Voordelen Surface ablation
Alle mogelijke complicaties die samenhangen met het maken of het achteraf aanwezig zijn van een hoornvliesflap, zijn bij een Surface Ablation behandeling niet aan de orde:
- geen flapverplaatsing mogelijk na wrijven in het oog
- geen risico op plooivorming of striae in de flap
- geen risico op ‘diffuse lamellaire keratitis’
- geen epitheelcellen die kunnen ingroeien onder de flap
- geen mechanische verzwakking van het hoornvlies ( corneale ectasie)
- beperkte ruimte voor eventuele nabehandeling
- geen kans op ‘hole’ in de flap, ‘partiële’ flap, ‘free’ flap, gedecentreerde flap, enz.
- geen mogelijke netvliescomplicaties
- geen extra droog gevoel (bij patiënten met aanleg voor droge ogen)
Een bijkomend voordeel is dat , bij eventuele heringrepen, de ondertussen “vastgegroeide” Lasik-flap niet opnieuw dient gelift te worden. Dit laatste is immers geen risicoloze procedure.
Kortom, de Surface Ablation-behandeling is in de eerste dagen minder patient-vriendelijk, maar is wel de laserbehandeling met de minste risico’s !
Procedure surface ablation
In de voorbereidingsruimte wordt het eerste te behandelende oog ontsmet en ingedruppeld met verdovende druppels, waardoor de ingreep volledig pijnloos verloopt.Een doorschijnende, steriele doek wordt over het oog gekleefd.
De oogchirurg plaatst een ooglidsperder die het oog tijdens de ganse behandeling openhoudt.
Het oog wordt grondig gespoeld met koud, fysiologisch water.
Patient wordt onder het laserapparaat gebracht.
Het oppervlakkig hoornvliesweefsel wordt mechanisch afgeschraapt (PRK) of met een micorkeratoom verwijderd (Epi-Lasik).
De laserbehandeling wordt uitgevoerd. Dit duurt gemiddeld 1 minuut (afhankelijk van de te corrigeren refractieafwijking).
Patient dient tijdens de laserbehandeling zelf zo goed mogelijk te fixeren. De laser zelf volgt heel nauwkeurig de kleinste oogbewegingen (Eyetracker). Zo komt de behandeling exact op de juiste plaats terecht.
Tenslotte wordt het oog opnieuw met fysiologisch water gespoeld en een verbandlens geplaatst.
Na de ingreep overloopt de oogarts de nazorgen met patient.
Vooronderzoeken surface ablation
Het maken van een afspraak voor deze vooronderzoeken (zowel “Quick-scan” als “Full-scan) is noodzakelijk. (zie onderaan: “Afspraak maken voor vooronderzoeken”).
Voor een volledig vooronderzoek (Full-scan) is uw voorafgaande aanwezigheid op een voorlichtingsavond (zie: Info-avonden) gewenst.
Aldus wordt voorkomen dat patiënten die helemaal niet in aanmerking komen voor een laserbehandeling zich zouden inschrijven voor een volledig vooronderzoek.
De vooronderzoeken worden uitgevoerd door de oogarts en gedeeltelijk door een technisch assistente.
Wij onderscheiden 2 soorten vooronderzoeken:
A. ‘Quick-scan’ (30 min): laat toe na te gaan of uw ogen geschikt zijn voor een laserbehandeling. Een ‘Quick-scan’ test is dus optioneel en alleen nuttig indien u zich de vraag stelt of u wel in aanmerking komt voor een laserbehandeling.
B. ‘Full-scan’ (2 uur): resultaten van dit onderzoek worden gebruikt voor de laserbehandeling.
Quick - scan
Volgende testen worden uitgevoerd:
- refractie onderzoek door TOA (Technisch Ophthalmologisch Assistente)
- bepaling pupildiameter in donker (TOA)
- bepaling hoornvliesdikte (TOA)
- evaluatie resultaat (oogarts)
Voor deze Quick-test dient de contactlens ter plaatse even te worden uitgedaan. Breng uw contactlenshouder mee.
Patiënten die in aanmerking komen voor een laserbehandeling dienen in een later stadium de (meer uitgebreide) vooronderzoeken evenwel nog te ondergaan!
De prijs voor een Quick-scan onderzoek bedraagt 65€.
Wanneer een laserbehandeling plaatsvindt, worden de kosten van het Quick-scan onderzoek gerecupereerd bij het uitvoeren van het definitief Full-scan onderzoek.
De resultaten van het Quick-scan onderzoek worden dus NIET gebruikt voor de instellingen van de laserbehandeling zelf.
Full - scan
Voor dit onderzoek dient het dragen van contactlenzen WEL tijdelijk te worden onderbroken:
- 1 week voor zachte contactlenzen
- 1 maand (per 10 jaar draagduur) voor harde contactlenzen
Elke vorm van refractievechirurgie vereist een grondig vooronderzoek. Dit omvat naast een uitgebreid algeheel oogonderzoek ook een aantal specifiek op de brilsterkte (refractie) en het hoornvlies gerichte onderzoeken. De topografie (bollingsmeting van het hoornvlies) en biometrie (aslengte meting van het oog) zijn hierbij van groot belang.
Tijdens het onderzoek is het mogelijk dat u oogdruppels toegediend krijgt om de refractiefout nauwkeurig te kunnen bepalen. U kan door deze druppels waziger zien en zal mogelijk slechter het felle licht verdragen. Dit alles kan u enigszins hinderen wanneer u nadien terug met de wagen dient te rijden.
Het spreekt vanzelf dat u alle gelegenheid krijgt om vragen te stellen. Na het onderzoek bepaalt de oogarts of u geschikt bent om de behandeling te ondergaan. Daarna beslist uzelf, of en wanneer, een afspraak voor de ingreep wordt gemaakt.
De resultaten van dit onderzoek worden als basis gebruikt voor de laserbehandeling zelf.
Wij kunnen het belang van de nauwkeurigheid van deze vooronderzoeken niet voldoende benadrukken. In ons centrum wordt dan ook reeds voldoende tijd voorzien opdat deze testen kunnen verlopen in een sereen en ontspannen sfeer.
Na uw vooronderzoek zal met u de gekozen behandelingsprocedure besproken worden en worden nog enkele raadgevingen overlopen voor de laatste dagen die de behandeling voorafgaan (voorbereidende oogdruppels, enz.).
Tenslotte worde de dag en uur van behandeling vastgelegd.
De prijs van een Full-scan onderzoek bedraagt 96€.
|
Onderzoek |
Betekenis |
|
Grondige anamnese |
Informatiegesprek |
|
Gezichtsveldonderzoek |
sluit voorafbestaande gezichtsvelddefecten
uit |
|
Endotheelceltelling |
voorkomt
behandeling indien onvoldoende endotheelcellen |
|
Spleetlamponderzoek |
microscopisch
onderzoek van het voorste oogsegment |
|
Automatische Refractie |
objectieve
evaluatie refractiefout met toestel |
|
Subjectieve Refractie (SR) |
subjectieve evaluatie refractiefout
(oogarts) |
|
SR na cycloplegie |
idem
SR doch na uitsluiten accomodatieve component |
|
Oogdominantiebepaling |
bepaalt
welk oog ‘dominant’ is voor vertezicht |
|
Pupilmeting donker |
bepaalt
behandelingszone die in laser wordt ingegeven |
|
Keratometrie (Orbscan |
meet
de corneale kromming op elk punt en breng deze in kaart (mapping) |
|
Pachymetrie (Orbscan |
meet
corneale dikte op elk punt en brengt deze in kaart (mapping) |
|
Bepaling diameter cornea |
diameter
cornea bepaalt mede keuze diameter ‘suctiering’ (i.g.v. Epi-Lasik) |
|
Wavefront analysing |
bepaalt
‘hogere order aberraties’ in het oog (worden mee gecorrigeerd, indien zinvol) |
|
Oodrukmeting |
voorkomt
ingreep bij personen met verhoogde oogdruk |
|
Biometrie |
meet
lengte van het oog met nauwkeurigheid van 0.01 mm |
|
Oogfundusonderzoek |
onderzoek
van oogzenuw en netvlies |
|
Irisfoto |
laat
irisherkenning toe. Aldus wordt het
oog (in liggende positie) identiek behandeld als tijdens een opname in
zittende positie |
|
Resultaatbespreking |
Oogarts |
Nazorg surface ablation
Ongeveer 25% van de behandelde patiënten vermelden de eerste 2 dagen pijn gehad te hebben. Deze ervaringen zijn het gevolg van het hoornvlieswondje.
Bovenstaande ongemakken verdwijnen na ongeveer de derde dag, wanneer het hoornvlies- epitheel (wondje) dichtgegroeid is.
Vanaf dan zal de verbandcontactlens verwijderd worden.
Gewoonlijk kan je 5 dagen na de ingreep, die gewoonlijk op vrijdag plaatsvindt, je beroepsaktiviteit hernemen.
In tegenstelling tot een Lasikbehandeling is het zichtherstel bij de S.A. techniek trager.
Gemiddeld zien de patiënten 8/10 na de 5de dag om vanaf dan te evolueren naar het eindresultaat.
Net zoals bij een Lasikbehandeling dienen de ogen gedurende een aantal weken te worden gedruppeld met lubrifiërende en ontsmettende oogdruppels.

















