Gisteravond besprak de Politieke Markt het rapport van de rekenkamercommissie over Steenbrugge. Even opfrissen: we zouden in 2008 de eerste woningen in Steenbrugge opleveren. Mooi niet dus. Het rapport geeft een schrikbarend beeld van steeds opeenvolgende vertragingen, zodat we in 2009 niet verder zijn dan we in 2005 al waren. Heel laconiek wordt gemeld dat dat de gemeente geen geld heeft gekost, en dat we eigenlijk blij moeten zijn met de vertraging. Dat is wel heel cynisch: blij zijn omdat je door een hoop gekluns niet hebt kunnen bouwen “zodat we nu beter op de crisis kunnen inspelen”. Het rapport graaft niet diep. Ik heb daarom mijn aantekeningen er maar eens bij gepakt en een hoop betrokkenen gebeld om het verhaal een beetje compleet te krijgen. En wat blijkt? De ambtenaren hebben steeds hard gewerkt om nieuwe plannen voor elkaar te krijgen, maar steeds weer kwam het College met nieuwe wensen zodat men weer van voor af aan kon beginnen. Het dieptepunt was dat een groep ambtenaren zat te werken aan een plan onder leiding van de ene wethouder, terwijl een andere wethouder beloftes deed in Diepenveen om ergens niet te bouwen. En dan blijkt een tijd later dat het plan en de beloftes niet bij elkaar passen. Merkwaardig is dat het onderzoek dit soort feiten niet vermeldt, terwijl ze wel bekend bleken te zijn. Je hoort bij de ambtenaren nu nog de stoom uit de oren komen. Tussendoor wisselen wethouders, en dan wordt daarvan gebruik gemaakt om er van uit andere portefeuilles nieuwe wensen er in te stoppen. Zo moest het plan ineens klimaatneutraal worden. Op zich prima, maar als het zomaar als opdracht in een project wordt gekatapulteerd gaat het met het proces wel mis. En dat is te merken. Er is duidelijk geen scherpe politieke regie gevoerd op dit proces. Ook de Raad heeft boter op het hoofd, en ik dus ook. Van de ene kant kwam er ook slechts minimale informatie over het project naar de raad. Aan de andere kant hebben we als raad nagelaten om van het college te eisen dat men zich tussentijds kwam verantwoorden over de voortgang, en dat men álle informatie open op tafel legde. Nu heeft “verantwoorden” langzaam een bijklank gekregen sinds het verantwoordingsdebat over het stadskantoor, waar het college zich helemaal niet verantwoordde. In Steenbrugge blijkt in elk geval dat de raad ook daar zijn tanden niet heeft laten zien. In de Politieke Markt heb ik gewezen op deze “politieke cultuur” van niet informeren en geen verantwoording eisen. Daar moeten we van leren. College en raad moeten elk hun eigen rol waarmaken. Het college moet professioneel regie voeren op een plan, en de raad eerlijk en actief informeren. En de raad moet van zich afbijten, en zich niet laten leiden door de wens om de eigen wethouder de bewieroken en te beschermen tegen lastige debatten. |