Behandelingsmethoden
 

Overzicht behandelingsmethoden

Refractieve chirurgie (RC) maakt het mogelijk natuurlijk scherp te zien zonder bril of contactlenzen. 

RC is een medische specialisatie die zich al tientallen jaren toelegt op de behandeling van refractieve oogafwijkingen.  In Amerika en Canada is deze specialisatie al jaren een ingeburgerd alternatief voor brillen en contactlenzen.  Laserbehandelingen zijn de meest toegepaste methode.
De methode is veilig, relatief eenvoudig en de resultaten zijn uitstekend. 
Andere vormen van refractievechirurgie zijn onder andere implantlenzen in het oog en het hoornvlies.
Bij de vooronderzoeken wordt bepaald of u in aanmerking komt voor een laserbehandeling, zoniet welke techniek een mogelijk alternatief is (zie: Geschiktheidsonderzoek-Quick-scan).
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende bestaande technieken.

Lasik

 Lasik staat voor Laser Assisted in Situ Keratomileusis.
Het is een lasertechniek waarbij lage en middelhoge sterktes van bijziendheid, astigmatisme en verziendheid kunnen worden gecorrigeerd. 

Bij de Lasik-behandeling wordt het oog vooraf verdoofd met oogdruppels. De oogleden worden opengehouden met een ooglidsperder. Daarna wordt met een microkeratoom (fijn mesje, - in de nabije toekomst ook met laser!- ) een flap gemaakt in het hoornvlies dat wordt opengevouwen. Met de laser worden microscopisch kleine hoeveelheden van het hoornvlies-weefsel verdampt.
Na de laserbehandeling word het flapje teruggeplaatst. 
Lasik is een vrij pijnloze behandeling die bij vele patiënten populair is doordat ze gekenmerkt is door een snelle genezing en snelle zichtrecuperatie.
Toch wordt elke Lasik-behandeling geconfronteerd met een realistisch “flap-risico”.

Flapcomplicaties die geregeld voorkomen:
 
- Diffuse Intralamellaire Keratitis (1.3%)
- Epitheliale ingroei (1-2%)
- Keratectasie (4/100.000): zeldzame complicatie waarbij het hoornvlies haar normale   curve verliest    en gaat “uitbochten”.  Dient vaak behandeld te worden met een hoornvliestransplantatie.
- Hoornvliesplooien (1%)
- Dislocated flap
- Dunne, incomplete of volledig losliggend hoornvliesflap (<0.2%) 

Gezien deze complicaties een permanent zichtverlies kunnen inhouden, opteren wij voor de Surface Ablation-behandeling (zie: Surface Ablation) waarbij bovenvermelde complicaties voorkomen worden.

Surface ablation

Bij de Surface Ablation- techniek wordt, na het verdoven van het oog met druppels, het bovenste deklaagje van het hoornvlies, het epitheel, verwijderd. 

Dit kan gebeuren op verschillende manieren. Het epitheel kan worden weggeschraapt met een spatel of speciale borstel (PRK), het kan worden losgeweekt met een alcoholoplossing en dan verwijderd (LASEK), of het kan worden verwijderd met een gemechaniseerde keratoom met een botte scalpel (Epi-Lasik). 
Na het verwijderen van het epitheel wordt de laserbehandeling uitgevoerd op dezelfde manier als bij Lasik. Op het einde van de ingreep wordt een verbandcontactlens aangebracht voor de pijnbeheersing. De eerste uren na de behandeling is het zicht vrij behoorlijk en de pijn minimaal. Na uitwerken van de verdoving zal de patient echter meer ongemak ondervinden. Men krijgt een schurend en branderig gevoel, alsof er zand in het oog zit. Men wordt lichtgevoelig, het oog traant en het zicht wordt waziger. Deze fenomenen zijn het meest uitgesproken de dag na de behandeling en beginnen dan geleidelijk te verbeteren. 
Bij de meeste patiënten is het ongemak verdwenen de derde dag na de ingreep. Het zicht is grotendeels herwonnen de vijfde of zesde dag na de ingreep. Het eindresultaat is op het einde van de rit minstens even goed als na LASIK. 

Het enorm voordeel van de Surface-Ablation-techniek is dat er geen flaprisico bestaat, welke kan optreden bij de Lasik-techniek. 

Andere voordelen van de S.A.-techniek (zie ook: voordelen/vergelijking met Lasik): 

- Bij dunner hoornvliezen blijft de stabiliteit (sterkte) van het hoornvlies meer gevrijwaard doordat geen flap wordt gemaakt en het hoornvlies aldus niet verzwakt. Het risico op een “corneale ectasie (uitstulping)” wordt dus verwaarloosbaar. 
- Wanneer, hoewel zeldzaam, een bijbehandeling noodzakelijk is, dient de Lasik-flap niet te worden gelift, doch kan de heringreep op een stabiele cornea plaatsvinden.
- De S.A.-techniek wordt aanbevolen bij patiënten die voor de ingreep klachten van “droge ogen” hadden. Na een Lasik-behandeling ziet men soms een toename van deze klachten.

Andere bestaande technieken:

RK (Radiale Keratotomie, “krasjes”)

Bij deze techniek wordt de vorm (kromming) van het hoornvlies gewijzigd door radiale insneden te maken in de cornea (hoornvlies).
RK was een van de eerste methoden om myopie (bijziendheid) te corrigeren.
Hoewel de Radiale Keratotomie  vele patiënten het beoogde resultaat heeft bezorgd, is deze techniek ondertussen als verouderd te beschouwen.
Het grote nadeel van de RK is zijn beperktere voorspelbaarheid en het beperktere indicatiegebied (uitsluitend myopen van -1.50 tot -4.00 dioptrie). 

Lensimplantaten  (Artisan lens – ICL – Clear lens extraction)

Een lensimplantaat wordt doorgaans alleen overwogen, als een laserhandeling niet mogelijk is. 

Er wordt dan een kleine opening gemaakt in het oog, waardoor een kunstlens wordt geplaatst voor de eigen ooglens.  De ingreep is zwaarder dan een laserbehandeling en wordt meestal oog per oog uitgevoerd.
De kunstlens kan voor (bv: ‘Artisan lens’) of achter (bv: ‘ICL’) de iris (regenboogvlies) worden gepositioneerd.
Deze ingrepen dragen uiteraard de risico’s van elk intra-oculaire ingreep. 

 Artisan Lens


Tenslotte vermelden wij hier ook de ‘Clear Lens Extraction (CLE)- techniek. Bij deze methode wordt de natuurlijke ooglens vervangen door een kunstlens waarvan de sterkte de refractiefout dient te corrigeren.



       CLE

     
Deze techniek is een variatie op de ‘cataract’ (of grijze staar) – ingreep, die als routine ingreep kan beschouwd worden.  Anderzijds verliest het behandelde oog hiermede wel zijn accomodatie-vermogen.  Sinds enige tijd beschikken we evenwel over ‘bifocale’ implantlenzen. Het implanten van deze lenzen laat de patient toe zowel voor ver als nabij brilonafhankelijk te worden.
               ICL      

(naar boven)