blubje “van de kracht die in dit meer alles doordringt. Het is een beetje vergelijkbaar met ‘de adem’ van deze tuin. Hier onder water noemt men het ‘de Course’. Die kracht zal mij helpen om koning Koi te verslaan!” – “Niet zo snel!!!” brulde Koi. Plots ging het leger van 100000 vissen als één vis voor Koning Koi staan (die intussen ‘de dikke prutser’ werd genoemd). “Als jullie onze koning willen pijn doen” zei een lelijke zalmsoldaat “zullen jullie eerst voorbij ONS moeten geraken! Want een goed scenario zit altijd vol obstakels, zo schrijft de filmnarratologie voor.” Dat lieten onze vrienden zich geen twee keer zeggen. Het was tijd voor de ontknoping en dus voor de ultieme confrontatie tussen de protagonist en de antagonist. Ze waren sterk in de minderheid maar ze hadden ‘de Course’ van het meer mee. “For Aslan!” brulde Grootmaarschalk Rosbiv. “Voor wie?” vroeg Blubje. “Wie is Aslan?” – “Geen idee” zei Rosbiv “maar in aquariumfilms roepen ze ook altijd zoiets cools voor ze beginnen vechten. “For England!” riep Viva. “For Spartaaaa!” riep Smolk. “For Frodo!” riep Fons. En nadat iedereen zich verbaal had uitgeleefd, viel de Fellowship of the Blub aan.
Met een zinderend geluid trokken ze hun zwaarden (die door ‘de Course’ recht in hun vinnen waren gevallen). Een panoramisch wide shot toonde hoe onze helden en het gigantische leger met elkaar in de clinch gingen. Epische koormuziek weerklonk terwijl Blubje en zijn vrienden met hun zwaarden een weg baasden door de massa vissen. “Blubje, pas op!” riep Rosbiv. Blubje bukte zich en ontweek zo net een hellebaard van een enorme stekelbaars. De barbaarse baars duwde Blubje op de grond met zijn staartvin en ging net zijn wapen planten in de borst van onze held toen hij plots voor Blubje in twee stukken uiteen viel. Achter het lijk stond Viva met een stoere blik in haar ogen en een bloederige sabel in haar vinnen. Blubje hield nog meer van haar dan ooit te voren. Een moment lang verdween het gevecht om hen heen terwijl ze kusten en enkel nog een aanzwellend liefdesthema van Hans Zimmer hoorden. Maar het geluk was van korte duur want ‘de dikke prutser’ Koi greep Viva’tje vast en dreigde met zijn rijkelijk versierde gulden sabel haar delicate vissenkeeltje over te snijden. Rondom hen hadden Rosbiv, Fons, Igor, Smolkje, Leterme, Casa, Zeeman, Jos, Mboko en wie ik nog vergeten ben het pad vrijgemaakt zodat het leger Blubje en Viva niet kon raken. Maar de andere leden van de Fellowship waren te druk bezig om het leger op afstand te houden en konden niet helpen. Enkel Blubje kon nu nog zijn Viva’tje redden.
Met de vastberadenste vastberadenheid die een vastberaden vis kan hebben, zwom Blubje op zijn doel af. Hij stak zijn rechtervin in de hoogte waaruit meteen een gouden lichtstraal kwam. Hij richtte de straal op zijn vijand ‘de dikke prutser’ en meteen ontstond een luchtbel rondom Koi. De soldaten staakten het gevecht met hun fishsticks en keken verbaasd om. Blubje gebruikte al zijn kracht om de luchtbel op dezelfde grootte te houden zodat Viva niet geraakt zou worden. Hij zwom door de soldatenmassa naar Viva en greep haar beet. Op dat moment had hij zijn kracht niet meer onder controle… De bel groeide exponentieel op enkele seconden en iedereen die in de buurt stond, werd omver geblazen. Blubjes vrienden stonden net buiten het bereik van de luchtbel maar alle soldaten waren omver geblazen en lagen bewusteloos op de grond en ook… Viva. Blubje was compleet over zijn vijverwater. Intussen had Jos de Nationale Sidderalenpolitiebrigade van de vijver verwittigd om heel het leger in te rekenen. Viva lag nog steeds bewusteloos in het zand. Toen kwam de bewaker van de gevangenis, met wie Viva had gepraat, aangezwommen: “Dat ziet er niet goed uit, Blubje. De Course was ultra-krachtig vandaag. Er is maar één manier om haar te redden. We moeten haar naar de Waterwoestijn of Calamareswoestijn brengen! Daar woont Woestijnvis, de oudste vis van deze vijver. Hij weet alles van zeekruiden. Hij is de enige die de merische kennis heeft om Viva terug bij bewustzijn te brengen. We hebben hem uiteindelijk ook stiekem moeten raadplegen toen Zeeman zo ziek was. Viva bevond zich te dicht bij de kern van de luchtbelexplosie!” – “Maar Koning Koi zat middenin de luchtbel, dan moet hij…” – “Koning Koi is dood, naar ’t schijnt” zei Jos, die plots naast hen was komen zwemmen. “Hij kon niet meer worden gered.” Toen voegde ook Smolk zich bij het gezelschap: “De Sidderalenbrigade is gearriveerd” zei hij. “Ze zijn met een enorm aantal, klaar om het legen en wat nog overblijft van de Koifamilie in te rekenen.” – “Ik blijf hier om hen te assisteren” zei Bewaker “maar ik stuur de kapitein van de brigade, Michel de Forel, met jullie mee naar de woestijn. Die zal jullie beschermen tegen de beruchte woestijnterrorist Saddam Woestijn. Ik heb al kamelen besteld voor de lange tocht!” (Wanneer kamelen verdrinken, leven ze verder op de bodem van de zee, de vijver of het meer. Door dat water in hun bulten zakken die direct naar beneden. Daardoor ontstaan er hele kudden onderwaterkamelen.)
DEEL II: AVONTUUR IN DE VOCHTIGE WOESTIJN
DE DREIGING VAN HET VOCHTIGE WOESTIJNTERRORISME
Siskebab, de zandkleurige krab, keek schichtig rond. Een onderwaterkameel passeerde hem zonder aandacht aan hem te schenken, ervan overtuigd dat Siskebab gewoon een steen was. Toen de langzame telganger voorbij was gegaan, trippelde hij zijdelings in de richting van een grot. Daar aangekomen hield hij halt voor een zware, metalen deur. Met een beledigend stereotiep Arabisch accent zei hij "Achalahalalachalalah" en de deur ging open. Hij trippelde nu rond in een omgeving vol metalen kisten en rekken vol wapens. Een vis met een lange, zwarte baard en een baret op zijn kop stond gebogen over een tafel vol kaarten. Terroristische vissen met sjaals voor hun gezichten en kalashnikovs in hun vinnen omringden hem. "Heil Saddam" zei Siskebab "ik heb iets gezien dat ik u moet rapporteren!"
"Er is een karavaan gesignaleerd in de Calamares Woestijn. Het gaat om een aantal vissen, waaronder een bewusteloze Koi, een goudvis, een forel en een zeeduivel. Er loopt ook een spons mee. De karavaan gaat duidelijk richting 'Grot der Waterwonderen', waar die oude dwaas Woestijnvis zich schuilhoudt en waar onze buit verstopt ligt. Hakies Chalaal, de sidderaal vermoedt dat ze op onze buit uit zijn. We moeten onze buit met ons leven beschermen en zoals de grote Walrus altijd tegen zijn leerlingen zei: "Stroganov!", wat zoveel betekent als "Aanval is de beste verdediging." Wij wachten op uw goedkeuring en leiding om deze nieuwsgierige Sushiblokjes mores te leren."
Saddam dacht na. "Okee" zei hij. "Stuur je beste haaienruiters en ontvoer die vissen. Dan zal ik ze hier ondervragen."
"Jawohl mein Führer", zei Siskebab.

Blubje en zijn gezelschap waren rustig op hun kameel onderweg naar de grot toen Memnon even ophield met Fons hartstochtelijk te kussen en zich richtte tot de leider. "Zeg Blubje", zei hij "niet voor 't één of 't ander, maar kijk eens achterom!" Blubje keek om en zag een golf onder het woestijnzand. "Shai-Hulud! De zandworm!" riep Michel de Forel, maar hij vergiste zich. Het waren geen gigantische zandwormen (zoals in dat ander, veel minder goed verhaal dan dit) maar haaien die uit de woestijnbodem scheurden, begeleid door spannende muziek uit Dune. Op de haaien zaten terroristvissen!
De terroristvissen (of 'terrorvisten' letterlijk vertaald uit het Vis') stormden op onze vrienden af. Blubje keek met doodsangst in zijn bolle waterachtige oogjes toe hoe ze steeds dichterbij kwamen. Net als in veel films kregen onze zeevrienden afwisselend een close-up van Blubje te zien die angstig naar de naderende terrorvisten zwom te kijken en een long point of view shot van de terrorvisten zelf, die er uiteraard veel langer over leken te doen om dichterbij de zwemmen dan in de realiteit het geval zou geweest zijn. Dat was vanzelfsprekend een ingreep om spanning op te wekken en ook om de 'moment suprême' voor de inspiratieloze auteur zo lang mogelijk uit te stellen. Maar Blubje herinnerde zich de woorden van Blubbi Wan Kalamari: "Heb geen angst Blubje. Angst is een belemmering die 'de Course' op afstand houdt." En in deze Woestijn was de Course het sterkst! Tenslotte moest Viva gered worden. "For Viva!", dacht Blubje luidop en hij voelde de kracht van de Course steeds sterker in zijn kleine vissenlijfje opwellen.
"Achalalahallachalah!" sprak de voorste ruiter terwijl hij met zijn kalashnikov dreigend naar Blubje wees. "Klaptisfloms!" sprak Michel. "Vowata?" vroeg de terrorist. "Oemdakiketém-gezéé" antwoordde Michel.
"Michel, wat ben je aan het zeggen?" vroeg Blubje. "Ik spreek in het Aravis, de taal van deze vissen" zei Michel. "Ze zeggen dat we moeten meekomen naar hun grot." Blubje keek de terrorvist diep in zijn puilende ogen en wuifde toen heen en weer met zijn vinnetje terwijl hij zei: "Je wil ons niet gevangen nemen..." Michel vertaalde: "Ochjoenge, aamoeder". Maar de terrorvist was niet onder de indruk van het Jevistrucje.
Hij draaide zich om en gaf het geheim signaal door aan zijn medeterrorvisten door met zijn bolle ogen te rollen, met zijn vissenkop spastisch heen en weer te schudden en zijn vinnen in alle richtingen te gooien. Meteen brak de school terrorvisten in twee waardoor ze een lange weg vrij maakten. Aan het einde van deze vrijgemaakte zandweg in de waterwoestijn, zag Blubje Saddam Woestijn. Hij hoopte dat hij Saddam Woestijn zou kunnen verslaan maar door een gebrek aan succeservaringen op het vlak van terrorvismebestreiding was hij een beetje gedemotiveerd. Toch was de Course sterk in hem. Al wat hij nu nodig had, was de hulp van zijn makkers, die elk hun unieke kwaliteiten hadden, en de vakkennis en ervaring van Michel de Forel, die intrinsiek gemotiveerd was om Blubje te helpen bij het verslaan van Saddam Woestijn.
ONDER(WATER)HANDELINGEN
Saddam kwam op Blubje af en zei "Ik geef toe dat de beginsituatie van onze bijeenkomst niet ideaal was. Ik sta open voor feedback en ik zal actief luisteren in het geval dat je je negatieve gevoelens met mij wil delen. Op die manier toon ik betrokkenheid bij jouw leefwereld."
"Zaag niet, Saddam!" riep Michel en met zijn staartvin mepte hij de mitraillette uit de vinnen van de dichtstbijzijnde terrorvist en begon in het wilde weg te schieten.
Blubje concentreerde zich heel hard en creëerde een fluorescerend blauw waterschild dat hem en zijn vrienden omhulde. De kogels uit het ontfutselde wapen in de vinnen van Michel kaatsten terug op het krachtveld. Toen Michel dit door kreeg, draaide hij zich verontwaardigd om naar Blubje en sprak: "Awel vriend?! Aan wiens kant sta jij eigenlijk?!" - "Sorry Michel", sprak Blubje, "maar als we het terrorvisme op deze manier uit de vijver moeten helpen, zijn we zelf niet veel beter dan de vijand." Het spanningsveld werd steeds sterker en Blubje profiteerde van de aanwezigheid van het beschermende krachtveld om met zijn makkers een groepsknuffel te houden van tien minuten. Hij had plots een enorme nood aan 'belongingness'. Na de opkikker van deze knuffel bood Michel zijn excuses aan en begroef hij op symbolische wijze zijn wapen. Blubje besefte dat de beste manier om het vijverterrorvisme te bestrijden was: wederzijds respect en begrip, flexibiliteit en conversatie. Hij besloot om Saddam onder vier vissenogen te spreken...
Ze namen plaats in een wigwam en Saddam, die etnisch gezien nogal 'mixed-up' was, bood Blubje de vredespijp aan. "Awel vriend?" vroeg Blubje. "Wat is 't allemaal?" - "De kapitalisten onderdrukken het Marxistisch project dat ik wil doordrijven als regeringsvorm onder mijn volk" antwoordde Saddam. "Je bent vrij om een autonome regering op te zetten die een alternatief biedt tegenover de traditionele democratie", repliceerde Blubje, "maar dit mag niet ten koste gaan van de individuele visrechten van uw burgers!"
Na een lange politieke discussie tussen Blubje en Saddam Woestijn, kwamen beide partijen tot een overeenkomst. Want snel tot een overeenkomst komen was iets dat Blubje had geërfd van zijn vader, Vis Leterme. Jos was onder de indruk en sprak: "Blubje, zoals jij overeenkomsten kan sluiten...ja...zo...zo...sluit niemand overeenkomsten he!" Vis Leterme glunderde van trots. Blubje had inmiddels Saddam kunnen overtuigen dat ze niet achter zijn buit aan zaten en deze had op zijn beurt Hakies Chalaal opgeblubd om hem gerust te stellen. Saddam stelde voor hen te vergezellen naar de 'Grot der Waterwonderen' of 'de WOnderwatergrot' om als tolk de conversatie tussen de Grote Woestijnvis en de karavaan van Blubje te vergemakkelijken. Hij vertelde dat hij de persoonlijke profeet was van Woestijnvis. Hij deed zijn rode kapmantel om en nam een mandje met Waterwijn en anemoonkoekjes mee. Blubje deed zijn bruine Jevismantel om en de andere vissen en Smolk kregen een zwarte kapmantel van Saddam. Zonder kapmantel mocht men immers de 'Grot der Waterwonderen' niet betreden!
DROLLORD EN DE PALINDROMEN
Nu bleek toch wel dat er in de buurt van de grot een stam van mestkevers leefde die een diepe religieuze betekenis toekenden aan de kleurencombinatie zwart-rood-bruin, want ze vereerden de Woestijnvis en ze zaten de zwart-rood-bruine vlag als zijn symbool. En net op dat moment kwamen Blubje en zijn gezelschap eraan in hun gekleurde kapmantels. De kevers, die exact dezelfde kleur hadden als het woestijnzand, zagen onze vrienden vanop afstand aankomen maar bleven zelf verborgen.
De leider van de kevers heette Drollord Pallindromon, de heerser van de stam der Palindromen. Hij stuurde zijn zonen Kik, Kek en Kak op onderzoek uit naar deze vreemde nieuwkomers.
Toen Kik, Kek en Kak arriveerden vlak bij de vinnen van Blubje zag Blubje niet meer dan drie boebels in het zand. Plots sprong Kak op uit het zand met de kreet "Hai-Ya!" Blubje schrok zich bijna een salmonellabacterie. Kak sprak een vreemde taal die Blubje gelukkig in de kleuterschool had geleerd zodat hij Kak perfect kon verstaan. Kak sprak op zijn gemak: "Wa Ko-mén Yu-Li Doe-oehn Hy-r?" Blubje antwoordde: "Wi ko-mén dé Dji-Ant Wus-Tyn-Vis Fra-gén Y-man, a-mi-ga-Vis, té Hé-lèn. Zi Is In-Co-mà!" De anderen keken Blubje verbaasd aan en hadden geen letter verstaan van wat hij zonet had gezegd. Het leek een taaltje met vreemde klemtonen, zoals alle priestervissen neigen te spreken tijdens hun preken. Toen sprak Kik: "Wus-Tyn-Vis UNS Hy-lig-Vis zy-ën! Dji Wég, na Hus!" Blubje vertaalde: "Woestijnvis is de Sacrale Sprotheid van de kevers. Zij willen de enige trouwe wezens zijn die hem aanbidden en vragen ons met aandrang hun terrein te verlaten."

"Woesj woesji melekalikinnaka tjoem tjoem sprot" sprak plots een diepe stem. Het was Drollord, het stamhoofd, die zich in het gesprek
kwam mengen. "Nerovetsrethca ki keerps!" antwoordde Blubje (want ook deze taal had Blubje ooit geleerd, tijdens godsdienst in de lagere school) en hij vertaalde: "Drollord, de leider, zegt dat wij eerst lid moeten worden van hun volk via het eeuwenoude ritueel van de Flipperkas. Enkel dan mogen wij bij Woestijnvis komen.
"Pfff, komt er dan echt geen einde aan dit avontuur?" zei Jos. "Ik wil naar huis om een bad te nemen!" Maar er zat niets anders op dan ook dit obstakel te proberen overwinnen. "Komop", zei Blubje "We zijn nu al zo ver geraakt!" - "Mijn zoon heeft zulk een doorzettingsvermogen", sprak Vis Leterme trots. "Hij zal een waardig opvolger worden." Blubje ging onderhandelen met Kik, Kek, Kak en Drollord en besloot zich uiteindelijk vol enthousiasme aan het ritueel te wagen. Het ritueel zou zich afspelen in een kooi, gevormd door de ribben van een dolfijnenskelet. Het was niet zómaar een dolfijnenskelet maar het skelet van de Griekse Visheid Adolfijn. Maar Drollord liet Blubje weten dat het ritueel niet kon doorgaan. Volgens de traditie moest het ritueel worden begeleid door de zwoele zoetwaterstem van het Grote Idool van de kevers: El-Vis, maar die was met vakantie...en ze hadden geen idee waarheen...
Gelukkig kwam net op dat moment El-Vis aanzwemmen. "Pfiew, dat was me nogal een vakantie!" zei hij terwijl hij zijn zeven reiskoffers in het zand zette (El-Vis was namelijk een inktvis). Onmiddellijk begonnen de kevers te dansen en te springen: "El-Vis! El-Vis! El-Vis! Zing nog eens 'Squeeze me Squiddy Baby!'" - "Nee, nee! 'Deep Blue Sea'!" gilde een andere. "Hoe belachelijk!" sprak Drollord. "El-Vis' beste nummer is toch wel 'I Did it the Fish Way' zeker!" Maar El-Vis zei: "Zeg mannekes, ik ben net terug van vakantie!" Toen zag El-Vis dat Blubje, Vis Leterme, Thérèse Kabbeljauw, Jos, Smolk, Igor/Memnon, Fons, Mboko, Michel de Forel, Zeeman, Casa en de bewusteloze Viva erbij waren. "Wie zijn deze zeewezens?" vroeg de inktvis. "They seem rather fishy to me" voegde hij er met opgeheven wenkbrauw aan toe.
Blubje snauwde geïrriteerd tegen de kevers: "Dus tegen El-Vis spreken jullie wél gewoon Vis'?! En ik mijn maar belachelijk maken in jullie kevertaaltje!" - "Aav Bak-kès Yung!" riep Kik. "Aa Mooäl!" riep Kek. "AAA Mu-dèr!" riep Kak en Blubje had de boodschap begrepen. Toen sprak hij tot El-Vis: "Mijn vriendinnetje ligt in coma door mijn Jevis Blubexplosie. Als jij voor ons zingt, kunnen wij deelnemen aan het flipperkasritueel tussen de ribben van de Goddelijke Visheid Adolfijn. Dan krijgen wij toestemming om Woestijnvis te raadplegen. Die kan Viva'tje genezen!" Maar El-Vis weigerde, zelfs na een uiterst emotionele getuigenis van Viva's ouders. Plots sprak Rosbiv: "Zeg El-Vis, een echte artist zingt voor het goede doel he. Kijk maar naar je rivaal Eddy Kwally! Het zal je aantal fans enkel maar verhogen!" Daar dacht El-Vis even over na. "Komaan!" riep Smolk. "Jij bent dé Vis! Want dat betekent jouw naam in het Spaans: dé Vis! Laat je toch niet kennen! Deze vijver heeft je nodig!" Toen stemde El-Vis toe. Het ritueel kon beginnen...
HET FLIPPERKAS RITUEEL
El-Vis begon te drummen, trompet te spelen, te zingen en eieren te leggen terwijl zes kevers een groot, mysterieus voorwerp onder een satijnen doek kwamen aanrollen. Toen El-Vis zijn klassieker 'Alle Eendjes Zwemmen in het Water' even had gestaakt, trok Kak het doek naar beneden. Het mysterieuze voorwerp was...'de Flipperkas'! Meer bepaald een flashy flipperkast van Spider-Man met flikkerende knopjes. "Bewijs me je kunsten met dit eeuwenoude, heilige voorwerp en gij zult één van ons zijn" sprak Drollord plechtig. Maar Blubje wist van zichzelf dat hij keislecht was met flipperkasten en voelde zich 'het onzekere type'. Iemand anders zou het toestel moeten bedienen. Wie kon hij deze taak in zijn naam toewijzen? Het moest iemand vingervlug zijn, gefocust en met stalen zenuwen... Zonder twijfel was Mboko de juiste keuze, aangezien hij al een serieus aantal bladzijden niets nuttigs meer heeft gedaan ...
Mboko was dolenthousiast toen hij hoorde dat hij deze belangrijke taak mocht uitvoeren. "Mi Yoko Pikiwiki!" riep hij blij. Hij had nog nooit op zo'n flikkerige, kleurrijke, bijzondere flipperkast gespeeld maar thuis had hij wel een zelfgemaakt exemplaar staan vervaardigd uit beenderen, visgraten en oogbollen. Hij begaf zich naar het midden bij de flipperkast. Er kwam wel nog een moeilijkheid bij: hij moest niet alleen parels in kleine gaatjes schieten ("daar zijn al die verdomde parels!" dacht Blubje), maar hij moest ook met alle vissen, kevers en andere zeewezens die aan het ritueel deelnamen om de beurt oogcontact maken gedurende heel het ritueel terwijl deze andere deelnemers traag in een kring rond hem heen dansten en samen de nummer één hit van El-Vis meezongen: "One For the Blubbi", waarvoor hij drie maal was bekroond met de gouden El-Pee. "We zijn nog maar een paar vinslagen verwijderd van Woestijnvis", dacht Mboko zelfzeker. Hij had gehoord dat Woestijnvis het sterkste medicijn bezat tegen chronisch-acute comatische flauwgevallitis: absurde humor!
De WONDERWATERGROT
Mboko scoorde een half punt op de Spider-Man-flipperkas en had toen zijn drie flipperballen opgebruikt. "Bwa, goed genoeg" sprak Drollord ritualistisch. "Jullie zijn nu allemaal Lid van onze Clan en mogen de machtige Woestijnvis ontmoeten." - "Waarlijk heer, keibangelijk is deze nieuwe alliantie. Moge vreugde het hart van u en al uw mestkevers raken, tot in de eeuwigheid" sprak Mboko. Ook Michel zei iets, maar niemand had hem gehoord, dus had hij het wel gezegd? Stof om eens over na te denken...
Om een lang verhaal nog net wat langer te maken: de mestkevers brachten onze vrienden naar de grot van Woestijnvis. De poort was al toe maar Drollord zei: "Sesam, blijf toe!" waarna de grotpoort meteen opende. "Ik begrijp het niet" zei Blubje terwijl ze binnen gingen. "Blijf toe?!" - "Ah ja" antwoordde Kak "'Open u' zou wel een héél gemakkelijk paswoord geweest zijn, hé." De grot was héél...wel...ik kan geen adjectief vinden want er was eigenlijk niets speciaals aan de grot en wat nog straffer was, want het vorige was eigenlijk helemaal niet straf, ... de Woestijnvis was niet te zien! "Da's logisch hé" sprak plots een stem "want ik ben onzichtbaar!" Blubje draaide zich om en zag de Woestijnvis. "Grapjeuh!" zei de oude, wijze vis. "Fopje, flauw mopje! Ik ben niet onzichtbaar hoor maar ik kan, zoals je merkt, wél gedachten lezen. By the way Fons, ge zijt ne pervert!" Hierop begon Fons op slag te blozen.
Meteen haalde hij een enorme banaan uit zijn sponzig oor en keek naar de grond. "Lichamelijke pleziertjes spaar je maar voor minder sacrale locaties" sprak Woestijnvis streng, waarna Fons letterlijk door de grond zakte van schaamte. "Welkom in de WOnderwatergrot", zei Woestijnvis. "Hier wordt alle beeldspraak werkelijkheid." - "Ik heb verstaan dat het mijn taak is om boter bij de vis te doen?" sprak hij en al lachend overgoot hij Viva met een fles Bécel vloeibaar. Blubje had dit niet gezien want hij was druk aan het meehelpen om Fons uit de zanderige zeebodem te trekken. Maar het bleek erg moeilijk. "Verdoeme!" riep Rosbiv "Nu zitten we pas echt in de shit!" - "Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeh!" riep Blubje maar het was al te laat. Meteen baadden onze vrienden in stront. Smolk, die een intelligente ingeving kreeg, riep snel: "Nee hoor! Het is hier allemaal rozengeur en maneschijn." Fons floepte uit de zeebodem en de stront verdween meteen. In plaats daarvan baadde de grot in prachtig maanlicht en geurde alles heerlijk naar rozen, alsof iemand etherische olie in de vijver had gedruppeld. Dat was ook zo want Yana, die vond dat de vijver maar muf rook, had een heel flesje rozenolie van haar moeder, Wendy, in Maartens vijver gegoten. Woestijnvis zag Viva'tje een beetje bewegen en besloot het genezingsproces in gang te steken. Hij wist precies wat hij moest doen want hij was alwetend. "Viva", sprak hij, "Wat is het verschil tussen een zeester?" Het enige antwoord dat uit Viva's vissenlipjes kwam was een sjwa. De sjwa zwom meteen de grot uit. Toen vervolgde Woestijnvis zijn mop: "Je springt er sneller over dan je er met de fiets onder rijdt." De kevers kwamen niet bij van het lachen maar Viva gaf geen krimp. "Wat is het verschil tussen een kikker?..." Geen reactie (naast het gebulder van de kevers, die nog steeds niet bijgekomen waren van het lachen). "Hoe groener, hoe zwemmer!" lachte Woestijnvis en hoewel de kevers deze mop al oneindig keer gehoord hadden, gingen ze allemaal letterlijk dood van het lachen. Woestijnvis' tranen stroomden onder water en veroorzaakten een kleine draaikolk. Toen hij was gestopt met huilen, excuseerde hij zich omdat hij zich zo had laten gaan en beloofde de kevers een mooie begrafenisceremonie te geven. El-Vis beloofde zijn mooiste liedjes te zingen tijdens deze ceremonie. Maar intussen was Viva nog steeds niet wakker geworden. "Nu moet ik mijn ALLERBESTE mop boven halen", MOPperde Woestijnvis.
Je kon letterlijk een speld horen vallen, want iemand liet een speld vallen. Blubje slikte en hoopte vurig dat de mop grappig genoeg zou zijn om Viva'tje wakker te maken: "Ik drink niet, ik gok niet en ik vloek niet" sprak Woestijnvis "en daar durf ik godverdomme mijn beste bak bier om verwedden!" Iedereen barstte letterlijk van het lachen, wat er erg vies uitzag, maar lachen is gezond dus ze hielden er geen blijvend letsel aan over. Viva'tje opende haar oogjes en Blubje nam haar teder in zijn vinnetjes. "Viva'tje! Mijn lieve Viva'tje! Je bent wakker!" Er vloeiden traantjes van geluk uit Blubjes ogen. "Ja, Blubje" zei het visje. "De flauwe moppen van Woestijnvis hebben mij terug gebracht." De twee visjes deelden een innige omhelzing en toen vroeg Blubje plots spontaan: "Viva'tje...wil je met me trouwen?"
Maar Viva werd letterlijk gek van verliefdheid en sprak: "Ben je gek?! Ik eet nog liever woestijnzand!" Blubje schrok zich een hoedje (een miniatuur replica van die van Indiana Jones) dat door de stroming naar Woestijnvis werd geleid. Die zette het hoedje op en noemde zijn nieuwe modegadget "Melissa". Don't ask me why.
Viva verliet de grot, achtervolgd door Blubje, om woestijnzand te gaan eten en kwam terug bij haar positieve. "Blubje!" riep ze. "Natuurlijk wil ik met je trouwen!" Blubje sprong een gat in de lucht, figuurlijk natuurlijk want er is geen lucht onder water
en ze zaten tenslotte niet meer in de grot. "Maar wie zal ons trouwen?" vroeg Viva'tje toen. "Je weet toch dat enkel de kreeften van de familie Zoidberg het recht hebben om een huwelijk te voltrekken in onze vijver. En niemand weet waar Citizen Kreeft, de laatste van de Zoidberg-kreeften, zich nu bevindt!" - "Oh neeee! Niet NOG een f*cking queeste!" verzuchtte Blubje. "Goed, goed... Dan zullen we die Kreeft gaan zoeken!" - "Maar Blubje", zei Viva'tje, "deze queeste is bijzonder, want niemand mag met ons mee. Enkel wij twee samen mogen op deze reis!" - "Ooohhh... Okee... Heheh... Da's euh... niet zo erg..." grijnsde Blubje verliefd.
DEEL III: DE HUWELIJKSMISSIE
CITIZEN KREEFT
"Er zijn intussen toch al zo veel personages dat ik ze niet meer kan onthouden." Blubje kreeg plots een idee. Hij zwom opnieuw de
WOnderwatergrot binnen, waar de anderen inmiddels druk in de weer waren met de voorbereidingen van de begrafenis van de mestkevers, en vroeg de machtige, alwetende Woestijnvis waar Citizen Kreeft zich bevond. De ouders van Blubje en Viva glunderden want ze wisten wat dat betekende... "Hij woont in een reusachtig labyrint", sprak Woestijnvis. "Hij heeft wel al vijf jaar geen huwelijk meer voltrokken. Vissenliefde is niet krachtig genoeg meer de laatste jaren. Citizen Kreeft, C.K. voor de vrienden, is een beetje depressief. Hij komt bijna niet meer uit het labyrint. Men zegt dat enkel ware liefde je naar de kern van het labyrint kan brengen. Dus, Blubje, als je kan bewijzen dat de liefde tussen jou en Viva 'ware liefde' is, dan kan je misschien de kern van het labyrint bereiken." - "Goed!" zei Blubje. En hoewel hij hard zijn best deed om geen beeldspraak te gebruiken, zei hij: "Ik ben klaar voor de strijd!" Meteen verscheen een groot zwaard in Blubjes rechtervin en hij droeg plots een maliënkolder en harnas. Dat viel nog mee, dacht hij en nadat hij Woestijnvis had bedankt, zwom snel de grot uit (iets trager dan gewoonlijk met het harnas om) op de voet gevolgd door de anderen.
"Ooh, Blubje! Je ziet er zo sexy uit in die stoere outfit." zei Viva'tje toen Blubje kwam aangezwommen. "Schattebolleke, de wijze Woestijnvis heeft gezegd dat wij moeten bewijzen dat de Liefde tussen ons waar ende oprecht is!" Viva'tje knikte. "Dat betekent dus dat we ons uiterste best moeten doen om die Kreeft te vinden!" - "Je hebt gelijk, Viva'tje. Hij woont in het Reusachtige Zoutlabyrint", zei Blubje. Viva'tjes oogjes werden nog groter dan ze al waren. Ze begon te wenen. "Maar... maar Blubje ... ik ben dodelijk allergisch aan zout!" Pam pam paaam!!!
Nu was Blubje radeloos. Iedereen probeerde mee te zoeken naar een oplossing. El-Vis stelde voor hen onofficieel te trouwen. Mboko zei dat hij een middeltje had waarmee ze allebei zelfmoord konden plegen. Fons stelde voor hen een liedje te fluiten terwijl hij hen een sponsmassage zou geven. Maar Blubje vond deze voorstellen maar niets. Hij wilde met Viva trouwen! Hij merkte dat grootmaarschalk Rosbiv zich afzijdig hield met iets wat leek op een magazine vol naakte vrouwenvisjes. Toen Blubje naar hem toe zwom, begroef hij het tijdschrift snel onder het woestijnzand. Blubje legde hem zijn probleem uit en vroeg om hulp.
"Mooi harnas!" zei Rosbiv. Blubje bedankte voor het compliment. "Je zal het nodig hebben want in het labyrint leeft de Vissotaurus, een wezen half vis, half stier. Hij eet graag goudvisjes!" Blubje wist niet wat een stier was, maar het klonk alvast eng. Maar toen zei Rosbiv dat hij wel een oplossing had voor het zoutprobleem. "Ik heb een geheim wapen op de legerbasis liggen. Ik wilde het bewaren voor noodgevallen maar dit lijkt alleszins op een noodgeval." Blubje en Viva namen afscheid van de anderen en zwommen met Rosbiv naar de legerbasis. Daar haalde hij een kleine vierkante verpakking tevoorschijn die door Stijn, die graag een heleboel bezwarend materiaal voor zijn moeder verstopte door het in de vijver te gooien, een drietal maand daarvoor in de vijver was gedropt. Blubje kon een beetje mensentaal lezen. Er stond: 'Durex'. Blubje geloofde dat dat een prehistorische hagedisachtige diersoort was bij de mensen. "Wat moeten we met dit ding?" vroeg hij aan Rosbiv. "Wel", antwoordde die, "hierin zit een latex zakje. Legerofficieren gebruiken het ter bescherming. Het is een extra large, dus zeker groot genoeg voor een Koi. We laten het vollopen met zoet water, laten Viva erin zwemmen en doen er een knoopje in. Dan kan Viva veilig door het zoutlabyrint zwemmen. "Wordt onze queeste niet minder fijn dan?" vroeg Blubje teleurgesteld. "Door dat latex zakje kan ik haar niet aanraken." - "Luister vriendje, het is dat of een Viva'tje dat ziek wordt en uiteindelijk sterft! Veiligheid en verantwoordelijkheid komt voor alles!" - "Goed dan!" zei Blubje. "Dan doen we het op jouw manier!"
"Maar waar is het labyrint?" vroeg Viva'tje wanneer ze eenmaal in haar cond... harnas, ja ... rubberen harnas zat. "Dat weet ik toevallig" sprak Rosbiv "Het labyrint bevindt zich in ons collectief onderbewustzijn. Het is een residueel psychologische manifestatie die enkel door vistuele realiteit bereikt kan worden...een soort 'Matrix' dus." - "Ah..." zei Viva "Dus dat zout is eigenlijk helemaal niet 'echt' dan?" - "Nee, dat is gewoon vistueel he" antwoordde Rosbiv. "Waarom heb ik dit belachelijke ding dan aan?" vroeg Viva. "Wel! In het Matrixlabyrint wordt alles echt...dus als je sterft in de Matrix, dan sterf je ook in het echt... Heb je een zwaard bij wanneer je in de vistuele realiteit stapt, dan heb je dat ook bij in de Matrix. Dus, Viva, je zult je cond... harnas nodig hebben!"
"Allee dan", verzuchtte Viva'tje. "We zullen dan maar 's."
Dus Blubje en Viva werden vergezeld naar het labyrint door Rosbiv. Voor ze het labyrint binnen traden, gaf Rosbiv Blubje nog een bol wol mee. "Waar is dat voor?" vroeg Blubje. "Ik heb eens gelezen dat dat handig is in doolhoven" zei Rosbiv. "Hoe geraken we binnen?" vroeg Blubje. "Wel, ik heb hier een boek met mandala's. Als je er lang genoeg naar kijkt, geraak je in een staat van onderbewustzijn, waarna je weer bij bewustzijn zal komen in een andere vistuele wereld. "Blubje vond het maar een vreemde uitleg maar besloot het te proberen. Hij keek naar Viva om te checken of ze er klaar voor was. Ze zag er schattig uit in haar doorzichtige ballon. Ze leek wel een reuzenkaviaartje! Hij hield nog zo veel van haar. Maar hoe kon hij dat bewijzen aan Citizen Kreeft? "Oh, ik was nog iets vergeten", zei Rosbiv. Hij gaf hen twee rode pilletjes en twee blauwe pilletjes. "Wat zijn dat? En wat moeten we daarmee?" vroeg Blubje. "Daar kom je zelf wel achter" zei Rosbiv "Use the Course!" En weg zwom hij. Blubje concentreerde zich op de mandala's maar hij voelde niets bijzonders... Was hij al een staat van onderbewustzijn? Hij probeerde het labyrint binnen te zwemmen maar dat lukte niet. Hij was dus nog bij volle bewustzijn. Toen zag hij een bordje bij de ingang van het labyrint waarop stond: "Kan je het doolhof niet betreden, druk dan op het knopje hier beneden." Dat deed Blubje en meteen verscheen een vreemde rood-zwarte vis met spiraalvormige schubben. Hij droeg een zwart koffertje bij zich. "Hallo" sprak de vis. "Ik ben Patrick Fishstick, de beroemde hypnovis! Ik zal jullie helpen het labyrinth te betreden." Hij opende zijn koffertje en haalde een ketting met een prachtige parel tevoorschijn...
PATRICK FISHSTICK EN HET MATRIXLABYRINT
"Open jullie ogen heel wijd en knipper niet!", zei Patrick, maar aangezien Blubje en Viva'tje visjes waren, hadden ze het daar sowieso niet zo moeilijk mee. Patrick nam de Parel aan het kettinkje en liet die even hangen voor de verliefde visjes. "Kijk nu goed naar de parel hé!" zei hij. Blubje en Viva staarden heel intens naar de parel tot Patrick er zachtjes mee begon te slingeren. Links, rechts, links, rechts, steeds sneller en sneller...tot hij ineens een serieuze vaart had gekregen. Hiermee zwaaide Patrick de parel naar hun beider hoofdjes en verkocht hen een ferme patat. Zo. Nu lagen ze daar allebei bewusteloos en waren ze dus eigenlijk al vertrokken naar Dromenland, oftewel het "Matrixkreeftvissotauruslabyrintdingtoestanddinges".
Blubje en Viva zwommen door het labyrint. Blubje hield het knoopje van Viva's latex cocon stevig vast. Ze zwommen waar hun intuïtie hen heen leidde. Dan sloegen ze links een zijweg in, dan weer rechts. Ze hadden geen flauw idee meer waar ze vandaan kwamen. Het doolhof stond vol standbeelden van beroemde vissen uit de eeuwenoude Vissologie. Toen ze voor de tweede maal voorbij hetzelfde standbeeld kwamen, werd Blubje radeloos. Viva herkende het standbeeld als Vissiade, de geliefde van de vissenheld Visseus. Op het standbeeld had ze een draad in haar vinnen. Dat bracht Blubje op een idee. Hij nam de bol wol die hij van Rosbiv had gekregen, bond de draad aan de vin van Vissiade en rolde hem systematisch af terwijl ze door de donkere gangen van het onderwaterdoolhof zwommen. Maar plots hoorde Blubje een luid gegrom. Voor hij het wist, stond hij oog in oog met een grote zwarte vis met twee hoorns op zijn hoofd en een ring door zijn neus. Hij kwam briesend op onze geliefden af...
Blubberdeblubberdeblub! Hij stevende woest af op Blubje en DOORBOORDE HEM MET ZIJN HOORNS! Tenminste, dat zou hij gedaan hebben als Blubje geen sexy maliënkoldertje had gedragen. Maar zoals het nu zat, was het beest gewoon met zijn hoorns vast komen te zitten in Blubjes beschermlaag. Je zou dus kunnen zeggen dat de maliënKOLDER voor een KOLDERsituatie had gezorgd, hahah! In elk geval begon de Vissotaurus te wenen.
Althans, dat dacht Blubje omdat hij ervaring had met woeste zeemonsters die in huilen uitbarstten en nog net niet om hun moeder begonnen te roepen. Maar er was gewoon een zandkorrel door de stroming in het oog van de Vissotaurus terecht gekomen. Blubje wist dat hij nu moest handelen. Hij wilde met zijn zwaard de kop van het monster eraf slaan maar kon het niet over zijn hart krijgen. In plaats daarvan hakte hij bruut de hoorns van de kop van het dier en snokte hij de ring uit het dier zijn neus, die meteen hevig begon te bloeden. Compleet overmand door schaamte zwom het dier met zijn staart tussen zijn vinnen weer weg. Blubje besloot de ring als verlovingsring aan Viva te schenken maar ze zou hem pas om haar vin kunnen dragen wanneer ze uit haar harnas bevrijd zou zijn. Ze zwommen verder door het doolhof maar meer dan wat standbeelden waren er niet te zien. Plots trok een klein diertje hun aandacht. Het was een huisjesslak. Blubje wilde het diertje de weg vragen en raapte het op. Maar het slakje bleek enkel oogjes en een neusje te hebben, geen mond. Blubje wilde het beestje terug zetten maar merkte toen dat de tekening op het slakkenhuisje geen spiraal was, zoals de slakkentraditie voorschrijft, maar een soort cirkelvormig doolhof. Blubjes ogen gingen nog wijder open: "Viva! Wat als deze slak een plan van het doolhof op z'n huisje heeft?!" - "Oh", zei Viva, "Dan moeten wij ons nu bevinden waar het bolletje staat!"

"Bolletje, bolletje! Ik ben geen bolletje!" riep niemand minder dan Citizen Kreeft uit. Daar bevond hij zich in het water. "Okee, ik ben wel een bolletje! Alleszins, NU ben ik een bolletje! Maar ik ben eigenlijk een TransMorpher!" Met deze woorden transmorfeerde hij in een kreeft die leek op Dr. Zoidberg uit Futurama. "Beminde onderwaterbewoners. Vandaag zijn wij samengekomen om de Liefde tussen deze twee Visjes te beoordelen. We hebben een heel programma op het menu: workshops, lezingen, spelletjes, een cursus bloemschikken, een persconferentie met Eddy Kwally en een barbecue." - "Wat de f... flopsewops is dat allemaal?!" vloekte Blubje. "Meneer de... wat u ook bent, daar hebben wij geen tijd voor hoor!" sprak Viva'tje. "Goed dan", sprak Citizen Kreeft, op zijn non-existente teentjes getrapt. "Dan gaan we gewoon naar de essentie: Om zijn Liefde te bewijzen voor jou moet Blubje een ster plukken uit de hemel." - "Wat de f... friet met curryworst?!" bracht Blubje uit.

Pas toen begon Viva argwaan te krijgen. "Wacht eens Blubje" zei Viva. Ik heb ooit eens een boek gelezen over het zoutlabyrint. Door het hoge zoutgehalte kunnen vissen hier hallucinaties krijgen. De inkt van het boek was wel helemaal uitgelopen, maar ik kon nog niet iets lezen over een school vissen die allemaal hallucineerden over zeewezens die hen onmogelijke opdrachten gaven waardoor slechts één vis de trip overleefd had." Moedig zwom Viva op Citizen Kreeft af en toen werd haar vermoeden bevestigd: ze zwom dwars door hem heen. Blubje bewonderde zijn schatje. Dat hij zelf niet had gezien dat dit nie tde echte Citizen Kreeft was... Een bolletje...en die belachelijke, onmogelijke opdracht...een ster plukken uit de hemel. Die vliegreis van het zwembad naar de vijver had hem al bijna het leven gekost...en toen was hij slechts enkele seconden uit het water geweest... Citizen Kreeft, of toch de hallucinatie van hem, was verdwenen. Er zat dus niets anders op dan de slak toch als wegwijzer te gebruiken. Dat bleek te werken. Bij elke hoek die ze omsloegen, verplaatste het bolletje zich op de tekening op het slakkenhuis. Eerst een sleutelslak, nu een planslak...handige beestjes... En deze zou hen recht in de scharen van Citizen Kreeft leiden. Hopelijk was hun WARE opdracht iets realistischer en gemakkelijker te volbrengen...
Uiteindelijk kwamen Blubje en Viva'tje aan een plaats waar de tunnel eindigde bij een gordijntje met Zebramotief. Van achter het gordijntje scheen paars licht en weerklonk zachte loungemuziek. "Blubje...", stamelde Viva, "Ga jij maar eerst... Ik ben een beetje bang." - "Okee, schatje" zei Blubje en hartstochtelijk kusten ze. Toen zwom Blubje achter het gordijntje. Daar...op een stijlvolle divan, lag het meest sexy kreeftinnetje dat hij ooit had gezien. Ze had een kanten lingeriesetje aan in 't zwart en keek Blubje verleidelijk aan. "Blubje," zei ze "ik ben jouw proef. Ik ben Citizen Kreeft."
Ogenblikkelijk en onherroepelijk sloot het gordijn zich voor Viva's ogen, nog voor ze een blik kon werpen op de ruimte erachter. Blubje zat gevangen en Viva was doodongerust. Dat terwijl Blubje het best naar zijn zin kreeg. Kristina, zo mocht hij het kreeftinnetje noemen, kroop (voor zover dit mogelijk was gezien Blubjes gestalte) op Blubjes schoot terwijl Blubje zijn vijfde cocktail naar binnen goot. "Ik *hik* ga trwouwen", lalde hij. "Oh, met wie?" vroeg Kristina. "Met V...met Viva de vvisss." sprak Blubje trots. "En jij moet dat doen Citizzzen Kristeeftje." - "Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?" vroeg Kristina nieuwsgierig. "Vvviva kuiste in 't paleis" bracht Blubje uit. "Die retrotent?" vroeg Kristina. "Neeje, het konk...het koninklijk paleis!" zei Blubje. "Een kuisvis... Maar, iemand van jouw afkomst verdient toch iemand met wat meer aanzien, Blubje." Blubje legde heel de situatie uit en maakte duidelijk dat Viva een prinsesje was. Maar Kristina vertelde dat haar vader niemand minder was dan Ovisma, de president van alle oceanen en wateren, tot de kleinste regenplasjes. Dat bracht Blubje toch wel wat in de verleiding en hij wilde Kristina kussen, maar toen sprong uit een luchtbel plots een krekel. De krekel sprak: "Blubje, doe het niet! Je bent voor Viva voorbestemd!" - "Wie ben jij?" vroeg Blubje. "Ik ben Rimini, je geweten" sprak de krekel. "Verzin een goed excuus om haar af te schepen, Blubje. Dit is een test!" - "Maar dan moet ik liegen", zei Blubje. "Precies" sprak de krekel. "Dan zal er een stukje aan mijn staart groeien." sprak Blubje bang. "Dat heb je er toch voor over als je met de liefde van je leven wil trouwen!", vermaande Rimini...en weg was hij. Kristina, die even bevroren leek geweest te zijn, wilde nietsvermoedend haar kreeftenlippen op Blubjes vissenlipjes drukken toen Blubje sprak: "Sorry, ik kan het niet! Ik...lust namelijk geen kreeft." Daarop hoorde hij een *plop* en Kristina was plots in een mannelijke kreeft veranderd van Zuid-Afrikaanse afkomst. "Bravo", sprak Citizen. "Je hebt je test prima doorstaan." Viva'tje was inmiddels naar binnen gezwommen en haastte zich opgelucht in Blubjes armen. Ze vond Blubjes nieuwe staart best mooi.
HET HUWELIJK(SFEEST) VAN 1001 NACHT
Citizen Kreeft stond voor Blubje en Viva terwijl ze elkaar liefdevol aanstaarden. "Blubje..., Viva..." begon Citizen Kreeft. "Als jullie van elkaar houden, laat dan nu allebei een scheet." Zo gezegd, zo gedaan en twee protjes later zei Citizen Kreeft: "Ik verklaar jullie nu Vis en Vis... allé ja, meneertjesvis en mevrouwtjesvis! Amen. And may the course be with you!" Toen begon Citizen Kreeft te breakdancen en was de ceremonie voorbij. "Wat een weirdo", giechelde Viva'tje toen ze wegzwommen uit het zoutlabyrint. "Maar vanavond komt het échte feest" zei ze. "Ja" zei Blubje " en al onze vriendjes mogen komen!" Maar Viva'tje keek diep in Blubjes ogen en fluisterde: "Dat feest bedoelde ik niet, Blubje. Ik bedoel daarna, als alle gasten naar huis zijn..." Toen werd Blubje een heel rood goudvisje.
Toen Viva en Blubje terugkeerden uit het zoutlabyrint stont Patrick Fishstick hen al weer op te wachten. "Nu moet ik jullie terug uit hypnose halen", zei hij. Dat doe ik aan de hand van deze twee sandwiches filet américain préparé... Eet maar op" zei hij. Dat deden onze pas getrouwden - natuurlijk moest Viva eerst uit haar latex balonnetje zwemmen (en ze was blij dat ze dat kon doen want haar protje van zonet hing daar nog steeds) - en op slag waren ze uit de Matrix. Patrick werd uitgenodigd op de festiviteiten en samen keerden ze terug. Ze werden met felicitaties onthaald door hun vrienden. Patrick entertainde het publiek en de ouders van de visjes hadden de heerlijkste suchi bereid. Smolkje had een ring meegebracht uit zijn schatkist met een prachtige diamant. Hij was Blubjes getuige samen met Jos, de strontspikkelvis. Asha, inmiddels bekeerd in een novissenklooster, was Viva's getuige. Viva kreeg de diamantenring terwijl ze Blubje de minotaurusring om zijn vin schoof. Toen iedereen - vrienden, familieleden, verre kenissen, compleet onbekenden en alle wezens die ze op hun queeste hadden ontmoet - zich zo amuseerde op het
feest dat niemand nog lette op Blubje of Viva, werd het voor het jonge paar tijd om ervan onder te vissen. In een afgelegen grot zagen zij voor het eerst de kans om de ingehouden romantiek sinds hun lange avontuur los te laten. Nu Blubjes staart langer was en hij op het punt stond om zowel zijn vader als de koning op termijn op te volgen, werd hij voor Viva nog eens zo sexy. Na een lange, liefdevolle kus stortte Viva vol passie miljarden kleine eitjes in een donker hoekje. Vol liefde en overgave zwom Blubje over de eitjes en liet een haast onzichtbare geheimzinnige vloeibare substantie over de eitjes vallen. Viva liet zich een kreetje van extase ontvallen. Als dit een film was geweest, dan zouden in de volgende scène, een seconde later, allemaal piepkleine babyvisjes uit dit proces zijn voortgekomen. Maar het was geen film dus duurde het nu wel zo'n tien minuten voor zo'n acht miljard prachtige zwemmende huppeldepupjes in de richting van hun ouders zwommen. Men zou verwachten dat Viva nu een zenuwinzinking zou krijgen maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan glimlachte ze naar Blubje. Ze was oprecht gelukkig.
THE END
Auteurs: Domien De Groot & Eline Hoskens
Laatste update van de tekst: maandag 26 oktober 2009