|
Thema: De Weg die Jezus wijst
Lied
1. Verdoofd en schamper van gemis herkomst en doel verloren dit leven dat geen leven is nog dood, nog ongeboren doe open, Gij die woont in licht dat niet ter dood gedoemd zijn wij die naar U genoemd zijn.
2. Uw Naam ons eertijds aangezegd volhardt in onze oren opdat wij doen het volste recht en zijn uit U geboren - ‘de minste mens een naaste zijn’ dat woord heeft zin gegeven ons angstbeladen leven.
3. Die gaan de wegen van Uw woord geen lot is hen beschoren dan Gij, Gij plant hun adem voort uw land zal hen behoren. Woestijnen gaan in dauw gedrenkt geluk zal wedervaren aan wie verworpen waren.
en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. 02 Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
03] ZÁLIG!! de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
04] ZÁLIG!! de treurenden, want zij zullen getroost worden.
05] ZÁLIG!! de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
06] ZÁLIG!! die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
07] ZÁLIG!! de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
08] ZÁLIG!! de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.
09] ZÁLIG!! die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10] ZÁLIG!! die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen.
11] ZÁLIG!! ben je, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
12] verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd vóór jullie."
Meditatie
1 De menigte heeft zich rond Jezus verzameld Zo ben ik ook naar hier gekomen. Ik stel mij de situatie zo levendig mogelijk voor. Sluit mij bij de menigte aan. Zoek een plekje. Wat kom ik hier doen? Wat verlang ik?
2 Het eerste woord dat Jezus uitspreekt, luidt: ‘Zalig!’ Dat is het woord waar de psalmen mee beginnen. Zalig de mens die niet ingaat op de raad van bozen niet op het pad van zondaars staat, niet in de kring van schampere spotters wil zitten, maar vreugde beleeft aan de Wet van de HEER. Jezus zegt: ‘Zalig de armen van Geest…’ Wat roept dat woord bij mij op?
3 ‘Aan hen behoort het Rijk der hemelen’ Tegenwoordige tijd. Datzelfde woord klinkt in vers 10: ZÁLIG!! die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Alle zaligsprekingen daartussenin staan in de toekomstige tijd: ‘zullen’. Ik neem de tijd om daarbij stil te staan.
4 Ik zoek de zaligspreking uit die mij vanmorgen het meeste aanspreekt en blijf daarbij verwijlen.
5 De laatste zaligspreking staat in de ‘jij-vorm’; alle andere in de ‘hij-vorm’. ‘Zalig ben je, wanneer men je beschimpt, vervolgt, belastert omwille van Mij…’ Kan ik dat aannemen? Ik laat mij helpen door de tekst van lied.
|