Dit verhaal gaat over
de schaaklessen op de Leonardoschool CBS Oud Zandbergen. (Tekst: Karel van Delft)
Sinds begin 2011 ben
ik hier schaakleraar. Ik geef les aan de groep van Judith Dingjan en Hildeloes ten
Brinke en aan de groep van Jolien Bosman. Beide groepen geef ik één uur per
week les op dinsdagmiddag. Dat gebeurt vanuit de
filosofie dat schaken op diverse manieren een belangrijke bijdrage kan leveren
aan de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van de kinderen. Tevens meen ik dat het
belangrijk is om de fascinatie voor het spel te stimuleren. Dat gebeurt door
kinderen een actieve rol in de lessen te laten vervullen. Motivatie is de beste
basis voor leren en persoonlijke ontwikkeling.
De lessen kennen in de
regel een vierdeling.
Eerst bespreek ik tien
schaakstellingen van de Stappenmethode (niveau 2) op het digitale schoolbord in
de gang. De kinderen lossen die samen op. Ondertussen stimuleer ik dat alle
kinderen intensief meedoen. De kinderen gaan direct stellingen oplossen. Uitleg
vooraf over het onderwerp sla ik over. Zo is sprake van ontdekkend leren.
Terug in de klas volgt
een korte rondvraag. Daar kunnen kinderen vertellen over hun schaakervaringen
in de afgelopen week. De één heeft tegen een tante geschaakt, een ander heeft
een schaakboek in de bibliotheek geleend of zelf een toernooitje georganiseerd.
Vaak vertel ik iets extra over zo’n onderwerp. Zo raken kinderen gestimuleerd
door elkaars ervaringen.
Het derde onderdeel is
een partijbespreking op het demonstratiebord. De helft van de keren bespreek ik
een partij van de kinderen zelf, de andere helft bespreek ik partijen van
sterke schakers of van mezelf. Gaandeweg stel ik vragen, laat ik de kinderen
combinaties ontdekken en vertel ik over allerlei thema’s en positioneel spel.
Deze werkvorm sluit aan bij het principe van top down-leren van het
Leonardo-onderwijs. Dat wil zeggen: vanuit het geheel ontdekkend leren. Naar
analogie van het spel bespreken we allerlei thema’s die je ook in het dagelijks
leven en bij het leren tegenkomt, zoals keuzes maken, beslissingen nemen,
omgaan met tegenstrijdigheden, plannen maken en voorbereiden enzovoort.
Het laatste deel van
de les bestaat uit vrij schaken. Daarbij mogen de kinderen zelf hun
tegenstander kiezen. Ik vind het ook goed als kinderen op hun computer schaken
(mits dat niet elke keer gebeurt) of een keer een mooie schaaktekening maken.
Het belangrijkste is dat ze op een leuke manier met schaken bezig zijn. Zelf
loop ik ondertussen rond. Dit deel van de les biedt de mogelijkheid om
individueel aandacht aan kinderen te besteden en op individuele vragen in te
gaan.

De betrokkenheid van
de kinderen bij de lessen is goed. Een groot deel is erg enthousiast. Afwisseling is
belangrijk om de motivatie te stimuleren. De onderdelen kennen op zich genoeg
afwisseling, maar af en toe vervang ik bijvoorbeeld de partijbespreking door
een snelschaakpartijtje tussen twee kinderen waarbij de andere kinderen net als
bij een voetbalwedstrijd commentaar mogen geven. Zelf ben ik dan
hoofdcommentator. Ook laat ik soms een filmpje zien op het digibord,
bijvoorbeeld van de 16-jarige Nederlandse topspeler Anish Giri die bij veel
kinderen tot de verbeelding spreekt.
Ik geef geen huiswerk
op. Gezien de voor een schaakles grote groep kinderen en het uiteenlopende
niveau van de kinderen is dat niet goed haalbaar. Als je huiswerk op één niveau
opgeeft, ga je al gauw kinderen frustreren doordat het voor de één te moeilijk
en voor de ander te makkelijk is. Bovendien is het beter dat kinderen direct
feedback krijgen op wat ze presteren.
Na een paar lessen heb
ik de kinderen een schaaktest in een kwartier afgenomen. Die bestaat uit negen
opgaven uit Stap 1 en 2. De test geeft inzicht in op welk niveau kinderen zich
bevinden. Dat geeft aanknopingspunten voor het lesgeven. Kinderen op basis
daarvan een schoolcijfer geven is hachelijk. Immers, sommige kinderen konden al
schaken en een enkeling heeft zelfs op een schaakclub gezeten. Voor een
schoolrapport lijkt inzet tijdens de les een beter criterium.
Er is geen huiswerk,
maar wel stimuleer ik kinderen op allerlei manieren om buiten de les om met
schaken bezig te zijn. Alle kinderen hebben twee cdroms via school gekregen.
Probleem is alleen dat die niet op de Apple laptop kunnen draaien (tenzij er
een Windows-applicatie op geïnstalleerd is). De meeste kinderen hebben echter
thuis een Windows-computer. De ene cdrom bevat de
Stappenmethode, die we ook in de les oefenen. De andere cdrom is Fritz versie
9. Daar kunnen de kinderen tegen schaken. Ze kunnen er zelfs mee op internet
schaken tegen andere mensen en
partijen mee analyseren. De werking van Fritz is in de les uitgelegd. Ook hebben alle
kinderen een link op hun laptop naar de site van schaakleraar Jeroen Vuurboom.
Deze site bevat veel leerzame en uitdagende schaakinformatie.
De vraag is waarom
kinderen op school verplicht schaakles zouden moeten krijgen. Ik denk dat het
hen stimuleert om creatief, analytisch, systematisch en praktisch na te denken.
Er wordt geleerd leerstrategieën te ontwikkelen en er is sprake van
meta-cognitie: denken over hoe je denkt. Tevens kunnen de kinderen via het schaken allerlei sociale
vaardigheden oefenen als omgaan met verlies en samenwerken. In lessen met de kinderen speelt het probleem van de niveauverschillen ook, maar daar geef ik les op diverse niveaus door elkaar heen. Dat noem ik ‘gelaagd lesgeven’.
Lees het complete verslag in het documentje in de bijlage!